Cognitieve baisen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/19

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 4:35 PM on 3/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

20 Terms

1
New cards

Voorkant: Actor-observatorfenomeen

De neiging om je eigen gedrag te verklaren door de situatie, maar het gedrag van anderen door hun persoonlijkheid.

2
New cards

Voorkant: Leniency-effect

De neiging om anderen systematisch te mild of te positief te beoordelen.

3
New cards

Voorkant: Halo-effect

Eén positieve eigenschap beïnvloedt je totale beoordeling van iemand (bv. knap = automatisch ook vriendelijk en slim).

4
New cards

Flashcard 4
Voorkant: Sociale druk (groeps- of gezagsdruk)

Je past je oordeel of gedrag aan onder invloed van een groep of autoriteit.

5
New cards

Flashcard 5
Voorkant: Toegankelijkheids- of availability-effect

Je baseert je oordeel op informatie die het makkelijkst in je geheugen opkomt, niet per se op wat het meest correct is.

6
New cards

Flashcard 6
Voorkant: Contrastfout

Iemand beoordelen in vergelijking met de vorige persoon in plaats van objectief.

7
New cards

Flashcard 7
Voorkant: Stereotypen

Veralgemeningen over een groep mensen die je oordeel over een individu beïnvloeden.

8
New cards

Flashcard 8
Voorkant: Primacy-effect

De eerste indruk weegt zwaarder door in je uiteindelijke oordeel.

9
New cards

Flashcard 9
Voorkant: Recency-effect

De meest recente informatie beïnvloedt je oordeel het sterkst.

10
New cards

Flashcard 10
Voorkant: Logicafout

Onjuiste redenering waarbij men verbanden ziet die er eigenlijk niet zijn.

11
New cards

Flashcard 11
Voorkant: Horn-effect

Eén negatieve eigenschap zorgt ervoor dat je iemand in het algemeen negatief beoordeelt.

12
New cards

Flashcard 12
Voorkant: Tunnelvisie

Je focust enkel op informatie die je eerste indruk bevestigt en negeert andere signalen.

13
New cards

Flashcard 13
Voorkant: Gevoelsintensiteit van vroegere ervaringen

Sterke emoties uit het verleden beïnvloeden hoe je huidige situaties beoordeelt.

14
New cards

Flashcard 14
Voorkant: Consistentiefout t.o.v. de eerste indruk

Je blijft vasthouden aan je eerste indruk, ook al wijst nieuwe informatie op het tegendeel.

15
New cards

Flashcard 15
Voorkant: Psychologiseren

Gedrag verklaren vanuit vermeende innerlijke motieven of persoonlijkheid zonder voldoende bewijs.

16
New cards

Flashcard 16
Voorkant: Emotionele instelling van de observator

Je stemming of emoties beïnvloeden hoe je anderen waarneemt en beoordeelt.

17
New cards

Flashcard 17
Voorkant: Projectie

Je schrijft je eigen gevoelens, gedachten of eigenschappen toe aan iemand anders.

18
New cards

Flashcard 18
Voorkant: Zelfgevoel van de observator

Je zelfbeeld beïnvloedt hoe je anderen beoordeelt (bv. onzekerheid kan leiden tot strengere beoordeling).

19
New cards

Flashcard 19
Voorkant: Angst voor zijn positie

De vrees om status of positie te verliezen beïnvloedt je oordeel over anderen.

20
New cards

Als je wil, kan ik ze ook:

  • in meer uitgewerkte examendefinities zetten
  • in meerkeuzevragen om te oefenen
  • of in een printbare tabel zetten