week 3 en 4

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/116

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:23 PM on 6/7/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

117 Terms

1
New cards

Cognitief-gedragstheoretisch model

Model van Beck en Ellis waarbij gedachten bepalen welke emoties iemand ervaart.

2
New cards

Cognitieve reactie

De gedachten en interpretaties die iemand heeft over een gebeurtenis.

3
New cards

Emotionele reactie

De gevoelens en lichamelijke reacties die ontstaan door gedachten over een situatie.

4
New cards

Cognitieve vertekeningen

Onrealistische denkfouten die stress en negatieve emoties versterken.

5
New cards

Catastrofaal denken

Het ergste scenario verwachten.

6
New cards

Overmatige generalisering

Één negatieve gebeurtenis zien als bewijs voor alles.

7
New cards

Arbitraire inferentie

Conclusies trekken zonder voldoende bewijs.

8
New cards

Selectieve abstractie

Alleen focussen op negatieve details.

9
New cards

Stressreactie

Lichamelijke en psychische reactie op een bedreigende of moeilijke situatie.

10
New cards

Ontspanningsvaardigheden

Technieken om lichamelijke spanning en stress te verminderen.

11
New cards

Progressieve spierrelaxatie

Spieren bewust aanspannen en ontspannen om spanning te verminderen.

12
New cards

Stressregistratie

Bijhouden wanneer stress ontstaat om patronen te herkennen.

13
New cards

Cognitieve interventies

Technieken die helpen negatieve gedachten te veranderen.

14
New cards

Zelfspraak (self-talk)

Jezelf met helpende gedachten sturen, zoals “ik kan dit aan”.

15
New cards

Cognitieve herstructurering

Negatieve gedachten onderzoeken en vervangen door realistische gedachten.

16
New cards

Gedragsmatige interventies

Technieken waarbij gedrag wordt aangepast om stress te verminderen.

17
New cards

Probleemoplossende vaardigheden

Stap voor stap oplossingen bedenken voor problemen.

18
New cards

Time-management

Je tijd goed plannen om stress te verminderen.

19
New cards

Blootstelling

Jezelf stap voor stap confronteren met een angstige situatie.

20
New cards

Stress inoculatietraining (SIT)

Training waarbij iemand copingvaardigheden leert om beter met stress om te gaan.

21
New cards

Derde generatie therapieën

Therapieën die gedrag combineren met acceptatie en mindfulness.

22
New cards

Acceptance and Commitment Therapy (ACT)

Therapie die acceptatie, mindfulness en gedragsverandering combineert.

23
New cards

Mindfulness

Bewust aandacht geven aan het huidige moment zonder oordeel.

24
New cards

Zelfregulering van aandacht

Bewust aandacht richten op gedachten, gevoelens en ervaringen.

25
New cards

Oriëntatie op het huidige moment

Met openheid en acceptatie aanwezig zijn in het hier en nu.

26
New cards

Psychologische flexibiliteit

Het vermogen om met moeilijke gedachten en gevoelens om te gaan en toch waardevol gedrag te kiezen.

27
New cards

Acceptatie

Pijnlijke gedachten en emoties toelaten in plaats van vermijden.

28
New cards

Cognitive defusion

Afstand nemen van gedachten in plaats van ze letterlijk te geloven.

29
New cards

Waarden

Dingen die iemand belangrijk vindt in het leven.

30
New cards

Toegewijde actie

Concrete stappen zetten richting belangrijke doelen en waarden.

31
New cards

Ruminatie

Blijven piekeren over negatieve gedachten of gebeurtenissen.

32
New cards

Positieve psychologie

Psychologische stroming die focust op sterke kanten, welbevinden en positieve emoties.

33
New cards

Welbevinden

Je goed voelen en goed functioneren in het dagelijks leven.

34
New cards

Psychopathologie

Psychische klachten en stoornissen.

35
New cards

PERMA-model

Model van Seligman met vijf onderdelen van welbevinden.

36
New cards

Positive emotion

Positieve gevoelens zoals plezier, hoop en optimisme.

37
New cards

Engagement

Betrokken zijn bij activiteiten die goed bij je passen.

38
New cards

Relations

Positieve relaties en sociale verbindingen met anderen.

39
New cards

Meaning

Zingeving en bijdragen aan iets groters dan jezelf.

40
New cards

Accomplishment

Succes ervaren en doelen bereiken.

41
New cards

Sterkekantenbenadering

Focus op sterke eigenschappen in plaats van alleen problemen.

42
New cards

Veerkracht

Het vermogen om terug te veren na moeilijke situaties.

43
New cards

Flow

Volledig opgaan in een activiteit.

44
New cards

Dankbaarheid

Waardering voelen voor positieve dingen in het leven.

45
New cards

VIA-classificatiesysteem

Systeem met 6 deugden en 24 sterke kanten.

46
New cards

Wijsheid en kennis

Deugd met sterke kanten zoals nieuwsgierigheid en creativiteit.

47
New cards

Moed

Deugd met sterke kanten zoals doorzettingsvermogen en integriteit.

48
New cards

Menselijkheid

Deugd met liefde, vriendelijkheid en sociale intelligentie.

49
New cards

Rechtvaardigheid

Deugd met eerlijkheid, leiderschap en sociale verantwoordelijkheid.

50
New cards

Zelfbeheersing

Deugd met zelfcontrole, voorzichtigheid en vergevingsgezindheid.

51
New cards

Transcendentie

Deugd met hoop, humor, dankbaarheid en spiritualiteit.

