10 Nieuwe Sociale Bewegingen, nieuwe economische recepten (1960s-80s)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/16

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:03 PM on 5/21/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

17 Terms

1
New cards

Amerikaanse burgerrechtenbeweging: Reactie op structurele gewelddadigheid Amerikaanse samenleving en institutionalisering van de ongelijkheid

(ongeacht feit d slavernij officieel afgeschaft)

  • Z: Jim Crow Laws

= deel Am folklore, informele term vr =/= wetten die segregatie/Apartheid doen continuëren

Gelegitimeerd: 'separate but equal’ e.g. scholen, MAAR subsidiëring x ‘equal’ (arme wijken → - taxen → - geld te investeren in e.g. scholen)

⇒ Achterstand

  • N: Redlining 

= aanduiden ijken op kaarten die ‘minder goed’ zijn, door officiële organisaties

Vanaf ‘30: kaarten maken (e.g. banken vrezen d X terugbetaald → X leningen vr mensen in die wijken)

= Legaal, X via wetten

⇒ Afro-Amerikanen k X lenen om huis te hebben, moeten huren ⇒ X erfenis 

⇒ + witte mensen in die wijken vertrekken nr ‘betere’ wijken

⇒ Ghetto-vorming (binnenstad, + armoede)

2
New cards

Amerikaanse burgerrechtenbeweging: Pruitt-Igoe, St. Louis

= groot complex gebouwd m appartementen; 1 deel ‘wit’ + ander vr Afro-Amerikanen

→ Mid ‘50: te gesegregeerd ⇒ witte mensen vertrekken

⇒ Opnieuw ghetto-vorming, + armoede; X genoeg geld te onderhouden, k X huur betalen

→ ‘70: systeem onder vraag, uiteindelijk vernield

= Symbolische einde modernistische oplossingen (e.g. geloof d 1 gebouw een heel sociale probleem gaat oplossen) + vooruitgangsgeloof

3
New cards

Amerikaanse burgerrechtenbeweging: Civil Rights

1964: Civil Rights Act 

= federaal verbod op segregatie, discriminatie

E.g. X rassenscheiding in publieke scholen, arbeidssector, kiesrecht,...

March on Washington

  • Zeer groot protest, uitzondering

  • VS eerde scattered, gewelddadige protesten

    • E.g. Long Hot Summer of ‘67
      → ++ protesten over Amerika, =/= doden, wanhoopsprotest van Afro-Amerikanen teg ongelijkheid

→ Commissie: wit racisme blijft probleem in de praktijk
→ Lyndon B. Johnson X akkoord, doet weinig

4
New cards

Vrouwenrechten: Tweede feministische golf

Vrouwenbeweging jaren 60: “Tweede feministische golf” (Fr. Rev.: proto-feminisme, 1e golf: rond 1900) 

  • Onderdeel van de “nieuwe sociale bewegingen” als “tweede naoorlogse verdieping” van de democratie (1e: 1945)

  • Nieuwe, “onzichtbare” thema’s d.m.v. grassrootsbewegingen 

    • Milieu, derde wereld, vrede, holebi, burgerrechten VS) 

  • Intellectuele ontwikkeling 

5
New cards

Vrouwenrechten: Simone de Beauvoir

 (1908-1986) 

  • Le deuxième sexe (1949): 

  • “On ne naît pas femme, on le devient”: 

vrouwelijkheid (= vrouwelijke identiteit) is een culturele constructie
→ Basis van genderconcept 

  • Asymmetrische dichotomie: 

“immanente” vrouwelijkheid als tegenbeeld van de norm die
“transcendente” mannelijkheid is

  • Vrouwen = zwak, emotioneel, volgzaam, zorgend, intellectueel inferieur, seksueel passief, banaal + alledaags
    Mannen = dominant, sterk, overstijgen hier + nu, v alle tijden

  • Kritiek op marxistische interpretatie dat alle onderdrukking gevolg is van klassenmaatschappij 

    • Gender = extra laag bovenop, vrouwen nog meer ondergeschikt aan mannen

6
New cards

Vrouwenrechten: Historiografie

  • Toenemende aandacht voor de rol van vrouwen in de geschiedschrijving vanaf de jaren 1950 

  • Initieel een focus op “grote vrouwen”: koninginnen, heiligen, heroïsche vrouwen, heksen,... (traditioneel bronnencorpus) 

