1/95
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Weten of bij DMSA-meting multipressie afvlakking van de linker nier kan veroorzaken
Ja. Bij DMSA kan een "milt impressie" afvlakking van de laterocraniale boord van de linker nierbovenpool veroorzaken. Door superpositie van de milt lijkt een deel van de nier minder goed zichtbaar en dus minder functioneel.
Gebruikte pagina: 24.
dus juist
Weten of 99mTc-MercaptoAcetyl-3-Glycine de merker is bij DMSA
Nee. Bij een DMSA-onderzoek gebruikt men als isotoop/merker 99mTc-DiMercaptoSuccinic Acid. DMSA wordt gebruikt voor evaluatie van glomerulaire filtratie en tubulaire re-uptake en geeft een beeld van de corticale nieractiviteit, littekens en afunctionele zones.
99mTc-MercaptoAcetyl-3-Glycine hoort niet bij DMSA maar bij MAG-3 (renogram). MAG-3 evalueert glomerulaire filtratie én tubulaire secretie en bestaat uit een vasculaire inloopfase, parenchymfase en excretiefase.
Gebruikte pagina's: 24-25.
dus fout
Weten of DMSA intramusculair (IM) wordt toegediend
Het document vermeldt niet dat DMSA intramusculair (IM) wordt toegediend. Er staat enkel dat DMSA een nucleaire test is met als isotoop 99mTc-DiMercaptoSuccinic Acid en dat het gebruikt wordt voor evaluatie van glomerulaire filtratie en tubulaire re-uptake.
Bij de patiëntenvoorbereiding staat wel dat de patiënt goed gehydrateerd moet zijn, eventueel PO of IV, maar er wordt geen IM-toediening van DMSA beschreven.
Gebruikte pagina: 24.
dus fout
Weten of bij spierpijn door Tadalafil overschakelen naar Sildenafil aangewezen is
Het document zegt niet expliciet dat je bij spierpijn door Tadalafil moet overschakelen naar Sildenafil. Het vermeldt wel dat spierpijn een neveneffect is "enkel bij Tadalafil".
Daarnaast staat er dat sildenafil en vardenafil een halfwaardetijd van 4-5 uur hebben, terwijl tadalafil een veel langere halfwaardetijd heeft van 17,5 uur. Sildenafil behoort dus ook tot de PDE5-remmers, maar spierpijn wordt in het document niet als typische bijwerking van sildenafil vermeld.
Het document vermeldt dus impliciet dat spierpijn specifiek geassocieerd is met tadalafil, maar geeft geen expliciete aanbeveling over overschakelen naar sildenafil.
Gebruikte pagina's: 63-64.
Weten of spierpijn bij de man van 70 komt door zijn seksuele activiteit
Nee, volgens het document is spierpijn een neveneffect dat specifiek vermeld wordt bij Tadalafil, een PDE5-remmer gebruikt voor erectiele dysfunctie. Het document koppelt de spierpijn dus aan de medicatie en niet aan de seksuele activiteit zelf.
Bij de neveneffecten van PDE5-remmers staan onder andere hoofdpijn, blozen, maaglast, lopende neus en "spierpijn (enkel bij Tadalafil !)".
Gebruikte pagina: 63.
Weten of volgens Princeton Consensus Panel II een volledige cardiologische check-up moet gebeuren voor alternatieve medicatie bij PDE-5 gebruik.
Het document vermeldt niet dat volgens het "Princeton consensus panel" een volledige cardiologische check-up verplicht is vóór alternatieve medicatie bij PDE5-remmers.
Er staat wel dat het "Princeton consensus panel" criteria geeft om na te gaan of een voorafgaand cardiologisch consult vereist is. Daarnaast wordt vermeld dat PDE5-remmers ernstige hypotensie kunnen geven in combinatie met nitroglycerines of molsidomine.
Bij erectiele dysfunctie wordt ook benadrukt dat erectiestoornissen vanaf 50 jaar een alarmsymptoom kunnen zijn voor cardiovasculaire aandoeningen en myocardinfarct. Daarom worden cardiovasculaire risicofactoren geëvalueerd.
Het document spreekt dus over risico-assessment en eventueel cardiologisch consult, maar niet expliciet over een volledige cardiologische check-up voor alternatieve medicatie bij PDE5-gebruik.
Gebruikte pagina's: 61-64.
ik denk van wel want Princeton Consensus Panel staat onder het kopje alternatieven van behandeling van PDE-5 gebruik
Weten of PDE-5-inhibitors werken door inhibitie van de degradatie van cGMP
Ja. Het document vermeldt dat cGMP zorgt voor relaxatie van de gladde spiercellen van de sinusoïden in de corpora cavernosa, wat erectie veroorzaakt.
Fosfodiesterase-5 (PDE-5) zorgt normaal voor de afbraak van cGMP en beëindigt zo de erectie. Sildenafil werkt als PDE-5 inhibitor en verhindert dus de degradatie van cGMP.
Er staat ook expliciet dat seksuele stimulatie nodig blijft, omdat eerst NO moet worden vrijgezet om cGMP te vormen.
Gebruikte pagina: 59.
Weten of PDE-5-inhibitors de degradatie van cGMP stimuleren
Nee. Het document vermeldt dat fosfodiesterase-5 (PDE-5) normaal instaat voor de afbraak van cGMP en zo de erectie beëindigt. Sildenafil werkt net als een PDE-5 inhibitor, dus het remt de afbraak/degradatie van cGMP in plaats van die te stimuleren. Daardoor blijft cGMP langer aanwezig en blijft de relaxatie van de gladde spiercellen behouden.
Gebruikte pagina: 59.
Weten of PDE-5-inhibitors gecombineerd kunnen worden met nitraten
Nee. Het document vermeldt een CAVE voor ernstige hypotensie bij combinatie van PDE5-remmers met nitroglycerines of molsidomine.
Daarnaast staat bij de contra-indicaties expliciet dat gebruik van nitroglycerines of molsidomine een contra-indicatie is voor PDE5-remmers.
Gebruikte pagina's: 63-64.
Weten of PDE-5-inhibitors genomen kunnen worden zonder rekening te houden met de maaltijd
Nee. Het document vermeldt dat een vette maaltijd en alcohol minder absorptie geven van PDE5-remmers. Er wordt wel een uitzondering vermeld voor tadalafil.
Dus voor de meeste PDE5-remmers moet men wel rekening houden met de maaltijd, vooral met vetrijke maaltijden.
Gebruikte pagina: 63.
Weten of PDE-5-inhibitors een contra-indicatie vormen bij patiënten die alfa-blokkers innemen
Het document vermeldt niet dat alfa-blokkers een contra-indicatie zijn voor PDE5-remmers.
De expliciet vermelde contra-indicaties voor PDE5-remmers zijn gebruik van nitroglycerines of molsidomine. Voor vardenafil worden daarnaast ook klasse 1A- en klasse 3-antiaritmica en gekende QT-problemen vermeld.
Alfa-blokkers worden elders in het document beschreven als medicatie die relaxatie van de sfincter geven en plassen bevorderen, maar er wordt geen verbod of contra-indicatie met PDE5-remmers vermeld.
Gebruikte pagina's: 5 en 64.
Weten of bij een oude patiënt met chronische transurethrale sonde, nitriet en leukocyten positief voor E. coli, geen perorale antibiotica aangewezen is
Ja, dat klopt volgens het document, indien er geen klachten zijn.