52
New cards

Visualiseer je beste mogelijke zelf

Oefening waarbij iemand zich een succesvolle toekomst voorstelt.

53
New cards

Drie goede dingen

Oefening waarbij je elke dag drie positieve gebeurtenissen opschrijft.

54
New cards

Loving-kindness-meditatie

Meditatie gericht op compassie en warmte voor jezelf en anderen.

55
New cards

Sterke kanten

Positieve eigenschappen die ontwikkeld en gebruikt kunnen worden.

56
New cards

Positieve emoties

Gevoelens zoals hoop, plezier en dankbaarheid die welzijn versterken.

57
New cards

Broaden-and-build-theorie

Theorie van Fredrickson dat positieve emoties helpen hulpbronnen op te bouwen.

58
New cards

Posttraumatische groei

Positieve persoonlijke ontwikkeling na moeilijke ervaringen.

59
New cards

Kameleonmetafoor

Verhaal dat laat zien dat iedereen unieke sterke kanten heeft.

60
New cards

Psychosociale risico’s

Risico’s op het werk die stress en gezondheidsproblemen veroorzaken, zoals werkdruk en conflicten.

61
New cards

Werkstress

Stress die ontstaat wanneer de eisen van het werk groter zijn dan het aanpassingsvermogen.

62
New cards

Stressoren

Factoren die stress veroorzaken, zoals hoge werkdruk of agressieve cliënten.

63
New cards

Hulpbronnen (resources)

Factoren die helpen omgaan met stress, zoals sociale steun en copingvaardigheden.

64
New cards

Person-Environment Fit Model (P-E Fit Model)

Model waarbij stress ontstaat door een mismatch tussen persoon en omgeving.

65
New cards

Objectieve misfit (Mo)

Feitelijke mismatch tussen persoon en omgeving.

66
New cards

Subjectieve misfit (Ms)

Mismatch zoals iemand die zelf ervaart.

67
New cards

Actieve coping

Proberen de stresssituatie daadwerkelijk te veranderen.

68
New cards

Passieve coping

Stress verminderen door ontkennen of de situatie anders te bekijken.

69
New cards

Sociale ondersteuning

Steun van collega’s, vrienden of familie die stress kan verminderen.

70
New cards

Demand-Control Model

Model van Karasek waarbij stress ontstaat door hoge taakeisen en weinig controle.

71
New cards

Psychologische taakeisen

Werkdruk, tempo en complexiteit van het werk.

72
New cards

Regelmogelijkheden (job control)

De mate van autonomie en beslissingsruimte op het werk.

73
New cards

Stresshypothese

Hoge eisen en weinig controle zorgen voor veel stress.

74
New cards

Activiteitshypothese

Hoge eisen en veel controle zorgen voor groei en actief leren.

75
New cards

Demand-Control-Support Model

Uitbreiding van Karaseks model waarbij sociale steun ook belangrijk is.

76
New cards

Geïsoleerde werksituatie

Situatie met hoge werkdruk, weinig controle en weinig sociale steun.

77
New cards

Epidemiologische studies

Onderzoeken naar gezondheid en ziekte in grote groepen mensen.

78
New cards

Buffereffect

Wanneer controle of sociale steun de negatieve effecten van stress vermindert.

79
New cards

Job demands

Werkbelasting en eisen van het werk.

80
New cards

Job control

Controle en autonomie binnen het werk.

81
New cards

Coping

De manier waarop iemand omgaat met stressvolle situaties.

82
New cards

Locus of control

De mate waarin iemand denkt controle te hebben over gebeurtenissen.

83
New cards

Type A-gedrag

Competitief, gehaast en stressgevoelig gedrag.

84
New cards

Chronische stress

Langdurige stress waarbij herstel uitblijft.

85
New cards

Beroepsstress

Stress die ontstaat door werkfactoren.

86
New cards

Goodness-of-fit

De mate waarin persoonlijke eigenschappen passen bij de omgeving.

87
New cards

Voorspelbaarheid

Weten wat er gaat gebeuren binnen het werk.

88
New cards

Ambivalentie/ambiguïteit

Onduidelijkheid over taken en verwachtingen.

89
New cards

Effort-Reward Imbalance Model

Model waarbij stress ontstaat door veel inspanning en weinig beloning.

90
New cards

Overcommitment

Te sterk betrokken zijn bij werk waardoor extra stress ontstaat.

91
New cards

Burn-out

Toestand van emotionele uitputting door langdurige stress.

92
New cards

Emotionele uitputting

Gevoel helemaal leeg en uitgeput te zijn.

93
New cards

Depersonalisatie/cynisme

Afstandelijk of negatief reageren op werk en anderen.

94
New cards

Verminderde persoonlijke bekwaamheid

Gevoel minder goed te functioneren of minder competent te zijn.

95
New cards

Persoonlijke hulpbronnen

Eigenschappen zoals optimisme en zelfeffectiviteit die beschermen tegen stress.

96
New cards

Zelfeffectiviteit

Vertrouwen in eigen kunnen om met situaties om te gaan.

97
New cards

Optimisme

Positieve verwachtingen hebben over de toekomst.

98
New cards

Veerkracht

Het vermogen om terug te veren na moeilijke situaties.

99
New cards

Gezondheidsbevordering op het werk

Programma’s die gezondheid en welzijn van werknemers verbeteren.

100
New cards

Verzuim (absenteeism)

Afwezig zijn van werk door ziekte of stress.