1/116
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Cognitief-gedragstheoretisch model
Model van Beck en Ellis waarbij gedachten bepalen welke emoties iemand ervaart.
Cognitieve reactie
De gedachten en interpretaties die iemand heeft over een gebeurtenis.
Emotionele reactie
De gevoelens en lichamelijke reacties die ontstaan door gedachten over een situatie.
Cognitieve vertekeningen
Onrealistische denkfouten die stress en negatieve emoties versterken.
Catastrofaal denken
Het ergste scenario verwachten.
Overmatige generalisering
Één negatieve gebeurtenis zien als bewijs voor alles.
Arbitraire inferentie
Conclusies trekken zonder voldoende bewijs.
Selectieve abstractie
Alleen focussen op negatieve details.
Stressreactie
Lichamelijke en psychische reactie op een bedreigende of moeilijke situatie.
Ontspanningsvaardigheden
Technieken om lichamelijke spanning en stress te verminderen.
Progressieve spierrelaxatie
Spieren bewust aanspannen en ontspannen om spanning te verminderen.
Stressregistratie
Bijhouden wanneer stress ontstaat om patronen te herkennen.
Cognitieve interventies
Technieken die helpen negatieve gedachten te veranderen.
Zelfspraak (self-talk)
Jezelf met helpende gedachten sturen, zoals “ik kan dit aan”.
Cognitieve herstructurering
Negatieve gedachten onderzoeken en vervangen door realistische gedachten.
Gedragsmatige interventies
Technieken waarbij gedrag wordt aangepast om stress te verminderen.
Probleemoplossende vaardigheden
Stap voor stap oplossingen bedenken voor problemen.
Time-management
Je tijd goed plannen om stress te verminderen.
Blootstelling
Jezelf stap voor stap confronteren met een angstige situatie.
Stress inoculatietraining (SIT)
Training waarbij iemand copingvaardigheden leert om beter met stress om te gaan.
Derde generatie therapieën
Therapieën die gedrag combineren met acceptatie en mindfulness.
Acceptance and Commitment Therapy (ACT)
Therapie die acceptatie, mindfulness en gedragsverandering combineert.
Mindfulness
Bewust aandacht geven aan het huidige moment zonder oordeel.
Zelfregulering van aandacht
Bewust aandacht richten op gedachten, gevoelens en ervaringen.
Oriëntatie op het huidige moment
Met openheid en acceptatie aanwezig zijn in het hier en nu.
Psychologische flexibiliteit
Het vermogen om met moeilijke gedachten en gevoelens om te gaan en toch waardevol gedrag te kiezen.
Acceptatie
Pijnlijke gedachten en emoties toelaten in plaats van vermijden.
Cognitive defusion
Afstand nemen van gedachten in plaats van ze letterlijk te geloven.
Waarden
Dingen die iemand belangrijk vindt in het leven.
Toegewijde actie
Concrete stappen zetten richting belangrijke doelen en waarden.
Ruminatie
Blijven piekeren over negatieve gedachten of gebeurtenissen.
Positieve psychologie
Psychologische stroming die focust op sterke kanten, welbevinden en positieve emoties.
Welbevinden
Je goed voelen en goed functioneren in het dagelijks leven.
Psychopathologie
Psychische klachten en stoornissen.
PERMA-model
Model van Seligman met vijf onderdelen van welbevinden.
Positive emotion
Positieve gevoelens zoals plezier, hoop en optimisme.
Engagement
Betrokken zijn bij activiteiten die goed bij je passen.
Relations
Positieve relaties en sociale verbindingen met anderen.
Meaning
Zingeving en bijdragen aan iets groters dan jezelf.
Accomplishment
Succes ervaren en doelen bereiken.
Sterkekantenbenadering
Focus op sterke eigenschappen in plaats van alleen problemen.
Veerkracht
Het vermogen om terug te veren na moeilijke situaties.
Flow
Volledig opgaan in een activiteit.
Dankbaarheid
Waardering voelen voor positieve dingen in het leven.
VIA-classificatiesysteem
Systeem met 6 deugden en 24 sterke kanten.
Wijsheid en kennis
Deugd met sterke kanten zoals nieuwsgierigheid en creativiteit.
Moed
Deugd met sterke kanten zoals doorzettingsvermogen en integriteit.
Menselijkheid
Deugd met liefde, vriendelijkheid en sociale intelligentie.
Rechtvaardigheid
Deugd met eerlijkheid, leiderschap en sociale verantwoordelijkheid.
Zelfbeheersing
Deugd met zelfcontrole, voorzichtigheid en vergevingsgezindheid.
Transcendentie
Deugd met hoop, humor, dankbaarheid en spiritualiteit.