Het document vermeldt dat langdurige sondes bijna altijd gecontamineerd raken en bacteriurie veroorzaken. De gouden regel is: "geen klachten = geen antibiotica = geen kweken".
Asymptomatische bacteriurie wordt beschreven als bacteriurie >10⁵ CFU/ml uropathogenen in twee kweken met 24 uur tussen.
Er staat ook dat pyurie en bacteriurie frequent voorkomen bij sondedragers en dat men niet behandelt zolang de urine goed afloopt en er geen symptomen zijn.
Klachten waarbij men wel aan infectie denkt zijn o.a. koorts, flankpijn, pijn thv urethra of toegenomen urineverlies.
Nitriet- en leukocytenpositieve urine alleen volstaan dus niet om perorale antibiotica te geven bij een chronische transurethrale sonde.
Gebruikte pagina's: 32-33.
Weten of bij dezelfde casus een perorale antibiotica wel aangewezen is
Nee, volgens het document niet, zolang er geen klachten aanwezig zijn.
Bij een chronische transurethrale sonde is bacteriurie zeer frequent doordat de sonde een verbinding vormt tussen buitenwereld en blaas. Het document vermeldt expliciet de gouden regel: "geen klachten = geen antibiotica = geen kweken".
Asymptomatische bacteriurie hoeft dus niet behandeld te worden, ook al zijn nitriet en leukocyten positief. Het document vermeldt enkel behandeling bij symptomen zoals koorts, flankpijn, pijn ter hoogte van de urethra of toegenomen urineverlies.
Gebruikte pagina's: 32-33.
Weten of een niersteen aanwezig is bij deze casus
Op basis van de gegeven informatie kan volgens het document niet besloten worden dat er een niersteen aanwezig is.
Het document vermeldt dat nierstenen typisch kunnen gepaard gaan met koliekpijn, hematurie, nausea, braken en bewegingsdrang. Daarnaast kan beeldvorming zoals echografie of CT stenen aantonen.
In de beschreven casus werden enkel een chronische transurethrale sonde en positieve nitriet/leukocytentest voor E. coli vermeld. Dat volstaat volgens het document niet om een niersteen te bevestigen.
echo: transabdominaal
CT: blanco spiraal CT
Gebruikte pagina's: 15-16 en 22-23.
Weten of transurethrale siliconsondes om de 6 maanden vervangen moeten worden
Nee. Het document vermeldt dat silicone sondes een verblijfsduur van ongeveer 6 weken hebben, niet 6 maanden.
Bij het wisselen van katheters staat ook dat een suprapubische katheter na de eerste wissel vervolgens om de 6 weken vervangen wordt, afhankelijk van steenneerslag en infectie.
Gebruikte pagina's: 31-35.
Weten of transurethrale siliconsondes om de 6 weken vervangen moeten worden
Ja. Het document vermeldt dat silicone transurethrale sondes een verblijfsduur van ongeveer 6 weken hebben.
Daarnaast staat bij het wisselen van katheters dat ze vervolgens om de 6 weken vervangen worden, afhankelijk van steenneerslag en infectie. Silicone sondes hebben volgens het document wel het nadeel dat het lumen kan dichtslibben, met minder drainage en risico op steenvorming.
Gebruikte pagina's: 31 en 35.
Weten of transurethrale sondes gebruikt kunnen worden om de diurese bij postmictioneel residu te beoordelen
Nee. Het document vermeldt transurethrale katheterisatie voor meting van diurese om de vochtbalans op te volgen, vooral op intensieve zorgen, maar niet specifiek om postmictioneel residu te beoordelen.
Postmictioneel residu wordt in het document vermeld bij echografie van de blaas. Dus beoordeling van postmictioneel residu gebeurt volgens het document via blaasechografie en niet via een transurethrale sonde voor diuresemeting.
Gebruikte pagina's: 22 en 30.
Weten of bij infectie bij chronische transurethrale sondes altijd antibiotica gegeven moeten worden
Nee. Het document vermeldt dat chronische transurethrale sondes bijna altijd gecontamineerd raken en bacteriurie veroorzaken, maar dat men niet automatisch antibiotica geeft.
De gouden regel is: "geen klachten = geen antibiotica = geen kweken". Asymptomatische bacteriurie hoeft dus niet behandeld te worden.
Antibiotica komen pas in aanmerking bij klachten zoals koorts, flankpijn, pijn ter hoogte van de urethra of toegenomen urineverlies. Het document vermeldt ook dat continue profylaxe met antibiotica niet aanbevolen is wegens risico op resistentie.
Gebruikte pagina's: 32-33.
Weten of een man met hoog FSH, hoog LH, laag testosteron en laag inhibine het best karyotypering krijgt
Ja, dat past volgens het document bij een testiculair probleem zoals Klinefelter syndroom, waarbij genetisch onderzoek/karyotypering deel uitmaakt van de oppuntstelling.
Het document vermeldt bij testiculaire oorzaken van niet-obstructieve azoöspermie: "hoog FSH en LH, laag inhibine (bv. Klinefelter syndroom)". Verder staat bij de oppuntstelling van subfertiliteit dat genetica, waaronder "karyotype", onderzocht wordt.
Klinefelter (47,XXY) wordt beschreven met laag testosteron en hoge FSH/LH, passend bij hypergonadotroop hypogonadisme door een probleem ter hoogte van de testis.
Gebruikte pagina's: 45-46 en 55.
Weten of de cremaster-reflex het dermatoom L1-L2 betreft
Ja. Het document vermeldt dat de cremaster-reflex het dermatoom L1-L2 betreft.
De reflex wordt getest door met de vinger vanaf de knie naar boven langs de binnenzijde van het dijbeen en de lies te strijken, waarna elevatie van de testikels optreedt.
Gebruikte pagina: 21.
Weten of hematurie een alarmteken is
Ja. Het document vermeldt expliciet hematurie als een alarmsymptoom/alarmteken.
Daarnaast staat er dat "silentieuze macroscopische hematurie" beschouwd moet worden als blaas- of prostaatkanker tot het tegendeel bewezen is. Ook bij de alarmtekens wordt hematurie afzonderlijk opgesomd naast pijn, koorts, urineweginfecties en zeer moeilijk plassen.
Gebruikte pagina's: 14, 16 en 18.
Weten of een zwakke straal een alarmteken is
Nee. Het document vermeldt een zwakke/slappe straal als plasklacht, maar niet als alarmteken op zich.
Bij de medische geschiedenis en uroflowmetrie worden "slappe/onderbroken straal" en een lage flow beschreven als tekenen van mogelijke obstructie of verminderde blaasdruk.
De expliciete alarmtekens die genoemd worden zijn onder andere pijn, hematurie, zeer moeilijk plassen, urineweginfecties, koorts, gevoelsafwijkingen, verlammingsverschijnselen, gekende neurogene oorzaak en totale incontinentie. Een zwakke straal staat niet in deze lijst.
Gebruikte pagina's: 18 en 26-28.
Weten of incontinentie een alarmteken is
Niet elke incontinentie is een alarmteken volgens het document. Het document vermeldt specifiek "totale incontinentie" als alarmteken.
