Psychofysiologische regulatie & de huid als sociaal orgaan

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/47

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:45 PM on 5/22/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

48 Terms

1
New cards

Welke 2 grote zenuwstelsels bezit de mens?

Centraal zenuwstelsel (CZS/CNS)

  • hersenen & ruggenmerg

Perifeer zenuwstelsel (PZS)

  • autonoom zenuwstelsel (ANS)

  • somatosensorisch zenuwstelsel

2
New cards

In welke 2 systemen wordt het autonoom zenuwstelsel onderverdeeld? Wat houdt elk in?

1) Parasympatisch ZS

  • rest & digest

2) Sympatisch ZS

  • flight, fight, freeze

<p>1) <u>Parasympatisch ZS</u></p><ul><li><p>rest &amp; digest</p></li></ul><p>2) <u>Sympatisch ZS</u></p><ul><li><p>flight, fight, freeze</p></li></ul><p></p>
3
New cards

Welk lichaamsdeel draagt bij aan parasympatische regulatie?

Nervus vagus

4
New cards

Op welke delen van het zenuwstelsel doelt regulatie & touch?

Regulatie: alles

Touch is toepassing van regulatie

  • sensoriële input belangrijk voor somatosensorisch ZS!

<p>Regulatie: alles</p><p>Touch is toepassing van regulatie</p><ul><li><p>sensoriële input belangrijk voor somatosensorisch ZS!</p></li></ul><p></p>
5
New cards

Wat houdt psychofysiologie in? Welke link wordt gelegd? Welke directionaliteit? Gaat het om een holistisch of specifiek perspectief?

Studie van relatie tussen geest (psychologische processen) & lichaam (fysiologische functies)

  • link tussen psychologisch functioneren & ANS

    • ANS: aanpassingsmechanisme aan veranderende omgeving

  • bidirectioneel! top-down & bottom-up

  • verband tussen CNS & ANS belangrijker dan gedacht

Integratieve fysiologie ipv hyperspecialisatie

  • geen afzonderlijke beschrijving van hart & ademhaling, SNS & PZS, cortico & subcortico…

  • regulatie via holistisch perspectief: neuronale, fysiologische, cognitieve, emotionele & sociale processen combineren

6
New cards

Wat is de best bestudeerde functie van het autonoom ZS (ANS)? Wat houdt dit in?

Stress respons

  • beschrijving van stress respons leert ons veel over functioneren van ANS

7
New cards

Wat is het homeostase principe? Wat is de kritiek hierop?

Homeostase: stabiliteit door gelijkheid — terugkeren naar vast evenwicht, stabiele interne milieu na stress

  • vb. zweten om af te koelen

Allostase: stabiliteit door verandering — flexibel aanpassen aan veranderende omstandigheden

  • je moet niet altijd teruggaan naar stabiele milieu om te kunnen functioneren

  • vb. hogere hartslag tijdens lopen dan wandelen

8
New cards

Wat is een stressor in kader van homeostase & allostase? Wat voor regulatie wordt dn verondersteld? Wat laadt stress hierdoor toe?

Stressor: elke factor die allostatische balans verstoort

→ Veronderstelt dynamische regulatie: constant adaptation

  • van ZS (fysiologisch) én gedrag (psychologisch)

Stress laat ons toe ons aan te passen aan veranderende omstandigheden

  • flexibel zijn — rigide reacties kunnen leiden tot pathologie

9
New cards

Welke 2 biologische mechanismen liggen aan de basis van de stressrespons? Welke hersenstructuren spelen een rol bij deze mechanismen & hoe?

1) CNS mechanisme

  • subcortico: limbische & subcorticale structuren

  • HPA-as → cortisol → fight/flight

    • geregeld door breed hersennetwerk (CNS)

    • amygdala reageert als eerst → hypothalamus → adenohypofyse → bijnierschors

  • snel in actie

  • negatieve feedbackloop: glucocorticoïden (GC) receptoren — remmen zichzelf

    • hoe meer, hoe beter & sterker loop!

