Biologie Subdomein O1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/96

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Domein O: Orgaan- en organismeniveau

Last updated 1:00 PM on 4/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

97 Terms

1
New cards

Wat valt onder stofwisseling?

fotosynthese bij planten, ademhaling, vertering, uitscheiding en transport van stoffen

2
New cards

Wat is een orgaan?

een groep cellen die samenwerken om een specifieke functie in het lichaam uit te voeren

3
New cards

Wat is een cel?

de basisstructuur van het leven, waarin alle levensprocessen plaatsvinden

4
New cards

Wat is weefsel?

een groep cellen van hetzelfde type die samen dezelfde functie uitvoeren, zoals spierweefselW

5
New cards

Wat zijn de basisfuncties van het leven?

ademhaling, vertering, uitscheiding en transport

6
New cards

Wat zijn de methoden van prokaryoten om de basisfuncties uit te voeren?

Prokaryoten hebben geen gespecialiseerde organen voor deze functies en voeren processen zoals gaswisseling en uitscheiding uit via hun celmembraan

7
New cards

Wat zijn de methoden van planten om de basisfuncties uit te voeren?

Planten hebben gespecialiseerde structuren zoals bladeren voor fotosynthese (waarbij ze O2 vrijmaken en CO2 opnemen) en wortels voor de opname van water en mineralen

8
New cards

Wat zijn de methoden van dieren om de basisfuncties uit te voeren?

dieren hebben gespecialiseerde orgaanstelsels, zoals de longen voor ademhaling, de maag voor vertering, en het hart en bloedvaten voor transport

9
New cards

Wat is fotosynthese?

het proces waarmee planten, algen en sommige bacteriën zonlicht, water en koolstofdioxide worden omgezet in glucose en zuurstof.

10
New cards

Waar vindt fotosynthese plaats?

in de chloroplasten van planten en algen

11
New cards

Hoe worden organismen genoemd ie fotosynthese kunnen uitvoeren?

autotroof, dit betekent dat ze niet afhankelijk zijn van andere organismen voor hun energievoorziening

12
New cards

Wat is koolstofassimilatie?

tijdens fotosynthese wordt koolstof uit koolstofdioxide vastgelegd in organische moleculen zoals glucose

13
New cards

Welke organismen zijn heterotroof?

organisen die afhankelijk zijn van andere organismen voor hun energie en bouwstoffen, zoals dieren en mensen

14
New cards

Wat zijn beperkende factoren voor fotosynthese?

factoren die de snelheid van fotosynthese beperken zoals lichtintensiteit, de concentratie koolstofdioxide en de temperatuur.

15
New cards

Wat heeft een chloroplast met fotosynthese te maken?

een chloroplast is het organel waarin fotosynthese plaatsvindt. Chloroplasten bevatten chlorofyl, het pigment dat zonlicht opvangt en de energie doorgeeft voor het fotosyntheseproces.

16
New cards

wat is voortgezette assimilatie?

het proces waarbij eenvoudige moleculen worden omgezet in complexere stoffen, zoals eiwitten en vetten, die nodig zijn voor de groei en het herstel van cellen

17
New cards

wat is dissimilatie?

het proces waarbij complexere moleculen worden afgebroken om energie vrij te maken. Deze energie is nodig voor alle levensprocessen in een organisme, zoals beweging en groei

18
New cards

Waarom is fotosynthese belangrijk?

omdat het de energiebron vormt voor bijna alle ecosystemen. ook is het belangrijk voor de voortgezette stofwisselingsprocessen van autotrofee en heterotrorfe organismen.

19
New cards

Wat is ademhaling?

het proces waarbij organismen zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven.

20
New cards

Welke organen zijn betrokken bij de gaswisseling bij eukaryoten?

  1. longen

  2. luchtpijp en bronchiën

  3. longblaasjes

21
New cards

Wat is de functie van de luchtpijp en de bronchiën?

de luchtwegen die zuurstof naar de longen vervoeren en koolstofdioxide afvoeren?

22
New cards

Wat is de functie van de longblaasjes

Kleine zakjes aan het uiteinde van de bronchiën waar zuurstof en koolstofdioxide door het dunne membraan kunnen diffunderen (uitwisselen)

23
New cards

Waarom is het handig dat de longblaasjes een groot oppervlak en dunne wanden hebben?

hierdoor kan zuurstof snel diffunderen naar de bloedvaten rondom de longblaasjes, terwijl koolstofdioxide de andere kant op beweegt, van het bloed naar de longblaasjes om uitgeademd te worden

24
New cards

wat is longventilatie?

het proces waarbij lucht in en uit de longen wordt verplaatst.

25
New cards

Door welke 4 factoren wordt de longventilatie geregeld?