Visualiseer je beste mogelijke zelf
Oefening waarbij iemand zich een succesvolle toekomst voorstelt.
Drie goede dingen
Oefening waarbij je elke dag drie positieve gebeurtenissen opschrijft.
Loving-kindness-meditatie
Meditatie gericht op compassie en warmte voor jezelf en anderen.
Sterke kanten
Positieve eigenschappen die ontwikkeld en gebruikt kunnen worden.
Positieve emoties
Gevoelens zoals hoop, plezier en dankbaarheid die welzijn versterken.
Broaden-and-build-theorie
Theorie van Fredrickson dat positieve emoties helpen hulpbronnen op te bouwen.
Posttraumatische groei
Positieve persoonlijke ontwikkeling na moeilijke ervaringen.
Kameleonmetafoor
Verhaal dat laat zien dat iedereen unieke sterke kanten heeft.
Psychosociale risico’s
Risico’s op het werk die stress en gezondheidsproblemen veroorzaken, zoals werkdruk en conflicten.
Werkstress
Stress die ontstaat wanneer de eisen van het werk groter zijn dan het aanpassingsvermogen.
Stressoren
Factoren die stress veroorzaken, zoals hoge werkdruk of agressieve cliënten.
Hulpbronnen (resources)
Factoren die helpen omgaan met stress, zoals sociale steun en copingvaardigheden.
Person-Environment Fit Model (P-E Fit Model)
Model waarbij stress ontstaat door een mismatch tussen persoon en omgeving.
Objectieve misfit (Mo)
Feitelijke mismatch tussen persoon en omgeving.
Subjectieve misfit (Ms)
Mismatch zoals iemand die zelf ervaart.
Actieve coping
Proberen de stresssituatie daadwerkelijk te veranderen.
Passieve coping
Stress verminderen door ontkennen of de situatie anders te bekijken.
Sociale ondersteuning
Steun van collega’s, vrienden of familie die stress kan verminderen.
Demand-Control Model
Model van Karasek waarbij stress ontstaat door hoge taakeisen en weinig controle.
Psychologische taakeisen
Werkdruk, tempo en complexiteit van het werk.
Regelmogelijkheden (job control)
De mate van autonomie en beslissingsruimte op het werk.
Stresshypothese
Hoge eisen en weinig controle zorgen voor veel stress.
Activiteitshypothese
Hoge eisen en veel controle zorgen voor groei en actief leren.
Demand-Control-Support Model
Uitbreiding van Karaseks model waarbij sociale steun ook belangrijk is.
Geïsoleerde werksituatie
Situatie met hoge werkdruk, weinig controle en weinig sociale steun.
Epidemiologische studies
Onderzoeken naar gezondheid en ziekte in grote groepen mensen.
Buffereffect
Wanneer controle of sociale steun de negatieve effecten van stress vermindert.
Job demands
Werkbelasting en eisen van het werk.
Job control
Controle en autonomie binnen het werk.
Coping
De manier waarop iemand omgaat met stressvolle situaties.
Locus of control
De mate waarin iemand denkt controle te hebben over gebeurtenissen.
Type A-gedrag
Competitief, gehaast en stressgevoelig gedrag.
Chronische stress
Langdurige stress waarbij herstel uitblijft.
Beroepsstress
Stress die ontstaat door werkfactoren.
Goodness-of-fit
De mate waarin persoonlijke eigenschappen passen bij de omgeving.
Voorspelbaarheid
Weten wat er gaat gebeuren binnen het werk.
Ambivalentie/ambiguïteit
Onduidelijkheid over taken en verwachtingen.
Effort-Reward Imbalance Model
Model waarbij stress ontstaat door veel inspanning en weinig beloning.
Overcommitment
Te sterk betrokken zijn bij werk waardoor extra stress ontstaat.
Burn-out
Toestand van emotionele uitputting door langdurige stress.
Emotionele uitputting
Gevoel helemaal leeg en uitgeput te zijn.
Depersonalisatie/cynisme
Afstandelijk of negatief reageren op werk en anderen.
Verminderde persoonlijke bekwaamheid
Gevoel minder goed te functioneren of minder competent te zijn.
Persoonlijke hulpbronnen
Eigenschappen zoals optimisme en zelfeffectiviteit die beschermen tegen stress.
Zelfeffectiviteit
Vertrouwen in eigen kunnen om met situaties om te gaan.
Optimisme
Positieve verwachtingen hebben over de toekomst.
Veerkracht
Het vermogen om terug te veren na moeilijke situaties.
Gezondheidsbevordering op het werk
Programma’s die gezondheid en welzijn van werknemers verbeteren.
Verzuim (absenteeism)
Afwezig zijn van werk door ziekte of stress.