frans

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/70

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 4:30 PM on 1/15/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

71 Terms

1
New cards

l’achat

De aankoop, verwijzend naar het proces waarbij een consument goederen of diensten verwerft in ruil voor geld.

2
New cards

le boulot

De baan of het werk dat iemand dagelijks uitvoert om inkomen te verdienen.

3
New cards

le combat

De strijd of confrontatie, vaak in de context van competitie of conflict.

4
New cards

le conseil

Het advies of de aanbeveling gegeven door iemand met ervaring of kennis in een bepaald gebied.

5
New cards

le consommateur

De consument, het individu dat goederen of diensten koopt voor persoonlijk gebruik.

6
New cards

le défaut

Het defect of gebrek in een product dat het niet functioneel of niet bruikbaar maakt.

7
New cards

l’entretien de vente

Het verkoopgesprek of gesprek tussen een verkoper en een potentiële koper, gericht op het sluiten van een verkoop.

8
New cards

le livret (d’épargne)

Het spaarboekje, een document waarin spaargelden worden bijgehouden, vaak gebruikt bij banken.

9
New cards

le logiciel

De computerprogramma's of applicaties die door computers worden gebruikt om specifieke taken uit te voeren.

10
New cards

le montant

Het bedrag, dat verwijst naar een specifieke waarde of som van geld.

11
New cards

le pouvoir

De kracht of macht die iemand heeft om invloed uit te oefenen of keuzes te maken.

12
New cards

le pouvoir d’achat

De koopkracht, die aangeeft hoeveel goederen en diensten een persoon kan kopen met zijn of haar inkomen.

13
New cards

l’approche (f.)

De benadering of methodologie om een probleem of situatie aan te pakken.

14
New cards

l’astuce (f.)

De truc of slimme techniek die kan helpen bij het oplossen van een probleem of het bereiken van een doel.

15
New cards

la bonne affaire

De koopjes of voordelige deals, waarbij producten tegen een lagere prijs worden aangeboden.

16
New cards

la carte bancaire

De bankkaart, een plastic kaart die wordt gebruikt voor elektronische betalingen in winkels of online.

17
New cards

la cible

De doelstelling of specificatie voor een campagne, marketingactie of verkoopdoel.

18
New cards

la consommation

De consumptie, het proces van het gebruiken of verbruiken van goederen en diensten.

19
New cards

la contrefaçon

De vervalsing of het namaakproduct dat probeert te lijken op een origineel merk of product.

20
New cards

la dépense

De uitgave, het geld dat wordt besteed aan goederen of diensten.

21
New cards

la gestion

Het beheer of de organisatie van middelen, vaak binnen een bedrijf of project.

22
New cards

la peste

De ergernis of irritatie die iemand kan voelen door bepaalde omstandigheden of gedragingen.

23
New cards

la récompense

De beloning, wat iemand ontvangt als erkenning voor een prestatie of goed gedrag.

24
New cards

la réduction

De korting, een prijsverlaging op een product of dienst.

25
New cards

la satisfaction

De tevredenheid, het gevoel dat men krijgt wanneer aan de wensen of behoeften is voldaan.

26
New cards

la valeur

De waarde, die aangeeft wat iets waard is in termen van geld, nut of significantie.

27
New cards

cesser

Stoppen of ophouden met een bepaalde activiteit.

28
New cards

consommer

Kopen of gebruiken, met speciale aandacht voor voedsel of goederen.

29
New cards

convenir

Geschikt of passend zijn voor een bepaalde situatie of behoefte.

30
New cards

dépenser

Geld uitgeven aan goederen of diensten.

31
New cards

disposer de

Beschikken over of iets tot je beschikking hebben.

32
New cards

écouler

Verkopen of afstoten van goederen, vaak in grote hoeveelheden.

33
New cards

épargner

Geld sparen voor toekomstig gebruik of investeringen.

34
New cards

financer

Financieren of het bieden van de nodige middelen om iets te realiseren.

35
New cards

gérer

Beheren of organiseren van taken, middelen of projecten.

36
New cards

imposer

Iets opleggen of verplichten aan anderen.

37
New cards

inciter à

Aanmoedigen of aansporen tot een bepaalde actie.

38
New cards

marchander à

In de prijs onderhandelen over de kosten van een goed of dienst.

39
New cards

mériter

Verdienen of recht hebben op iets vanwege verdientelijk gedrag of prestaties.

40
New cards

négocier

Onderhandelen over voorwaarden of prijzen, vaak in een zakelijke context.

41
New cards

réclamer

Eisen of oproepen tot iets dat men denkt te verdienen.

42
New cards

rembourser

Terugbetalen van geld aan iemand die het heeft geleent of aan wie een refund is beloofd.

43
New cards

saisir

Vastpakken of grijpen, meestal in een context van handelen.

44
New cards

se précipiter

Zich haasten of snel vooruitgaan in een bepaalde situatie.

45
New cards

se valoir

Waard zijn in de context van vergelijkingen tussen waarde of kosten.

46
New cards

annuel

Jaarlijks, verwijzend naar iets dat elk jaar plaatsvindt.

47
New cards

avantageux

Voordelig of gunstig, vaak in termen van kosten en baten.

48
New cards

conservateur (-trice)

Conservatief, iemand die streeft naar behoud van traditionele waarden.

49
New cards

davantage

Meer, een grotere hoeveelheid of intensiteit.

50
New cards

disponible

Beschikbaar, iets dat toegankelijk en klaar voor gebruik is.

51
New cards

embarrassant

Ongemakkelijk of beschamend, vaak in sociale situaties.

52
New cards

financier (-ière)

Financieel, betrekking hebbend op geld en economie.

53
New cards

généreux

Gunstig of vrijgevig, iemand die bereid is om te geven.

54
New cards

incontournable

Onmisbaar, iets dat noodzakelijk is en niet kan worden genegeerd.

55
New cards

mensuel

Maandelijks, elke maand terugkerend.

56
New cards

nettement

Duidelijk of aanzienlijk, in de context van zichtbare verschillen.

57
New cards

performant

Hoge prestaties leverend, vooral in termen van efficiëntie en effectiviteit.

58
New cards

privilégié

Voorrecht of in het voordeel zijn van bepaalde kansen of voordelen.

59
New cards

rémunéré

Betaald of vergoed voor uitgevoerde diensten of werk.

60
New cards

rentable

Winstgevend, met een goede verhouding tussen kosten en opbrengsten.

61
New cards

puissant

Krachtig, met de mogelijkheid om aanzienlijke invloed uit te oefenen.

62
New cards

en connaissance de cause

Met volledig begrip van de gevolgen of informatie.

63
New cards

en rupture de stock

Uitverkocht, wanneer een product tijdelijk niet beschikbaar is.

64
New cards

être dupe

Bedrogen zijn of in de val gelopen worden.

65
New cards

faire faillite

Bankroet verklaren, wanneer een bedrijf zijn schulden niet kan betalen.

66
New cards

gagner sa vie

Een inkomen verdienen om de kosten van levensonderhoud te dekken.

67
New cards

répondre à ses besoins

Voldoen aan de persoonlijke behoeften of vereisten.

68
New cards

résister à la tentation

Weerstand bieden tegen de verleiding om iets ongewenst te doen.

69
New cards

sans cesse

Onophoudelijk, zonder pauze of stop.

70
New cards

se faire piéger

Vastgeroest raken in een situatie of problemen ondervinden.

71
New cards

tondre le gazon

Het gras maaien, meestal om het esthetisch aantrekkelijk te houden