1/47
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Welke 2 grote zenuwstelsels bezit de mens?
Centraal zenuwstelsel (CZS/CNS)
hersenen & ruggenmerg
Perifeer zenuwstelsel (PZS)
autonoom zenuwstelsel (ANS)
somatosensorisch zenuwstelsel
In welke 2 systemen wordt het autonoom zenuwstelsel onderverdeeld? Wat houdt elk in?
1) Parasympatisch ZS
rest & digest
2) Sympatisch ZS
flight, fight, freeze

Welk lichaamsdeel draagt bij aan parasympatische regulatie?
Nervus vagus
Op welke delen van het zenuwstelsel doelt regulatie & touch?
Regulatie: alles
Touch is toepassing van regulatie
sensoriële input belangrijk voor somatosensorisch ZS!

Wat houdt psychofysiologie in? Welke link wordt gelegd? Welke directionaliteit? Gaat het om een holistisch of specifiek perspectief?
Studie van relatie tussen geest (psychologische processen) & lichaam (fysiologische functies)
link tussen psychologisch functioneren & ANS
ANS: aanpassingsmechanisme aan veranderende omgeving
bidirectioneel! top-down & bottom-up
verband tussen CNS & ANS belangrijker dan gedacht
Integratieve fysiologie ipv hyperspecialisatie
geen afzonderlijke beschrijving van hart & ademhaling, SNS & PZS, cortico & subcortico…
regulatie via holistisch perspectief: neuronale, fysiologische, cognitieve, emotionele & sociale processen combineren
Wat is de best bestudeerde functie van het autonoom ZS (ANS)? Wat houdt dit in?
Stress respons
beschrijving van stress respons leert ons veel over functioneren van ANS
Wat is het homeostase principe? Wat is de kritiek hierop?
Homeostase: stabiliteit door gelijkheid — terugkeren naar vast evenwicht, stabiele interne milieu na stress
vb. zweten om af te koelen
→ Allostase: stabiliteit door verandering — flexibel aanpassen aan veranderende omstandigheden
je moet niet altijd teruggaan naar stabiele milieu om te kunnen functioneren
vb. hogere hartslag tijdens lopen dan wandelen
Wat is een stressor in kader van homeostase & allostase? Wat voor regulatie wordt dn verondersteld? Wat laadt stress hierdoor toe?
Stressor: elke factor die allostatische balans verstoort
→ Veronderstelt dynamische regulatie: constant adaptation
van ZS (fysiologisch) én gedrag (psychologisch)
→ Stress laat ons toe ons aan te passen aan veranderende omstandigheden
flexibel zijn — rigide reacties kunnen leiden tot pathologie
Welke 2 biologische mechanismen liggen aan de basis van de stressrespons? Welke hersenstructuren spelen een rol bij deze mechanismen & hoe?
1) CNS mechanisme
subcortico: limbische & subcorticale structuren
HPA-as → cortisol → fight/flight
geregeld door breed hersennetwerk (CNS)
amygdala reageert als eerst → hypothalamus → adenohypofyse → bijnierschors
snel in actie
negatieve feedbackloop: glucocorticoïden (GC) receptoren — remmen zichzelf
hoe meer, hoe beter & sterker loop!
2) ANS mechanisme
cortico: corticale structuren
PFC: top-down regulatie — cognitieve controle, emotieregulatie, impulsbeheersing, regulatie amygdala
input van GC → remming op hypothalamus
hippocampus remt ook: context, vergelijking met eerdere ervaringen

Wat gebeurt er bij chronische stress? Wat is allostatic load?
Glucocorticoïde receptoren in PFC & hippocampus verliezen controle (ANS) → subcorticale delen nemen over (CNS) → verzwakte negatieve feedback loop
allostatic load: slijtage van lichaam om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden — kan in pathologie resulteren