  • ‘60-70: + aandacht vr soc aspect

7
New cards

Vrouwenrechten: Betty Friedan

(1921-2006) 

  • The feminine mystique (1963): 

= Kritiek op cultureel verwachtingspatroon dat vrouwen geen professionele
ambities moeten hebben en zich tevreden moeten stellen met zorgtaken
→ Pleidooi voor emancipatie (onderwijs, arbeidsmarkt) 

  • “The problem that has no name”: 

Ennui ondanks materieel comfort en gezinsgeluk
→ Housewife syndrome 

  • Link met Suburbanisatie: welvaartsstijging jaren 50 maakt realisatie 19e-eeuws genderideaal mogelijk (man in publieke sfeer, bv. leger, zaken, politiek; vrouw in huiselijke sfeer) 

  • Suburbanisatie ⇒ Auto nodig om nr public spaces te kunnen (ook supermarkt/school/…); vrouwen mogen geen auto rijden

E.g. Levitt-town

= gebouwd dr broers Levitt, suburbs in VS (vaak goedkope materialen, gebouwd in slechte plaatsen)

8
New cards

Vrouwenrechten: Anticonceptie

  • Einde 20e E m AIDS crisis: condoom ‘mainstream’

  • ‘30: Periodieke onthouding wetenschappelijk verklaard

Want vrouwelijke cyclus pas onderzocht

  • Abortus 

    • “abortusrevolutie” van jaren 1880 tot WOII: 15% van alle zwangerschappen in W-Eur; 1/5 in stedelijke gebieden

    • Graduele legalisering vanaf jaren 60 (VK); BEL: 1990 

    • Steeds regels over termijn

  • Anticonceptiepil (spacing) vanaf 1961 

    • Eerst illegaal, dan ‘voor menstruatiepijn’

  • Blijvende discussies over body politics 

9
New cards

Milieubeweging

Precedenten 

  • Romantische verheerlijking van de natuur (19e eeuw) 

  • Klassieke natuurbeschermingsbeweging (°rond 1900,

    • focus op soortenbescherming, creatie reservaten


  • Great Smog of London, 1952 

= aantal weken waar windstilte + mist ⇒ rook v kachels X weg ⇒ ziektes

⇒ e.g. wetten over luchtvervuiling in VK, filters vr bedrijven,...

  • Silent Spring, Rachel Carson, 1962

    • Zag d aantal vogels -; door pesticiden

⇒ ecologisch perspectief: milieu (ecosystemen, wisselwerking), X enkel natuur 

  • ° Milieubeweging vanaf eind 60s (Greenpeace, 1971) 

    • Organisaties + ministeries: consensuele aanpak over ++ landen, iets doen over milieuproblemen

  • Limits to Growth, 1972 

    • Analyse milieuproblemen: hoe stijgend grondstofgebruik ⇒ problemen
      → kritiek op idee v oneindelijke groei


⇒ Afbraak vooruitgangsgeloof (technologie k ook voor problemen zorgen!, e.g. pesticiden)

10
New cards

Economische transformaties: Trente glorieuses

/ Wirtschaftswunder: Welvaartsstaat gefinancierd door economische groei 

  • Economisch model: 

    • Gemengde economie, Overheidsinterventie in prive-economie, “sociaal kapitalisme”, Keynesianisme (investeringen in OW en sociale zekerheid) 

    • veel overheidsbedrijven in VK, Fr, It

  • Indicatoren van groei: 

    • continue loonstijgingen, zeer lage staatsschuld, zeer lage werkloosheid, volledige benutting productiecapaciteit, zeer lichte inflatie 

  • Oorzaken: 

    • Pol stabiliteit, Europese integratie, consumentisme (ook lager klassen, ⇒ depreciatie klassegrenzen), goedkope grondstoffen 

  • Verwachting: 

    • Groei = welvaart; 

    • Notie van onbegrensde groei 

11
New cards

Economische transformaties: Evolutie tot economische crisis

  • Toename inflatie a.g.v. loonsverhogingen eind jaren 60 (vraag stijgt, aanbod blijft stabiel) 

    • E.g. Mei ‘68

  • VS: 

    • inflatie door uitgaven Vietnam;

    • Bretton-Woods (1944) wordt opgezegd in 1971
      → Europese munten en dollar gaan schommelen; import uit VS wordt duurder 

  • Schokeffect van oliecrisis 1973-74: 

    • OPEC vermindert productie als reactie op Jom Kippoeroorlog (VS steun Israël ⇒ OPEC >:( )

    • (2e oliecrisis volgt in 1979 a.g.v. Iraanse Revolutie) 

→ Olieprijs x4

⇒ Economische crisis vanaf begin jaren 70 

12
New cards

Economische transformaties: Structurele gevolgen

  • Einde van goedkope olie 

  • Einde van econ. groei: stagflatie tot begin jaren 80 

  • Hoge loonkosten W.-Eur.

