Pedagogiek in de samenleving 2

0.0(0)
Studied by 16 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/261

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:00 PM on 5/27/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

262 Terms

1
New cards

Individuele technisch instrumentele niveau

Antwoord op basis van kennis en ervaring over kaders en communicatie, hoe krijg ik wat ik wil?

2
New cards

Individueel ethisch/normantief niveau

Antwoord op basis van analyse van etisch dillema, wat zou ik moeten doen als professional?

3
New cards

Collectieve technisch/instrumenteel niveau

Antwoord op basis van onderzoek, wat zegt de wet? hoe werkt dit binnen de orgaisatie?

4
New cards

Collectief etisch/normantief niveau

Antwoord op basis van moreel beraad, wat zou de organisatie moeten doen? Wat moet er gebeuren om in belang van het kind samen te werken?

5
New cards

Collectieve aspecten sociaal werk

Beroepsprofiel, beroepsvereniging, beroepsregistratie, beroepscode, richtlijnen, handreikingen en veldnormen, professionele toetsing/tuchtrecht

6
New cards

Beroepsprofiel

Kennis en competenties, wat een HBO pedagoog moet kunnen en kennen

7
New cards

Beroepsvereniging (BPSW)

vereniging die bepaald wat het beroep inhoud en de beroepsgroep ondersteunt bij het bijhouden van kennis.

8
New cards

Beroepscode

Is gemaakt door de beroepsgroep zelf en hierin staan de beroepsnormen opgenomen

9
New cards

Richtlijnen

vertellen hoe je moet handelen, wat evidence based is, enz. ook gemaakt door beroepsgroep.

10
New cards

Handreikingen en veldnormen

Wegwijzers in het handelen als pedagoog

11
New cards

Professionele toetsing/tuchtrecht

professional is verplicht te handelen na beroepscode en moet handelen hieraan verantwoorden.

12
New cards

Kan een individueel professional met SKJ-registratie op worden aangesproken door tuchtrecht

Ruimte voor eigen professionele afwegingen, professioneel autonoom handelen.

13
New cards

Discretionaire ruimte

Het recht, vrijheid of de vaardigheid als professional om te onderscheiden, beslissen of kiezen. Er is ruimte om je eigen afweging te maken of een zelfstandig oordeel te vormen

14
New cards

Ronald Dworkin

1 van de belangrijkste denkers over dicretionaire ruimte

15
New cards

Dworkins donut

model van Dworkin waarin het ‘deeg'/buitenste rand de wet- en regelgeving, beroepscode, richtlijnen enz. waarbuiten je niet mag handelen, voorstelt en het gat in het midden de discretionaire ruimte is

16
New cards

Bernardo Zacka

Belangrijkste denker over hoe je moet handelen in de discretionaire ruimte

17
New cards

Toepassen van regels volgens Zacka in grijs/onduidelijke gebied

zorgzame benadering, rigide benadering, onverschillige benadering

18
New cards

Zorgzame benadering

Het buigen van de regels op zo’n manier dat het goed komt voor de persoon in kwestie

19
New cards

Rigide benadering

Handelen naar strikte regels en stappen

20
New cards

Onverschillige benadering

Zomaar iets doen zonder rekening te houden met regels of belangen van persoon in kwestie

21
New cards

Reden voor discretionaire ruimte

Regels gelden universeel en algemeen, maar beschrijvingen niet alle situaties passen hierbij, regels beschrijft zelf niet wanneer hij van toepassing is, in meeste complexe situaties zijn er meerdere regels van toepassing, goede dienstverlening verreist individuele aanpak waarin regels soms aangepast moeten worden

22
New cards

Is belangrijk bij afwijken van richtlijnen/gebruik van discretionaire ruimte

Verantwoording

23
New cards

Kritiek discretionaire ruimte

Handelingsruimte tast democratische beginselen van samenleving aan, handelingsruimte biedt ruimte om andere belangen dan die van clienten na te streven, professionals kunnen niet altijd zorgvuldig redeneren of hun handelen verantwoorden

24
New cards

Zijn noodzakelijk bij professionele autonomie

Grenzen

25
New cards

Externe omstandigheden die discretionele ruimte kleiner maken

Marktwerking zorg en welzijn, management en financien, toenemende vraag naar effectiviteit, beroepsontwikkeling

26
New cards

Professionele autonomie

vrijheid en verantwoordelijkheid om zelf professionele keuzes te maken

27
New cards

Normantiviteit

Ideeen en regels over wat goed of passend gedrag is waar keuzes op gebaseerd kunnen worden.

