psychologie juni

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/122

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:30 PM on 6/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

123 Terms

1
New cards

Psychologie

De systematische studie van het menselijk gedrag door experimenten, metingen en observaties.

2
New cards

Doel - Beschrijven

Het nauwkeurig omschrijven van een fenomeen door heel veel gegevens te verzamelen.

3
New cards

Doel - Verklaren

Het zoeken naar de oorzaken van gedrag door hypothesen op te stellen.

4
New cards

Doel - Voorspellen

Weten dat gedrag zich opnieuw zal voordoen als dezelfde oorzaak optreedt.

5
New cards

Doel - Beïnvloeden

Het begeleiden van mensen naar verandering op basis van kennis over gedrag.

6
New cards

Ontwikkelingspsychologie

De studie van de ontwikkeling van het menselijk gedrag over de volledige levenscyclus.

7
New cards

Sociale psychologie

De studie van hoe personen denken, voelen en zich gedragen ten opzichte van anderen.

8
New cards

Sociologie

De wetenschap die het gedrag van mensen verklaart op basis van hun maatschappelijke omgeving.

9
New cards

Functieleer

De studie naar de werking van de basiselementen van de hersenen, zoals het geheugen.

10
New cards

Persoonlijkheidspsychologie

De studie naar de manieren waarop mensen psychologisch van elkaar verschillen en de gevolgen daarvan.

11
New cards

Klinische psychologie

De studie naar waarom mensen psychische problemen krijgen en hoe ze geholpen kunnen worden.

12
New cards

Arbeidspsychologie

De psychologische studie naar het gedrag van mensen op hun werk of binnen bedrijven.

13
New cards

Gedrag

De acties en reacties van een organisme met betrekking tot de omgeving.

14
New cards

Formule van Kurt Lewin

Gedrag is het resultaat van de wisselwerking tussen persoonlijkheidskenmerken en omgevingsfactoren.

15
New cards

Persoonskenmerken

Kenmerken die eigen zijn aan een persoon, zoals karakter, intelligentie en aanleg.

16
New cards

Situatiekenmerken

Kenmerken van de omgeving of de situatie, zoals school, thuis of cultuur.

17
New cards

Uitwendig gedrag

Waarneembaar gedrag dat je aan de buitenkant kunt zien, zoals lachen of lopen.

18
New cards

Inwendig gedrag

Niet-waarneembaar gedrag dat bestaat uit mentale processen zoals denken, voelen of dromen.

19
New cards

Fysiologisch gedrag

Biochemische en elektrische activiteiten in het lichaam die meetbaar zijn, zoals hartslag.

20
New cards

Congruent gedrag

Gedrag waarbij het innerlijke gevoel en het uiterlijke gedrag precies met elkaar overeenstemmen.

21
New cards

Discongruent gedrag

Gedrag waarbij de binnenkant en de buitenkant van een persoon niet overeenstemmen.

22
New cards

Bewust gedrag

Gedrag waarvan je zelf merkt of weet dat je het doet.

23
New cards

Onbewust gedrag

Gedrag dat zich automatisch of in een reflex manifesteert zonder dat je erbij nadenkt.

24
New cards

Interne biologische factoren

Lichamelijke toestanden die je gedrag bepalen, zoals moe zijn of honger hebben.

25
New cards

Interne cognitieve processen

Je gedachten die bepalen hoe je je gedraagt, zoals zelfvertrouwen of faalangst.

26
New cards

Psychodynamische processen

Onbewuste processen of vroegere ervaringen, zoals gepest worden, die je nu onzeker maken.

27
New cards

Externe culturele omgeving

De gewoonten en cultuur van een land die bepalen hoe je je gedraagt.

28
New cards

Externe sociale omgeving

De invloed van mensen om je heen, zoals vrienden die groepsdruk uitoefenen.

29
New cards

Klassieke conditionering

Een leerproces waarbij je een automatische reactie krijgt door prikkels te koppelen, zoals een pauzebel.

30
New cards

Operante conditionering

Een leerproces waarbij je gedrag verandert door een beloning, compliment of straf.

31
New cards

Imitatieleren

Een leerproces waarbij je gedrag overneemt door goed naar iemand anders te kijken.

32
New cards

Inzichtelijk leren

Een leerproces waarbij je ineens zelf snapt hoe je een probleem moet oplossen.

33
New cards

Nature

Alles wat je erft van je ouders, zoals je genen en je biologische eigenschappen.

34
New cards

Nurture

Alles wat je leert en meemaakt door je opvoeding, vrienden, school en cultuur.

35
New cards

Zelfbepaling

Het zelf maken van bewuste keuzes over hoe je je gedraagt door na te denken.