Bij de alarmtekens worden onder andere pijn, hematurie, zeer moeilijk plassen, urineweginfecties, koorts, gevoelsafwijkingen, verlammingsverschijnselen, gekende neurogene oorzaak en totale incontinentie opgesomd.
Gewone vormen van incontinentie, zoals inspanningsincontinentie of drangincontinentie, worden elders apart beschreven en staan niet expliciet bij de alarmtekens.
Gebruikte pagina's: 17-18.
Weten of de doormeter van een katheter met groen dopje 4,6 mm is
Ja. Het document vermeldt dat 1 Charrière (Ch) overeenkomt met 0,33 mm en geeft als voorbeeld: 14 Ch = 14/3 = 4,62 mm. Daarbij staat dat 14 Ch de "beste maat" is.
Het document vermeldt echter niet expliciet dat een groen dopje overeenkomt met 14 Ch. Enkel de diameter van 14 Ch wordt vermeld als ongeveer 4,6 mm.
Gebruikte pagina: 32.
Weten of slow-flow priapisme de ergste complicatie van intracavernale injecties is
Het document vermeldt niet expliciet dat slow-flow priapisme "de ergste complicatie" is van intracaverneuze injecties.
Wel staat er dat intracaverneuze injecties met vasoactieve stoffen een erectie kunnen veroorzaken die onafhankelijk is van seksuele stimulatie, en dat er een CAVE is voor priapisme: een erectie die >4 uur aanhoudt, hard en pijnlijk is.
Daarnaast vermeldt het document dat priapisme kan leiden tot fibrosering van de corpora cavernosa en daardoor erectieproblemen kan veroorzaken. Priapisme wordt ook beschreven als mogelijk iatrogeen door overdosis van medicatie tegen erectiestoornissen.
Het document benadrukt dus dat priapisme een ernstige complicatie is van intracaverneuze erectiebehandeling, maar gebruikt niet expliciet de term "slow-flow" of "ergste complicatie".
Gebruikte pagina's: 18-19 en 65.
internet:
Ja, slow-flow (ischemisch) priapisme is inderdaad de meest gevreesde en potentieel meest ernstige complicatie van intracaverneuze injecties (ICI). Het is een medisch noodgeval waarbij het bloed in de zwellichamen niet goed afvloeit en onvoldoende wordt ververst.
Als deze situatie langer dan 4 tot 6 uur aanhoudt, kan dit leiden tot ernstige zuurstoftekort (ischemie) en verzuring van het weefsel. Dit brengt grote risico's met zich mee
Weten of bij een man met bijna nooit ochtenderecties dit duidelijk door porno komt.
Nee. Het document vermeldt niet dat het ontbreken van ochtenderecties duidelijk door porno veroorzaakt wordt.
Bij erectiele dysfunctie staat dat de oorzaak zowel organisch als psychisch kan zijn. Organische oorzaken omvatten onder andere vasculaire, neurologische, hormonale en iatrogene factoren. Psychische oorzaken omvatten depressie en performance anxiety.
Daarnaast wordt in de anamnese expliciet gevraagd naar ochtenderecties en erecties tijdens masturbatie om mee te helpen differentiëren tussen mogelijke oorzaken van erectiele dysfunctie.
Gebruikte pagina's: 59-61.
Weten of dit duidelijk psychisch is
Nee. Volgens het document kan je dat niet duidelijk besluiten.
Het document vermeldt dat erectiele dysfunctie zowel een organische als een psychische oorsprong kan hebben. Organische oorzaken omvatten onder andere vasculaire, neurologische, hormonale en iatrogene oorzaken. Psychische oorzaken omvatten bijvoorbeeld depressie en performance anxiety.
Daarom wordt in de anamnese gevraagd naar ochtenderecties, masturbatie en omstandigheden van het seksueel probleem om een differentiatie te maken tussen organische en psychische oorzaken. Het ontbreken van ochtenderecties alleen volstaat dus niet om te besluiten dat het duidelijk psychisch is.
Gebruikte pagina's: 59-61.
Weten of PDE-5-inhibitors voorgeschreven moeten worden
Ja. Het document beschrijft PDE5-remmers als een gerichte behandeling voor erectiele dysfunctie binnen een bredere aanpak met counseling, aanpak van risicofactoren en behandeling van onderliggende aandoeningen.
Er wordt vermeld dat PDE5-remmers "on demand" of als "daily low dose" kunnen gebruikt worden. Daarnaast staan ook belangrijke aandachtspunten vermeld, zoals dat seksuele stimulatie nodig blijft en dat combinatie met nitroglycerines of molsidomine gecontra-indiceerd is wegens risico op ernstige hypotensie.
Het document benadrukt ook dat patiënten met erectiestoornissen eerst geëvalueerd moeten worden, inclusief cardiovasculaire risico-inschatting en anamnese.
Gebruikte pagina's: 59-64.
Weten of doorverwijzen voor Doppler noodzakelijk is
Nee. Het document vermeldt peniele duplex/Doppler als een mogelijke verdere evaluatie, maar niet als iets dat altijd noodzakelijk is.
Peniele duplex wordt beschreven om de vascularisatie van de corpora te onderzoeken en lekkage of werking van bloedvaten te controleren. Het staat bij de "alternatieven" en verdere opties wanneer behandeling niet succesvol is.
Doorverwijzing wordt volgens het document vooral overwogen bij situaties zoals primaire erectiele dysfunctie, peniele deformatie (bv. Peyronie), nood aan vasculaire/perineale/cardiologische evaluatie, jonge patiënt na trauma, gecompliceerde endocrinologische toestand of geen succes van orale behandeling.
Gebruikte pagina's: 64-65.
Weten of lIEF-classificatie gebruikt wordt voor erectiele dysfunctie en tevredenheid met seks
Ja. Het document vermeldt de "International Index of Erectile Function (IIEF)" als een gestandaardiseerde vragenlijst bij evaluatie van erectiestoornissen.
De IIEF beoordeelt verschillende domeinen:
erectiele functie
orgasmefunctie
sexual desire
intercourse satisfaction
overall satisfaction
Dus de IIEF wordt gebruikt voor erectiele dysfunctie én voor tevredenheid met seksuele activiteit/relatie.
Gebruikte pagina: 61.
Weten of lIEF-classificatie gebruikt wordt voor niet-obstructieve azoöspermíe
Nee. Het document vermeldt de International Index of Erectile Function (IIEF) als een gestandaardiseerde vragenlijst voor evaluatie van erectiele functie, orgasmefunctie, sexual desire en tevredenheid bij erectiestoornissen.
Niet-obstructieve azoöspermie (NOA) wordt elders besproken met hormonale evaluatie, genetica, testisbiopsie en beoordeling van testiculaire oorzaken, maar daar wordt de IIEF-classificatie niet vermeld.
Niet-obstructieve azoöspermie hoort bij onvruchtbaarheid,
IIEF bij erectiele dysfunctie
Gebruikte pagina's: 54-55 en 61.
Weten of contrast bij retrograde urethrografie via de meatus ingespoten wordt
Ja. Het document vermeldt dat bij retrograde urethrografie het contrast in de tegenovergestelde richting wordt toegediend door contrast op te spuiten. Daarbij bevindt de patiënt zich in rust zodat de sluitspier gecontraheerd is en de peniele urethra door het contrast gedistendeerd wordt.
