Week 2 HC 2. Ontwikkeling van het urogenitaal stelsel, bijnieren en hypofyse

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/129

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:37 PM on 5/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

130 Terms

1
New cards

Hoe deelt een zygote zich gedurende de eerste week van de ontwikkeling?

Door middel van klieving.

2
New cards

Wat is het effect van klievingsdelingen op de celhoeveelheid van de zygote?

Het aantal cellen neemt toe.

3
New cards

Welke status heeft het totale volume van de zygote tijdens de klievingsdelingen?

Het volume blijft gelijk.

4
New cards

Hoe heet de structuur die na drie tot vier dagen uit de zygote ontstaat?

De morula.

5
New cards

Wat vindt er plaats met de cellen tijdens de overgang van de zygote naar de morula?

De cellen differentiëren.

6
New cards

Hoe ontstaat de blastocystholte (blastocoel) in de morula?

Door ophoping van vloeistof.

7
New cards

Uit welke twee celgroepen is een blastocyst opgebouwd?

De trofoblast en de embryoblast.

8
New cards

Wat is de functie van de trofoblast?

Deze omringt de blastocystholte en hieruit ontwikkelen de extraembryonale membranen en de placenta.

9
New cards

Wat is de bestemming van de embryoblast?

Hieruit ontwikkelt het embryo.

10
New cards

Op welke locatie vindt de innesteling van de blastocyst plaats rond dag zes?

In de uteruswand.

11
New cards

In welke twee lagen differentieert de embryoblast zich na de innesteling?

De epiblast en de hypoblast.

12
New cards

Hoe wordt de primitieve dooierzak gevormd?

De hypoblast bekleedt de blastocystholte.

13
New cards

Op welke plek ontstaat de amnionholte?

Tussen de cellen van de epiblast en de trofoblast.

14
New cards

Welke structuur markeert de start van de gastrulatie in de epiblast?

De primitieve groeve in de caudale middenlijn.

15
New cards

Wat is het verloop van de celmigratie tijdens de gastrulatie?

Cellen migreren vanuit de epiblast naar binnen en komen onder de epiblast terecht.

16
New cards

Welke laag wordt als eerste gevormd door de migrerende cellen tijdens de gastrulatie?

Het definitieve endoderm, door vervanging van de hypoblast.

17
New cards

Wat is de oorsprong van het mesoderm tijdens de gastrulatie?

Het wordt gevormd als tussenlaag tussen de epiblast en het definitieve endoderm.

18
New cards

Wat is de status van de resterende epiblast na de vorming van het endoderm en mesoderm?

Deze wordt vanaf dan het ectoderm genoemd.

19
New cards

Tot welke weefsels ontwikkelt het ectoderm zich?

Zenuwweefsel, epitheel van de huid en aan de huid verbonden structuren zoals nagels, haren en klieren.

20
New cards

Tot welke organen ontwikkelt het endoderm zich?

Het epitheel van de tractus digestivus, de lever, de longen en de blaas.

21
New cards

In welke structuren differentieert het mesoderm zich?

  1. Chorda dorsalis.

  2. Somieten (paraxiaal mesoderm).

  3. Intermediair mesoderm.

  4. Laterale plaat mesoderm, bestaande uit:

    • Pariëtaal blad (Somatisch).

    • Visceraal blad (Splanchnisch). Differentiatie mesoderm.

22
New cards

Uit welke twee bladen bestaat de laterale plaat van het mesoderm?

Het pariëtaal blad en het visceraal blad.

23
New cards

Wat is de embryonale oorsprong van het urogenitaal stelsel?

Het intermediair mesoderm.

24
New cards

Wat is de functionele verdeling van de urogenitale richel?

De laterale zijde vormt het urinestelsel en de mediale zijde vormt het genitaalstelsel.

25
New cards

Wat is het verloop van de pronephros nefrotomen rond dag 24?

Ze ontstaan cervicaal, worden niet functioneel en degenereren.

26
New cards

Welke status hebben de mesonephros nefrotomen tussen week zes en tien?

  • Ontstaan thoracaal.

  • Bevatten functionele excretie units (nierbuisjes en kapsel van Bowman).

  • De ductus mesonephricus (afvoerbuis) voert urine af naar de cloaca (embryonale blaas). Degenereren in de 10e week.

