Les 1: theoretische kernideeën

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/45

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:14 PM on 12/28/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

46 Terms

1
New cards

Uit welke drie registers bestaat het menselijk functioneren volgens de theorie van Lacan?

Het Reële, het Imaginaire en het Symbolische.

2
New cards

Waarom zijn lichaamsopeningen volgens Freud erogene zones?

Omdat er een directe uitwisseling tussen de binnen- en buitenwereld plaatsvindt die prikkels oproept.

3
New cards

Wat is 'Het Reële' in de theorie van Lacan?

Het register dat betrekking heeft op het niet volledig gedetermineerd zijn van de mens, waardoor men botst op 'onmogelijkheden'.

4
New cards

Wat is een 'drift' (drift) volgens Freud?

Een lichamelijke impuls die aanzet tot handelen en uit is op bevrediging.

5
New cards

Een kenmerk van de drift is dat deze een cyclus volgt van _____ en ontlading.

spanningsopbouw

6
New cards

Een ander kenmerk van de drift is dat deze geen _____ object heeft.

vast

7
New cards

Op welke twee tegengestelde krachten is de drift volgens Freud gericht?

Eros (levensdrift) en Thanatos (doodsdrift).

8
New cards

Wat is de gerichtheid van 'Eros' (levensdrift)?

Het behouden van leven, creëren van eenheid, liefhebben, verbondenheid en plezier.

9
New cards

Wat is de gerichtheid van 'Thanatos' (doodsdrift)?

De dood, vernietiging, haat, desintegratie en losbandigheid.

10
New cards

Hoe wordt driftbevrediging bereikt bij Eros-gerichte activiteiten versus Thanatos-gerichte activiteiten?

Respectievelijk via lust en via grenzeloos, destructief handelen.

11
New cards

Wat bedoelt Lacan met het concept 'jouissance' (genot)?

Een beleving van opwinding en genot die zowel Eros als Thanatos omvat en voorafgaat aan onze wil en intenties.

12
New cards

Wat gebeurt er als een lustvolle omgang met de drift niet lukt, volgens de theorie?

Men ervaart controleverlies over de impulsen, wat vaak onlustvol is en gepaard gaat met een gevoel van overspoeld worden.

13
New cards

Welke vier 'onmogelijkheden' noemt Lacan als reële uitdagingen in het menselijk leven?

Seksualiteit (ontsnapt aan controle), relaties ('il n'y a pas de rapport sexuel'), autoriteit ('l'autre de l'autre n'existe pas'), en de dood ('la mort est du domaine de la foi').

14
New cards

Waarom zijn Lacans 'onmogelijkheden' Reëel?

Omdat ze genotsprikkels (jouissance) uitlokken en ons beroeren, maar nooit definitief in taal of regels vast te leggen zijn.

15
New cards

Wat is volgens Lacan een 'niet-bedrieglijk affect' dat wijst op een botsing met een drift of onmogelijkheid?

Angst.

16
New cards

Wat is de eerste regulatiestrategie voor de driftimpulsen, die Lacan in het 'Imaginaire' register plaatst?

Het ontwikkelen van geïdealiseerde totaalbeelden over wie we zijn en wat we willen (imago's).

17
New cards

Welk ontwikkelingsstadium dient als model voor het begrijpen van het Imaginaire register?

Het spiegelstadium.

18
New cards

Wat is het 'ideaal-ik'?

De ideale versie van zichzelf waarmee het 'ik' zich via imaginaire identificatie gelijkstelt.

19
New cards

Wat is een constructief gevolg van imaginaire identificatie?

Het stuwt de ontwikkeling vooruit en versterkt het zelfvertrouwen en ik-gevoel.

20
New cards

Wat is een destructief gevolg van imaginaire identificatie?

Het leidt tot mislukking en zelfhaat wanneer het 'ik' niet aan het 'ideaal-ik' beantwoordt.

21
New cards

Waarom stelt de psychoanalyse het intentionele 'ik' niet centraal in de behandeling?

Omdat imaginaire identificaties tekorten en onvolledigheden miskennen; de vraag is welke pijnlijke ervaring een identificatie afdekt.

22
New cards

Hoe komen Eros en Thanatos tot uiting in het Imaginaire register?

Via de dynamiek van aantrekking en afstoting in relaties.

23
New cards

Wat is 'hainamoration'?

Een ambivalentie in relaties, waarbij de ander nooit volledig aan het ideaalbeeld beantwoordt, leidend tot een mengeling van haat en liefde.

24
New cards

Wat is de schaduwzijde van het opbouwen van een ideaalbeeld in het Imaginaire?

