1/101
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat zijn de kenmerken van de man van 55 jaar bij zijn initiële presentatie?
Hij heeft sinds één week erge last van een niet-productieve hoest.
Wat werd er gevonden bij het lichamelijk onderzoek tijdens de eerste presentatie?
Piepende rhonchi met een verlengd expirium.
Wat was de eerste diagnose bij deze patiënt?
Chronische bronchitis.
Wat was de initiële behandeling voor de chronische bronchitis?
Luchtwegverwijders.
Welke symptomen ontwikkelde de patiënt opeens na twee weken?
Hoge koorts, hoest met sputum en een ademhalingsfrequentie van 20 per minuut.
Hoe waren de vitale parameters (bloeddruk en urineproductie) bij het vervolgonderzoek na twee weken?
De bloeddruk was vrijwel normaal en de urineproductie was verhoogd.
Welk aanvullend onderzoek werd er aangevraagd bij de verslechtering na twee weken?
Een röntgenfoto (X-thorax).
Hoe zien weefselstructuren die straling doorlaten, zoals lucht in de longen, eruit op een röntgenfoto?
Deze zijn donker gekleurd.
Hoe worden structuren die straling absorberen, zoals ribben en het hart, afgebeeld op een röntgenfoto?
Deze worden wit afgebeeld.
Waarvan zijn de grijstinten op een röntgenfoto afhankelijk?
Van de weefselsamenstelling tussen stralingsdoorlatend en stralingsabsorberend in.
Wat was de specifieke bevinding op de thoraxfoto in de casus?
Een groot wit vlak op de plaats waar een zwart gebied (lucht) verwacht wordt in de lobus superior van de rechterlong.
Wat is de meest waarschijnlijke diagnose op basis van de thoraxfoto in de casus?
Pneumonie (longontsteking).
Wat betekent de term 'community-acquired'?
Dit betekent dat de infectie buiten het ziekenhuis is opgelopen.
Wie is de meest waarschijnlijke verwekker bij een community-acquired pneumonie?
S. pneumoniae (pneumokok).
Wat betekent de term 'nosocomiaal'?
Dit betekent dat de infectie in het ziekenhuis is opgelopen.
Welke bacteriën zijn vaak de verwekker bij een nosocomiale pneumonie?
S. aureus en/of gram-negatieve bacteriën zoals E. coli.
Welke verwekker is waarschijnlijk bij volwassenen die terugkomen van een reis uit het buitenland?
Legionella pneumophila.
Welke verwekkers komen vaak voor bij jongeren tussen de 3 en 10 jaar?
Mycoplasma pneumoniae of RSV.
Welke bacterie is een specifieke verwekker bij COPD-patiënten?
H. influenzae.
Waarom moet bij een stevige roker ook een bronchuscarcinoom worden overwogen?
Omdat roken een belangrijke risicofactor is voor longkanker, hoewel pneumonie hier aannemelijker is door koorts en hoesten.
Wat is een commensaal? En hoe kan hij invasief worden?
Pneumokok is commensaal (normale status) in bovenste luchtwegen, kan invasief worden en bacteriëmie veroorzaken, leidend tot pneumonie.
Waarvan is de kliniek van een pneumonie afhankelijk?
Van de verwekker, de leeftijd en de afweer van de patiënt.
Wat zijn de symptomen van een lobaire pneumokokkenpneumonie?
Snel ernstig ziek worden, hoge koorts, hoesten en pijn op de thorax door pleuraprikkeling.
Wat voor soort sputum ziet men vaak na 1 tot 2 dagen bij een pneumokokkenpneumonie?
Roestbruin purulent sputum.
Welke symptomen vertonen kinderen vaak bij een pneumonie?
Koorts en buikpijn.
Welke klachten staan op de voorgrond bij ouderen of COPD-patiënten met een pneumonie?
Kortademigheid en benauwdheid.
Wat kan de arts horen bij auscultatie van de longen bij iemand met een pneumonie?
Rhonchi en crepitaties.