27
New cards

Wanneer degenereren de mesonephros nefrotomen?

In de tiende week.

28
New cards

Wat is de definitieve nier bij de mens?

De metanephros.

29
New cards

Op welke locatie en vanaf wanneer ontstaat de metanephros?

Sacraal, vanaf week vijf.

30
New cards

Wat is de oorsprong van de ureterknop?

Het distale deel van de ductus mesonephricus.

31
New cards

In welke richting groeit de ureterknop vanuit de ductus mesonephricus?

De ureterknop groeit caudaal richting het sacrale intermediaire mesoderm (metanefrogeen blasteem)

32
New cards

Welke interactie reguleert de vorming van de nierblaasjes en de vertakkingen van de ureterknoptip?

De interactie tussen de ureterknop en het cap mesenchym van de metanephros.

33
New cards

Wat zijn de twee onderdelen van de definitieve nier?

  1. Excretie (ontwikkelt uit metanephrogeen blasteem):

    • Kapsel van Bowman.

    • Proximale tubulus.

    • Lis van Henle.

    • Distale tubulus.

  2. Verzamelen (ontwikkelt uit ureterknop via meervoudige vertakking):

    • Ureter.

    • Pelvis renalis (nierbekken).

    • Calyx major en calyx minor (nierkelk).

    • Verzamelbuisjes.

34
New cards

Welke onderdelen van de nier ontwikkelen zich uit de ureterknop?

De ureter, het pelvis renalis, de calyces en de verzamelbuisjes.

35
New cards

Wat is de status van de uitgang van de darm en het urinestelsel in de vroege embryonale fase?

Er is een gemeenschappelijke uitgang genaamd de cloaca.

36
New cards

Hoe wordt de cloaca verdeeld en in welke 2 delen?

  • Het septum urorectale verdeelt de cloaca in de canalis anorectalis en de sinus urogenitalis (deel van de einddarm).

37
New cards

Wat is de verbinding van de blaas met de navelstreng?

De allantois.

38
New cards

Welke structuren worden opgenomen in de achterwand van de blaas?

De ductus mesonephricus en de ureter.

39
New cards

Hoe ontstaat het trigonum vesicae in de blaas?

De ductus mesonephricus eindigt bij de blaashals en vormt daar dit driehoekige gedeelte.

40
New cards

Wat is het normale lot van de allantois?

Allantois degenereert tot het ligament umbilicale medianum/urachus (fibreuze streng).

41
New cards

Hoe reageert het lichaam wanneer de urachus niet goed sluit?

Er ontstaat een persisterende urachus waarbij de blaas in open verbinding staat met de navel waardoor urine lekt uit de navel.

42
New cards

Wat is de status van een urachuscyste bij pasgeborenen?

Het is een vochtgevulde holte die achterblijft nadat de urachus is afgesloten.

43
New cards
Wat is het gevolg van een onjuiste vorming van het septum urorectale?
Verkeerde vorming kan leiden tot verbindingen tussen het rectum en de urethra of vagina.
44
New cards

Welke 4 verkeerde vormen van afwijkingen van het septum urorectale zijn er?