Hoewel het woord "meatus" niet expliciet vermeld wordt in deze passage, impliceert retrograde inspuiting in de urethra dat het contrast via de uitwendige urethrale opening wordt ingebracht.
Gebruikte pagina: 23.
urethrografie (urethra)
● antegrade urethrografie = foto waarbij contrast de natuurlijke richting volgt (blaas → extern)
○ contrast: IV of opspuiten
○ patiënt vragen om te plassen: relaxatie van sluitspier en interne sfincter
● retrograde urethrografie = foto waarbij contrast de tegengestelde richting volgt
○ contrast: opspuiten in blaas
○ patiënt in rust: contractie van sluitspier, distensie van peniele urethra door contrast
● combinatie: locatie en afstand van vernauwing bepalen
pyelografie
● retrograde urethrografie: contrast opspuiten in ureterostium (meestal unilateraal)
○ indicatie: uretertumoren
dus nee niet meatus maar ureterostium
internet:
tijdens een retrograde urethrografie (RUG) wordt de contrastvloeistof inderdaad via de meatus (de uitgang van de plasbuis aan de top van de penis) ingespoten
welke is juist??????????
Weten of contrast IV ingespoten wordt
Ja, maar niet bij alle onderzoeken. Het document vermeldt dat contrast bij RX met contrast intraveneus (IV) of via een sonde kan worden toegediend.
Bij antegrade urethrografie staat ook expliciet dat contrast IV of via opspuiten kan worden gegeven.
Bij retrograde urethrografie daarentegen wordt het contrast opgespoten in tegengestelde richting en niet beschreven als IV-toediening.
Gebruikte pagina: 23.
Weten of contrast direct in de urethra wordt ingespoten
Ja. Het document vermeldt dat bij retrograde urethrografie het contrast wordt "opgespoten" terwijl de patiënt in rust is. Dit betekent dat het contrast rechtstreeks in de urethra wordt ingebracht om de peniele urethra te distenderen.
Bij antegrade urethrografie kan contrast IV of via opspuiten worden toegediend, maar bij retrograde urethrografie gebeurt de toediening rechtstreeks in de urethra.
Gebruikte pagina: 23.
Weten of contrast in de blaas wordt ingespoten
Ja. Het document vermeldt bij retrograde urethrografie: "contrast: opspuiten in blaas".
Daarnaast staat bij RX met contrast dat contrast IV of via een sonde kan worden toegediend om onder andere nierbekken en blaas zichtbaar te maken.
Gebruikte pagina: 23.
Weten of bij lekkage uit een sonde een dikkere sonde gebruikt moet worden
Nee. Het document vermeldt expliciet dat het een fabel is dat een patiënt met blijvend urineverlies een dikkere sonde nodig heeft.
Urineverlies naast de sonde komt volgens het document door een overactieve blaas die extra druk opbouwt, niet doordat de sonde te dun is. Bij blaasspasmen of drukopbouw worden anticholinergica, β3-mimetica of botox vermeld als mogelijke aanpak.
Gebruikte pagina's: 32-33 en 35.
Weten of gekeken moet worden of er een knik in de sonde zit
Ja. Het document vermeldt dat bij geen afloop van urine eerst moet nagegaan worden of er een knik in de leiding zit, of een klem aanwezig is, of de zak boven het niveau van de patiënt hangt.
Dit behoort dus tot de eerste controles bij problemen met een sonde.
Gebruikte pagina: 31.
Weten of constipatie opgelost moet worden
Ja. Het document vermeldt obstipatie/constipatie als een reversibele oorzaak van incontinentie binnen de "DIAPPERS"-oorzaken.
Daarnaast staat dat het rectum embryologisch verbonden is met de blaas en dat iemand met stoelgangsincontinentie 8-10 keer meer kans heeft op urine-incontinentie. Dit impliceert dat aanpak van constipatie belangrijk is bij urologische klachten/incontinentie.
Gebruikte pagina: 17.
Weten of anticholinergica gebruikt moeten worden.
Ja, maar afhankelijk van de oorzaak.
Het document vermeldt anticholinergica bij een overactieve blaas en urgentie-incontinentie. Ze voorkomen contractie van de blaas door werking op de M3-receptoren, wat kan helpen tegen plotse mictiedrang en blaasspasmen.
Daarnaast worden anticholinergica ook vermeld bij blaasspasmen rond sondes.
Het document geeft wel een waarschuwing: anticholinergica kunnen urineretentie veroorzaken en worden niet aanbevolen bij prostaathypertrofie en glaucoom.
Gebruikte pagina's: 6, 10, 17 en 33.
Weten of compulsive sexual behavior disorder inhoudt dat iemand superveel porno gebruikt en daar problemen van heeft.
Compulsive sexual behavior disorder diagnostische criteria ● controle: aanhoudend patroon van falen om intense, zich herhalende seksuele impulsen of drang te beheersen, resulterend in repetitief seksueel gedrag
● repetitieve seksuele activiteiten vormt een centrale focus in het dagelijks leven
● relapse: verschillende mislukte pogingen om repetitief seksueel gedrag te verminderen
● negatieve gevolgen: sociale afwezigheid, invloed op aanwezigheid op werk ...
≠ distress dat verband houdt met morele oordelen en afkeuring over seksuele impulsen, driften of gedragingen door bv. partner of cultuur
geen diagnostische criteria
● afkeuring van partner of cultuur
● frequentie van gebruik
problematic porn consumption (PPC): indien de herhaalde act het consumeren van pronografie is
p. 71
dus ja alleen indien PPC
Weten of het inhoudt dat iemands leven volledig om seks draait en iemand verslaafd is
Compulsive sexual behavior disorder diagnostische criteria ● controle: aanhoudend patroon van falen om intense, zich herhalende seksuele impulsen of drang te beheersen, resulterend in repetitief seksueel gedrag
● repetitieve seksuele activiteiten vormt een centrale focus in het dagelijks leven
● relapse: verschillende mislukte pogingen om repetitief seksueel gedrag te verminderen
● negatieve gevolgen: sociale afwezigheid, invloed op aanwezigheid op werk ...
≠ distress dat verband houdt met morele oordelen en afkeuring over seksuele impulsen, driften of gedragingen door bv. partner of cultuur
geen diagnostische criteria
● afkeuring van partner of cultuur
● frequentie van gebruik
problematic porn consumption (PPC): indien de herhaalde act het consumeren van pronografie is
dus ja
Weten of relatieproblemen door seksueel onvermogen tot de stoornis behoren
Compulsive sexual behavior disorder diagnostische criteria ● controle: aanhoudend patroon van falen om intense, zich herhalende seksuele impulsen of drang te beheersen, resulterend in repetitief seksueel gedrag
● repetitieve seksuele activiteiten vormt een centrale focus in het dagelijks leven
● relapse: verschillende mislukte pogingen om repetitief seksueel gedrag te verminderen
● negatieve gevolgen: sociale afwezigheid, invloed op aanwezigheid op werk ...
≠ distress dat verband houdt met morele oordelen en afkeuring over seksuele impulsen, driften of gedragingen door bv. partner of cultuur
geen diagnostische criteria
● afkeuring van partner of cultuur
● frequentie van gebruik
problematic porn consumption (PPC): indien de herhaalde act het consumeren van pronografie is
dus nee dat is geen diagnostische criteria.
p. 71
Weten of alle drie bovenstaande kenmerken bij de stoornis horen
alleen als de eerste telt als ppc
Weten of dapoxetine on demand mag gebruikt wordt bij een premature ejaculatie
Ja. Het document vermeldt expliciet dat dapoxetine bij premature ejaculatie "on demand" gebruikt kan worden, vlak voor seksuele activiteit.