Wat merkt een arts op bij percussie van de longen bij een pneumonie?
Demping van het longgeluid.
Welke symptomen van pneumonie komen sinds 2020 ook overeen met een SARS-CoV-2 infectie?
Koorts, kortademigheid, benauwdheid, hoesten met sputum, pijn op de borst en vermoeidheid.
Wat is het doel van de CURB-65 score?
Het inschatten van de ernst van een pneumonie op een schaal van 0 tot 5.
Waarvoor staan de letters in de CURB-65 score?
Verwarring (C), Ureum verhoogd (U), Ademhaling >30/min (R), Bloeddruk <90/60 (B) en Leeftijd 65+ (65).
Wat was de initiële CURB-65 score in de casus en waarom?
Score 1, omdat alleen het ureum verhoogd was.
Waarom steeg de CURB-65 score in de casus later naar 3?
Omdat de patiënt verward raakte en de ademhaling steeg naar 32/min, naast het al verhoogde ureum.
Wat is het beleid bij een CURB-65 score van 3?
Ziekenhuisopname is noodzakelijk.
Welk antibioticum was de initiële keuze in de casus en waarom?
Amoxicilline, omdat dit een breedspectrum antibioticum is dat effectief is tegen community-acquired verwekkers zoals de pneumokok.
Waarom start men bij een milde pneumonie met een onbekende verwekker met breedspectrum antibiotica?
Om de meest waarschijnlijke bacteriën direct te bestrijden terwijl de specifieke verwekker nog onbekend is.
Welke stappen worden ondernomen bij een verslechtering naar score 3?
Ziekenhuisopname, het doen van een antigeentest voor Legionella/pneumokokken en het starten van een 2e of 3e generatie cephalosporine.
Wat is de behandeling als de Legionella-test positief blijkt te zijn?
Moxifloxacine.
Wat is de therapie voor M. pneumoniae bij patiënten ouder dan 8 jaar?
Macrolide of doxycycline.
Welke therapie wordt voorgeschreven bij C. pneumoniae?
Een macrolide.
Wat is de eerstekeuzebehandeling voor C. psittaci bij vogelliefhebbers?
Doxycycline.
Welke antibioticum krijgen patiënten met Q-koorts (C. burnetii)?
Doxycycline.
Wat is de behandeling voor L. pneumophila (Legionella)?
Een fluorchinolon of macrolide.
Wat is de standaardbehandeling voor S. pneumoniae?
Amoxicilline.
Welke middelen gebruikt men voor S. aureus?
Flucloxacilline of amoxicilline-clavulaanzuur.
Hoe behandelt men H. influenzae?
Amoxicilline, eventueel met clavulaanzuur.
Wat is het alternatief bij een β-lactamallergie voor luchtweginfecties?
Doxycycline.
Wanneer wordt overgegaan op intraveneuze toediening van antibiotica?
Wanneer orale inname niet mogelijk is.
Bij welke specifieke patiëntengroepen komt S. aureus als verwekker vaker voor?
Na een influenza-infectie of bij een verstoorde afweer door COPD, alcohol of drugs.
Wat is de hoofdoorzaak van bovenste luchtweginfecties?
Hoofdzakelijk virussen.
Neusverkoudheid: rhinovirus (via handen/direct contact).
Influenza: via lucht en handen.
Hoe wordt het rhinovirus (neusverkoudheid) meestal overgedragen?
Via de handen of door direct contact.
Hoe verspreidt het influenzavirus zich?
Via de lucht en via de handen.
Wat is de hoofdoorzaak van onderste luchtweginfecties?
Bacteriën.
Welke andere virussen kunnen luchtweginfecties veroorzaken?
Adenovirus, Coronavirus en RSV.
Op welke vier manieren kunnen verwekkers de luchtwegen binnendringen?
Aerosolen (druppeltjes).
(Micro)aspiratie (speeksel lekt naar luchtweg)
Invasie bovenste naar onderste luchtwegen.