Het gaat gepaard met horrorbeelden over ziekte, lelijkheid, mislukking en dood.

25
New cards

Wat staat centraal in het Symbolische register?

Het differentiëren en structureren op basis van tekort, voornamelijk via taal.

26
New cards

Wat is 'lalangue' volgens Lacan?

Een primitief taalgebruik op de intersectie van het Reële en het Symbolische, waar klank en lijfelijk affect gekoppeld worden zonder georganiseerde betekenis.

27
New cards

Naar wie of wat verwijst Lacan met de term 'parlêtre' (spreekwezen)?

Het levende wezen, aangedreven door jouissance, dat zich via 'lalangue' uitdrukt.

28
New cards

Wat is het verschil tussen een betekenaar (Signifiant, S) en een betekende (Signifié, s)?

De betekenaar is het materiële taalteken (het woord/klank), terwijl de betekende de semantische inhoud is die eraan gekoppeld wordt.

29
New cards

Waarom is het subject volgens Lacan 'verdeeld' ($)?

Omdat betekenaars geen vaste betekenden hebben, kunnen we nooit exact in taal vatten wie we zijn; er is een structureel tekort.

30
New cards

Definieer het 'ego' in de Lacaniaanse theorie.

De imaginaire identiteit die ik mezelf toeken.

31
New cards

Definieer het 'subject' in de Lacaniaanse theorie.

Het 'ik' dat verondersteld wordt onderliggend te zijn aan mijn spreken, denken en handelen (hupokeimenon).

32
New cards

Hoe definieert Lacan het onbewuste?

Als de 'discours de l'Autre': de ervaring van het Andere in onszelf, bestaande uit het ego-inconsistente deel van ons denken en spreken.

33
New cards

Het onbewuste is gestructureerd als een _____.

taal (langage)

34
New cards

Welk type luisteren focust op aarzelingen, woordkeuzes, en interne tegenspraak in het verhaal van een cliënt?

Symbolisch luisteren.

35
New cards

Wat betekent 'après-coup' (retroactiviteit) in de context van de betekenaarsketting?

Dat betekenissen meerduidig zijn en wijzigen naargelang de context en het herzien van ervaringen.

36
New cards

Hoe ontstaat een symptoom volgens het model van multipele inschrijving?

Een betekenaar (S2) wordt irrationeel zwaar affectief beladen omdat de affectieve lading (Pb, Pc) van verdrongen, geassocieerde ervaringen (S3, S4) eraan blijft kleven.

37
New cards

In het voorbeeld van Elisabeth von R., welke betekenaar kreeg een symptomatisch karakter?

De betekenaar 'staan' (S2), die pijnlijk werd door de affectieve lading van andere contexten (alleen 'staan', aan het sterfbed 'staan').

38
New cards

Wat is de functie van de 'Naam-van-de-Vader' metafoor?

Het structureert de realiteit door de acties van de Eerste Ander (de Moeder) te kaderen binnen symbolische, sociaal-culturele wetmatigheden.

39
New cards

Welke centrale vraag van het kind wordt door de Naam-van-de-Vader-metafoor (tijdelijk) beantwoord?

De intentionaliteitsvraag: 'Wat wil de Ander van mij?' ('Che vuoi?').

40
New cards

Wat is het effect van de assimilatie van de Naam-van-de-Vader op het subject?

Het subject ontwikkelt fallische identificaties en gaat existentievragen benaderen in het licht van het verlangen van de Ander.

41
New cards

Wat representeert 'object a' in de Lacaniaanse theorie?

De oorzaak van het verlangen; een onbenoembare rest van jouissance die de mentale rusteloosheid aandrijft.

42
New cards

Waar situeert Lacan object a fenomenologisch vooral?

In de non-verbale aspecten van interactie, zoals de blik en de stem.

43
New cards

Hoe wordt object a ervaren in de neurose versus de psychose?

In de neurose wordt het verlangend in de Ander gesitueerd (fantasme), in de psychose wordt het als Reëel ervaren (bv. hallucinaties).

44
New cards

Wat is het uitgangspunt van een psychoanalytisch assessment?

De probleemervaring en het psychisch lijden van de persoon, niet maatschappelijke of statistische normen.

45
New cards

De focus van psychoanalytisch assessment is niet kwantificerend of klasserend, maar _____.

beschrijvend en gericht op de logica in iemands functioneren

46
New cards

Wat betekent de uitspraak 'Gardez-vous de comprendre' voor een clinicus?

Men moet zich hoeden voor te snel begrijpen en luisteren naar wat inconsistent of paradoxaal is in een verhaal.