28
New cards

Witte poppetje in model voor verantwoord handelen

De pedagoog/sociaal werker

29
New cards

Rode poppetje in model voor verantwoord handelen

Client of clientengroep waarmee je samenwerkt

30
New cards

Model voor verantwoord handelen

Een model dat een sociaal werker helpt om zorgvuldig en verantwoord te handelen binnen professionele kaders

31
New cards

Professionele lijn in model voor verantwoord handelen

Horziontale lijn op collecitief niveau tussen technisch instrumenteel en etisch normantief

32
New cards

Waarom professionele relatie tussen client en professional belangrijk is

Om doelen te behalen en client verder te helpen, vorming van identiteit van client in relatie met anderen, effectiviteit van de hulverlening

33
New cards

Blik van de pedagoog

Moet niet alleen op client zelf zijn maar ook op hoe de client is in relatie met anderen

34
New cards

Belangrijk voor pedagoog om te weten

Waar de begeleiding op gericht is zoals rechten of bijv. noden

35
New cards

Gereedschap pedagoog en wat daarbij belangrijk is

Pedagoog is zijn eigen gereedschap, daarom is reflecteren belangrijk

36
New cards

Moet pedagoog op reflecteren

Eigen handelen, toepassen beroepscode, effect van handelen op client

37
New cards

Waarom reflecteren belangrijk is

Omdat je je bewust moet zijn van eigen overtuigingen, maar daar ook buiten moet kunnen denken om client te kunnen helpen bij zijn noden

38
New cards

Collegiale consulatie

Reflecteren met collega’s, team of organisatie

39
New cards

Kern van model voor verantwoord handelen

Relationele lijn

40
New cards

Instutionele lijn

organisatie van het maatschappelijke terrein van zorg en welzijn. Dit gaat heen en weer tussen macro (overheid) en meso (organsiatie)

41
New cards

Betrokkenen bij instutionele lijn

Wettelijk kader, overheidsbeleid, organisatiekaders, informele gedragsregels

42
New cards

Moeten ook afwegingen in worden gemaakt

In wetten die vast staan

43
New cards

Agenderen

als pedagoog iets wat niet goed gaat onder aandacht brengen als start van beleid

44
New cards

Etisch aspect organisatie

zit in missie en visie van organisaties

45
New cards

Referentiekaders institutionele lijn

Instellingsgebied, branchevereniging, vakbonden, protocollen, certificering, kwaliteitskaders, gedragscode

46
New cards

Technisch instrumentele dimensie

gaat over kennis, technieken en instrumenten die je gebruikt

47
New cards

Kennis

gerechtvaardigde overtuiging van de feiten

48
New cards

Professionele wijsheid

het gebruiken en overzicht hebben van alle beschikbare kennis als onderbouwing van je besluit of handelen

49
New cards

Soorten kennis

Theoritische kennis, praktijk kennis, ervaringskennis, impliciete en onbewuste kennis

50
New cards

Praktijk kennis

Leren van eigen handelen

51
New cards

Ervaringskennis

Kennis van clienten, deskundigen , professionals enz. niet van jezelf

52
New cards

Impliciete en onbewuste kennis

het bewust worden van reden achter handelen om dit te kunnen verwoorden

53
New cards

Methoden voor toepassen kennis

Toepassen van methodieken, standaarden/richtlijnen of effectieve interventies

54
New cards

Moet ook verantwoord worden in discretionaire ruimte

Keuze voor toepassen van bepaalde interventie of methodiek

55
New cards

Risico te veel focussen op technisch-instrumentele middelen

De professional denkt minder na en hierdoor verkleint de discretionaire ruimte

56
New cards

Ethische vragen voor de pedagoog

  1. Waar is dit goed voor? (principes), 2. Ben ik goed bezig? (organisatie niveau), 3. Wat moet ik nu doen? (praktijk)

57
New cards

Verschil ethisch normantief en technisch instrumenteel

Ethisch normantief kijk je of je het juiste doet, technisch instrumenteel of je het goed uitvoert

58
New cards

Ethiek

Deel gebied van de filosofie dat gaat over alle filosofische vragen over hoe je met andere jezelf om zou moeten gaan

59
New cards

Is ethiek aan te herkennen

Waarden, normen, beginselen, deugden, gedrag

60
New cards

Normantieve theorieen

Plichtethiek, gevolgenethiek, deugdethiek, zorgethiek

61
New cards

Beroepsethiek

professionele normen voor professionals met als skelet de beroepscode

62
New cards

Interne functie beroepscode

Aanspreekbaarheid op professional, bescherming bij verwachtingen die pedagoog niet waar mag maken vanuit beroepscode

63
New cards

Externe functie beroepscode

Vertrouwen in het beroep, door de beroepscode krijgt de samenleving meer vertrouwen in de professie en krijgt de professional vaak meer ruimte voor eigen autonomie/ discretionaire ruimte

64
New cards

Thema’s beroepscode pedagoog

Mensen tot hun recht laten komen, deskundigheid, bevorderen vertrouwen, info en toestemming voor hulp, geheimhouding, toestemming uitwisselen van persoonlijke info, dossier, samenwerken in netwerk, samenwerken in organisatie, loyaliteit, professionele autonomie en professionalisering, reflectie, sociale vaardigheid; signaleren en agenderen

