WG Luchtweginfecties + E-module Luchtweginfecties

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/101

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:20 PM on 4/18/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

102 Terms

1
New cards

Wat zijn de kenmerken van de man van 55 jaar bij zijn initiële presentatie?

Hij heeft sinds één week erge last van een niet-productieve hoest.

2
New cards

Wat werd er gevonden bij het lichamelijk onderzoek tijdens de eerste presentatie?

Piepende rhonchi met een verlengd expirium.

3
New cards

Wat was de eerste diagnose bij deze patiënt?

Chronische bronchitis.

4
New cards

Wat was de initiële behandeling voor de chronische bronchitis?

Luchtwegverwijders.

5
New cards

Welke symptomen ontwikkelde de patiënt opeens na twee weken?

Hoge koorts, hoest met sputum en een ademhalingsfrequentie van 20 per minuut.

6
New cards

Hoe waren de vitale parameters (bloeddruk en urineproductie) bij het vervolgonderzoek na twee weken?

De bloeddruk was vrijwel normaal en de urineproductie was verhoogd.

7
New cards

Welk aanvullend onderzoek werd er aangevraagd bij de verslechtering na twee weken?

Een röntgenfoto (X-thorax).

8
New cards

Hoe zien weefselstructuren die straling doorlaten, zoals lucht in de longen, eruit op een röntgenfoto?

Deze zijn donker gekleurd.

9
New cards

Hoe worden structuren die straling absorberen, zoals ribben en het hart, afgebeeld op een röntgenfoto?

Deze worden wit afgebeeld.

10
New cards

Waarvan zijn de grijstinten op een röntgenfoto afhankelijk?

Van de weefselsamenstelling tussen stralingsdoorlatend en stralingsabsorberend in.

11
New cards

Wat was de specifieke bevinding op de thoraxfoto in de casus?

Een groot wit vlak op de plaats waar een zwart gebied (lucht) verwacht wordt in de lobus superior van de rechterlong.

12
New cards

Wat is de meest waarschijnlijke diagnose op basis van de thoraxfoto in de casus?

Pneumonie (longontsteking).

13
New cards

Wat betekent de term 'community-acquired'?

Dit betekent dat de infectie buiten het ziekenhuis is opgelopen.

14
New cards

Wie is de meest waarschijnlijke verwekker bij een community-acquired pneumonie?

S. pneumoniae (pneumokok).

15
New cards

Wat betekent de term 'nosocomiaal'?

Dit betekent dat de infectie in het ziekenhuis is opgelopen.

16
New cards

Welke bacteriën zijn vaak de verwekker bij een nosocomiale pneumonie?

S. aureus en/of gram-negatieve bacteriën zoals E. coli.

17
New cards

Welke verwekker is waarschijnlijk bij volwassenen die terugkomen van een reis uit het buitenland?

Legionella pneumophila.

18
New cards

Welke verwekkers komen vaak voor bij jongeren tussen de 3 en 10 jaar?

Mycoplasma pneumoniae of RSV.

19
New cards

Welke bacterie is een specifieke verwekker bij COPD-patiënten?

H. influenzae.

20
New cards

Waarom moet bij een stevige roker ook een bronchuscarcinoom worden overwogen?

Omdat roken een belangrijke risicofactor is voor longkanker, hoewel pneumonie hier aannemelijker is door koorts en hoesten.

21
New cards

Wat is een commensaal? En hoe kan hij invasief worden?

  • Pneumokok is commensaal (normale status) in bovenste luchtwegen, kan invasief worden en bacteriëmie veroorzaken, leidend tot pneumonie.

22
New cards

Waarvan is de kliniek van een pneumonie afhankelijk?

Van de verwekker, de leeftijd en de afweer van de patiënt.

23
New cards

Wat zijn de symptomen van een lobaire pneumokokkenpneumonie?

Snel ernstig ziek worden, hoge koorts, hoesten en pijn op de thorax door pleuraprikkeling.

24
New cards

Wat voor soort sputum ziet men vaak na 1 tot 2 dagen bij een pneumokokkenpneumonie?

Roestbruin purulent sputum.

25
New cards

Welke symptomen vertonen kinderen vaak bij een pneumonie?

Koorts en buikpijn.

26
New cards

Welke klachten staan op de voorgrond bij ouderen of COPD-patiënten met een pneumonie?

Kortademigheid en benauwdheid.