Hematogeen (zelden, verspreiding via het bloed)
Welke fysieke barrières horen bij de aangeboren afweer van de luchtwegen?
Neusharen als filter.
Trilhaarepitheel.
Slijmlaag (mucociliary escalator).
Macrofagen in luchtwegen.
Beschermende eiwitten: fibronectine, surfactant.
Turbulentie luchtstroom.
Tight junctions.
Pneumocyten type II.
Collectines (PRRs), TLRs, interferon (IFs).
Welke cellen en eiwitten in de luchtwegen bieden bescherming als onderdeel van de aangeboren afweer?
Macrofagen, fibronectine, surfactant, collectines (PRRs), TLRs en interferon.
Wat zijn de structurele kenmerken die helpen bij de afweer in de longen?
Turbulentie van de luchtstroom, tight junctions en pneumocyten type II.
Welke rol speelt IgA in de adaptieve afweer van de slijmlaag?
Het zorgt voor opsonisatie, wat leidt tot een betere fagocytose van ziekteverwekkers.
Wat zijn de actieve effectormechanismen om de luchtwegen te reinigen?
Fagocytose, hoesten en niezen.
Voor welke risicogroepen is de griepprik specifiek geïndiceerd?
Chronische patiënten, ouderen, diabeten en mensen met luchtweg- of longafwijkingen.
Wat zijn de voordelen van influenzavaccinatie voor gezonde mensen?
Het voorkomt overdracht op risicogroepen en vermindert het aantal griepgevallen, wat gunstig is voor werk en sociaal functioneren.
Waarom is vaccinatie van kinderen nuttig in het kader van influenza?
Omdat zij de grootste verspreiders van het influenzavirus zijn.
Waar kan men het volledige overzicht van indicaties voor de griepprik vinden?
Op pagina 72 in het boek van Hoepelman.
Wanneer hoeven kinderen niet gevaccineerd te worden tegen griep?
Als hun immuunsysteem voldoende functioneel is en er geen andere medische indicaties zijn.
Biedt de griepprik volledige bescherming tegen het influenzavirus?
Nee, de bescherming is niet volledig.
Vanaf welke leeftijd komen personen zonder medische indicatie in aanmerking voor de griepprik?
Vanaf 60 jaar (inclusief zij die voor 1 mei volgend jaar 60 worden).
Welke chronische aandoeningen vormen een indicatie voor de griepprik?
Personen met afwijkingen/functiestoornissen luchtwegen/longen.
Personen ≥60 jaar (inclusief die vóór 1 mei volgend jaar 60 worden), zonder medische indicatie.
Chronische hartfunctiestoornis.
Diabetes mellitus.
Chronische nierinsufficiëntie (dialyse/niertransplantatie).
Recente beenmergtransplantatie.
HIV-infectie.
Kinderen 6 maanden-18 jaar met langdurig salicylaatgebruik.
Verstandelijke handicap in intramurale voorziening.
Verminderde weerstand (levercirrose, asplenie, auto-immuunziekten, chemotherapie/immunosuppressiva).
Welke infectieziekten of behandelingen vormen een indicatie voor de griepprik vanwege verminderde weerstand?
HIV-infectie, recente beenmergtransplantatie, levercirrose, asplenie, auto-immuunziekten en gebruik van chemotherapie of immunosuppressiva.
Welke specifieke groep kinderen krijgt de griepprik aangeboden?
Kinderen tussen 6 maanden en 18 jaar met langdurig salicylaatgebruik.
Waarom krijgt men in een intramurale voorziening voor verstandelijk gehandicapten een griepprik?
Vanwege het verhoogde risico op verspreiding en complicaties in deze setting.
Welke tabellen uit Hoepelman worden aanbevolen om te bestuderen voor atypische verwekkers?
Tabel 3.2 en Tabel 16.4.
Wat is belangrijk bij de afname van sputum voor microbiologisch onderzoek?
Het moet sputum uit de onderste luchtwegen zijn om vervuiling met de normale flora uit de mond/keelholte te voorkomen.
