L06 & L07: Social cohesion & community health interventions

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/22

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:03 PM on 5/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

23 Terms

1
New cards

Brede definities van gezondheid (WHO & positieve gezondheid)

  • WHO
    = “Health is a state of complete physical, mental and social well-being and not merely the absence of disease or infirmity”

  • Positieve gezondheid
    = “Gezondheid als het vermogen je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.”

2
New cards

Subjectief welzijn (= relationeel & een proces)

= hoe iemand zich voelt

  • Dagelijks affect: positieve & negatieve gevoelens

  • Zingeving en doel: gevoel van groei en betekenis

  • Cognitieve evaluatie: tevredenheid met leven

  • Persoonlijke capaciteiten: veerkrachtig met omstandigheden omgaan

→ welzijn is relationeel
= niet individueel: het ontstaat in relaties tussen mensen, tussen mensen en hun omgeving en in relatie tot normen en sociale structuren.

→ welzijn is een proces
= geen permanente staat

3
New cards

Hedonic adaptation

= een proces waarbij de impact van een verandering of gebeurtenis (bijvoorbeeld: de loterij winnen of een groot verlies) op iemands welzijn afneemt over de tijd.

→ je merkt het minder op, je standaard verschuift, je interpretatie verandert, je gevoelens worden minder intens
→ sociale factoren hebben invloed op je baseline welzijn & intensiteit + het verloop van pieken en dalen

4
New cards

Social integration (structuur)

= hoe sterk iemand ingebed is in een sociaal netwerk
(bijvoorbeeld aantal sociale contacten, deelname aan groepen, sociale groepen)

Mechanismes:
= heeft direct effect op gezondheid

  • meer zingeving

  • meer sociale regulatie van (gezond) gedrag

  • meer toegang tot hulpbronnen

Negatief mechanisme: slechte relaties → stress → slechtere gezondheid

5
New cards

Social support (functie)

= de hulp en steun die mensen krijgen/ervaren via relaties
(emotioneel, praktisch, informatief)

Mechanismes:
= effect via stress-buffering (minder impact van stress)

  • psychologisch: minder depressie en angst, betere coping, meer gevoel van controle en betekenis

  • fysiologisch: minder cortisol en betere immuunfunctie

  • gedrag: meer hulp bij en kennis over gezond gedrag

Negatief mechanisme: slechte relaties → stress → slechtere gezondheid

6
New cards

Sociaal kapitaal:
Individueel vs collectief

  • individueel sociaal kapitaal
    = je eigen sociale netwerk, contact met vrienden/familie, persoonlijke steun

  • buurt sociaal kapitaal
    = vertrouwen in de buurt, sociale cohesie, participatie, wederkerigheid

→ beide vormen hangen samen met individuele gezondheid

7
New cards

Sociale cohesie

  • buurten waar mensen elkaar kennen (integratie) en helpen (steunen)

  • meer informele controle → veiliger gevoel

  • sociale normen beïnvloeden gedrag

8
New cards

Voorzieningsarme buurten

  • minder plekken/infrastructuur voor ontmoeting, ontspanning, gezonde voeding, zorg en sport

  • onveilige omgeving → minder naar buiten → minder ontmoeting & beweging

  • bij lagere SES/slechte woningkwaliteit/overbevolking → meer (chronische) stress → minder ruimte voor sociale cohesie

9
New cards

Gentrificatie

= voor nieuwe (vaak rijkere bewoners): betere leefomgeving, voorzieningen, veiligheid → betere gezondheid

= voor oorspronkelijke bewoners: meer financiële druk, verdringing (gedwongen verhuizing of blijven maar niet meer “passen”) → verlies van sociale cohesie en steun

→ relatieve ongelijkheid neemt toe

10
New cards

Social comparison theory

= mensen evalueren hun eigen attitudes, vaardigheden en welzijn door zich te vergelijken met anderen (upwards of downwards). Leven tussen rijkere groepen → meer gevoel van achterstand.

  • Investeringen in de fysieke omgeving zorgen niet automatisch voor een hoger welzijn.

11
New cards

Eenzaamheidsparadox

= mensen die zich eenzaam voelen hebben meer behoefte aan sociale verbinding, maar gedragen zich tegelijkertijd op een manier die sociale verbinding bemoeilijkt.

→ Vicieuze cirkel: minder sociaal gedrag → slechtere relaties → meer eenzaamheid.

  • Hypervigilantie voor sociale dreiging: verwachting van afwijzing, alert op negatieve signalen.

  • Negatievere interpretatie van neutrale situaties: iemand reageert laat → ze vinden me niet leuk.

