1/118
Een uitgebreide set vocabulary flashcards over historische begrippen uit de Griekse en Romeinse oudheid gebaseerd op de verstrekte lesnotities.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
eeuw
Een periode van 100jaar.
millennium
Een periode van 1000jaar.
aanleiding
De gebeurtenis of omstandigheid die rechtstreeks tot iets leidt.
continuïteit
Een activiteit of situatie loopt gewoon door in de tijd.
evolutie
Een trage verandering vindt plaats in kleine stappen over een lange tijd.
gevolg
Wat uit een oorzaak voortkomt.
historische inleving
Jezelf trachten te verplaatsen in een persoon die in het verleden leefde.
oorzaak
Een gebeurtenis of omstandigheid die onrechtstreeks tot iets leidt.
perspectief
De manier waarop je naar een gebeurtenis kijkt.
revolutie
Een grote verandering die in korte tijd plaatsvindt, oftewel een plotse verandering.
discontinuïteit
Er verandert iets of er vindt een sterke verandering in de geschiedenis plaats.
hypothese
Een veronderstelling, een stelling die nog niet bewezen is.
migratie
De verplaatsing van groepen mensen van de ene plaats naar de andere.
mengcultuur
Het vermengen van twee of meerdere culturen tot één cultuur, een multiculturele samenleving.
romanisering
Het overnemen van de Romeinse cultuur, taal, tradities…
monotheïsme
Geloven in een god.
natuurgodsdienst
Een godsdienst die nauw verbonden is aan de natuur, waarbij natuurelementen worden vereerd.
polytheïsme
Geloven in meerdere goden.
patriarchale maatschappij
Een maatschappij waarin de man een dominante rol heeft.
egalitaire maatschappij
Een maatschappij waarin iedereen gelijk behandeld wordt.
standenmaatschappij
Een maatschappij waarin de bevolking in verschillende groepen met eigen rechten en plichten is opgedeeld.
handel
Het invoeren en uitvoeren van producten.
ruraal
Landelijk, van het platteland.
sedentair
Het wonen op een vaste woonplaats, zonder rond te trekken.
acropolis
Versterkte heuvel in het midden van een Griekse stadstaat.
agora
Het centrum van de stadstaat, een soort marktplein.
polis/poleis
Een stadstaat, bestaande uit een stad met ook het omliggende gebied.
fresco
Een muurschildering gemaakt op natte kalk.
thalassocratie
Een heerschappij die op zeemacht berust (maritiem).
autarkisch
Voor zichzelf kunnen zorgen op economisch vlak.
hopliet
Oud-Griekse zwaarbewapende soldaat.
monarchie
Een regeringsvorm waarbij de macht bij één persoon berust, vaak een koning(in), en erfelijk is.
aristocratie
De macht wordt uitgeoefend door de besten van de vooraanstaande families.
oligarchie
Alle macht ligt bij een kleine groep rijke en invloedrijke personen.
tirannie
Alle macht ligt bij één persoon die wreed, onrechtvaardig optreedt of onderdrukking uitoefent.
democratie
De macht ligt bij het volk, waarbij mensen gelijk aan elkaar zijn, vaak verdedigd door verkozen volksvertegenwoordigers.
push- en pullfactoren
Omstandigheden die een groep of individu wegdrijven (PUSH) of juist aantrekken (PULL) tot een gebied.
Delisch-Attische Zeebond
Militair bondgenootschap tussen de Griekse eilanden uit de Egeïsche Zee en enkele poleis uit Klein-Azië onder leiding van Athene.
Peloponnesische Bond
Militair bondgenootschap tussen de gebieden op de Peloponnesos onder leiding van Sparta.
statisch
Stokstijf, zonder beweging.
kouros
Sculptuur van een naakte jonge man typisch voor de oud-Griekse archaïscheperiode.
korè
Sculptuur van een jonge vrouw typisch voor de oud-Griekse archaïsche periode.
contrapost-houding
Buiging langs de verticale as van het lichaam waardoor de richting van de heupen, schouders en het hoofd verandert, typisch voor de klassieke periode.
acculturatie
Een proces waarbij een cultuur of groep kenmerken van een andere cultuur of groep slechts langs één kant overneemt.
Olympische pantheon
De groep van Olympische of Griekse goden.
Olympische Spelen
Een internationaal sportevenement.
falanx
Een gesloten legeropstelling bestaande uit hoplieten bewapend met lange lansen, opgesteld in rijen.
hegemonie
Volledig de baas zijn over iets of iemand.
imperialisme
Het streven naar macht, gebiedsuitbreiding en een wereldheerschappij.
sarissa
Een lange Macedonische lans met ijzeren punt.
slag bij Chaeronea
De beslissende veldslag die het einde betekende van de zelfstandigheid van de Griekse stadstaten.