2) ANS mechanisme

  • cortico: corticale structuren

  • PFC: top-down regulatie — cognitieve controle, emotieregulatie, impulsbeheersing, regulatie amygdala

    • input van GC → remming op hypothalamus

  • hippocampus remt ook: context, vergelijking met eerdere ervaringen

<p>1) <strong>CNS mechanisme</strong></p><ul><li><p><strong>subcortico</strong>: limbische &amp; subcorticale structuren</p></li><li><p><strong>HPA-as</strong> → cortisol → fight/flight</p><ul><li><p>geregeld door breed hersennetwerk (CNS)</p></li><li><p>amygdala reageert als eerst → hypothalamus → adenohypofyse → bijnierschors</p></li></ul></li><li><p>snel in actie</p></li><li><p>negatieve feedbackloop: glucocorticoïden (GC) receptoren — remmen zichzelf</p><ul><li><p>hoe meer, hoe beter &amp; sterker loop!</p></li></ul></li></ul><p>2) <strong>ANS mechanisme</strong></p><ul><li><p><strong>cortico</strong>: corticale structuren</p></li><li><p>PFC: top-down regulatie — cognitieve controle, emotieregulatie, impulsbeheersing, regulatie amygdala</p><ul><li><p>input van GC → remming op hypothalamus</p></li></ul></li><li><p>hippocampus remt ook: context, vergelijking met eerdere ervaringen</p></li></ul><p></p>
10
New cards

Wat gebeurt er bij chronische stress? Wat is allostatic load?

Glucocorticoïde receptoren in PFC & hippocampus verliezen controle (ANS) → subcorticale delen nemen over (CNS) → verzwakte negatieve feedback loop

  • allostatic load: slijtage van lichaam om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden — kan in pathologie resulteren

<p>Glucocorticoïde receptoren in PFC &amp; hippocampus verliezen controle (ANS) → subcorticale delen nemen over (CNS) → verzwakte negatieve feedback loop</p><ul><li><p><strong>allostatic load</strong>: slijtage van lichaam om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden — kan in pathologie resulteren</p></li></ul><p></p>
11
New cards

Wat is de cortico-centrische visie op de verhouding tussen het cortico & subcortico? Wat is de kritiek hierop?

Corticale als dirigent & subcorticale als slaaf

  • we doen alles beredeneerd & uit vrije wil

  • is niet zo! subcorticale kunnen ook dirigent zijn

→ Geen hiërarchie, maar dynamisch systeem

→ Bottom-up én top-down

→ Feedback!

Zowel cortico-subcortico & ANS-CNS

  • wisselen info uit met elkaar, geïntegreerd feedbacksysteem

12
New cards

Wat stelt het neurovisceral integration model over de ANS-CNS connectie? Welke betekenis geeft dit model aan cortico & subcortico?

CNS is deel van ANS

  • perifeer kan niet geïsoleerd onderzocht worden

  • psychologische ervaringen gevormd door interpretatie hersenen van lichamelijke signalen

Cortico: traag (bewust)

Subcortico: snel

<p>CNS is deel van ANS</p><ul><li><p>perifeer kan niet geïsoleerd onderzocht worden</p></li><li><p>psychologische ervaringen gevormd door interpretatie hersenen van lichamelijke signalen</p></li></ul><p>→ <strong>Cortico</strong>: traag (bewust)</p><p>→ <strong>Subcortico</strong>: snel</p>
13
New cards

Wat stelt het ontwikkelingsperspectief (developmental perspective) over de cortico & subcortico? Tip: denk aan het sociale brein.

Subcorticale structuren meer aan werk dan gedacht

  • ondersteunen corticale functies

  • precursor voor vastleggen van corticale regio’s in volwassen sociale brein — vanaf geboorte onbewuste aantrekking tot gezichten → meegesleurd in sociale interacties waarin subcortico-corticale verbindingen tot stand komen & sociale brein zich ontwikkelt

Geen hiërarchie, maar dynamisch systeem

14
New cards

Wat is subcortical & cortical face processing volgens het developmental perspective?