  1. Blaas en rectum hebben dezelfde uitgang (mannelijke richting).

  2. Dubbele uitgangen van de urethra (mannelijke richting).

  3. Blaas/uterus en rectum hebben dezelfde uitgang (vrouwelijke richting).

  4. Uterus en rectum hebben dezelfde uitgang (vrouwelijke richting).

45
New cards

46
New cards

47
New cards

48
New cards
Op welk embryonaal niveau vindt de initiële aanleg van de metanephros plaats?
De metanephros worden sacraal aangelegd.
49
New cards
Binnen welk tijdsbestek vindt de verplaatsing van de nieren naar hun definitieve positie plaats?
Dit gebeurt in de 6e tot 9e week.
50
New cards
Tot welk anatomisch niveau stijgen de nieren uiteindelijk op?
De nieren stijgen op tot lumbaal niveau, net onder de bijnieren.
51
New cards
Hoe wordt de arteriële voorziening van de nieren geregeld tijdens hun verplaatsing?
Vanuit de aorta worden continu nieuwe nierarteriën aangelegd.
52
New cards
Wat gebeurt er met de nierarteriën die op een lager niveau zijn gevormd?
Lager gelegen nierarteriën gaan in regressie.
53
New cards
Wat is de oorzaak van het voorkomen van meer dan twee nierarteriën bij volwassenen?
Dit komt door accessoire nierarteriën, zijnde tijdelijke arterieën die zijn blijven bestaan.
54
New cards
Hoe wordt de conditie genoemd waarbij een nier zich op een afwijkende hoogte bevindt?
Dit wordt een ectopische nier genoemd.
55
New cards
Wat is de positie van een nier die onvoldoende is opgestegen?
Deze bevindt zich als bekkennier in het bekken.
56
New cards
Wat is de locatie van een nier die te hoog is gestegen tijdens de ontwikkeling?
Deze bevindt zich als thoracale nier in de borstholte.
57
New cards
Welk mechanisme ligt ten grondslag aan het ontstaan van een hoefijzernier?
De onderpolen van beide nieren fuseren en blijven haken achter de a. mesenterica inferior.
58
New cards

Uit welke structuur zijn de gonaden deels afkomstig?

Ze zijn afkomstig uit de oerkiemcellen (primordiale geslachtscellen) uit de wand van de dooierzak

59
New cards

Wat draagt bij aan de vorming van de testes en ovaria?

Het lichaamsepitheel (coeloomepitheel).

60
New cards

Wat vormt de derde bron voor de gonaden?

Het onderliggend mesenchym.

61
New cards

Langs welke route verplaatsen de oerkiemcellen zich in de vijfde week?

  • Oerkiemcellen migreren vanuit de dooierzak via het mesenterium dorsale naar de achterwand van het embryo (rond niveau Th10, de genitale richel).

62
New cards
Op welk specifiek niveau bevindt de genitale richel zich?
Rond het niveau van Th10.
63
New cards
Welk effect hebben de oerkiemcellen op het omliggende coeloomepitheel?
Ze stimuleren het coeloomepitheel tot proliferatie en verdichting, wat leidt tot geslachtsplooien.
64
New cards
Wat is de rol van het coeloomepitheel ten opzichte van de oerkiemcellen?
Het coeloomepitheel vormt steuncellen rondom de oerkiemcellen.
65
New cards
Uit welk weefsel en op welke positie ontstaat de ductus paramesonephricus?
Deze ontstaat beiderzijds uit coeloomepitheel, lateraal van de mesonephros.
66
New cards
Wat is de relatie tussen de buizen van Müller en de lichaamsholte?
Deze staan in open verbinding met het coeloom.
67
New cards
Welk specifiek genetisch element op het Y-chromosoom is bepalend voor de mannelijke ontwikkeling?
Het SRY-gen.
68
New cards

Wat is de directe invloed van het SRY-eiwit?

Het stimuleert de differentiatie van steuncellen tot Sertolicellen.

69
New cards
Welke interne structuren vormen zich in de ontwikkelende testis rondom de kiemcellen?
Er ontstaan testisstrengen met de kiemcellen in het centrum.
70
New cards
Welke stoffen worden uitgescheiden door de Sertolicellen?
Zij produceren AMH (anti Müller hormoon) en Dhh.
71
New cards
Wat is het specifieke effect van AMH op de embryonale afvoerbuizen?
Het zorgt voor degeneratie van de buis van Müller (ductus paramesonephricus).
72
New cards
Welke invloed heeft de signaalstof Dhh op het omliggende mesenchym?
Het laat mesenchymcellen differentiëren tot Leydigcellen.
73
New cards
Welk hormoon wordt geproduceerd door de Leydigcellen?
Zij produceren testosteron.
74
New cards

Tot welke vier structuren differentieert de ductus mesonephricus onder invloed van testosteron?

  1. Vas deferens (zaadleider)

  2. Epididymis (bijbal).

  3. Ductuli efferentes (buisjes)

  4. Vesicula seminalis (zaadblaasje).

75
New cards

Welke structuren ontstaan in de puberteit onder invloed van testosteron?