65
New cards

Ethische competenties

Morele sensibiliteit en sensitiviteit, analytische vaardigheden, multiperspectief creeeren, verbeelding, overwegen, beargumenteren

66
New cards

Morele sensibiliteit en sensitiviteit

Het ethische probleem of dilemma zien

67
New cards

Analytische vaardigheden

Het probleem onderzoeken/analyseren

68
New cards

Multiperspectief creeren

leren vanuit meerdere perspectieven te kijken

69
New cards

Verbeelding

Kunnen verplaatsen in anderen en kunnen zien wat gevolgen van handelen kunnen zijn

70
New cards

Overwegen

Kunnen kiezen of afwegen welke keuze of mogelijkheid relevant is en welke niet

71
New cards

Beargumenteren

Kunnen onderbouwen waarom de juiste keuze de juiste keuze is

72
New cards

Maatschappelijk vraagstuk

Een vraagstuk waabrij een invloedrijke groep uit de samenleving zich bewust word van den negatieve aspecten van een sociale situatuaie, omdat dit niet in lijn staat met waarden en normen van deze groeot. Deze groep brengt het vraagstuk aan het licht en dit zorgt voor een verandering in bijv. beleid

73
New cards

Sociologie

De wetenschap van de maatsschappij en maatschappelijke situaties

74
New cards

Leefstijlen

Gedrag en voorkeuren va mensne

75
New cards

Hebben keuzes in leefstijlen vaak mee te maken

Met het laten zien van soicale posities

76
New cards

Opzichtige consumptie

Bepaalde middelen consumeren om te laten zien bij welke klasse je hoort of wil horen

77
New cards

Risico bij opzichtige consumptie

Risico voor innovatie, mensen willen bij bepaalde groep horen, maar hebben geeen geld om hiervoor middelen aan te schaffen en regelen dit geld dmv criminaliteit

78
New cards

Habitus

Gewoonten en keuzes in iemands leven

79
New cards

Klassehabitus

leefstijl is symbool voor klasse

80
New cards

Is nu minder groot dan vroeger

Onderscheid in klassen

81
New cards

Proces sociale reproductie

Doorgeven van sociale posities en privilleges van generatie op generatie

82
New cards

Meritiocratie

Je positie in de samenleving wordt afgeleid van je intellegentie en inzet

83
New cards

Belangrijk bij behalen sociale positie

Economisch kapitaal, cultureel kapitaal, sociaal kapitaal

84
New cards

Economisch kapitaal

Geld wat je ouders hebben

85
New cards

Cultuur kapitaal

Elementen uit je cultuur die kunnen helpen bij opschalen sociale positie

86
New cards

Sociaal kapitaal

Het netwerk van je ouders die kan helpen bij opschalen sociale positie

87
New cards

Is meriocratie niet

Realiteit in NL

88
New cards

Meriocratisch ideaal

Kansgelijkheid voor ieder kind

89
New cards

Inzet gemeenten bij kansongelijkheid

Voor kansgelijkheid investeren gemeenten ongelijk om gelijkheid te creeren door bij slechte omstanfheden meer voorzieningen te bieden dan bij goede waarbij kinderen bijv. meer vanuit huis meekrijgen

90
New cards

Persoonlijke identiteit

Eigenschappen die je bij jezelf vindt passen

91
New cards

Collectieve identiteit

betekenisvolle groepen waar je deel van uit maakt

92
New cards

Is door de jaren heen ontstaan

Minder verzuiling/sociale structuur waarbij mensen steeds meer onder 1 bepaalde groep vallen. Waarna ze handelen in het dagelijks leven

93
New cards

Kan leiden tot wij/zij denken en doen

Een sterke collectieve identiteit

94
New cards

Intersectionaliteit

Als individu veel verschillende eigenschappen hebben en bij veel verschillende groepen horen. De individu bestaat uit een veelheid dimensies en heeft een meervoudige sociale identiteit en een multiculturele identiteit

95
New cards

Draagt bij aan het aansluiten bij client en cultuursensitief werken

Begrijpen van intersectionaliteit

96
New cards

Cultuur sensitief werken

Doe je als je bewust bent van eigen culturele bagage, vooroordelen, waarden en normen maar je realiseert dat dit niet voor iedereen geldt

97
New cards

Taak pedagoog bij seksuele orientatie

Ondersteunen in seksuele orientatie en client laten zijn wie hij is of wil zijn.

98
New cards

Sekse

Het biologische verschil tussen mannelijk en vrouwelijk geslacht

99
New cards

Sociale cohesie

Vertrouwen van mensen in elkaar

100
New cards

Interseksie conditie

Persoon heeft biologisch vrouwelijke en mannelijke geslachtskenmerken