Subcortical face processing: emotionele expressie (amygdala)

Cortical face processing: identificatie (FFA), intenties interpreteren (PFC)

15
New cards

“De ontogenese volgt de fylogenese.” Licht deze uitspraak toe binnen de developmental perspective.

Ontwikkeling van het individu (ontogenese) volgt de evolutionaire ontwikkeling van de soort (fylogenese

  • als je wil zien hoe individu ontwikkelt, kijken naar hoe het evolutionair ontwikkelt

<p>Ontwikkeling van het individu (ontogenese) volgt de evolutionaire ontwikkeling van de soort (fylogenese</p><ul><li><p>als je wil zien hoe individu ontwikkelt, kijken naar hoe het evolutionair ontwikkelt</p></li></ul><p></p>
16
New cards

Wat houdt de social brain hypothesis in (3)? Tip: hoe evolueert het?

1) Evolutionaire kracht als mens

  • sociale groepen voor overleving → groepen groter, sociaal brein groter

2) Hechting

  • biologisch automatisch aangetrokken tot prikkels eigen aan socialiteit

  • vb. melodische stem van ouders

  • vroeg in leven: bottom-up subcorticale invloeden primeren

  • later: subcortico-cortico connectie

  • vroege interacties als basis van gehechtheid door verbindingen te creëren tussen subcorticaal & corticaal brein

3) Belang van zintuigen

  • zintuiglijke input stimuleert subcortico-cortico connectie

  • aangeboren zintuiglijke gevoeligheid voor interacties

17
New cards

Is ons sociale brein altijd actief? Wat impliceert dit?

By default actief in rust → predispositie tot interpretatie van wereld als sociaal

18
New cards

Tussen welke 5 corticale & 3 subcorticale hersendelen ontstaat een connectie ter vorming van het sociale brein? Wat houdt gezonde & disfunctionele neuroviscerale integratie in?

Cortico

  • FFA

  • pSTS

  • ACC

  • Insula

  • mPFC

Subcortico

  • amygdala

  • hypothalamus

  • striatum

→ Gezonde neuroviscerale integratie: flexibele sociale interacties, goede emotieregulatie

→ Disfunctioneel: verminderde PFC regulatie, minder sociale connecties

19
New cards

Wat houdt psychofysiologische regulatie in? Wat veronderstelt dit mechanisme (welk kenmerk moet je bezitten)?

Vermogen van lichaam om flexibel te reageren op veranderende omstandigheden

  • adaptabiliteit grote kracht van mens

Autonome flexibiliteit → veerkracht (resilience)

  • regulatie is goed kunnen switchen

20
New cards

Wat houdt autonome flexibiliteit/resilience in bij psychofysiologische regulatie (3)?

1) Flexibel parasympatisch & sympatische activatie reguleren afhv wat omgeving van ons vraagt

2) Biomarker van gezond psychologisch functioneren

3) Probleem bij veel ziektebeeld

21
New cards

Wat is een risicofactor voor slechtere psychofysiologische regulatie?

Onveilige hechting

22
New cards

Met welke 2 parameters wordt psychofysiologische regulatie gemeten? Wat is de link tussen deze 2 op mechanisch, functioneel & anatomisch vlak?

Cardiorespiratoir systeem

  • HR: heart rate

  • BR: breathing

Mechanisch

  • inademing → grotere bloedtoestroom naar hart → hogere HR

  • uitademing → kleinere bloedtoestroom naar hart → lagere HR

Functioneel

  • kleine bloedsomloop (longen-hart): bloed filteren & zuurstof binnenbrengen

  • grote bloedsomloop (hart-lichaam): transport

Anatomisch

  • beide gereguleerd door nervus vagus

23
New cards

Aangezien het cardiorespiratoir systeem gereguleerd wordt door de nervus vagus, wat is nog een belangrijke parameter om psychofysiologische regulatie te meten?