Op welke vier kenmerken wordt gelet bij een Grampreparaat?
Kleur (rood/blauw-paars), vorm (rond/staaf), aanwezigheid van sporen en de ligging van de bacteriën.
Wat is de kleur en ligging van Staphylokokken in een Grampreparaat?
Ze zijn grampositief (blauw-paars) en liggen in druiventrossen.
Hoe zien Streptokokken eruit onder de microscoop?
Grampositief, liggend in ketens of als duplokokken.
Wat zijn de kenmerken van Moraxella catarrhalis?
Het is een gramnegatieve kok die voorkomt als duplokok.
Hoe herkent men de aanwezigheid van sporen bij grampositieve staven?
Aan de hand van ongekleurde ophelderingen in de bacterie.
Hoe herkent men een pneumokok in een Grampreparaat?
Aan de opheldering rondom de bacterie, wat duidt op een kapsel.
Welke drie specifieke bacteriën kunnen worden geïdentificeerd in de context van deze luchtweginfecties?
Streptococcus pneumoniae, Streptococcus pyogenes en Peptostreptococcus spp.
Wat gebeurt er met een pneumokok bij een optochine test?
De groei wordt geremd, wat zichtbaar is als een duidelijke zone rond het optochinetablet op een bloedagar.
Reageren andere streptokokken op dezelfde manier op optochine als de pneumokok?
Nee, andere streptokokken worden niet geremd door optochine.
Wanneer wordt een bacterie als sensitief beschouwd voor optochine?
Als de MIC (minimale inhiberende concentratie) kleiner is dan 0,5 mg/L.
Wat zijn de kenmerken van Legionella bij microscopisch onderzoek?
Het zijn gramnegatieve staafjes.
Wat is het nadeel van de Legionella-antigeen sneltest in urine?
Een negatieve test sluit Legionella niet 100% uit omdat de test bepaalde serotypen kan missen.
welk antibiotica werkt niet tegen Legionella?
Legionella is inherent resistent tegen penicillinen.
Wat is de voorkeursbehandeling voor Legionella?
Een fluorochinolon zoals moxifloxacine.
Welke verwekker wordt geassocieerd met immigranten?
Mycobacterium tuberculosis.
Welke verwekker veroorzaakt vaak pneumonie bij HIV-patiënten?
Pneumocystis jirovecii.
Welke bacterie veroorzaakt Q-koorts bij mensen die met schapen werken?
Coxiella burnetii.
Wat is het belangrijkste verschil in ligging tussen Streptococcen en Staphylococcen?
Streptococcen liggen in paren of ketens, terwijl Staphylococcen in clusters (druiventrossen) liggen.
Waarom werden in de casus bij de ziekenhuisopname cephalosporines gestart?
Omdat er een verdenking was op Legionella vanwege een recente vakantie naar Spanje (empirische start).
Wat was de uiteindelijke uitslag van de antigeentesten in de casus?
De Legionella-test was negatief, maar de test voor S. pneumoniae was positief.
Wat werd er gezien bij de sputumkweek van de pneumokok?
Alfa-hemolyse, wat betekent dat de rode bloedcellen rond de kolonies gedeeltelijk werden afgebroken.
Wat was de uiteindelijke specifieke behandeling voor de pneumokok in de casus?
Penicilline.
Welke bacterie bij jonge kinderen?
Mycoplasma pneumoniae.
Welke bacteriën bij schapenboeren?
Coxiella burnetii.
Wat zijn de kenmerken van Neisseria spp. op een bloedagar?
Ze zijn wit/geel, dof of droog en ze verschuiven over de agar.
Welke bacterie is een grampositieve kok in druiventros-ligging en vertoont vaak beta-hemolyse?
Staphylococcus aureus (of soms S. epidermidis).
Hoe wordt Streptococcus pneumoniae beschreven qua vorm?
Als een kleine kok in duplovorm, vaak omschreven als damschijf- of lancetvormig.