Dapoxetine wordt beschreven als een SSRI binnen de medicamenteuze behandeling van premature ejaculatie. In tegenstelling tot paroxetine, dat dagelijks aan lage dosis gebruikt wordt, is dapoxetine bedoeld voor inname op het moment van nood.
Gebruikte pagina: 69.
Weten of fluoxetine on demand gebruikt wordt bij een premature ejaculatie
Nee. Het document vermeldt niet dat fluoxetine on demand gebruikt wordt bij premature ejaculatie.
Bij de SSRI's worden enkel:
dapoxetine: on demand, vlak voor seksuele activiteit
paroxetine: dagelijks gebruik aan lage dosis
vermeld. Fluoxetine wordt nergens genoemd in deze behandeling.
Gebruikte pagina: 69.
Weten of dapoxetine dagelijks gebruikt wordt bij een premature ejaculatie
Nee. Het document vermeldt dat dapoxetine "on demand" gebruikt wordt, vlak voor seksuele activiteit.
Voor dagelijks gebruik aan lage dosis wordt in het document paroxetine vermeld, niet dapoxetine. Beide behoren tot de SSRI's die gebruikt worden bij premature ejaculatie.
Gebruikte pagina: 69.
Weten of andere medicatie wordt gebruikt bilj een premature ejaculatie
Ja. Naast SSRI's vermeldt het document nog andere behandelingen voor premature ejaculatie.
Medicatie:
dapoxetine: on demand
paroxetine: dagelijks aan lage dosis
lage dosis tramadol: morfineachtige pijnstilling waardoor minder gevoel en minder signaaldoorgifte
Andere niet-medicamenteuze opties:
glijmiddel of condooms met lokaal verdovend effect
bekkenbodemrelaxatietherapie
start-stop therapie
squeeze technique
Daarnaast wordt experimentele chirurgie vermeld, zoals selectieve dorsale neurectomie en hyaluronzuurinjecties in de glans.
Gebruikte pagina's: 69-70.
Weten of IPSS de International Prostate Symptom Score is
Ja. Het document vermeldt expliciet dat IPSS staat voor "International Prostate Symptom Score".
Het wordt beschreven als een vragenlijst die gebruikt wordt om symptomen van benigne prostaathyperplasie (BPH) te beoordelen en op te volgen, met vragen over urinaire symptomen en levenskwaliteit.
Gebruikte pagina: 27.
Weten of IPSS informatie geeft over prostaatkanker
Nee. Het document vermeldt dat de IPSS gebruikt wordt om symptomen van benigne prostaathyperplasie (BPH) te beoordelen en op te volgen.
De vragenlijst geeft informatie over urinaire symptomen en levenskwaliteit, maar het document vermeldt niet dat IPSS gebruikt wordt voor diagnose of evaluatie van prostaatkanker.
Gebruikte pagina: 27.
Weten of IPSS informatie geeft over lage urinewegklachten
Ja. Het document vermeldt dat de International Prostate Symptom Score (IPSS) gebruikt wordt om symptomen van benigne prostaathyperplasie te beoordelen en op te volgen via vragen over urinaire symptomen en levenskwaliteit.
Omdat het gaat over plasklachten zoals frequent plassen, opstaan 's nachts en andere urinaire symptomen, geeft de IPSS dus informatie over lage urinewegklachten (LUTS).
Gebruikte pagina: 27.
Weten of IPSS informatie geeft over nachtelijk plassen
Ja. Het document vermeldt dat de IPSS vragen bevat over urinaire symptomen, waaronder specifiek "het aantal keren opstaan tijdens slaap".
De IPSS geeft dus ook informatie over nachtelijk plassen (nycturie).
Gebruikte pagina: 27.
Weten of retrograde ejaculatie kan gebeuren bij alfa-blokkers door blaashalsrelaxatie
Ja. Het document vermeldt dat retrograde ejaculatie kan optreden bij gebruik van α-blokkers door relaxatie van de inwendige sluitspier/blaashals. Daardoor gaat het zaad richting blaas in plaats van naar buiten.
Bij de symptomen van retrograde ejaculatie wordt ook "troebele urine na zaadlozing" vermeld.
Gebruikte pagina's: 6, 18 en 70.
Weten of op echo vaak prostaatkanker en poliepen gezien worden
Nee. Het document vermeldt bij echografie wel:
prostaatechografie via transrectale echo
blaastumoren en blaasstenen op echo
tumoren met minder echo-densiteit en zonder slagschaduw
Maar het zegt niet dat prostaatkanker of poliepen "vaak" gezien worden op echo.
Gebruikte pagina's: 22-23.
Weten of op transrectale echo zaadblaasjes zichtbaar zijn
Ja. Het document vermeldt expliciet dat bij transrectale echografie zowel de prostaat als de zaadblaasjes zichtbaar/onderzocht worden.
Gebruikte pagina: 23.
Weten of bilaterale vasectomie anorgasme veroorzaakt
Het document vermeldt niet dat een bilaterale vasectomie anorgasme veroorzaakt.
Bij orgasmestoornissen staat wel dat men nog orgasme kan hebben na radicale prostatectomie. Daarnaast wordt anejaculatie beschreven als orgasme zonder ejaculatie, maar vasectomie wordt hierbij niet vermeld.
Er kan dus op basis van het document niet besloten worden dat bilaterale vasectomie anorgasme veroorzaakt.
Gebruikte pagina's: 18 en 70.
Weten of bilaterale vasectomie anejaculatie veroorzaakt.
Nee. Het document vermeldt niet dat bilaterale vasectomie anejaculatie veroorzaakt.
Anejaculatie wordt in het document gedefinieerd als "orgasme zonder ejaculatie". Als oorzaken worden psychologische problemen vermeld, maar vasectomie wordt daarbij niet genoemd.
Retrograde ejaculatie wordt wel gekoppeld aan blaashalsproblemen, α-blokkers of chirurgie van prostaat/blaashals.
Gebruikte pagina's: 54 en 70.
Weten of voor en na vasectomie evenveel ejaculaatvolume wordt geproduceerd
Het document vermeldt dit niet expliciet.
Wel staat er dat de prostaat het grootste deel van het zaadvocht levert en dat de zaadblaasjes ook zaadvocht produceren, terwijl de testes zaadcellen aanleveren. Een vasectomie onderbreekt volgens het document de ductus deferens, maar er wordt nergens expliciet gezegd dat het ejaculaatvolume gelijk blijft of verandert na vasectomie.
Gebruikte pagina's: 4-5.
Weten of glucosurie bepaald kan worden met een dipstick
Ja. Het document vermeldt dat met een urine-dipstick onder andere glucose kan worden bepaald.
Bij de specifieke testen van urineonderzoek staat dat de dipstick onder andere Hb, urobilinogeen, bilirubine, proteïne, nitriet, ketonen, glucose en pH kan meten. Glucosurie kan dus opgespoord worden met een dipstick.
Gebruikte pagina: 22.