  1. ademhalingsspieren

  2. ventilatiebewegingen

  3. longcapaciteit

  4. chemoreceptoren en het ademhalingscentrum

26
New cards

Wat zijn ventilatiebewegingen?

bewegingen van de borstkas die de in- en uitademing mogelijk maken

27
New cards

Wat is de vitale capaciteit en het restvolume?

  • vitale capaciteit: maximale hoeveelheid lucht die kan worden uitgeademd

  • restvolume: lucht die in de longen achterblijft na een diepe uitademing

28
New cards

wat zijn chemoreceptoren?

sensoren in het lichaam die de zuurstof- en koolstofdioxideconcentraties in het bloed meten en de ademhaling aanpassen via het ademhalingscentrum in de hersenen

29
New cards

Wat heeft diffusie en gaswisseling te maken met het transport van O2 en CO2?

door het concentratieverschil van zuurstof en koolstofdioxide tussen de longblaasjes en de bloedvaten diffundeert zuurstof naar het bloed en koolstofdioxide naar de longen.

30
New cards

Wat beschrijft de wet van Fick?

de snelheid van de diffusie

31
New cards

Wat heeft hemoglobine en myoglobine te maken met het transport van O2 en CO2?

zuurstof wordt in het bloed vervoerd door hemoglobine, een eiwit dat zuurstofmoleculen bindt. Myoglobine speelt een soortgelijke rol in de spieren, waar het zuurstof opslaat

32
New cards

Wat is het Bohr-effect?

Bij hogere koolstofdioxideconcentraties (zoals in de weefsels) laat hemoglobine zuurstof makkelijker los, wat de zuurstoftoevoer naar weefsels bevordert.

33
New cards

Via waar vindt gaswisseling bij planten plaats?

via huidmondjes in de bladeren: kleine openingen die zuurstof en koolstofdioxide laten passeren

34
New cards

Wat vindt er bij planten plaats in de afwezigheid van licht?

dissimilatie, hier wordt zuurstof gebruikt en koolstofdioxide wordt geproduceerd

35
New cards

Waar zorgt de wisselwerking tussen fotosynthese en dissimilatie bij planten voor?

zorgt ervoor dat planten overdag zuurstof produceren en ‘s nachts koolstofdioxide.

36
New cards

Welke organen zijn betrokken bij de opname van zuurstof bij insecten?

trachee: kleine buisjes aan de zijkant van het lichaam

37
New cards

Welke organen zijn betrokken bij de opname van zuurstof bij vissen?

kieuwen: de vis gebruikt kieuwen door er water doorheen te laten stromen. Dankzij haarvaten in de kieuwen kan het zuurstof worden opgenomen door middel van het tegenstroomprincipe

38
New cards

Wat is het tegenstroomprincipe bij vissen?

de stroming van de haarvaten gaat in tegen de stroming van het water

39
New cards

Welke organen zijn betrokken bij de opname van zuurstof bij amfibiën?

Huid: amfibiën beginnen vaak met kieuwen, en hebben later in hun leven longen of ze ademenen door hun heid

40
New cards

bij welke organismen wordt er gebruik gemaakt van longen voor de opname van zuurstof?

reptielen, vogels en zoogdieren (soms amfibiën)

41
New cards

Waarom is de ademhaling belangrijk?

het is onmisbaar voor de toevoer van zuurstof en afvoer van koolstofdioxide, wat van belang is voor de energievoorziening van het lichaam

42
New cards

Wat is vertering?

het proces waarbij voedingsstoffen worden afgebroken tot kleinere moleculen die door het lichaam kunnen worden opgenomen en gebruikt.

43
New cards

Wat is de functie van de samenwerking van de verteringsorganen?

voedsel efficiënt afbreken, voedingsstoffen opnemen en afvalstoffen uit het lichaam verwijderen

44
New cards

Wat is de functie van de maag? en de twaalfvingerige darm?

maag: maakt maagsap aan dat eiwitten af begint te breken en het voedsel mengt en fijnmaakt

Twaalfvingerige darm: hier komen verteringssappen van de alvleesklier en galblaas samen om de vertering voor te zetten

45
New cards

Wat is het verschil in functie tussen de dikke en dunne darm?

dikke darm: absorbeert water en zouten en herbergt darmbacteriën die bijdragen aan de vertering

dunne darm: hier vindt het grootste deel van de vertering plaats en opname van voedingsstoffen

46
New cards

Wat is de functie van de lever en galblaas?

de lever produceert gal, dat in de galblaas wordt opgeslagen en in de twaalfvingerige darm wordt vrijgegeven om vetten te emulgeren

47
New cards

Wat is de functie van de alvleesklier?

produceert verschillende enzymen en bicarbonaat om de zuurgraad te neutraliseren

48
New cards

Wat is de functie van kringspieren en lengtespieren?

deze spieren zorgen voor darmperistaltiek, ritmische samentrekkingen die voedsel door het spijsverteringskanaal verplaatsen

