6 - Van welk spoor vertrekt de trein ?

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/81

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:57 PM on 6/19/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

82 Terms

1
New cards

track

spoor

2
New cards

to leave (train)

vertrekken

3
New cards

to write down

opschrijven

4
New cards

to forget

vergeten

5
New cards

to visit

bezoeken

6
New cards

to travel

reizen

7
New cards

to sit

zitten

8
New cards

to wait

wachten

9
New cards

to pay

betalen

10
New cards

to search

zoeken

11
New cards

why

waarom

12
New cards

when

wanneer

13
New cards

something

iets

14
New cards

then

dan

15
New cards

ticket

kaartje

16
New cards

train ticket

treinkaartje

17
New cards

exactly

precies

18
New cards

one way trip

enkele reis

19
New cards

date

datum

20
New cards

time

tijd

21
New cards

go trip (trajet aller)

heenreis

22
New cards

return trip

terugreis

23
New cards

piece of paper

papiertje

24
New cards

trip

reis

25
New cards

actually

eigenlijk

26
New cards

traveler

reiziger

27
New cards

destination

bestemming

28
New cards

1e class

eerst klas

29
New cards

2e class

tweede klas

30
New cards

always

altijd

31
New cards

almost always

bijna altijd

32
New cards

often

vaak

33
New cards

regularly

regelmatig

34
New cards

sometimes

soms

35
New cards

occasionally

af en toe

36
New cards

rarely

zelden

37
New cards

never

nooit

38
New cards

What’s up ?

Zeg het maar

39
New cards

I don’t get it at all !

Ik begrijp er niet van !

40
New cards

Let’s see

Even kijken

41
New cards

Shall I write it down for you ?

Zal ik het voor je opschrijven ?

42
New cards

You are welcome

Geen dank

43
New cards

My pleasure

Graag gedaan

44
New cards

I don’t know

Ik weet het niet

45
New cards

What do you mean ?

Wat bedoel je ?

46
New cards

I’m going by train

Ik ga met de trein

47
New cards

What should I do ?

Wat moet ik doen ?

48
New cards

the station of departure

het station van vertrek

49
New cards

Imperative : … dat voor me op. (schrijven)

schrijf

50
New cards

Imperative : … met je pinpas of contant. (betalen)

betaal

51
New cards

Imperative : … dan op de rode knop (drukken)

druk

52
New cards

Imperative : Eerst loop je naar het station

Loop eerst naar het station

53
New cards

Imperative : Dan kijk je op het bord van de NS

Kijk dan op het bord van de NS

54
New cards

Imperative : Tot slot snap je in de trein

Snap tot slot in de trein

55
New cards

Use omdat : Ik ga naar mijn oom, want hij is morgen jarig

Ik ga naar mijn oom, omdat hij morgen jarig is

56
New cards

Use omdat : Hij gaat met de trein, want hij heeft geen auto

Hij gaat met de trein, omdat hij geen auto heeft

57
New cards

Use omdat : We gaan naar het station, want we moeten een kaartje kopen

We gaan naar het station, omdat we een kaartje moeten kopen

58
New cards

Use omdat : Ze gaat naar de conducteur, want ze wil hem iets vragen

Ze gaat naar de conducteur, omdat ze hem iets wil vragen

59
New cards

1600

zestienhonderd

60
New cards

1028

duizendachtentwintig

61
New cards

1993

negentiendrieënnegentig

62
New cards

2015

tweeduizendvijftien

63
New cards

1939

negentienhonderdnegenendertig

64
New cards

Preposition : Ik ga … het weekend naar mijn tante en oom

in

65
New cards

Preposition : Ze gaan … zondag naar een Grieks restaurant

op

66
New cards

Preposition : Zullen we … maandagavond gaan joggen ?

op

67
New cards

Preposition : Ze spreken … zeven uur af

om

68
New cards

Ik heb … de ochtend geen tijd, maar’s middags wel.

in

69
New cards

Preposition : Ik ga … de trein.

met

70
New cards

Preposition : Hij wacht … het station

op

71
New cards

Preposition : We zitten nu … de trein

in

72
New cards

Preposition : Ze gaan vanmiddag … Tilburg.

naar

73
New cards

Preposition : We reizen … Eindhoven naar Den Haag

via

74
New cards

every

iedere

75
New cards

How much costs a return ?

Hoeveel kost een retourtje ?

76
New cards

Do I have to change trains ?

Moet ik overstappen ?

77
New cards

to get out

uitstappen

78
New cards

one way ticket

enkeltje

79
New cards

delay

vertraging

80
New cards

Choose the right destination

Kies de juiste bestemming

81
New cards

Change in Utrecht

Stap in Utrecht over

82
New cards

change (bus/train)

overstappen