1/24
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen van HRM, waaronder competentiemanagement, VTO-principes, performance management, loopbaanbeleid en verloningssystemen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Beroepscompetenties
Het geheel van kennis, vaardigheden en attitudes die iemand in staat stellen om zijn taken succesvol uit te voeren.
Talent (versus competentie)
Een aangeboren of op jonge leeftijd ontwikkelde eigenschap die affectief is (geeft passie/energie) en duurzaam aanwezig blijft, ook zonder herhaling.
Competentiemanagement (Definitie)
Het beheersen van het proces gericht op het voorzien van de organisatie van noodzakelijke bekwaamheden voor het verwezenlijken van strategische doelstellingen.
Horizontale integratie
De afstemming tussen alle aspecten van het personeelsbeleid (werving, loopbaan, beloning, opleiding) met competentiemanagement als leidraad.
Verticale integratie
De afstemming van strategisch, tactisch en operationeel beleid waarbij competenties de brug vormen tussen organisatiebeleid en de individuele werknemer.
Vaktechnische competenties
Technische of kennisgerelateerde bekwaamheden die beroepsafhankelijk zijn en aangeleerd kunnen worden, zoals kunnen werken met Excel.
Gedragscompetenties
Een combinatie van waarden, gedragingen en persoonlijke motivatie die algemener van aard zijn en moeilijker aan te leren, zoals leidinggeven of nauwkeurigheid.
Kerncompetenties
Competenties bepaald door de strategische doelen, missie en visie, die een organisatie uniek maken en moeilijk te imiteren zijn door concurrenten.
Gedragsindicatoren
Concreet waarneembaar, positief geformuleerd gedrag zonder waardeoordeel dat een indicatie geeft van een bepaalde competentie.
Leren (VTO-definitie)
Een min of meer permanente wijziging in gedrag of gedragspotentieel als gevolg van een directe of indirecte ervaring.
Onbewust onbekwaam
De eerste fase van de leercurve waarbij iemand niet weet dat hij iets niet goed doet of niet kan.
Andragogiek
De theorie over hoe volwassenen leren, gekenmerkt door een behoefte aan zelfsturing, relevantie voor de praktijk en intrinsieke motivatie.
50-30-20/10 principe
Een leerverdeling bestaande uit 50% informeel werkplekleren, 30% formeel werkplekleren (begeleiding) en 20% (10%) formeel leren buiten de werkplek.
Kirkpatrick & Philips model
Een evaluatiemethode voor VTO bestaande uit de niveaus: ROI, Resultaat, Gedrag, Leer en Reactie.
Performance Management (Nieuwe stijl)
Een continu proces van dialoog waarin werkgeluk, ontwikkeling en prestaties hand in hand gaan, met de medewerker in de regie.
Halo-effect
Een beoordelingsfout waarbij een algemene positieve indruk van een persoon doorspeelt in de waardering van alle afzonderlijke prestatieaspecten.
Horn-effect
Een beoordelingsfout waarbij een algemene negatieve indruk doorspeelt in alle te beoordelen aspecten.
VUCA-wereld
Een context waarin organisaties opereren die gekenmerkt wordt door volatiliteit (Volatile), onzekerheid (Uncertain), complexiteit (Complex) en ambiguïteit (Ambiguous).
Personal Development Plan (POP)
Een plan dat voorziet in loopbaandoelen, identificatie van te ontwikkelen competenties en de bijbehorende leerinterventies.
Bore-out
Een toestand waarbij een medewerker onvoldoende uitdaging vindt in zijn job om gemotiveerd te blijven.
Beloningsbeleid (Hygiënefactor)
Het principe dat verloning marktconform moet zijn om medewerkers te behouden; het is essentieel maar levert zelden een onderscheidend vermogen op.
Total Rewards System
Een model dat beloning indeelt op twee assen (Individueel-Team en Financieel-Relationeel) met kwadranten zoals Cash, Benefits, Ontwikkeling en Werkomgeving.
Bedrijfsvoorheffing (BV)
Een voorschot op de personenbelasting dat van het belastbare loon wordt ingehouden op de loonbrief.
Survivor-syndroom
De dalende motivatie en productiviteit van achterblijvers na een ontslagronde, vaak door een geschonden psychologisch contract.
Strategische personeelsplanning
Het continu beheren van in-, door- en uitstroom om de juiste personen met de juiste competenties op het juiste moment op de juiste plaats te hebben.