De tubuli seminiferi (zorgen voor spermatogenese en vruchtbaarheid)

76
New cards
In welke actieve vorm wordt testosteron omgezet voor de ontwikkeling van de externe kenmerken?
Het wordt omgezet in 5-dihydrotestosteron.
77
New cards

Welke drie onderdelen van het mannelijk stelsel worden geïnduceerd door 5-dihydrotestosteron?

  • Dit induceert masculinisatie van het uitwendige geslachtsorgaan, de prostaat en de bulbo-urethrale klieren (produceren voorvocht).

78
New cards
Op welke positie worden de testes oorspronkelijk aangelegd?
De testes worden retroperitoneaal aangelegd ter hoogte van Th10.
79
New cards

Wat is de oorzaak van de initiële verplaatsing van de testes naar het bekken?
En hoe heet de afdaling van de testes?

Dit wordt veroorzaakt door de groei van het lichaam.
Descensus testiculorum

80
New cards

Welke structuur is verantwoordelijk voor het trekken van de testis naar het scrotum?

Het gubernaculum (ligament tussen testis en scrotum) verkort en trekt testis naar beneden

81
New cards
In welke week van de ontwikkeling passeren de testes het lieskanaal?
Rond week 28.
82
New cards
Wat is de consequentie voor de gonaden als het SRY-gen niet tot expressie komt?
Door afwezigheid van het SRY-eiwit ontwikkelen de steuncellen zich tot follikelcellen.
83
New cards
Waarom blijven de buizen van Müller bij de vrouwelijke ontwikkeling behouden?
Omdat er geen Sertolicellen zijn die AMH en Dhh produceren.
84
New cards
Wat is het gevolg van het ontbreken van Leydig-cellen voor de hormoonhuishouding?
Er is geen productie van testosteron.
85
New cards
Welke structuren ontstaan uit de fusie van de onderste delen van de buizen van Müller?
De uterus en het bovenste gedeelte van de vagina.
86
New cards
Wat is de uiteindelijke bestemming van de niet-gefuseerde bovenste segmenten van de buizen van Müller?
Deze vormen de tuba uterina.
87
New cards
Wat gebeurt er met de ductus mesonephricus bij de vrouw?
De ductus mesonephricus gaat in regressie.
88
New cards

Wat vormt de basis van het onderste deel van de vagina

Zwellingen in de sinus urogenitalis en de bulbi sinovaginales (vaginale plaat),

89
New cards
Via welk proces wordt de verbinding tussen de verschillende delen van de vagina tot stand gebracht?
Via het proces van kanalisatie.
90
New cards
Wat gebeurt er met de scheiding tussen de ductus paramesonephricus en de ductus mesonephricus tijdens de ontwikkeling?
Het septum tussen deze twee buizen verdwijnt.
91
New cards
Wat stelt de alternatieve theorie over de volledige oorsprong van de vagina?
Dat de gehele vagina zich ontwikkelt uit het distale deel van de gefuseerde ductus paramesonephricus.
92
New cards
Welke structuur blijft over als restant van de bulbus sinovaginalis?
Het hymen.
93
New cards
Via welke twee ligamenten bereiken de ovaria hun definitieve positie?
Via het ligamentum teres uteri en het ligamentum ovarii proprium.
94
New cards
Wat zijn de drie hoofdoorzaken voor het ontstaan van uterus-anomalieën?
Fouten in aanleg, fusie of resorptie.
95
New cards
Wat is het resultaat wanneer de fusie van de embryonale buizen volledig uitblijft?
Dit resulteert in twee uterussen met twee vagina's.
96
New cards
Wat is het anatomische kenmerk van een uterus bicornis?
De uterussen zijn gefuseerd, maar het septum is niet volledig geresorbeerd.
97
New cards
Hoe ziet de baarmoeder eruit bij een uterus unicornis?
De baarmoeder is aangelegd met slechts één hoorn.
98
New cards
Wat is het primaire embryonale defect bij het MRKH-syndroom?
De ductus paramesonephricus wordt volledig niet aangelegd.
99
New cards
Welke interne vrouwelijke structuren ontbreken bij patiënten met het MRKH-syndroom?
De uterus en het bovenste gedeelte van de vagina.
100
New cards
Waarom functioneren de ovaria normaal bij het MRKH-syndroom?
Omdat de ovaria apart ontstaan uit het intermediaire mesoderm.