⇒ begin graduele deïndustrialisatie 

⇒ werkloosheid (1% jaren 60, 5% jaren 70, 9% jaren 80) (vooral in industriesteden) 

⇒ neveneffect: langere studieduur = POSITIEF

  • Daling grootte van sociale uitkeringen (want + vraag)

⇒ toename armoede en ongelijkheid (begin jaren 90: ca. 20% EU-bevolking onder armoededrempel) 

13
New cards

Economische transformaties: Neoliberalisme

  • Friedman + Hayek (Nobelprijs Economie): 

    • Depreciatie van Keynesianisme

    • Appreciatie voor klassiek econ. liberalisme 

  • Antwoord: 

    • Terugtrekking overheid, geloof in vrije marktwerking, streng monetair beleid (= beperking geldhoeveelheid) 

⇒ Overheid moet overheidsbedrijven afstoten (= privatisering), belastingen verlagen en arbeidsoverleg afschaffen 

  • Intentie: inflatie fnuiken door stimulering van concurrentie, loonmatiging, hogere rente 

  • Grote invloed, o.a. VK en VS (Margaret Thatcher 1979-90, Ronald Reagan 1981-89) 

14
New cards

Economische transformaties: Thatcherisme

(Margaret Thatcher, 1925-2013) 

  • Einde consensus over staatsinterventionisme: “There is no such thing as society. There are individual men and women and there are families.” 

    • Individuele agency (‘overheid k niet alles oplossen vr jullie’)

  • Confrontatiepolitiek: “Iron Lady” (mijnsluitingen, Noord-Ierland, Falklandoorlog)

  • Gevolgen 

    • Inflatie daalt 

    • + 1 milj. werklozen (aandeel SZ in BNP blijft gelijk) 

    • Deïndustrialisatie wordt gestimuleerd (maar: ongelijke lokalisatie van tertiaire sector; opkomst dienstensector, vral in Z) 

    • Toename van ongelijkheid (e.g. geografisch; survival of the fittest) 

    • Paradox: Primaat van de politiek 

15
New cards

Economische transformaties: Beperktere invloed neoliberalisme in continentaal West-Europa (jaren 80-90) 

  • Coalitieregeringen 

  • “Verzuilde” overheidsadministraties 

  • Traditie van subsidiariteit (+ soc kwesties in middenveld, dr organisaties geregeld ipv staat, staat subsidieert) 

  • Minder scherpe klassentegenstellingen 

  • Blijvende nadruk op sociaal overleg 

16
New cards

Economische transformaties: Paradoc van de bureaucratisering

  • Neoliberalisme wil degrowth van overheid  (winst X overheidsdoel)

→ Vacuüm opgevuld door privé-sector 

  • Commerciële bedrijven groeien (deels met overheidssubsidies) 

  • Groei van private bureaucratieën, managementposities (consultancy)

→ Doelen: kwantificeren bedrijfswerking, maximaliseren van efficiëntie 

  • Begin 20e eeuw: ° Taylorisme, ° Fordisme 

  • Managerial newspeak = ook taal beïnvloedt!

17
New cards

Economische transformaties: Oost-Europa

Stijging levensstandaard ca. 1955-1965 

  • Geen “golden sixties”: geen investeringen in industriële vernieuwing of loonsverhogingen; valt stil

Economische crisis begint in jaren 80 (“verborgen inflatie”, economische krimp, groei schulden) 

⇒  Kwaliteit economische productie daalt, ongelijkheid groeit (vriendjespolitiek voor nomenklatura), voedselrantsoenering (groei zwarte markt), toename milieuvervuiling, achterstand informatica 

  • Na val Muur: Invoering neoliberalisme 

⇒ Wegvallen sociale zekerheid; privatiseringen (oligarchie)