1/60
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
la confiance
het zelfvertrouwen
la joie
de vreugde
une punition
een straf
adroit/ adroite
handig
agréable
aangenaam
asocial/ asociale
asociaal
curieux/ curieuse
nieuwsgierig
drôle/ marrant/ marrante
grappig
ennuyeux/ ennuyeuse
vervelend
impatient/ impatiente
ongeduldig
sévère
streng
sociable
sociaal
têtu/ têtue
koppig
timide
verlegen
pleurer
wenen
se fâcher contre quelqu’un
boos worden op iemand
un lycée
een middelbare school
avoir raison
gelijk hebben
avoir tort
ongelijk hebben
un bonnet
een muts
une boucle d’oreille
een oorbel
un bracelet
een armband
un collier
een halssnoer
une écharpe
een sjaal
un gant
een handschoen
la mort
de dood
chauve
kaal
essayer
proberen/ passen
se maquiller
zich maquilleren
se peigner les cheveux
de haren kammen
avoir les cheveux bouclés
krullend haar hebben
avoir les cheveux raides
stijl haar hebben
un choix
een keuze
un défi
een uitdaging
la production
de productie
absent/ absente
afwezig
moche
lelijk
occupé/ occupée
bezet/ druk
présent/ présente
aanwezig
réagir
reageren
à l’envers
omgekeerd
en avoir marre
er genoeg van hebben
un achat
een aankoop
une comparaison
een vergelijking
un désavantage
een nadeel
un avantage
een voordeel
branché/ branchée
hip/ modern
éviter
vermijden
il/elle me plaît
hij/zij bevalt me
ça me plaît
dat bevalt me
Quelle est votre pointure?
Wat is uw schoenmaat?
Quelle est votre taille?
Wat is uw kledingmaat?
une blague
een grap/ een mop
un siècle
een eeuw
embêtant/ embêtante
vervelend
s’énerver/ énerver
op de zenuwen werken
s’ennuyer
zich vervelen
exagérer
overdrijven
hésiter
twijfelen/ aarzelen
se souvenir de quelque chose
zich iets herinneren
rendre quelqu’un
iemand maken