  • Terugtrekgedrag: minder open, minder vertrouwen, meer vermijding

12
New cards

Sociaal werk

= versterken van mensen, netwerken en gemeenschappen, zodat mensen kunnen meedoen in de samenleving
Brugfunctie tussen leefwereld (bewoners) en systeemwereld (beleid en organisaties)

Maar:
Sociaal werk in Nederland is versnipperd en moeilijk af te bakenen: decentralisatie (gemeenten), verschillende werkvelden (jeugd, ouderen, wijk, zorg), beleidslabels (bijv. wijkcoach of sociaal makelaar)

13
New cards

Sociaal werk:
Individueel niveau vs gemeenschaps-/groepsniveau

  • Individueel niveau: hulp bij eenzaamheid, schulden, opvoeding

  • Gemeenschaps-/groepsniveau: activiteiten organiseren, buurthuizen, mensen in contact brengen met elkaar

14
New cards

Hoe werkt sociaal werk?

  • Procesmatig & adaptief (meebewegen met wat er ontstaat in de buurt)

  • Duurzame relaties opbouwen op de lange termijn

  • Leren door te doen

    • Wat beleid vraagt

      • Vooraf plannen maken

      • Meetbare resultaten

      • Verantwoording achteraf

      • Werken met tijdelijke gelden

  • Gevolg: snel minder zicht op echte impact, “papieren werkelijkheid”

15
New cards

Opbouwwerk: collectief sociaal werk

→ Hoofdtaak: mensen in een buurt verbinden en activeren om samen hun leefomgeving te verbeteren.

Door:

  • Bewoners activeren en ondersteunen

  • Netwerken opbouwen en versterken

  • Signaleren van problemen in de wijk

  • Belangen behartigen (ook richting beleid)

  • Samenwerkingen organiseren

Bijvoorbeeld: de koffiekar of buurthuis

16
New cards

Opbouwwerk:

  • Spanningsvelden

  • Bewoners vs overheid:

    • Bewoners willen een speeltuin behouden als ontmoetingsplek. De gemeente wil het terrein verkopen voor woningbouw.

  • Eigenaarschap vs resultaat:

    • Een groep bewoners wil een buurtfeest organiseren, maar het loopt chaotisch en afspraken worden niet nagekomen. Overnemen of niet?

  • Korte termijn vs lange termijn:

    • Er is overlast van jongeren in de wijk. Bewoners willen snelle actie (meer toezicht).
      De opbouwwerker ziet dat het probleem ligt in gebrek aan voorzieningen en wil investeren in langdurige oplossingen.

17
New cards

Welzijn op recept

= kortdurende welzijnsinterventies: sociale activatie om het zelf weer te kunnen redden
20-50% van de klachten bij de huisarts zijn niet medisch. Risico van een individuele/medicaliserende aanpak, en steeds terugkeer naar de huisarts.

→ Huisarts verwijst door naar welzijnscoach (sociaal domein). Welzijnscoach verbindt de cliënt aan activiteiten (buurtgericht).

18
New cards

Welzijn op recept: doelgroep

19
New cards

Verloop doorverwijzing WOR (Welzijn Op Recept)

20
New cards

Welzijnscoach

  • Sociaal werk: een brede overkoepelende term

  • Gespreksvoering is oplossingsgericht, niet probleemgericht → duidelijk geformuleerde doelen ontwikkelen binnen referentiekader van cliënt

    • Oplossingen gebaseerd op uitzonderingen (momenten in het leven van de cliënt waarop de problemen niet voortkwamen).

    • “Waar hoopt u op?” “Welk verschil zou dat maken?” “Wat zou uw volgende stapje zijn?”

  • Gespreksvoering is in principe activerend, niet hulpverlenend.

  • Maatwerk afhankelijk van wensen en vaardigheden cliënt.

21
New cards

Opstarten WOR in buurt → het sociaal weefsel

  • Samenwerken met professionals: opbouwwerkers, versterkers van de collectieve gemeenschap.

  • Op de hoogte zijn van ‘warme plekken’: waar kunnen cliënten een positieve sociale ervaring opdoen?

Spanningsvelden:

  • Interventie afhankelijk van bestaand sociaal weefsel in de omgeving.

  • Hoe voorkomen dat het leuke gezellige wandelclubje een zorgfunctie krijgt?

  • De doorverwijsplek laten weten dat iemand via sociaal werk komt? > kwetsbaar onderwerp

22
New cards

Opstarten WOR in buurt → huisarts

23
New cards

Opstarten WOR in buurt → beleid

  • WoR wordt vergoed vanuit SPUK-gelden van de gemeente. Gemeentes mogen met potjes schuiven, dus moeilijk in te schatten of het geld bij WoR terecht komt.

  • Veel welzijnscoaches hebben ook andere functies (bijvoorbeeld maatschappelijk werker of opbouwwerker), waardoor scheidingen tussen interventies kunnen vervagen.

Spanningsvelden:

  • Continu veranderingen in sociaal domein, waarom nu in WoR investeren? Is het een duurzame interventie?

  • WoR bespaard geld voor de zorg, maar wordt niet vanuit de zorg betaald.