27
New cards

Wat kan de arts horen bij auscultatie van de longen bij iemand met een pneumonie?

Rhonchi en crepitaties.

28
New cards

Wat merkt een arts op bij percussie van de longen bij een pneumonie?

Demping van het longgeluid.

29
New cards

Welke symptomen van pneumonie komen sinds 2020 ook overeen met een SARS-CoV-2 infectie?

Koorts, kortademigheid, benauwdheid, hoesten met sputum, pijn op de borst en vermoeidheid.

30
New cards

Wat is het doel van de CURB-65 score?

Het inschatten van de ernst van een pneumonie op een schaal van 0 tot 5.

31
New cards

Waarvoor staan de letters in de CURB-65 score?

Verwarring (C), Ureum verhoogd (U), Ademhaling >30/min (R), Bloeddruk <90/60 (B) en Leeftijd 65+ (65).

32
New cards

Wat was de initiële CURB-65 score in de casus en waarom?

Score 1, omdat alleen het ureum verhoogd was.

33
New cards

Waarom steeg de CURB-65 score in de casus later naar 3?

Omdat de patiënt verward raakte en de ademhaling steeg naar 32/min, naast het al verhoogde ureum.

34
New cards

Wat is het beleid bij een CURB-65 score van 3?

Ziekenhuisopname is noodzakelijk.

35
New cards

Welk antibioticum was de initiële keuze in de casus en waarom?

Amoxicilline, omdat dit een breedspectrum antibioticum is dat effectief is tegen community-acquired verwekkers zoals de pneumokok.

36
New cards

Waarom start men bij een milde pneumonie met een onbekende verwekker met breedspectrum antibiotica?

Om de meest waarschijnlijke bacteriën direct te bestrijden terwijl de specifieke verwekker nog onbekend is.

37
New cards

Welke stappen worden ondernomen bij een verslechtering naar score 3?

Ziekenhuisopname, het doen van een antigeentest voor Legionella/pneumokokken en het starten van een 2e of 3e generatie cephalosporine.

38
New cards

Wat is de behandeling als de Legionella-test positief blijkt te zijn?

Moxifloxacine.

39
New cards

Wat is de therapie voor M. pneumoniae bij patiënten ouder dan 8 jaar?

Macrolide of doxycycline.

40
New cards

Welke therapie wordt voorgeschreven bij C. pneumoniae?

Een macrolide.

41
New cards

Wat is de eerstekeuzebehandeling voor C. psittaci bij vogelliefhebbers?

Doxycycline.

42
New cards

Welke antibioticum krijgen patiënten met Q-koorts (C. burnetii)?

Doxycycline.

43
New cards

Wat is de behandeling voor L. pneumophila (Legionella)?

Een fluorchinolon of macrolide.

44
New cards

Wat is de standaardbehandeling voor S. pneumoniae?

Amoxicilline.

45
New cards

Welke middelen gebruikt men voor S. aureus?

Flucloxacilline of amoxicilline-clavulaanzuur.

46
New cards

Hoe behandelt men H. influenzae?

Amoxicilline, eventueel met clavulaanzuur.

47
New cards

Wat is het alternatief bij een β-lactamallergie voor luchtweginfecties?

Doxycycline.

48
New cards

Wanneer wordt overgegaan op intraveneuze toediening van antibiotica?

Wanneer orale inname niet mogelijk is.

49
New cards

Bij welke specifieke patiëntengroepen komt S. aureus als verwekker vaker voor?

Na een influenza-infectie of bij een verstoorde afweer door COPD, alcohol of drugs.

50
New cards

Wat is de hoofdoorzaak van bovenste luchtweginfecties?

  • Hoofdzakelijk virussen.

  • Neusverkoudheid: rhinovirus (via handen/direct contact).

  • Influenza: via lucht en handen.

51
New cards

Hoe wordt het rhinovirus (neusverkoudheid) meestal overgedragen?

Via de handen of door direct contact.

52
New cards

Hoe verspreidt het influenzavirus zich?

Via de lucht en via de handen.

53
New cards

Wat is de hoofdoorzaak van onderste luchtweginfecties?

Bacteriën.

54
New cards

Welke andere virussen kunnen luchtweginfecties veroorzaken?

Adenovirus, Coronavirus en RSV.

55
New cards

Op welke vier manieren kunnen verwekkers de luchtwegen binnendringen?

  • Aerosolen (druppeltjes).

