Les 7: New Criticism & Structuralisme

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/44

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:32 PM on 4/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

45 Terms

1
New cards

Wat is het centrale uitgangspunt van New Criticism?

Dat een literaire tekst een autonoom object is waarvan de betekenis volledig in de tekst zelf zit, zonder beroep op context zoals biografie, geschiedenis of lezersreactie.

2
New cards

Wat betekent een autonomistische benadering?

Dat je enkel de tekst zelf analyseert en alle externe factoren (auteur, werkelijkheid, lezer) buiten beschouwing laat.

3
New cards

Wat is het doel van New Criticism?

Een objectieve interpretatie en waardebepaling van literaire teksten op basis van hun interne structuur.

4
New cards

Wat is close reading?

Een methode waarbij je een tekst zeer aandachtig en herhaaldelijk leest om de interne samenhang, stijl en betekenis te analyseren.

5
New cards

Wat betekent “horlogemakersproza”?

Dat een tekst zo nauwkeurig is opgebouwd dat alle elementen perfect op elkaar afgestemd zijn en samen betekenis creëren.

6
New cards

Wat is de personal heresy?

De fout om de biografie of persoonlijkheid van de auteur te gebruiken bij de interpretatie van een tekst.

7
New cards

Wat is de intentional fallacy?

De fout om de betekenis van een tekst te baseren op de bedoeling van de auteur.

8
New cards

Wat is de affective fallacy?

De fout om de interpretatie te baseren op de persoonlijke emotionele reactie van de lezer.

9
New cards

Wat is de heresy of paraphrase?

De fout om te denken dat je de betekenis van een literaire tekst eenvoudig kan samenvatten zonder verlies van betekenis.

10
New cards

Wat is het basisidee van structuralisme?

Dat literaire teksten onderliggende structuren hebben die betekenis bepalen, los van individuele inhoud of context.

11
New cards

Welke metafoor wordt gebruikt voor structuralisme?

Literatuur als een schaakspel: het gaat om de regels en structuren, niet om de spelers.

12
New cards

Wat onderzocht Vladimir Propp?

De structuur van Russische sprookjes.

13
New cards

Wat is de belangrijkste inzicht van Propp?

Dat verhalen variaties zijn op één onderliggende structuur.

14
New cards

Wat zijn de belangrijkste elementen bij Propp?

7 rollen (personages) en 31 functies (handelingen in vaste volgorde).

15
New cards

Wat is langue?

Het onderliggende taalsysteem met regels en structuren dat gedeeld wordt door een taalgemeenschap.

16
New cards

Wat is parole?

Het concrete taalgebruik, dus de zinnen die mensen effectief produceren.

17
New cards

Wat is het verschil tussen langue en parole?

Langue is het systeem van regels, terwijl parole het individuele gebruik van die regels is.

18
New cards

Wat is een signifiant?

De vorm van een woord (klank of schriftbeeld).

19
New cards

Wat is een signifié?

Het mentale concept dat bij een woord hoort.

20
New cards

Wat is een signe?

De combinatie van signifiant en signifié.

21
New cards

Wat betekent het dat taal arbitrair is?

Dat er geen natuurlijke relatie bestaat tussen woord en betekenis.

22
New cards

Hoe ontstaat betekenis volgens Saussure?

Door verschillen tussen tekens binnen het taalsysteem.

23
New cards

Wat is het verschil met Russisch formalisme?

Het Praagse structuralisme legt meer nadruk op relaties en contrasten binnen een systeem van teksten.

24
New cards

Wat betekent actualisace (foregrounding)?

Dat bepaalde elementen in een tekst opvallen doordat ze afwijken van de norm en zo naar de voorgrond treden.

25
New cards

Waarom is foregrounding effectief?

Omdat het het leesautomatisme doorbreekt en de aandacht vestigt op de vorm van de taal.

26
New cards

Wat is het verschil tussen voorgrond en achtergrond?

De voorgrond bevat opvallende elementen, terwijl de achtergrond de normale, minder opvallende taal vormt.

27
New cards

Wat betekent artefact?

De tekst zelf als objectief, materieel gegeven.

28
New cards

Wat betekent esthetisch object?

De manier waarop een tekst door een lezer wordt ervaren en geïnterpreteerd.

29
New cards

Wat is een verwachtingshorizon?

De verwachtingen die een lezer heeft op basis van eerdere kennis en ervaringen.

30
New cards

Wat is het doel van het actantiële model?

Het analyseren van verhalen op basis van abstracte rollen in plaats van concrete personages.

31
New cards

Wat is het subject?

Degene die een doel probeert te bereiken.

32
New cards

Wat is het object?

Datgene wat het subject wil bereiken.

33
New cards

Wat is de zender?

Degene die het verhaal in gang zet of de opdracht geeft.

34
New cards

Wat is de ontvanger?

Degene die voordeel heeft bij het bereiken van het doel.

35
New cards

Wat is de helper?

Degene die het subject helpt.

36
New cards

Wat is de tegenstander?

Degene die het subject tegenwerkt.

37
New cards

Wat is een belangrijk kenmerk van actantenrollen?

Dat één personage meerdere rollen kan hebben en dat rollen ook abstract kunnen zijn.

38
New cards

Wat is een vertelinstantie?

De positie van de verteller ten opzichte van het verhaal.

39
New cards

Wat betekent extradiegetisch?

Dat de verteller buiten het verhaal staat.

40
New cards

Wat betekent intradiegetisch?

Dat de verteller zich binnen een verhaal bevindt en daar een ander verhaal vertelt.

41
New cards

Wat betekent homodiegetisch?

Dat de verteller zelf deel uitmaakt van het verhaal dat hij vertelt.

42
New cards

Wat betekent heterodiegetisch?

Dat de verteller geen deel uitmaakt van het verhaal.

43
New cards

Wat is paratekst?

Alle tekstuele elementen rond de hoofdtekst.

44
New cards

Wat is peritekst?

Paratekst binnen het boek zelf, zoals titel, voorwoord en voetnoten.

45
New cards

Wat is epitekst?

Paratekst buiten het boek, zoals recensies en interviews.