Wat is de cortico-centrische visie op de verhouding tussen het cortico & subcortico? Wat is de kritiek hierop?
Corticale als dirigent & subcorticale als slaaf
we doen alles beredeneerd & uit vrije wil
is niet zo! subcorticale kunnen ook dirigent zijn
→ Geen hiërarchie, maar dynamisch systeem
→ Bottom-up én top-down
→ Feedback!
Zowel cortico-subcortico & ANS-CNS
wisselen info uit met elkaar, geïntegreerd feedbacksysteem
Wat stelt het neurovisceral integration model over de ANS-CNS connectie? Welke betekenis geeft dit model aan cortico & subcortico?
CNS is deel van ANS
perifeer kan niet geïsoleerd onderzocht worden
psychologische ervaringen gevormd door interpretatie hersenen van lichamelijke signalen
→ Cortico: traag (bewust)
→ Subcortico: snel

Wat stelt het ontwikkelingsperspectief (developmental perspective) over de cortico & subcortico? Tip: denk aan het sociale brein.
Subcorticale structuren meer aan werk dan gedacht
ondersteunen corticale functies
precursor voor vastleggen van corticale regio’s in volwassen sociale brein — vanaf geboorte onbewuste aantrekking tot gezichten → meegesleurd in sociale interacties waarin subcortico-corticale verbindingen tot stand komen & sociale brein zich ontwikkelt
→ Geen hiërarchie, maar dynamisch systeem
Wat is subcortical & cortical face processing volgens het developmental perspective?
Subcortical face processing: emotionele expressie (amygdala)
Cortical face processing: identificatie (FFA), intenties interpreteren (PFC)
“De ontogenese volgt de fylogenese.” Licht deze uitspraak toe binnen de developmental perspective.
Ontwikkeling van het individu (ontogenese) volgt de evolutionaire ontwikkeling van de soort (fylogenese
als je wil zien hoe individu ontwikkelt, kijken naar hoe het evolutionair ontwikkelt