Weten of volledige plas nodig is voor bacteriële kweek
Nee. Het document vermeldt voor bacteriologisch urineonderzoek verschillende types urinestalen, waaronder "midstream" urine voor dipstick, microscopie en kweek.
Er staat nergens dat een volledige plas noodzakelijk is voor een bacteriële kweek. Integendeel, het document benadrukt het gebruik van een midstream staal.
Gebruikte pagina: 21.
Weten of urine uit een plaszak gebruikt kan worden voor onderzoek
Het document vermeldt dit niet expliciet.
Er worden wel verschillende correcte urinestalen beschreven:
first stream urine voor PCR
midstream urine voor dipstick, microscopie en kweek
verse urine voor cytologie
Het document vermeldt nergens dat urine uit een plaszak geschikt is voor onderzoek of kweek.
Gebruikte pagina's: 21-22.
Weten of cytologie standaard wordt uitgevoerd
Nee. Het document vermeldt cytologisch onderzoek als één van de mogelijke urineonderzoeken, maar niet als standaardonderzoek.
Bij de urinestalen staat dat verse urine met alcohol gebruikt wordt "bij vermoeden van blaaskanker" om atypische cellen op te zoeken. Dit wijst erop dat cytologie gericht gebeurt bij specifieke indicaties en niet standaard bij elke patiënt.
Gebruikte pagina's: 21-22.
Weten of N. pelvinus somatisch geinnerveerd is
Nee. Het document vermeldt dat de n. pelvinus behoort tot het autonoom parasympathisch systeem (PS) en niet tot het somatisch zenuwstelsel.
Hij ontspringt uit S2-S4 en gebruikt acetylcholine als neurotransmitter. De M3-receptoren zorgen voor contractie van de blaas.
De n. pudendus wordt daarentegen beschreven als somatisch en zorgt voor willekeurige bediening van sluitspier en bekkenbodem.
Gebruikte pagina: 10.
Weten of externe anale sfincter dwarsgestreept is en somatisch geinnerveerd
Ja. Het document vermeldt dat de n. pudendus deel uitmaakt van het somatisch zenuwstelsel en zorgt voor willekeurige bediening van de sluitspier en bekkenbodem.
Daarnaast wordt beschreven dat de anale reflex een contractie van de anale sfincter veroorzaakt. Ook wordt vermeld dat de externe sfincter uit dwarsgestreept spierweefsel bestaat.
spieren
● urinewegen, blaas: glad spierweefsel → onwillekeurig
● bekkenbodem: gestreept skeletspierweefsel → willekeurig
○ ontspannen: urine loslaten
○ opspannen: urineretentie
Gebruikte pagina's: 2, 10 en 21.
Weten of standaardonderzoek bij erectieproblemen een Doppler omvat
Nee. Het document vermeldt niet dat Doppler/peniele duplex standaardonderzoek is bij erectieproblemen.
Bij de evaluatie van erectiestoornissen worden als standaard onderdelen vermeld:
anamnese
klinisch onderzoek
bloedonderzoek
Peniele duplex wordt later beschreven als een verdere evaluatie om de vascularisatie van de corpora te onderzoeken en lekkage of werking van bloedvaten te controleren. Het staat bij de alternatieven/verwijzing naar tweede lijn wanneer verdere evaluatie nodig is.
Gebruikte pagina's: 60-65.
Weten of T8-lesie leidt tot blaashyporeflexie en sfinctersynergie
Het document vermeldt geen T8-lesie specifiek en zegt nergens expliciet dat een T8-lesie leidt tot blaashyporeflexie met sfinctersynergie.
Wel vermeldt het document dat schade aan descenderende banen kan leiden tot dyssynergie, waarbij blaascontractie en relaxatie van de sfincter onafhankelijk van elkaar verlopen. Daarnaast wordt beschreven dat beschadiging van de n. pelvinus of sacrale regio kan leiden tot een atone blaas.
Op basis van het document kan deze stelling dus niet bevestigd worden.
Gebruikte pagina's: 10-11 en 33.
Weten of T8-lesie leidt tot blaashyporeflexie en sfincterdesynergie
Het document vermeldt niet expliciet dat een T8-lesie leidt tot blaashyporeflexie met sfincterdyssynergie.
Wel staat er dat beschadiging van descenderende banen kan leiden tot dyssynergie: de blaas contraheert terwijl de sfincter niet correct ontspant. Daarnaast wordt een atone/hyporeflexe blaas eerder gekoppeld aan beschadiging van de n. pelvinus of sacrale regio.
De combinatie "T8-lesie + blaashyporeflexie + sfincterdyssynergie" wordt dus niet expliciet bevestigd in het document.
Gebruikte pagina's: 10-11 en 33.
Weten of T8-lesie leidt tot blaashyperreflexie en sfinctersynergie
Nee. Het document vermeldt dit niet expliciet.
Wel staat er dat schade aan descenderende banen kan leiden tot dyssynergie, waarbij de blaas contraheert zonder correcte relaxatie van de sfincter. Dat wijst dus eerder op sfincterdyssynergie dan synergie.
Daarnaast wordt hyperreflexie niet specifiek gekoppeld aan een T8-lesie in het document.
Gebruikte pagina's: 10-11.
Weten of T8-lesie leidt tot blaashyperreflexie en sfincterdesynergie
Ja, dit past wel bij wat in het document beschreven wordt.
Het document vermeldt dat schade aan descenderende banen kan leiden tot dyssynergie: de blaas contraheert terwijl de sfincter niet correct ontspant. Dit geeft dus sfincterdyssynergie.
Daarnaast wordt een atone/hyporeflexe blaas eerder gekoppeld aan beschadiging van de n. pelvinus of sacrale regio, waardoor een hogere laesie zoals T8 eerder geassocieerd wordt met hyperreflexie dan hyporeflexie.
De exacte formulering "T8-lesie → blaashyperreflexie en sfincterdyssynergie" staat niet letterlijk in het document, maar is het best overeenstemmend met de beschreven mechanismen.
Gebruikte pagina's: 10-11 en 33.
Weten of blaasspoeling helpt bij vermijden van CAUTI
Nee. Het document vermeldt expliciet dat blaasspoeling niet helpt om CAUTI (catheter-associated urinary tract infection) te vermijden.
Er staat dat blaasirrigatie/spoeling met fysiologisch water of ontsmettende producten geen nut heeft voor preventie van infecties. Daarnaast wordt ook vermeld dat continue profylaxe met antibiotica niet aanbevolen is wegens resistentieontwikkeling.
Gebruikte pagina: 33.
Weten of je bij FDE5-inhibitors moet oppassen met alfa-blokkers (Tamsulosine)
Het document vermeldt niet expliciet dat men moet oppassen met α-blokkers zoals tamsulosine in combinatie met PDE5-inhibitors.
Wel staat er dat PDE5-remmers ernstige hypotensie kunnen veroorzaken in combinatie met nitroglycerines of molsidomine. Daarnaast worden α-blokkers beschreven als medicatie die de blaashals/inwendige sfincter relaxeert en retrograde ejaculatie kan veroorzaken.
Een expliciete waarschuwing voor de combinatie PDE5-remmers + tamsulosine wordt in het document niet gegeven.
Gebruikte pagina's: 6, 63-64 en 70.
Weten of FDE5-inhibitors samen gegeven mogen worden met NO
Nee. Het document vermeldt dat PDE5-remmers zonder seksuele stimulatie geen effect hebben, omdat eerst NO moet worden vrijgezet.