Parasympatische tonus

24
New cards

Wat is HRV? Hoe hebben parasympatische & sympatische activiteit hier een invloed op? Wat is het RR interval

HRV: hartritmevariabiliteit

  • regelmatige onregelmatigheid in hartslag

PNS werkt sneller op hart (sinoatriale knoop) dan SNS

  • gas induwen duurt langer (SNS), gas loslaten snel (PNS) — nervus vagus sneller dan SNS op hart

  • “vagal brake”, “active inhibitory control”

Snelle PNS activatie te zien op cardiorespiratoir niveau

  • → nervus vagus heeft snelle, beat-to-beat inhibitoire controle over sinoatriale knoop — zichtbaar in RR-interval

25
New cards

Wat is RSA? Link dit met PNS & het cardiorespiratoir systeem.

RSA: respiratory sinus arrhythmia

  • betere indicatie van PNS

  • snelle inhibitoire controle van nervus vagus op sinoatriale knoop fluctueert met respiratoire cyclus

26
New cards

Wat is de parasympatische (vagale) tonus? Hoe correleert dit met psychofysiologische regulatie? Link deze term ook met RSA & HRV.

Reflectie van capaciteit tot psychofysiologische regulatie

  • fysiologische index

  • aanwezigheid van effectieve vagale controle die vlot sympatische outflow kan moduleren wanneer passend

  • vb. upset & daarna nog emotioneel is geen goede outflow

  • hogere vagale tonus → groter potentieel voor psychofysiologische regulatie (betere rem & controle over sympatische activiteit)

RSA: directe maat voor vagale controle over hart

  • variatie in hartslag tijdens ademhaling volledig gestuurd door nervus vagus

HRS: algemene autonome flexibiliteit — balans tussen PNS & SNS activatie

27
New cards

Wat is het verschil tussen RSA & HRV?

Heart Rate Variability (HRV)

  • variatie in tijdsintervallen tussen opeenvolgende hartslagen

  • wisselwerking PNS & SNS

  • brede meting

Respiratory Sinus Arrhythmia (RSA)

  • ritmische modulatie van vagale activiteit dat synchroon voorkomt met ademhalingscyclus

  • specifieke component van HRV

  • directe meting van vagale/parasympatische tonus

  • hogere RSA: sterke coöperatie tussen ademhaling & hartslag → sterke psychofysiologische regulatie

28
New cards

Wat is de kritiek op het negeren van ademhalingsmetingen in onderzoek?

Ademhaling algemeen niet gemeten: methodologische fout

  • historisch heel liberale interpretatie van HRV & RSA

  • oplossing: controleren voor ademhaling zonder het te meten (offline)

Ademhaling is enige onderdeel van ANS waar je bewust invloed op kan uitoefenen!

29
New cards

Psychofysiologische regulatie is een vaardigheid die je moet ontwikkelen. Hoe zien de vaardigheden & onderdelen van het ANS eruit bij een boreling? Welke rol spelen ouders?

Stress of being born → verhoogde sympatische activiteit

  • PFC nog niet ontwikkeld — geen zelfregulerende vaardigheden

  • nog geen subcortico-cortico connectie, subcortico domineert — intuïtieve close-keeping gedrag

  • “parental nest”

  • “parasympatische coat”: ouders reguleren stress van kind → verhoogde parasympatische regulatie

30
New cards

Wat houdt de infant attachment cycle in (4)? Leg uit hoe dit een leerproces is.