49
New cards

Wat heeft de bouw van de dunne darm te maken met zijn functie?

de dunne darm heeft een groot oppervlak door de aanwezigheid van darmvili (darmvlokken), wat de opname van voedingsstoffen bevordert

50
New cards

wat heeft de bouw van de maag te maken met zijn functie?

de maag heeft een gespierde wand en zuur maagschap, dit helpt om voedsel mechanisch en chemisch te verteren

51
New cards

Wat is mechanische vertering?

voedsel wordt in kleinere stukken gebroken door kauwen in de mond en door de beweging van de maag en darmen

52
New cards

Wat is chemische vertering?

enzymen en verteringswapen breken complexe moleculen af in kleinere, opneembare eenheden

53
New cards

waar vindt koolhydraatvertering plaats? en eiwit- en vetvertering?

  • koolhydraatvertering: begint in de mond, gaat verder in dunne darm

  • eiwitvertering: begint in maag, gaat verder in dunne darm mbv specifieke enzymen

  • vetvertering: in dunne darm, waar gal de vetten emulgeert en enzymen ze verder afbreken

54
New cards

wat is resorptie?

de opname van voedingsstoffen

55
New cards

Wat is de functie van de darmvlokken die de dunne darm bezit?

het vergroot het oppervlak en verhogen de efficiëntie van de opname

56
New cards

Wat is de functie van darmbacteriën?

bacteriën in de dikke darm die bijdragen aan de vertering van onverteerde resten en helpen bij de productie van bepaalde vitamines.

57
New cards

Wat is uitscheiding?

het proces waarbij afvalstoffen uit het lichaam worden verwijderd om een gezonde balans van water, zouten en andere stoffen te behouden.

58
New cards

Wat zijn de belangrijkste uitscheidingsorganen?

de lever, nieren, longen en huid

59
New cards

Wat is de bouw en functie van de lever?

bestaat uit leverlobjes, filtert schadelijke stoffen, produceert gal, verwerken van voedingsstoffen, opslag van energie

60
New cards

wat is de bouw en functie van de nieren?

bestaan uit nierschors, niermerg en niereenheden die verantwoordelijk zijn voor het filteren van het bloed en de productie van urine.

61
New cards

wat bevinden zich in de niereenheden?

de glomerulus, kapsel van Bouwman en nierbuisjes, die helpen bij het filteren en terugwinnen van nuttige stoffen

62
New cards

Wat is de functie van de longen?

verwijderen koolstofdioxide dat ontstaat bij de verbranding van voedingsstoffen

63
New cards

wat is de bouw en functie van de huid?

bevat zweetklieren die zweet produceren om overtollig water, zouten en afvalstoffen uit het lichaam te verwijderen

64
New cards

Hoe is de bouw van niereenheden nuttig voor de functie?

de nieren bevatten miljoenen kleine niereenheden die bloed filtreren door middel van ultrafiltratie in de glomerulus en het kapsel van Bowman. Na het filteren vindt terugresorptie plaats in de nierbuisjes om nuttige stoffen terug te winnen voordat de rest als urine wordt uitgescheiden

65
New cards

Waarom is de bouw van leverlobjes praktisch voor de functie?

de lever is opgebouwd uit leverlobjes die afvalstoffen afbreken en gal produceren voor de spijsvertering

66
New cards

Wat is de functie van de zweetklieren?

zorgen voor de afvoer van zouten en afvalstoffen via zweet en dragen bij aan de regulatie van de lichaamstemperatuur

67
New cards

Wat is de functie van de lever in de afvoer van afvalstoffen?

de lever produceert gal die galzouten en galkleurstof bevat. Gal helpt bij de vertering en uitscheiding van overtollige vetten en afbraakproducten van rode bloedcellen

68
New cards

Wat is de functie van de nieren in de afvoer van afvalstoffen?

  1. afvalstoffen verwijderen zoals ureum

  2. waterhuishouding door aanpassen van concentratie van urine, gereguleerd door het hormoon ADH.

  3. osmotische waarde lichaam handhaven

69
New cards

wat is de functie van de huid in de afvoer van afvalstoffen?

de huid scheidt zouten en overtollig water uit via zweet, wat helpt bij het reguleren van de lichaamstemperatuur

70
New cards

Wat voor bloedsomloop heeft de mens?

een gesloten en dubbele bloedsomloop

71
New cards

Wat is een gesloten bloedsomloop?

het bloed blijft binnen de bloedvaten en stroomt door het lichaam in een gesloten circuit

72
New cards

Wat is het verschil tussen een enkele en dubbele bloedsomloop?

bij een enkele bloedsomloop passeert het bloed slechts één keer per rode het hart, terwijl bij een dubbele bloedsomloop het bloed 2 keer door het hart stroomt in elke ronde.