NO zorgt namelijk voor vorming van cGMP, terwijl PDE5-remmers de afbraak van cGMP remmen.
Het document waarschuwt daarnaast expliciet voor ernstige hypotensie bij combinatie van PDE5-remmers met nitroglycerines of molsidomine, beide NO-gerelateerde vasodilaterende medicaties. Deze combinatie is ook vermeld als contra-indicatie.
Gebruikte pagina's: 59 en 63-64.
Weten of non-respons op PDE5-inhibitor pas verklaard kan worden na hoogste concentratie.
Ja. Het document vermeldt bij non-responders op PDE5-remmers dat verkeerd gebruik een belangrijke oorzaak kan zijn en dat patiënteneducatie/re-educatie nodig is.
Daarnaast staat dat PDE5-remmers zonder seksuele stimulatie geen effect hebben, omdat eerst voldoende NO moet worden vrijgezet. Ook beïnvloeden vetrijke maaltijden en alcohol de absorptie.
Het document zegt dus impliciet dat men eerst correcte inname en voldoende effect/absorptie moet beoordelen vóór men spreekt van echte non-respons. Een expliciete vermelding van "hoogste concentratie" staat echter niet letterlijk in het document.
Gebruikte pagina's: 59 en 63-64.
Weten of de prostaat 20 g weegt en onder de bekkenbodem ligt
Nee. Het document vermeldt dat de prostaat ongeveer 20 g weegt, maar ze ligt niet onder de bekkenbodem.
De prostaat wordt beschreven als gelegen:
onder de blaas
vóór het rectum
boven de bekkenbodem
Gebruikte pagina: 4.
Weten of Kallmann syndroom gekenmerkt wordt door hoog LH, hoog FSH, laag testosteron en laag inhibine
Nee. Het document vermeldt Kallmann syndroom als een vorm van hypogonadotroop hypogonadisme.
Bij hypogonadotroop hypogonadisme staan:
verlaagd testosteron
verlaagd LH en FSH
Daartegenover staat hypergonadotroop hypogonadisme met verhoogd LH en FSH, zoals bij Klinefelter syndroom.
Gebruikte pagina's: 54-55 en 46.
Weten van waar het cremasterreflex komt
Het document vermeldt dat de cremasterreflex het dermatoom L1-L2 betreft.
De reflex wordt opgewekt door vanaf de knie langs de binnenzijde van het dijbeen naar de lies te strijken, waarna elevatie van de testikels optreedt.
Gebruikte pagina: 21.
Weten wat je moet doen om een CAUTI te vermijden
Volgens het document kan je CAUTI (catheter-associated urinary tract infection) vermijden door:
een verblijfssonde enkel te plaatsen bij duidelijke indicatie
het gesloten systeem niet onnodig te openen
goede handhygiëne toe te passen
de urinezak onder blaasniveau te houden
de sonde correct te fixeren
tijdig de sonde te verwijderen wanneer niet meer nodig
Daarnaast vermeldt het document expliciet dat:
blaasirrigatie/spoeling geen nut heeft
continue antibiotische profylaxe niet aanbevolen is wegens resistentie
Gebruikte pagina's: 31-33.
Weten dat hematurie een alarmsymtoom is
Ja. Het document vermeldt hematurie expliciet als een alarmsymptoom/alarmteken.
Daarnaast staat dat "silentieuze macroscopische hematurie" beschouwd moet worden als blaas- of prostaatkanker tot het tegendeel bewezen is.
Gebruikte pagina's: 16 en 18.
Weten wat de diameter is van een groene verblijfsonde
Het document vermeldt niet expliciet welke kleur overeenkomt met welke Charrière-maat.
Wel staat er dat:
1 Ch = 0,33 mm
14 Ch ≈ 4,62 mm en dat 14 Ch de "beste maat" is.
Dus op basis van het document kan enkel gezegd worden dat een 14 Ch-sonde ongeveer 4,6 mm diameter heeft, maar de koppeling met een groen dopje wordt niet expliciet gemaakt.
Gebruikte pagina: 32.
Weten wat de functie is van M3 receptor antagonisten
M3-receptor antagonisten (anticholinergica) verhinderen contractie van de blaas.
Het document vermeldt dat de M3-receptor normaal zorgt voor contractie van de blaas via acetylcholine. Door deze receptor te blokkeren verminderen anticholinergica urgency, frequent plassen en blaasspasmen bij een overactieve blaas.
Er wordt ook vermeld dat ze urineretentie kunnen veroorzaken en niet aanbevolen zijn bij prostaathyperplasie en glaucoom.
Gebruikte pagina's: 10 en 17.
Weten wanneer een latex verblijfsonde vervangen moet worden
Het document vermeldt dat latex verblijfssondes een verblijfsduur hebben van ongeveer 2-3 week. Daarna moeten ze vervangen worden.
Silicone sondes hebben volgens het document een langere verblijfsduur van ongeveer 6 weken.
Gebruikte pagina: 31.
Weten welke therapie gerbuikt kan worden bij een man met premature ejaculatie
Volgens het document kunnen bij premature ejaculatie verschillende therapieën gebruikt worden.
Medicatie:
SSRI's
dapoxetine: on demand, vlak voor seksuele activiteit
paroxetine: dagelijks aan lage dosis
lage dosis tramadol
Niet-medicamenteuze therapieën:
bekkenbodemrelaxatietherapie
start-stop therapie
squeeze technique
glijmiddel of condooms met lokaal verdovend effect
Daarnaast vermeldt het document ook een biopsychosociale aanpak met aandacht voor partner, relatie en psychologische factoren.
Gebruikte pagina's: 68-69.
Weten wat de complicaties kunnen zijn bij intra-cavernosale injecties
Volgens het document is de belangrijkste complicatie van intracaverneuze injecties priapisme.
Priapisme wordt beschreven als:
een erectie die > 4 uur aanhoudt
hard en pijnlijk is
niet spontaan verdwijnt
Daarnaast vermeldt het document dat priapisme kan leiden tot fibrosering van de corpora cavernosa en later erectieproblemen kan veroorzaken.
Er wordt ook gewaarschuwd om ventraal niet te prikken wegens risico op letsel van de urethra.
Gebruikte pagina's: 18-19 en 65.
Weten wat DMSA is
DMSA is volgens het document een nucleaire test met als isotoop 99mTc-DiMercaptoSuccinic Acid.
Het onderzoek wordt gebruikt voor:
evaluatie van glomerulaire filtratie
tubulaire re-uptake
beoordeling van corticale nieractiviteit
opsporen van littekens en afunctionele zones in de nier
Het document vermeldt ook dat de patiënt goed gehydrateerd moet zijn vóór het onderzoek.
Gebruikte pagina: 24.
Weten wat je moet doen bij een man die tadalafil om terug goed te presteren bij een vriendin, maar spierpijn krijgt
Volgens het document is spierpijn een neveneffect dat specifiek voorkomt bij tadalafil.
Het document vermeldt daarnaast andere PDE5-remmers zoals sildenafil, vardenafil en avanafil. Sildenafil en vardenafil hebben een kortere halfwaardetijd (4-5 uur) dan tadalafil (17,5 uur).