Deel van vroege hechtingsontwikkeling — leerproces

  • herhaalde interacties (gedragsmatig & fysiologisch) & meerdere momenten van matching & synchroniciteit tussen ouder & kind → kind leert zelfregulatie

  • vroeg in leven: basale noden → later: complexere noden (vb. sociaal-emotioneel)

  • match, vb. ik lach, jij lacht

<p><strong>Deel van vroege hechtingsontwikkeling — leerproces</strong></p><ul><li><p>herhaalde interacties (gedragsmatig &amp; fysiologisch) &amp; meerdere momenten van matching &amp; synchroniciteit tussen ouder &amp; kind → kind leert zelfregulatie</p></li><li><p>vroeg in leven: basale noden → later: complexere noden (<em>vb. sociaal-emotioneel</em>)</p></li><li><p><strong>match</strong>, <em>vb. ik lach, jij lacht</em></p></li></ul><p></p>
31
New cards

Wat gebeurt er met de ANS & CNS tijdens de ontwikkeling?

ANS: stijging in RSA tijdens 1e levensjaar

CNS: ontwikkeling connectiviteit amygdala-PFC

  • ontogenese volgt fylogenese — ontwikkeling hersenen asynchroon: subcortico → cortico

  • PFC rijpt pas later → ouders vervullen functie van regulatie

  • verlengde periode van plasticiteit adaptief → geleidelijk emotionele & sociale vaardigheden ontwikkelen

Ontwikkeling goede balans tussen amygdala-reactiviteit & PFC-controle

32
New cards

Wat houdt de stress acceleration hypothesis in in verband met de amygdala-PFC balans ontwikkeling? Waaraan is hypervigilantie te wijten?

Trauma, stressvolle gebeurtenissen in jeugd vervroegt volwassen brein

  • te snel volwassen brein als overlevingsstrategie — zelfregulatie omdat ouders er niet zijn om die rol op te nemen

  • amygdala-PFC connectie niet flexibel genoeg

  • kortere periode van plasticiteit! → impact op emotieregulatie in volwassenheid — meer piekeren, rigide denkpatronen, minder veerkracht & flexibiliteit, kleine window of tolerance

  • hypervigilantie: overactieve PFC → heel snel in staat dreigingen te detecteren & kan ook amygdala activeren = maladaptief

33
New cards

Hoe fungeert sociale steun in psychofysiologische regulatie? Welke rol speelt RSA hierin?

Sociale steun = co-regulatie (zoals in ontwikkeling)

  • sociale steun neemt deel van regulerende rol over & stimuleert zelfregulatie

  • → stress verlagend

  • via verschillende strategieën, vb. touch

RSA: marker van sociale verbinding — geeft balans tussen zelfregulatie & sociale afstemming weer

  • hogere RSA: betere sociale betrokkenheid → kunnen focussen op andermans emoties zonder overweldigd te raken

  • lagere RSA: sociale terugtrekking, angst, minder emotionele controle

34
New cards

Welke bijdrage hebben “forbidden experiments” geleverd aan het inzicht dat touch belangrijk is in de vroege ontwikkeling?

Touch is basisbehoefte

  • eerste zintuig (al in baarmoeder)

  • eerste vorm van communicatie met buitenwereld

  • geen of beperkt fysiek contact in vroege ontwikkeling → dood, latere problemen

35
New cards

Wat is de functie van onze huid? Welke 5 dingen voelt onze huid?

Functie: wereld verkennen — grootste sensorische & sociale orgaan

  • waarschuwingsfunctie

  • we voelen snel slechte stimuli, vermijdingsgedrag, vb. hete oppervlakte

  • touch voor pleasure is trager, toenaderingsgedrag

Wat voelt onze huid?

  • duidelijke overlevingswaarde (met vermijdingsgedrag)

    • temperatuur

    • pijn

    • druk

    • jeuk

  • toenaderingsgedrag

    • aangenaamheid (pleasure)

36
New cards

Wat zijn de 2 neurobiologische systemen voor aanraking?

1) Primair systeem: AB-afferenten

  • discrimineren waar je wordt aangeraakt op je huid

  • werkt sneller (myeline)

2) Secundair systeem: C-afferenten

  • emotie

  • info naar insula sturen

  • trager (geen myeline)

37
New cards

Welke rol spelen CT-afferenten bij touch? Gaat het om bottom-up of top-down verwerking?