36
New cards

Medisch-biologisch model

Een oud model dat alleen naar het lichaam keek om ziektes te verklaren.

37
New cards

Dualisme van Descartes

De filosofische theorie van René Descartes dat lichaam en geest twee totaal aparte dingen zijn.

38
New cards

Biopsychosociaal model

Het model van George Engel dat stelt dat gezondheid komt door biologische, psychologische en sociale factoren.

39
New cards
40
New cards
Menselijk gedrag (wetenschap)
Wetenschappelijke kennis gebaseerd op grondig onderzoek met een representatieve steekproef.
41
New cards
Mensenkennis
Kennis gebaseerd op toevallige, persoonlijke ervaringen die men vaak onterecht gaat veralgemenen.
42
New cards
Representatieve steekproef
Een onderzoeksgroep die qua kenmerken (zoals geslacht en leeftijd) lijkt op de totale bevolking.
43
New cards
Studieobject van psychologie
Het menselijk gedrag, bestaande uit zowel zichtbare acties als onzichtbare mentale processen.
44
New cards
Psycholoog vs Psychiatrist
Een psycholoog biedt gesprekstherapie, terwijl een psychiater een arts is die medicatie mag voorschrijven.
45
New cards
Psychologie Magazine lift-experiment
Een bekend sociaal experiment waarbij proefpersonen door groepsdruk ook met hun gezicht naar de achterwand gingen staan.
46
New cards
Sociologie macroniveau
Het bestuderen van groeperingen op het hoogste niveau, zoals volledige samenlevingen of maatschappijen.
47
New cards
Sociologie mesoniveau
Het bestuderen van groepen op het middelste niveau, zoals een wijk, school of universiteit.
48
New cards
Sociologie microniveau
Het bestuderen van kleine, intieme groepen op het laagste niveau, zoals een gezin of een klas.
49
New cards
Determinanten van gedrag
De specifieke interne en externe factoren die bepalen waarom je je op een bepaalde manier gedraagt.
50
New cards
Nature-eigenschappen
Erfelijke eigenschappen waar je mee geboren wordt, zoals je DNA, biologische aanleg en lichaamsbouw.
51
New cards
Nurture-ervaringen
Alles wat je meekrijgt via je omgeving, zoals je opvoeding, vrienden en de heersende cultuur.
52
New cards
Biologische factor - Vermoeidheid
Een interne lichamelijke toestand waardoor je sneller boos wordt of minder geconcentreerd bent.
53
New cards
Cognitief proces - Zelfvertrouwen
Een interne gedachte (zoals geloven dat je goed kunt voetballen) waardoor je met meer plezier oefent.
54
New cards
Psychodynamisch proces - Trauma
Een onbewust proces door een nare ervaring uit het verleden (zoals gepest worden) dat nu angst veroorzaakt.
55
New cards
Klassieke conditionering - Pauzebel
Een aangeleerde reactie waarbij je je boterhammen pakt zodra je een specifiek geluid hoort.
56
New cards
Operante conditionering - Compliment
Het vaker vertonen van gewenst gedrag (zoals je kamer opruimen) omdat je een beloning of extra schermtijd krijgt.
57
New cards
Imitatieleren - Broer
Het overnemen van sportgedrag omdat je je oudere broer elke dag ziet trainen en dat leuk vindt.
58
New cards
Inzichtelijk leren - Puzzel
Het ineens snappen hoe stukken in elkaar passen zonder dat iemand het eerst heeft uitgelegd.
59
New cards
Dualisme
De filosofische theorie die stelt dat het lichaam als een machine werkt en de geest iets totaal aparts en onstoffelijks is.
60
New cards
Biomedisch model
Een traditioneel medisch model dat gezondheid en ziekte puur verklaart via lichamelijke processen of defecten.
61
New cards
Biopsychosociaal - Biologisch
Factoren zoals erfelijkheid, genen, DNA, fysieke beperkingen en de werking van medicatie.
62
New cards
Biopsychosociaal - Psychologisch
Factoren zoals je eigen gedachten, gevoelens, stressniveau, motivatie en zelfvertrouwen.
63
New cards
Biopsychosociaal - Sociaal
Factoren uit je omgeving zoals je gezin, relaties met vrienden, cultuur, school of werk.
64
New cards
65
New cards
Drijfveer
Een interne reden of motivatie om bepaald gedrag te stellen.
66
New cards
Emotieregulatie
Het kiezen voor (ongezond) gedrag zoals chips eten om rustiger te worden of emoties te sturen.
67
New cards
Intrinsieke motivatie
Motivatie die volledig vanuit de persoon zelf komt, omdat diegene het zelf echt wil.
68
New cards
Competenties (gezondheid)