Wat houdt de social brain hypothesis in (3)? Tip: hoe evolueert het?
1) Evolutionaire kracht als mens
sociale groepen voor overleving → groepen groter, sociaal brein groter
2) Hechting
biologisch automatisch aangetrokken tot prikkels eigen aan socialiteit
vb. melodische stem van ouders
vroeg in leven: bottom-up subcorticale invloeden primeren
later: subcortico-cortico connectie
→ vroege interacties als basis van gehechtheid door verbindingen te creëren tussen subcorticaal & corticaal brein
3) Belang van zintuigen
zintuiglijke input stimuleert subcortico-cortico connectie
aangeboren zintuiglijke gevoeligheid voor interacties
Is ons sociale brein altijd actief? Wat impliceert dit?
By default actief in rust → predispositie tot interpretatie van wereld als sociaal
Tussen welke 5 corticale & 3 subcorticale hersendelen ontstaat een connectie ter vorming van het sociale brein? Wat houdt gezonde & disfunctionele neuroviscerale integratie in?
Cortico
FFA
pSTS
ACC
Insula
mPFC
Subcortico
amygdala
hypothalamus
striatum
→ Gezonde neuroviscerale integratie: flexibele sociale interacties, goede emotieregulatie
→ Disfunctioneel: verminderde PFC regulatie, minder sociale connecties
Wat houdt psychofysiologische regulatie in? Wat veronderstelt dit mechanisme (welk kenmerk moet je bezitten)?
Vermogen van lichaam om flexibel te reageren op veranderende omstandigheden
adaptabiliteit grote kracht van mens
Autonome flexibiliteit → veerkracht (resilience)
regulatie is goed kunnen switchen
Wat houdt autonome flexibiliteit/resilience in bij psychofysiologische regulatie (3)?
1) Flexibel parasympatisch & sympatische activatie reguleren afhv wat omgeving van ons vraagt
2) Biomarker van gezond psychologisch functioneren
3) Probleem bij veel ziektebeeld
Wat is een risicofactor voor slechtere psychofysiologische regulatie?
Onveilige hechting
Met welke 2 parameters wordt psychofysiologische regulatie gemeten? Wat is de link tussen deze 2 op mechanisch, functioneel & anatomisch vlak?
Cardiorespiratoir systeem
HR: heart rate
BR: breathing
Mechanisch
inademing → grotere bloedtoestroom naar hart → hogere HR
uitademing → kleinere bloedtoestroom naar hart → lagere HR
Functioneel
kleine bloedsomloop (longen-hart): bloed filteren & zuurstof binnenbrengen
grote bloedsomloop (hart-lichaam): transport
Anatomisch
beide gereguleerd door nervus vagus
Aangezien het cardiorespiratoir systeem gereguleerd wordt door de nervus vagus, wat is nog een belangrijke parameter om psychofysiologische regulatie te meten?
Parasympatische tonus
Wat is HRV? Hoe hebben parasympatische & sympatische activiteit hier een invloed op? Wat is het RR interval
HRV: hartritmevariabiliteit
regelmatige onregelmatigheid in hartslag
PNS werkt sneller op hart (sinoatriale knoop) dan SNS
gas induwen duurt langer (SNS), gas loslaten snel (PNS) — nervus vagus sneller dan SNS op hart
“vagal brake”, “active inhibitory control”
Snelle PNS activatie te zien op cardiorespiratoir niveau
→ nervus vagus heeft snelle, beat-to-beat inhibitoire controle over sinoatriale knoop — zichtbaar in RR-interval
Wat is RSA? Link dit met PNS & het cardiorespiratoir systeem.
RSA: respiratory sinus arrhythmia
betere indicatie van PNS
snelle inhibitoire controle van nervus vagus op sinoatriale knoop fluctueert met respiratoire cyclus
Wat is de parasympatische (vagale) tonus? Hoe correleert dit met psychofysiologische regulatie? Link deze term ook met RSA & HRV.
Reflectie van capaciteit tot psychofysiologische regulatie
fysiologische index
aanwezigheid van effectieve vagale controle die vlot sympatische outflow kan moduleren wanneer passend
vb. upset & daarna nog emotioneel is geen goede outflow
hogere vagale tonus → groter potentieel voor psychofysiologische regulatie (betere rem & controle over sympatische activiteit)
→ RSA: directe maat voor vagale controle over hart
variatie in hartslag tijdens ademhaling volledig gestuurd door nervus vagus
→ HRS: algemene autonome flexibiliteit — balans tussen PNS & SNS activatie
Wat is het verschil tussen RSA & HRV?
Heart Rate Variability (HRV)
variatie in tijdsintervallen tussen opeenvolgende hartslagen
wisselwerking PNS & SNS
brede meting
Respiratory Sinus Arrhythmia (RSA)
ritmische modulatie van vagale activiteit dat synchroon voorkomt met ademhalingscyclus
specifieke component van HRV
directe meting van vagale/parasympatische tonus
hogere RSA: sterke coöperatie tussen ademhaling & hartslag → sterke psychofysiologische regulatie
Wat is de kritiek op het negeren van ademhalingsmetingen in onderzoek?
Ademhaling algemeen niet gemeten: methodologische fout
historisch heel liberale interpretatie van HRV & RSA
oplossing: controleren voor ademhaling zonder het te meten (offline)
Ademhaling is enige onderdeel van ANS waar je bewust invloed op kan uitoefenen!
Psychofysiologische regulatie is een vaardigheid die je moet ontwikkelen. Hoe zien de vaardigheden & onderdelen van het ANS eruit bij een boreling? Welke rol spelen ouders?
Stress of being born → verhoogde sympatische activiteit
PFC nog niet ontwikkeld — geen zelfregulerende vaardigheden
nog geen subcortico-cortico connectie, subcortico domineert — intuïtieve close-keeping gedrag
“parental nest”
“parasympatische coat”: ouders reguleren stress van kind → verhoogde parasympatische regulatie
Wat houdt de infant attachment cycle in (4)? Leg uit hoe dit een leerproces is.
Deel van vroege hechtingsontwikkeling — leerproces
herhaalde interacties (gedragsmatig & fysiologisch) & meerdere momenten van matching & synchroniciteit tussen ouder & kind → kind leert zelfregulatie
vroeg in leven: basale noden → later: complexere noden (vb. sociaal-emotioneel)
match, vb. ik lach, jij lacht

