1/22
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Infantpsychiatrie
- Subdiscipline die zich richt op psychische problemen bij baby’s en zeer jonge kinderen
- Ontstaan vanuit het idee dat psychische problemen al vanaf de geboorte kunnen beginnen
- Sterke focus op preventie en vroege interventie
- Bestudeert stresssymptomen die ontstaan door interactie met de omgeving
DC 0-5
- Diagnostisch systeem specifiek voor kinderen van 0 tot 5 jaar
- Gebruikt meerdere assen om kind, context en ontwikkeling in kaart te brengen
- Houdt rekening met de ontwikkelingsfase van het kind
“diagnostic classification schedule”
→onderzoek kijkt naar symptomen in vroege fases, proberen hieruit informatie te halen voor preventie
DSM-5
- Standaard classificatiesysteem voor psychische stoornissen vanaf ±6 jaar
- Diagnose focust vooral op klinisch beeld (as 1)
- Minder nadruk op context dan DSM-IV
Transitiepsychiatrie
- Richt zich op jongeren ±16–25 jaar
- Overgangsfase tussen afhankelijke positie (kind) en autonomie (volwassene)
- Nodig omdat jongeren niet goed passen in kinder- of volwassenenpsychiatrie
→psychiaters kinderen & volwassenen werken samen op deze afdelingen
Gezinspsychiatrie / contextpsychiatrie
Kinderpsychiatrie kan ook wel gezinspsychiatrie genoemd worden (kind op zich bestaat niet, altijd in context gezin)
→geldt ook voor jongeren in transitiepsychiatrie
- Kinderpsychiatrie kan niet los gezien worden van de leefcontext
- Gedrag van het kind ontstaat in interactie met gezin/omgeving
- Behandeling richt zich op zowel kind als omgeving
Peripartale psychiatrie
- Psychiatrie rond zwangerschap en geboorte
- Focus op risico’s voor het ongeboren kind (geen infantpsychiatrie want gaat over ongeboren kind)
- Start zorg vaak al vóór geboorte bij risicogezinnen
KOPP
- Kinderen van ouders met psychiatrische problemen
- Hebben verhoogd risico op problemen, maar niet automatisch een stoornis
- Kunnen rollen opnemen die niet leeftijdsadequaat zijn (bv. parentificatie)
Kindreflex
- Procedure in hulpverlening om kinderen van patiënten in kaart te brengen
- Doel: nagaan zorgsituatie en risico’s voor het kind
- Verplicht in Vlaamse context (verplicht te vragen “heeft u kinderen”)
→stap 2: verder hebben over ouderrol
→stap 3: is er good enough parenting? Super! Als dit niet het geval is ondersteuning verlenen
Good enough parenting
- Ouderschap dat voldoende ondersteunend is voor gezonde ontwikkeling
- Vermijdt extremen zoals overbescherming of verwaarlozing
Ontwikkeling
- Centraal concept: gedrag en symptomen veranderen doorheen de leeftijd
- Zelfde stoornis kan zich anders uiten op verschillende leeftijden
Hersenontwikkeling
- Hersenen zijn nog in ontwikkeling tot ±24 jaar
- Structuur en functies veranderen continu
- Invloed van ervaring en omgeving is cruciaal
→ontwikkelende hersenen: voortdurende leerervaring met omgeving waarin kind zich bevindt
Nature-nurture transactionaliteit
- Gedrag ontstaat uit interactie tussen aanleg (genetica, risicofactoren) en omgeving (leerervaringen)
- Beide beïnvloeden elkaar continu
- Invloed start al vóór de geboorte en gaat hele tijd verder
Vb kind met aanleg voor depressie groeit op met depressieve moeder: ziet enkel depressie als voorbeeld
Use it or lose it principe
- Verbindingen in het brein verdwijnen als ze niet gebruikt worden (lose it)
- Veel gebruikte vaardigheden worden sterker (use it)
→te maken met sensitieve periodes in hersenen
Sensitieve periodes
- Periodes waarin leren van bepaalde vaardigheden gemakkelijker is
- Gemiste kansen zijn moeilijk, maar soms nog herstelbaar
Kritieke periodes
- Periodes waarin ontwikkeling absoluut moet plaatsvinden
- Als dit niet gebeurt → blijvende beperking
Psychomotorisch domein
- Hoe iemand zich lichamelijk voelt en zich fysiek uitdrukt
→hoe zit je in je vel (tevredenheid), manier waarop lichaam aan buitenwereld vertelt hoe je je voelt
Socio-emotioneel domein
Emoties en interacties met anderen
=>alles wat relationeel is
Cognitief domein
Denken, aandacht, informatieverwerking
→hoe denk je
→hoe goed kan je denken
Moreel domein
Oordelen over goed en fout
→verschillende stadia morele ontwikkeling (manier waarop je evolueert over morele zaken evolueert doorheen tijd)
Identiteit (domein)
Zelfbeeld en wie iemand is
→dit is oké, behalve als het kwaad berokkent aan anderen (hou het dan onder controle)
→blijvende zelfreflectie!
DSM-IV multi-axiaal systeem
Diagnostiek op 5 domeinen
- Inclusief context, functioneren en somatiek
- Ging uit van een breder beeld dan DSM-5
Assen:
1) Klinische beeld (voldoet kind aan ‘voorwaarden’ om te labelen?)
2) PHstoornissen coderen of verstandelijke functioneren kind omschrijven
→wat is impact hiervan op probleem
3) Somatische aandoeningen
4) Omschrijving stressfactoren & moeilijkheden in omgeving van een kind
5) Functioneren van het kind
V-codes
- Codes voor psychosociale problemen (bv. relatieproblemen)
- Gebruikt in DSM-5 om context te beschrijven
→dit is soort van “alternatief'“ voor het vroegere multi-axiaal systeem van DSM-4
Verschillen tussen kind en volwassenen psychiatrie
1) Ander contact met leefcontext
→schoolplicht: sowieso samenwerken met school
→kinderen/jongeren soms in knoop met andere subculturen dan bij volwassen bestaan
2) Instrumentarium waarmee gebruikt wordt is anders dan bij volwassenen
→makkelijk taalgebruik, andere methoden
3) Therapeutische aangrijpingspunten
→systeemtherapie (nieuwe gewoonten aanleren) & mediatietherapie (instructies voor ouders, effectiever dan wekelijks uurtje bij psycholoog)
4) Voorzieningen voor kinderen die anders zijn/niet bestaan bij volwassen