  • (Micro)aspiratie (speeksel lekt naar luchtweg)

  • Invasie bovenste naar onderste luchtwegen.

  • Hematogeen (zelden, verspreiding via het bloed)

56
New cards

Welke fysieke barrières horen bij de aangeboren afweer van de luchtwegen?

  • Neusharen als filter.

  • Trilhaarepitheel.

  • Slijmlaag (mucociliary escalator).

  • Macrofagen in luchtwegen.

  • Beschermende eiwitten: fibronectine, surfactant.

  • Turbulentie luchtstroom.

  • Tight junctions.

  • Pneumocyten type II.

  • Collectines (PRRs), TLRs, interferon (IFs).

57
New cards

Welke cellen en eiwitten in de luchtwegen bieden bescherming als onderdeel van de aangeboren afweer?

Macrofagen, fibronectine, surfactant, collectines (PRRs), TLRs en interferon.

58
New cards

Wat zijn de structurele kenmerken die helpen bij de afweer in de longen?

Turbulentie van de luchtstroom, tight junctions en pneumocyten type II.

59
New cards

Welke rol speelt IgA in de adaptieve afweer van de slijmlaag?

Het zorgt voor opsonisatie, wat leidt tot een betere fagocytose van ziekteverwekkers.

60
New cards

Wat zijn de actieve effectormechanismen om de luchtwegen te reinigen?

Fagocytose, hoesten en niezen.

61
New cards

Voor welke risicogroepen is de griepprik specifiek geïndiceerd?

Chronische patiënten, ouderen, diabeten en mensen met luchtweg- of longafwijkingen.

62
New cards

Wat zijn de voordelen van influenzavaccinatie voor gezonde mensen?

Het voorkomt overdracht op risicogroepen en vermindert het aantal griepgevallen, wat gunstig is voor werk en sociaal functioneren.

63
New cards

Waarom is vaccinatie van kinderen nuttig in het kader van influenza?

Omdat zij de grootste verspreiders van het influenzavirus zijn.

64
New cards

Waar kan men het volledige overzicht van indicaties voor de griepprik vinden?

Op pagina 72 in het boek van Hoepelman.

65
New cards

Wanneer hoeven kinderen niet gevaccineerd te worden tegen griep?

Als hun immuunsysteem voldoende functioneel is en er geen andere medische indicaties zijn.

66
New cards

Biedt de griepprik volledige bescherming tegen het influenzavirus?

Nee, de bescherming is niet volledig.

67
New cards

Vanaf welke leeftijd komen personen zonder medische indicatie in aanmerking voor de griepprik?

Vanaf 60 jaar (inclusief zij die voor 1 mei volgend jaar 60 worden).

68
New cards

Welke chronische aandoeningen vormen een indicatie voor de griepprik?

  • Personen met afwijkingen/functiestoornissen luchtwegen/longen.

  • Personen ≥60 jaar (inclusief die vóór 1 mei volgend jaar 60 worden), zonder medische indicatie.

  • Chronische hartfunctiestoornis.

  • Diabetes mellitus.

  • Chronische nierinsufficiëntie (dialyse/niertransplantatie).

  • Recente beenmergtransplantatie.

  • HIV-infectie.

  • Kinderen 6 maanden-18 jaar met langdurig salicylaatgebruik.

  • Verstandelijke handicap in intramurale voorziening.

  • Verminderde weerstand (levercirrose, asplenie, auto-immuunziekten, chemotherapie/immunosuppressiva).

69
New cards

Welke infectieziekten of behandelingen vormen een indicatie voor de griepprik vanwege verminderde weerstand?

HIV-infectie, recente beenmergtransplantatie, levercirrose, asplenie, auto-immuunziekten en gebruik van chemotherapie of immunosuppressiva.

70
New cards

Welke specifieke groep kinderen krijgt de griepprik aangeboden?

Kinderen tussen 6 maanden en 18 jaar met langdurig salicylaatgebruik.

71
New cards

Waarom krijgt men in een intramurale voorziening voor verstandelijk gehandicapten een griepprik?

Vanwege het verhoogde risico op verspreiding en complicaties in deze setting.

72
New cards

Welke tabellen uit Hoepelman worden aanbevolen om te bestuderen voor atypische verwekkers?

Tabel 3.2 en Tabel 16.4.

73
New cards

Wat is belangrijk bij de afname van sputum voor microbiologisch onderzoek?