73
New cards

Wat is de grote bloedsomloop?

de grote bloedsomloop vervoert zuurstofrijk bloed van het hart naar het lichaam en zuurstofarm bloed terug naar het hart

74
New cards

wat is de kleine bloedsomloop?

de kleine bloedsomloop vervoert bloed van het hart naar de longen voor zuurstofopname en terug naar het hart.

75
New cards

Wat is het verschil tussen de open en gesloten bloedsomloop?

bij de open bloedsomloop stroomt het bloed in delen van het lichaam vrij door het lichaamsweefsel, bij de gesloten bloedsomloop wordt het bloed door het lichaam verplaatst door middel van aderen.

76
New cards

Wat is het verschil in de functie tussen de sinsknoop en de AV-knoop + bundel van His?

de sinusknoop genereert de elektrische impulsen die de hartslag in gang zetten, terwijl de AV-knoop en de bundel van His de impulsen door het hart verspreiden

77
New cards

wat is het slagvolume?

de hoeveelheid bloed die het hart per hartslag (samentrekking) uit één van de kamers in het lichaam pompt.

78
New cards

wat zijn kenmerken en functie van slagaders?

door de slagaders loopt het bloed vanuit het hart naar de organen. Daarnaast zijn de wanden glad, stevig en elastisch en is er een hoge bloeddruk

79
New cards

Wat zijn kenmerken en functies van aders?

de aders zorgen ervoor dat het bloed van de organen weer terugstroomt naar het hart. Het bloed in de aders is zuurstofarm.

80
New cards

Wat is de poortader voor uitzondering?

de poortader vervoert bloed van de darmen naar de lever, niet terug naar het hart

81
New cards

welke ader is als uitzondering zuurstofrijk?

de ader van de longen naar het hart

82
New cards

wat is de functie en kenmerken van de haarvaten?

om het bloed op alle plekken van het lichaam te krijgen, vertakken de slagaders zich tot haarvaten. Dit zijn hele dunne bloedvaten waarvan de wanden dun zijn, hierdoor kan er zuurstof uitgewisseld worden

83
New cards

Welke bloedvaten bevatten kleppen?

aders

84
New cards

Wat is het tegenstroomprincipe

bloed en water dat in tegenovergestelde richting stroomt om zuurstofopname te maximaliseren

85
New cards

Hoe functioneert de embryonale bloedsomloop?

het bloed van het embryo ontvangt zuurstof en voedingsstoffen via de navelstrengslagader en navelstrengader van de moeder

86
New cards

wat zijn de foramen ovale en ductus Botalli?

tijdelijke verbindingen in het hart die de bloedsomloop van de longen omzeilen. Na de geboorte sluiten deze verbindingen zodat de baby zelfstandig kan ademhalen.

87
New cards

wat is de functie van rode bloedcellen en hemoglobine?

vervoeren zuurstof van de longen naar de weefsels en brengen koolstofdioxide terug

88
New cards

wat is de functie van weefselvloeistof?

weefselvloeistof omringt de cellen en voorziet hen van zuurstof en voedingsstoffen

89
New cards

Door wat ontstaat weefselvloeistof?

door filtratiedruk in de haarvaten, die vloeistof naar de omliggende weefsels drukt

90
New cards

wat is de colloïd-osmotische druk?

de aanzuigende kracht van eiwitten (vooral albumine) in het bloedplasma, die water vanuit de weefsels terug de bloedvaten in trekt. Deze druk voorkomt oedeem

91
New cards

Hoe werken het bloedvatenstelsel en het lymfestelsel samen?

het bloedvatenstelsel levert weefselvloeistof aan de cellen, terwijl het lymfevatenstelsely het overschot aan vocht terugvoert naar de bloedsomloop via de borstbuis.

92
New cards

Wat is de functie van wortelharen?

zorgen voor de opname van water en mineralen uit de bodem

93
New cards

wat is de functie van houtvaten?

transporteren water en anorganische voedingsstoffen van de wortels naar de bladeren, waarbij worteldruk, cohesiekracht en adhesiekracht samenwerken om water door de plant te verplaatsen

94
New cards

wat is de functie van bastvaten?

vervoeren suikers en andere assimilatieproducten van de bladeren naar de rest van de plant

95
New cards

wat is het verschil tussen mastvaten en houtvaten?

Houtvaten (xyleem) vervoeren water en mineralen naar de bladeren, bastvaten (floëem) transporteren glucose naar de wortels.

96
New cards

Wat is het verschil tussen de organische en anorganische sapstroom?

de anorganische sapstroom (via houtvaten) voert water en mineralen aan, terwijl de organische sapstroom (via bastvaten) suikers en andere voedingsstoffen vervoert.

97
New cards

Wat ondersteunt het lymfesysteem?

de vloeistofbalans