economie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/73

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:26 PM on 10/22/24
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

74 Terms

1
New cards

Arbeidsverdeling

Het verdelen van taken binnen een productieproces, zodat werknemers zich kunnen specialiseren in specifieke taken.

2
New cards

Bedrijfskolom

De keten van bedrijven die betrokken zijn bij de productie en distributie van een product, van grondstof tot eindproduct.

3
New cards

Behoefte

De wens van mensen om goederen en diensten te consumeren om in hun levensonderhoud te voorzien.

4
New cards

Budgetlijn

Een grafische weergave van alle mogelijke combinaties van twee goederen die een consument kan kopen met een gegeven budget.

5
New cards

Chartaal geld

Fysiek geld zoals munten en bankbiljetten.

6
New cards

Differentiatie in de bedrijfskolom

Het proces waarbij bedrijven in de bedrijfskolom zich specialiseren in verschillende fasen van het productieproces.

7
New cards

Directe ruil

Het ruilen van goederen en diensten zonder gebruik te maken van geld.

8
New cards

Economie

De wetenschap die zich bezighoudt met de productie, distributie en consumptie van goederen en diensten.

9
New cards

Functies van geld

De rollen die geld speelt in de economie, zoals ruilmiddel, rekeneenheid en oppotmiddel.

10
New cards

Giraal geld

Geld dat op bankrekeningen staat en via overschrijvingen kan worden gebruikt.

11
New cards

Indirecte ruil

Het ruilen van goederen en diensten met behulp van geld als tussenmiddel.

12
New cards

Integratie in de bedrijfskolom

Het proces waarbij bedrijven in de bedrijfskolom verschillende fasen van het productieproces onder ƩƩn dak brengen.

13
New cards

Middelen

De bronnen die beschikbaar zijn om in behoeften te voorzien, zoals arbeid, kapitaal en grondstoffen.

14
New cards

Opofferingskosten

De waarde van het beste alternatief dat wordt opgegeven bij het maken van een keuze.

15
New cards

Parallellisatie in de bedrijfskolom

Het proces waarbij bedrijven in de bedrijfskolom zich uitbreiden naar andere fasen van het productieproces.

16
New cards

Schaarste

De situatie waarin de beschikbare middelen beperkt zijn in verhouding tot de behoeften.

17
New cards

Specialisatie

Het proces waarbij individuen of bedrijven zich concentreren op een beperkt aantal taken of producten.

18
New cards

Toegevoegde waarde

De waarde die wordt toegevoegd aan een product tijdens het productieproces.

19
New cards

Zelfvoorziening

Het zelf produceren van goederen en diensten om in eigen behoeften te voorzien.

20
New cards

Basisjaar

Het jaar dat als referentiepunt wordt gebruikt bij het berekenen van indexcijfers.

21
New cards

Indexcijfer

Een getal dat de verhouding aangeeft tussen een bepaalde grootheid in een bepaalde periode en dezelfde grootheid in het basisjaar.

22
New cards

Procent

Een honderdste deel van een geheel.

23
New cards

Procentpunt

Het absolute verschil tussen twee percentages.

24
New cards

Promille

Een duizendste deel van een geheel.

25
New cards

Consumentenprijsindex (CPI)

Een maatstaf voor de gemiddelde prijsverandering van een pakket goederen en diensten dat door huishoudens wordt gekocht.

26
New cards

Deflatie

Een daling van het algemene prijsniveau van goederen en diensten.

27
New cards

Hyperinflatie

Een extreem hoge en meestal versnellende inflatie.

28
New cards

Inflatie

Een stijging van het algemene prijsniveau van goederen en diensten.

29
New cards

Loonheffing

Belasting die wordt ingehouden op het loon van werknemers.

30
New cards

Overdrachtsinkomen (inkomensoverdrachten)

Inkomen dat wordt verkregen zonder directe tegenprestatie, zoals uitkeringen en subsidies.

31
New cards

Prijsindexcijfer

Een indexcijfer dat de prijsverandering van een bepaald goed of dienst aangeeft.

32
New cards

Primair inkomen

Inkomen verkregen uit arbeid en vermogen.

33
New cards

Secundair inkomen

Inkomen na herverdeling door de overheid, zoals uitkeringen en subsidies.

34
New cards

Toeslag van de belastingdienst

Financiƫle ondersteuning van de overheid, zoals huurtoeslag of zorgtoeslag.

35
New cards

Volksverzekeringen

Verzekeringen die voor alle inwoners gelden, zoals AOW en ANW.

36
New cards

Geldillusie

Het verschijnsel waarbij mensen denken in nominale termen in plaats van reƫle termen.

37
New cards

Geldontwaarding

De afname van de koopkracht van geld door inflatie.

38
New cards

Koopkracht

De hoeveelheid goederen en diensten die met een bepaald inkomen gekocht kunnen worden.

39
New cards

Nominaal inkomen

Het inkomen uitgedrukt in geld zonder rekening te houden met inflatie.

40
New cards

Prijscompensatie

Loonaanpassing om de stijging van het prijsniveau te compenseren.

41
New cards

Reƫel inkomen (koopkracht)

Het inkomen gecorrigeerd voor inflatie, wat de werkelijke koopkracht weergeeft.

42
New cards

Beleggen

Het investeren van geld in de verwachting dat het in waarde zal toenemen.