Het moet sputum uit de onderste luchtwegen zijn om vervuiling met de normale flora uit de mond/keelholte te voorkomen.

74
New cards

Op welke vier kenmerken wordt gelet bij een Grampreparaat?

Kleur (rood/blauw-paars), vorm (rond/staaf), aanwezigheid van sporen en de ligging van de bacteriën.

75
New cards

Wat is de kleur en ligging van Staphylokokken in een Grampreparaat?

Ze zijn grampositief (blauw-paars) en liggen in druiventrossen.

76
New cards

Hoe zien Streptokokken eruit onder de microscoop?

Grampositief, liggend in ketens of als duplokokken.

77
New cards

Wat zijn de kenmerken van Moraxella catarrhalis?

Het is een gramnegatieve kok die voorkomt als duplokok.

78
New cards

Hoe herkent men de aanwezigheid van sporen bij grampositieve staven?

Aan de hand van ongekleurde ophelderingen in de bacterie.

79
New cards

Hoe herkent men een pneumokok in een Grampreparaat?

Aan de opheldering rondom de bacterie, wat duidt op een kapsel.

80
New cards

Welke drie specifieke bacteriën kunnen worden geïdentificeerd in de context van deze luchtweginfecties?

Streptococcus pneumoniae, Streptococcus pyogenes en Peptostreptococcus spp.

81
New cards

Wat gebeurt er met een pneumokok bij een optochine test?

De groei wordt geremd, wat zichtbaar is als een duidelijke zone rond het optochinetablet op een bloedagar.

82
New cards

Reageren andere streptokokken op dezelfde manier op optochine als de pneumokok?

Nee, andere streptokokken worden niet geremd door optochine.

83
New cards

Wanneer wordt een bacterie als sensitief beschouwd voor optochine?

Als de MIC (minimale inhiberende concentratie) kleiner is dan 0,5 mg/L.

84
New cards

Wat zijn de kenmerken van Legionella bij microscopisch onderzoek?

Het zijn gramnegatieve staafjes.

85
New cards

Wat is het nadeel van de Legionella-antigeen sneltest in urine?

Een negatieve test sluit Legionella niet 100% uit omdat de test bepaalde serotypen kan missen.

86
New cards

welk antibiotica werkt niet tegen Legionella?

Legionella is inherent resistent tegen penicillinen.

87
New cards

Wat is de voorkeursbehandeling voor Legionella?

Een fluorochinolon zoals moxifloxacine.

88
New cards

Welke verwekker wordt geassocieerd met immigranten?

Mycobacterium tuberculosis.

89
New cards

Welke verwekker veroorzaakt vaak pneumonie bij HIV-patiënten?

Pneumocystis jirovecii.

90
New cards

Welke bacterie veroorzaakt Q-koorts bij mensen die met schapen werken?

Coxiella burnetii.

91
New cards

Wat is het belangrijkste verschil in ligging tussen Streptococcen en Staphylococcen?

Streptococcen liggen in paren of ketens, terwijl Staphylococcen in clusters (druiventrossen) liggen.

92
New cards

Waarom werden in de casus bij de ziekenhuisopname cephalosporines gestart?

Omdat er een verdenking was op Legionella vanwege een recente vakantie naar Spanje (empirische start).

93
New cards

Wat was de uiteindelijke uitslag van de antigeentesten in de casus?

De Legionella-test was negatief, maar de test voor S. pneumoniae was positief.

94
New cards

Wat werd er gezien bij de sputumkweek van de pneumokok?

Alfa-hemolyse, wat betekent dat de rode bloedcellen rond de kolonies gedeeltelijk werden afgebroken.

95
New cards

Wat was de uiteindelijke specifieke behandeling voor de pneumokok in de casus?

Penicilline.

96
New cards

Welke bacterie bij jonge kinderen?

Mycoplasma pneumoniae.

97
New cards

Welke bacteriën bij schapenboeren?

Coxiella burnetii.

98
New cards

Wat zijn de kenmerken van Neisseria spp. op een bloedagar?

Ze zijn wit/geel, dof of droog en ze verschuiven over de agar.

99
New cards

Welke bacterie is een grampositieve kok in druiventros-ligging en vertoont vaak beta-hemolyse?

Staphylococcus aureus (of soms S. epidermidis).

100
New cards

Hoe wordt Streptococcus pneumoniae beschreven qua vorm?

Als een kleine kok in duplovorm, vaak omschreven als damschijf- of lancetvormig.