Traag geleidende, ongemyelineerde, mechanosensitieve cutane zenuwvezels

  • haar, neutrale huidtemperatuur

  • enkel gevuurd bij zachte, trage aanraking met bepaalde velociteit! (zie foto — suboptimaal =/= niet optimaal)

Socio-emotionele appraisal: touch als aangenaam ervaren

Bottom-up én top-down mechanismen

  • bottom-up: touch voelen

  • top-down: context, bewuste interpretatie van aanraking, vb. ergens niet graag aangeraakt worden, enkel door bepaalde mensen…

  • aantrekkelijkheid van touch-giver beïnvloedt pleasantness beoordeling

CT afferent touch = affective touch

<p>Traag geleidende, ongemyelineerde, mechanosensitieve cutane zenuwvezels</p><ul><li><p>haar, neutrale huidtemperatuur</p></li><li><p>enkel gevuurd bij zachte, trage aanraking met bepaalde velociteit! (zie foto — suboptimaal =/= niet optimaal)</p></li></ul><p>→ <strong>Socio-emotionele appraisal: touch als aangenaam ervaren</strong></p><p><strong>Bottom-up én top-down mechanismen</strong></p><ul><li><p>bottom-up: touch voelen</p></li><li><p>top-down: context, bewuste interpretatie van aanraking, <em>vb. ergens niet graag aangeraakt worden, enkel door bepaalde mensen…</em></p></li><li><p>aantrekkelijkheid van touch-giver beïnvloedt pleasantness beoordeling</p></li></ul><p>→ <strong>CT afferent touch = affective touch</strong></p>
38
New cards

Welke rol speelt de hedonische homunculus bij affective touch?

Proximale lichaamsdelen bevatten meeste CT-afferenten

  • zelfde principe als somatosensorische homunculus, waarbij meest gevoelige lichaamsdelen groter oppervlakte innemen in cortex

Affective touch meer impact bij lichaamsdelen die je zelf niet snel kan bereiken

  • → waarvoor je iemand anders nodig hebt

  • vb. schouderklopje op de rug

  • zelfde in insula voor CT-afferenten

39
New cards

Wat zijn de CNS effecten van touch? Wat is de social opioid theory?

CT afferenten hebben (output) verbindingen met sociaal brein & kernen die ANS reguleren

Insula, orbitofrontale cortex, ACC, TPJ, STS, striatum, amygdala

  • social opioid theory: endogene opioïden vrij tijdens sociale interacties — werken belonend, pijn verlichtend

  • meer oxytocine, serotonine & dopamine → sociale motivatie, binding & hechting via reward systemen!

  • μ-opioïde system → touch wekt hedonisch gevoel op; geeft gevoel van belonging & plezier

In 2 richtingen

  • hogere densiteit oxytocine receptoren → meer zoeken naar nabijheid

  • affiliative interacties → oxytocine stijgt

40
New cards

Wat zijn de ANS effecten van touch?

Verhoogt parasympatische regulatie in volwassenen & baby’s

41
New cards

Als je denkt aan de ANS & CNS en stresssystemen, welk effect heeft touch op deze verbinding via oxytocine?

Oxytocine als cortisol antagonist

  • verhoging oxytocine → daling cortisol — onderdrukt HPA-as

Oxytocine & HPA-as

  • bindt in hypothalamus → minder cortisol vrijstelling, remt HPA-as

  • inhibeert amygdala

  • bevordert negatieve feedback op HPA-as via hippocampale/limbische circuits

<p>Oxytocine als cortisol antagonist</p><ul><li><p>verhoging oxytocine → daling cortisol — onderdrukt HPA-as</p></li></ul><p>Oxytocine &amp; HPA-as</p><ul><li><p>bindt in hypothalamus → minder cortisol vrijstelling, remt HPA-as</p></li><li><p>inhibeert amygdala</p></li><li><p>bevordert negatieve feedback op HPA-as via hippocampale/limbische circuits</p></li></ul><p></p>
42
New cards

Hoe heeft oxytocine een invloed op stress (2)?