Wat gebeurt er met de ANS & CNS tijdens de ontwikkeling?
ANS: stijging in RSA tijdens 1e levensjaar
CNS: ontwikkeling connectiviteit amygdala-PFC
ontogenese volgt fylogenese — ontwikkeling hersenen asynchroon: subcortico → cortico
PFC rijpt pas later → ouders vervullen functie van regulatie
verlengde periode van plasticiteit adaptief → geleidelijk emotionele & sociale vaardigheden ontwikkelen
→ Ontwikkeling goede balans tussen amygdala-reactiviteit & PFC-controle
Wat houdt de stress acceleration hypothesis in in verband met de amygdala-PFC balans ontwikkeling? Waaraan is hypervigilantie te wijten?
Trauma, stressvolle gebeurtenissen in jeugd vervroegt volwassen brein
te snel volwassen brein als overlevingsstrategie — zelfregulatie omdat ouders er niet zijn om die rol op te nemen
amygdala-PFC connectie niet flexibel genoeg
kortere periode van plasticiteit! → impact op emotieregulatie in volwassenheid — meer piekeren, rigide denkpatronen, minder veerkracht & flexibiliteit, kleine window of tolerance
hypervigilantie: overactieve PFC → heel snel in staat dreigingen te detecteren & kan ook amygdala activeren = maladaptief
Hoe fungeert sociale steun in psychofysiologische regulatie? Welke rol speelt RSA hierin?
Sociale steun = co-regulatie (zoals in ontwikkeling)
sociale steun neemt deel van regulerende rol over & stimuleert zelfregulatie
→ stress verlagend
via verschillende strategieën, vb. touch
RSA: marker van sociale verbinding — geeft balans tussen zelfregulatie & sociale afstemming weer
hogere RSA: betere sociale betrokkenheid → kunnen focussen op andermans emoties zonder overweldigd te raken
lagere RSA: sociale terugtrekking, angst, minder emotionele controle
Welke bijdrage hebben “forbidden experiments” geleverd aan het inzicht dat touch belangrijk is in de vroege ontwikkeling?
Touch is basisbehoefte
eerste zintuig (al in baarmoeder)
eerste vorm van communicatie met buitenwereld
geen of beperkt fysiek contact in vroege ontwikkeling → dood, latere problemen
Wat is de functie van onze huid? Welke 5 dingen voelt onze huid?
Functie: wereld verkennen — grootste sensorische & sociale orgaan
waarschuwingsfunctie
we voelen snel slechte stimuli, vermijdingsgedrag, vb. hete oppervlakte
touch voor pleasure is trager, toenaderingsgedrag
Wat voelt onze huid?
duidelijke overlevingswaarde (met vermijdingsgedrag)
temperatuur
pijn
druk
jeuk
toenaderingsgedrag
aangenaamheid (pleasure)
Wat zijn de 2 neurobiologische systemen voor aanraking?
1) Primair systeem: AB-afferenten
discrimineren waar je wordt aangeraakt op je huid
werkt sneller (myeline)
2) Secundair systeem: C-afferenten
emotie
info naar insula sturen
trager (geen myeline)
Welke rol spelen CT-afferenten bij touch? Gaat het om bottom-up of top-down verwerking?
Traag geleidende, ongemyelineerde, mechanosensitieve cutane zenuwvezels
haar, neutrale huidtemperatuur
enkel gevuurd bij zachte, trage aanraking met bepaalde velociteit! (zie foto — suboptimaal =/= niet optimaal)
→ Socio-emotionele appraisal: touch als aangenaam ervaren
Bottom-up én top-down mechanismen
bottom-up: touch voelen
top-down: context, bewuste interpretatie van aanraking, vb. ergens niet graag aangeraakt worden, enkel door bepaalde mensen…
aantrekkelijkheid van touch-giver beïnvloedt pleasantness beoordeling
→ CT afferent touch = affective touch