De combinatie van kennis, vaardigheden en zelfvertrouwen om gedrag succesvol uit te voeren.
69
New cards
Zelfeffectiviteit (Self-efficacy)
Het persoonlijke geloof in je eigen kunnen om een specifiek gedrag succesvol te veranderen.
70
New cards
Demografische gezondheidsfactoren
Kenmerken zoals leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en sociaaleconomische status die gezondheid beïnvloeden.
71
New cards
Conscientieusheid (Zorgvuldigheid)
De Big Five-dimensie die de sterkste voorspeller is van gezond gedrag en een langere levensduur.
72
New cards
Neuroticisme
Een persoonlijkheidskenmerk dat zorgt voor hogere stressgevoeligheid en meer psychosomatische klachten.
73
New cards
Sociaaleconomische status (SES)
De positie in de maatschappij gebaseerd op inkomen, onderwijs en beroep.
74
New cards
Lalonde rapport (1974)
Model dat stelt dat leefstijl, omgeving, biologie en gezondheidszorg samen je gezondheid bepalen.
75
New cards
Tijdbomtheorie
De metafoor dat de schade van langdurig ongezond gedrag zich ongemerkt opbouwt tot latere problemen.
76
New cards
Angstinductie
Het tonen van schokkende beelden (zoals op sigarettenpakjes) om gedragsverandering uit te lokken.
77
New cards
Health Belief Model (HBM)
Model dat stelt dat gedrag afhangt van de inschatting van gezondheidsrisico's en de haalbaarheid van preventie.
78
New cards
Waargenomen vatbaarheid
Het geloof of de inschatting dat men persoonlijk risico loopt op een specifiek gezondheidsprobleem.
79
New cards
Waargenomen ernst
De inschatting die iemand maakt over hoe zwaar de gevolgen van een ziekte of probleem zijn.
80
New cards
Waargenomen voordelen
De overtuiging dat preventief of gezond gedrag daadwerkelijk positieve gevolgen zal hebben.
81
New cards
Waargenomen barrières
De ingeschatte drempels om te veranderen, zoals kosten, moeite of sociale druk.
82
New cards
Cues to action
Externe of interne prikkels (zoals een campagne of zieke vriend) die aanzetten tot actie.
83
New cards
Reciproke determinatie
De theorie van Bandura dat gedrag, persoon en omgeving elkaar wederzijds beïnvloeden.
84
New cards
Model van Positieve Gezondheid
Het actuele model van Machteld Huber waarin gezondheid wordt gezien als veerkracht en eigen regie.
85
New cards
Dimensies van Huber
De zes levensdomeinen
86
New cards
Gedragsverandering
Het gericht inzetten van methoden en technieken om bestaande gedragspatronen aan te passen.
87
New cards
Stages of Change (Prochaska)
Het circulaire model dat laat zien dat gedragsverandering in verschillende opeenvolgende fasen verloopt.
88
New cards
Extrinsieke motivatie
Motivatie die van buitenaf komt, zoals het krijgen van een beloning of een straf.
89
New cards
Cirkel van gedragsverandering
Het idee dat verandering circulair is en dat iemand in elke fase kan terugvallen.
90
New cards
Voorstadium (Precontemplatie)
De fase waarin iemand zich totaal niet bewust is van het feit dat zijn gedrag een probleem is.
91
New cards
Overwegen (Contemplatie)
De fase waarin iemand openstaat voor informatie en zich bewust wordt van het probleem, maar nog twijfelt.
92
New cards
Beslissing (Voorbereiding)
De fase waarin de knoop wordt doorgehakt en er concrete plannen worden gemaakt om te veranderen.
93
New cards
Actie (Uitvoeren)
De actieve fase waarin het besluit wordt uitgevoerd en het gedrag daadwerkelijk verandert.
94
New cards
Volhouden (Consolideren)
De fase waarin het nieuwe gedrag succesvol wordt geïntegreerd in het dagelijks leven en de persoonlijkheid.
95
New cards
Terugval
Een wezenlijk en leerzaam onderdeel van het veranderingsproces waarbij men tijdelijk terugkeert naar oud gedrag.
96
New cards
Preventief werken
Het voorkomen van gezondheidsproblemen of ziektes voordat ze daadwerkelijk ontstaan.
97
New cards
Curatief werken
Het behandelen, genezen of herstellen van gezondheidsproblemen die al aanwezig zijn.
98
New cards
Educatie (Vlaams Instituut)
Het aanleren van kennis, attitudes en vaardigheden om gezonder gedrag te stimuleren.
99
New cards
Omgevingsinterventies
Fysieke of sociale aanpassingen in de omgeving (zoals waterfonteintjes) om gezond gedrag makkelijker te maken.
100
New cards