Bucephalus
Het paard van Alexander de Grote.
imperium
Wereldrijk.
Persepolis
Hoofdstad van het Perzische Rijk (Iran).
diadochen
De generaals en opvolgers van Alexander de Grote.
diadochenrijken
De vier rijken die ontstaan na de dood van Alexander De Grote.
dynastie
Een opeenvolging van heersers die tot dezelfde koninklijke familie behoren.
hellenisme
De vermenging van de Griekse/Macedonische cultuur en de Perzische cultuur.
Latium
Een regio in het midden van Italië aan de westkust, bewoond door de Latijnen.
Rome
De hoofdstad van Italië, voorheen de hoofstad van het Romeinse Rijk.
Romulus en Remus
Volgens de Romeinse mythologie de stichters van Rome, door een wolvin gezoogd als baby; Romulus vermoordde Remus en gaf zijn naam aan de stad.
Titus Livius
Romeins geschiedschrijver uit de 1ste eeuw v.C. die Ab Urbe Condita schreef.
assimilatie
De gehele of gedeeltelijke overname van een cultuur of bepaalde aspecten daarvan.
Carthago
Fenicische kolonie uit de 9de eeuw v.C. waarvan de inwoners Puniërs werden genoemd; in 146v.C. verwoest door de Romeinen.
Klein-Azië
Schiereiland in het uiterste westen van Azië dat onderdeel is van het huidige Turkije.
Etruskische Twaalfstedenbond
Een samenwerking tussen de twaalf grootste steden van het Etruskische rijk.
verbannen
Iemand dwingen om een bepaald gebied te verlaten.
Romeinse Senaat
Bestuurlijke vergadering van patriciërs.
Romeinse volksvergadering
Bestuurlijke vergadering van plebejers en patriciërs.
scheiding der machten
De macht in België is verdeeld over drie machten: de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht.
mythe
Een verhaal dat veel mensen kennen, maar dat niet werkelijk is gebeurd.
volkstribuun
Iemand die macht had om de plebejers en de proletariërs op politiek vlak te beschermen.
continentaal
Vooral gericht en sterk zijn op het land.
maritiem
Vooral gericht en sterk zijn op de zee.
enterbrug
Een brug tussen twee schepen die het mogelijk maakt over te steken van de nee naar de nadere boot.
tactiek
Een doordachte manier om ervoor te zorgen dat je je doel bereikt.
proletariërs
De armen die niets anders hadden dan hun kinderen en massaal naar Rome trokken.
populares
Mensen die opkomen voor de rechten van armen (proletariërs).
optimates
Rijken die de rechten van de patriciërs beschermen.
beroepsleger
Een leger dat betaald wordt door een generaal; soldaten krijgen een loon in plaats van vrijwilligers te zijn.
triumviraat
Een driemanschap, oftewel samenwerking door drie leden.
Alea iacta est
Betekent 'de teerling is geworpen': een stap waarvan niet terug te komen is.
Rubicon
Een kleine rivier in Italië die de grens vormde van het ambtsgebied van Caesar.
Augustus
Bijnaam van keizer Octavianus die 'de verhevene' betekent.
Pontifex Maximus
Romeins opperpriester.
Pax Romana
Romeinse vrede die zorgde voor economische groei.
imperator
Opperbevelhebber van het Romeinse leger.
Princeps
Titel die 'eerste burger van het land' betekent.
Pretoriaanse wacht
De lijfwacht en beschermers van de keizers.
Tetrarchie
Viermanschap waarbij vier keizers heersen over het Romeinse rijk (2 in het westen en 2 in het oosten).
Dominus et Deus
Titel die 'Heer en God' betekent.
godsdienstvrijheid
De vrijheid om de godsdienst van je keuze te beoefenen.
staatsgodsdienst
De officiële godsdienst in een land of staat.
Mare Nostrum
Betekent 'Onze Zee', verwijzend naar alle gebieden rond de Middellandse Zee in Romeinse handen.
volksverhuizingen
Het verplaatsen van een volk door allerlei oorzaken naar een nieuwe locatie.
Franken
De Germaanse stam die zich in onze streken vestigde.
foederati
Germanen die als bondgenoten werden toegelaten in het West-Romeinse Rijk om het te helpen verdedigen.
patriciër
Leden van de Romeinse adel, afkomstig van het Latijnse woord pater (vader).
plebejer
De gewone Romeinse burgers zoals boeren, ambachtslieden en handelaars.
pater familias
De oudste man van een Romeins huisgezin met volledig beslissingsrecht over zijn gezin.