43
New cards

Consumptief krediet

Een lening voor de aanschaf van consumptiegoederen.

44
New cards

Contante waarde van een bedrag

De huidige waarde van een bedrag dat in de toekomst wordt ontvangen.

45
New cards

Eindwaarde van een bedrag

De toekomstige waarde van een bedrag dat nu wordt geĆÆnvesteerd.

46
New cards

Enkelvoudige interest

Rente die alleen wordt berekend over het oorspronkelijke kapitaal.

47
New cards

Financiƫle levensloop

De verschillende fasen in het leven van een persoon waarin financiƫle beslissingen worden genomen.

48
New cards

Hypotheeklening

Een lening met onroerend goed als onderpand.

49
New cards

Interest (rente)

De vergoeding voor het uitlenen of sparen van geld.

50
New cards

Intertemporele budgetlijn

Een budgetlijn die de keuzes tussen consumptie nu en in de toekomst weergeeft.

51
New cards

Nominale rente

De rente zonder correctie voor inflatie.

52
New cards

Reƫle rente

De nominale rente gecorrigeerd voor inflatie.

53
New cards

Risico-aversiteit

De neiging om risico’s te vermijden.

54
New cards

Ruilen over de tijd

Het uitstellen van consumptie naar de toekomst door te sparen of te lenen.

55
New cards

Samengestelde interest

Rente die wordt berekend over het oorspronkelijke kapitaal plus de eerder verdiende rente.

56
New cards

Spaardeposito

Een spaarrekening met een vaste looptijd en rente.

57
New cards

Sparen

Het niet uitgeven van een deel van het inkomen.

58
New cards

Stroomgrootheid

Een grootheid die over een bepaalde periode wordt gemeten, zoals inkomen.

59
New cards

Tijdsvoorkeur

De voorkeur voor consumptie nu in plaats van in de toekomst.

60
New cards

Verdiencapaciteit

Het vermogen om inkomen te genereren.

61
New cards

Vermogen

De totale waarde van bezittingen minus schulden.

62
New cards

Voorraadgrootheid

Een grootheid die op een bepaald moment wordt gemeten, zoals vermogen.

63
New cards

Aanvullende verzekering

Een verzekering die extra dekking biedt bovenop de basisverzekering.

64
New cards

Acceptatieplicht

De verplichting voor verzekeraars om iedereen te accepteren voor de basisverzekering.

65
New cards

Asymmetrische informatie

Situatie waarin de ene partij meer informatie heeft dan de andere partij.

66
New cards

Averechtse selectie

Het verschijnsel dat vooral mensen met een hoog risico zich verzekeren, wat de premie verhoogt.

67
New cards

Basisverzekering ziektekosten

De verplichte zorgverzekering die basiszorg dekt.

68
New cards

Bonus-malussysteem

Een systeem waarbij de premie afhankelijk is van het aantal schadevrije jaren.

69
New cards

Eigen risico

Het bedrag dat de verzekerde zelf moet betalen bij schade voordat de verzekering uitkeert.

70
New cards

Levensverzekering

Een verzekering die uitkeert bij overlijden of op een bepaalde leeftijd.

71
New cards

Moral hazard (moreel wangedrag)

Het risico dat mensen zich roekelozer gaan gedragen omdat ze verzekerd zijn.

72
New cards

Premiedifferentiatie

Het aanpassen van de premie aan het risico van de verzekerde.

73
New cards

Schadeverzekering

Een verzekering die de financiƫle gevolgen van schade dekt.

74
New cards

Solidariteit

Het principe dat de sterke schouders de zwakkere schouders ondersteunen.

Explore top notes

note
Physical Science - Chapter 17
Updated 1020d ago
0.0(0)
note
Unit 9: Period 9: 1980-Present
Updated 1045d ago
0.0(0)
note
Stem cells- An introduction
Updated 1344d ago
0.0(0)
note
Exam 3 Study Guide CH 8-end
Updated 1194d ago
0.0(0)
note
Forgetting
Updated 344d ago
0.0(0)
note
Physical Science - Chapter 17
Updated 1020d ago
0.0(0)
note
Unit 9: Period 9: 1980-Present
Updated 1045d ago
0.0(0)
note
Stem cells- An introduction
Updated 1344d ago
0.0(0)
note
Exam 3 Study Guide CH 8-end
Updated 1194d ago
0.0(0)
note
Forgetting
Updated 344d ago
0.0(0)

Explore top flashcards

flashcards
Unit 5 APHG
63
Updated 409d ago
0.0(0)
flashcards
Dental Instruments Part 1
25
Updated 1206d ago
0.0(0)
flashcards
History A Exam
93
Updated 18d ago
0.0(0)
flashcards
Judicial Branch Study Guide
63
Updated 1059d ago
0.0(0)
flashcards
psych unit 3 disorders
35
Updated 1192d ago
0.0(0)
flashcards
Unit 5 APHG
63
Updated 409d ago
0.0(0)
flashcards
Dental Instruments Part 1
25
Updated 1206d ago
0.0(0)
flashcards
History A Exam
93
Updated 18d ago
0.0(0)
flashcards
Judicial Branch Study Guide
63
Updated 1059d ago
0.0(0)
flashcards
psych unit 3 disorders
35
Updated 1192d ago
0.0(0)