1) Stimuleert interacties die op zich stress verlagend zijn

2) Reguleert HPA-as direct & indirect

<p>1) Stimuleert interacties die op zich stress verlagend zijn</p><p>2) Reguleert HPA-as direct &amp; indirect</p>
43
New cards

Hoe zien we dat we een biologische, evolutionaire predispositie hebben voor touch?

CT-afferenten evolutionair oudste die er zijn

  • vroegste organismen konden enkel voelen

  • baby’s reageren al op CT-afferente aanraking (baarmoeder & vlak na geboorte) → stimuleert hechting

  • meer fooi wanneer obers klanten aanraken

  • elkaar troosten → onbewust aanraking gebruiken die CT-optimaal is

44
New cards

Wat stelt de social touch hypothesis? Link dit met parasympatische regulatie.

CT-afferenten spelen rol in ontwikkeling/vorming van sociaal brein & bijgevolg de expressie van sociaal gedrag

Neuroviscerale integratie

  • caregiver: externe PFC, parasympatische coat (jas)

  • baby’s & volwassenen: CT-optimale aanraking verhoogt parasympatische regulatie van HPA-as

45
New cards

Wat is het belang van epigenetische mechanismen & intergenerationele overdracht in de eerste 1000 dagen? Impliceert dit een lange of korte termijn mechanisme van touch ontwikkeling? Tip: denk aan dieren- & mensonderzoek

(CNS) Eerste 1000 dagen: vroegkinderlijke ervaringen blijven hangen!

  • enorme neuroplasticiteit in deze periode

  • epigenetica: bepaalde omgevingsfactoren, gedragingen & levensstijlen kunnen bepaalde genen aan-/uitzetten & deze kunnen intergenerationeel overgedragen worden

  • dieronderzoek: licking & grooming (LG) als proxy voor touch

    • stress verlaagt maternal LG

    • hoge LG van jong → adaptieve HPA-responsiviteit op stress als volwassen: meer GC receptoren in hippocampus, meer oxytocine receptoren in hypothalamus

    • epigenetische modificaties overgedragen!

  • mensonderzoek: moederlijk affectief zorggedrag essentieel in eerste 1000 dagen

Gedragsmatig mechanisme van overerfbaarheid van stress reactiviteit & sociaal gedrag

→ Lange termijn mechanisme

46
New cards

Welke impact heeft touch op stress reactiviteit van het ANS? Impliceert dit een lange of korte termijn mechanisme van touch ontwikkeling? Tip: welke resultaten toonde baby-onderzoek naar de HRV & RSA reactiviteit (4)?

Baby-onderzoek: HRV & RSA reactiviteit

  • lagere HR na CT-optimale aanraking

  • hogere RSA KT maternal stroking vs static touch

  • hogere RSA door maternal én paternal stroking touch (geen verschil)

  • hogere RSA LT door gentle stroking touch

→ Lange termijn mechanisme

47
New cards

Wat is de nadelige impact van touch deprivatie op lange termijn? Bij wie zien we dit (3)?

Verstoorde ontwikkeling van CT-systeem door langdurige touch deprivatie in kindertijd

Lagere gevoeligheid voor CT-afferent touch bij volwassenen met

  • jeugdtrauma & lage childhood touch

  • anxious attachment

  • disorganized attachment

→ Lange termijn mechanisme

48
New cards

Wat is de nadelige impact van touch deprivatie op korte termijn?

Skin hunger

→ Hogere gevoeligheid voor CT-afferente touch & craving

  • omgekeerde van lange termijn gevolgen!

→ Reparatie

  • bij LT deprivatie kan het wellicht niet herstellen