Welke rol speelt de hedonische homunculus bij affective touch?
Proximale lichaamsdelen bevatten meeste CT-afferenten
zelfde principe als somatosensorische homunculus, waarbij meest gevoelige lichaamsdelen groter oppervlakte innemen in cortex
Affective touch meer impact bij lichaamsdelen die je zelf niet snel kan bereiken
→ waarvoor je iemand anders nodig hebt
vb. schouderklopje op de rug
zelfde in insula voor CT-afferenten
Wat zijn de CNS effecten van touch? Wat is de social opioid theory?
CT afferenten hebben (output) verbindingen met sociaal brein & kernen die ANS reguleren
Insula, orbitofrontale cortex, ACC, TPJ, STS, striatum, amygdala
social opioid theory: endogene opioïden vrij tijdens sociale interacties — werken belonend, pijn verlichtend
meer oxytocine, serotonine & dopamine → sociale motivatie, binding & hechting via reward systemen!
μ-opioïde system → touch wekt hedonisch gevoel op; geeft gevoel van belonging & plezier
In 2 richtingen
hogere densiteit oxytocine receptoren → meer zoeken naar nabijheid
affiliative interacties → oxytocine stijgt
Wat zijn de ANS effecten van touch?
Verhoogt parasympatische regulatie in volwassenen & baby’s
Als je denkt aan de ANS & CNS en stresssystemen, welk effect heeft touch op deze verbinding via oxytocine?
Oxytocine als cortisol antagonist
verhoging oxytocine → daling cortisol — onderdrukt HPA-as
Oxytocine & HPA-as
bindt in hypothalamus → minder cortisol vrijstelling, remt HPA-as
inhibeert amygdala
bevordert negatieve feedback op HPA-as via hippocampale/limbische circuits

Hoe heeft oxytocine een invloed op stress (2)?
1) Stimuleert interacties die op zich stress verlagend zijn
2) Reguleert HPA-as direct & indirect

Hoe zien we dat we een biologische, evolutionaire predispositie hebben voor touch?
CT-afferenten evolutionair oudste die er zijn
vroegste organismen konden enkel voelen
baby’s reageren al op CT-afferente aanraking (baarmoeder & vlak na geboorte) → stimuleert hechting
meer fooi wanneer obers klanten aanraken
elkaar troosten → onbewust aanraking gebruiken die CT-optimaal is
Wat stelt de social touch hypothesis? Link dit met parasympatische regulatie.
CT-afferenten spelen rol in ontwikkeling/vorming van sociaal brein & bijgevolg de expressie van sociaal gedrag
→ Neuroviscerale integratie
caregiver: externe PFC, parasympatische coat (jas)
baby’s & volwassenen: CT-optimale aanraking verhoogt parasympatische regulatie van HPA-as
Wat is het belang van epigenetische mechanismen & intergenerationele overdracht in de eerste 1000 dagen? Impliceert dit een lange of korte termijn mechanisme van touch ontwikkeling? Tip: denk aan dieren- & mensonderzoek
(CNS) Eerste 1000 dagen: vroegkinderlijke ervaringen blijven hangen!
enorme neuroplasticiteit in deze periode
epigenetica: bepaalde omgevingsfactoren, gedragingen & levensstijlen kunnen bepaalde genen aan-/uitzetten & deze kunnen intergenerationeel overgedragen worden
dieronderzoek: licking & grooming (LG) als proxy voor touch
stress verlaagt maternal LG
hoge LG van jong → adaptieve HPA-responsiviteit op stress als volwassen: meer GC receptoren in hippocampus, meer oxytocine receptoren in hypothalamus
epigenetische modificaties overgedragen!
mensonderzoek: moederlijk affectief zorggedrag essentieel in eerste 1000 dagen
→ Gedragsmatig mechanisme van overerfbaarheid van stress reactiviteit & sociaal gedrag
→ Lange termijn mechanisme
Welke impact heeft touch op stress reactiviteit van het ANS? Impliceert dit een lange of korte termijn mechanisme van touch ontwikkeling? Tip: welke resultaten toonde baby-onderzoek naar de HRV & RSA reactiviteit (4)?
Baby-onderzoek: HRV & RSA reactiviteit
lagere HR na CT-optimale aanraking
hogere RSA KT maternal stroking vs static touch
hogere RSA door maternal én paternal stroking touch (geen verschil)
hogere RSA LT door gentle stroking touch
→ Lange termijn mechanisme
Wat is de nadelige impact van touch deprivatie op lange termijn? Bij wie zien we dit (3)?
Verstoorde ontwikkeling van CT-systeem door langdurige touch deprivatie in kindertijd
→ Lagere gevoeligheid voor CT-afferent touch bij volwassenen met
jeugdtrauma & lage childhood touch
anxious attachment
disorganized attachment
→ Lange termijn mechanisme
Wat is de nadelige impact van touch deprivatie op korte termijn?
Skin hunger
→ Hogere gevoeligheid voor CT-afferente touch & craving
omgekeerde van lange termijn gevolgen!
→ Reparatie
bij LT deprivatie kan het wellicht niet herstellen