Het document geeft geen expliciete aanbeveling wat je moet doen bij spierpijn door tadalafil, maar vermeldt wel dat spierpijn enkel bij tadalafil voorkomt. Hierdoor kan men impliciet denken aan een andere PDE5-remmer als alternatief.
Gebruikte pagina: 63.
Weten hoe je katheterinfecties voorkomt
Volgens het document voorkom je katheterinfecties (CAUTI) door:
enkel een verblijfssonde te plaatsen bij duidelijke indicatie
een gesloten systeem te behouden
goede handhygiëne toe te passen
de urinezak onder het niveau van de blaas te houden
de sonde goed te fixeren
de sonde zo snel mogelijk te verwijderen wanneer niet meer nodig
Het document vermeldt ook expliciet wat níet helpt:
blaasirrigatie/spoeling helpt niet
continue antibiotische profylaxe wordt niet aanbevolen wegens resistentie
Gebruikte pagina's: 31-33.
Weten wat sildenafil doet
Sildenafil is volgens het document een PDE-5 inhibitor.
Bij seksuele stimulatie wordt NO vrijgezet, waardoor cGMP gevormd wordt. cGMP zorgt voor relaxatie van de gladde spiercellen van de corpora cavernosa en dus voor erectie. PDE-5 breekt normaal cGMP af. Sildenafil remt PDE-5, waardoor cGMP langer aanwezig blijft en de erectie behouden blijft.
Het document benadrukt ook dat sildenafil zonder seksuele stimulatie geen effect heeft, omdat eerst NO moet worden vrijgezet.
Gebruikte pagina's: 59 en 63.
Weten wat de sexual tipping point is
De "sexual tipping point" (STP) is volgens het document het punt waarbij de balans tussen inhibitie en excitatie moet overwegen naar excitatie om NO te kunnen vrijstellen en een erectie te induceren.
Het document koppelt dit aan de "dual control theory", waarbij zowel exciterende als inhiberende factoren een rol spelen:
mentale factoren: gedachten, emoties, cultuur, seksuele stimulatie
fysieke factoren: anatomie, drugs/alcohol, genetica, neurologische factoren, dopamine
Er wordt ook vermeld dat voldoende opwinding en verlangen noodzakelijk zijn om NO vrij te stellen.
Gebruikte pagina: 60.
Weten hoe je merkt dat een patiënt last heeft van seksuele dysfunctie
Volgens het document merk je seksuele dysfunctie via anamnese en gerichte vragen over het seksuele functioneren.
Bij erectiele dysfunctie wordt gevraagd naar:
ochtenderecties
erecties tijdens masturbatie
libido en genot
mogelijkheid tot seksuele betrekkingen
orgasme- en ejaculatieproblemen
omstandigheden waarin het probleem optreedt
Daarnaast vermeldt het document dat patiënten soms pas op het einde van de consultatie hierover durven spreken ("deurklinkpathologie").
Er kunnen ook gestandaardiseerde vragenlijsten gebruikt worden, zoals de IIEF, die erectiele functie, orgasmefunctie, sexual desire en tevredenheid beoordeelt.
Gebruikte pagina's: 59-61.
Weten hoe je een patiënt met bacteriën zonder koorts/symptomen/klachten behandeld
Volgens het document behandel je asymptomatische bacteriurie niet wanneer de patiënt geen koorts, symptomen of klachten heeft.
De gouden regel die expliciet vermeld wordt is: "geen klachten = geen antibiotica = geen kweken".
Bij patiënten met een chronische verblijfssonde komen bacteriurie en pyurie frequent voor. Antibiotica worden pas overwogen bij symptomen zoals:
koorts
flankpijn
pijn ter hoogte van de urethra
toegenomen urineverlies
Gebruikte pagina's: 32-33.
Weten wat de kenmerken zijn van een suprapubische sonde
Volgens het document is een suprapubische sonde een verblijfssonde die via de buikwand rechtstreeks in de blaas wordt geplaatst.
Kenmerken/voordelen:
comfortabeler voor langdurig gebruik
minder risico op urethrale schade
geen druk op urethra of prostaat
gemakkelijker voor seksuele activiteit
gemakkelijker qua hygiëne en verzorging
Nadelen/complicaties:
kans op infectie
kans op steenvorming
kan verstoppen
vereist een procedure voor plaatsing
Het document vermeldt ook dat:
de eerste wissel gebeurt na 6 weken
daarna vervanging ongeveer om de 6 weken gebeurt afhankelijk van steenneerslag en infectie
Gebruikte pagina's: 30-35.
Weten waar de prostaat ligt
Volgens het document ligt de prostaat:
onder de blaas
vóór het rectum
boven de bekkenbodem
De prostatische urethra loopt doorheen de prostaat.
Gebruikte pagina: 4.
Weten hoe de bezenuwing van de blaas is
Volgens het document heeft de blaas zowel parasympathische, sympathische als somatische bezenuwing.
Parasympathisch (PS) - n. pelvinus (S2-S4):
neurotransmitter: acetylcholine
M3-receptoren zorgen voor contractie van de blaas → plassen
Sympathisch (OS):
β3-receptoren zorgen voor relaxatie van de blaas
α1-receptoren zorgen voor contractie van de inwendige sfincter → opslagfase
Somatisch - n. pudendus:
willekeurige controle van uitwendige sfincter en bekkenbodem
dwarsgestreepte spieren
Het document vermeldt ook dat beschadiging van descenderende banen kan leiden tot dyssynergie tussen blaas en sfincter.
Gebruikte pagina's: 10-11.
Weten wat de standaardonderzoeken zijn bij iemand met erectieproblemen
Volgens het document bestaan de standaardonderzoeken bij erectieproblemen uit:
Anamnese
persoonlijke voorgeschiedenis
medicatiegebruik
seksuele anamnese
ochtenderecties
erecties bij masturbatie
libido, orgasme- en ejaculatieproblemen
Klinisch onderzoek
penis, testes en prostaat
tekenen van hypogonadisme
bloeddruk en pols
eventueel neurologisch onderzoek
Bloedonderzoek
diabetes
hyperlipidemie
nier- en leverfunctie
hormonaal onderzoek (testosteron, LH, FSH, prolactine ...) indien vermoeden van hypogonadisme
Eventueel vragenlijsten
IIEF (International Index of Erectile Function)
Peniele duplex/Doppler wordt beschreven als verder gespecialiseerd onderzoek en niet als standaardonderzoek.
Gebruikte pagina's: 60-65.
Weten waar IPSS voor staat
IPSS staat volgens het document voor "International Prostate Symptom Score".
Het is een vragenlijst die gebruikt wordt om symptomen van benigne prostaathyperplasie en lage urinewegklachten te evalueren.
Gebruikte pagina: 27.
Weet wat een spijtoptant is bij sterilisatie
Een "spijtoptant" bij sterilisatie is volgens het document iemand die na een sterilisatie toch opnieuw een kinderwens krijgt en spijt heeft van de ingreep.
Daarom vermeldt het document dat goede counseling belangrijk is vóór sterilisatie.
Gebruikte pagina: 43 en 52.
Ken de diameters van de sondes
Volgens het document:
1 Charrière (Ch) = 0,33 mm
14 Ch ≈ 4,62 mm diameter
Het document vermeldt 14 Ch als de "beste maat" voor een verblijfssonde.
Andere specifieke sondediameters worden niet expliciet opgelijst.
Gebruikte pagina: 32.