1/37
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Genotype
Je persoonlijke DNA-code die vastligt vanaf je geboorte.
Fenotype
Hoe je eruitziet en hoe je lichaam werkt. Dit is een mix van je genotype + je omgeving.
Modificatie / Modification
Een verandering aan je uiterlijk die niet in je DNA zit (bijv. een litteken of geverfd haar). Dit geef je niet door aan je kinderen.
Chromosomen / Chromosomes
De "pakketjes" in je cellen waar je DNA in zit. Mensen hebben er 46 (23 paren).
Autosomen / Autosomes
Chromosoom 1 tot en met 22. Deze bepalen niet je geslacht.
Geslachtschromosomen / Sex chromosomes
Paar number 23. Vrouwen hebben XX, mannen hebben XY.
Gen / Gene
Een stukje DNA dat de code is voor één eigenschap (bijv. oogkleur).
Alleel / Allele
De versie van een gen (bijv. de versie voor blauwe ogen óf voor bruine ogen).
Locus
De precieze plek van een gen op een chromosoom.
Homozygoot / Homozygous
Je hebt twee dezelfde versies van een gen gekregen (bijv. BB of bb)
Heterozygoot / Heterozygous
Je hebt twee verschillende versies van een gen gekregen (bijv. Bb).
Dominant alleel / Dominant allele
Het sterke alleel (hoofdletter B). Als je deze hebt, zie je deze eigenschap altijd aan de buitenkant.
Recessief alleel / Recessive allele
Het zwakkere alleel (kleine letter b). Je ziet dit pas als je er twee van hebt (bb), zonder een dominant alleel erbij.
Drager / Carrier
je bent gezond, maar je hebt stiekem wel één zwak/ziek alleel bij je (Bb). Je kunt dit doorgeven aan je kinderen.
Intermediair / Intermediate
Geen van de twee allelen is de baas; ze mengen samen tot iets nieuws (Rood + Wit = Roze).
Codominantie / Codominance
Beide allelen zijn even sterk en zijn allebei tegelijk te zien (bijv. bloedgroep AB).
Recombinatie / Recombination
Het husselen van het DNA van je vader en moeder, waardoor elk kind uniek is.
Monohybride kruising / Monohybrid cross
Een fok- of kruisingsproef waarbij je naar maar één eigenschap kijkt.
P, F1, F2
P = de ouders. F1 = de kinderen. F2 = de kleinkinderen.
Genotype-verhouding / Genotype ratio
De verhouding van de letters in de uitslag (bijv. 1x AA : 2x Aa : 1x aa).
Fenotype-verhouding / Phenotype ratio
De verhouding van hoe het nageslacht eruitziet (bijv. 3x Bruine ogen : 1x Blauwe ogen).
Testkruising / Test cross
Een test waarbij je een dominant uitziend individu kruist met een recessief (aa) individu om te ontdekken welke letters het heeft.
Stamboom / Pedigree
Een familietekening die laat zien wie welke genen of ziektes heeft (Rondje = vrouw, Vierkantje = man).
X-chromosomaal / X-linked
Genen die op het X-chromosoom liggen. Mannen (XY) hebben er maar één en zijn dus sneller de klos bij ziektes zoals kleurenblindheid.
Aanleg (Nature) / Nature
Eigenschappen die in je DNA zitten (zoals je oogkleur).
Epigenetica / Epigenetics
Hoe je omgeving (zoals stress of roken) genen "aan" of "uit" kan zetten zonder het DNA echt te veranderen.
Letale factoren / Lethal factors
Een dodelijke lettercombinatie waardoor een baby/organisme al sterft voor de geboorte.
yndroom van Klinefelter / Klinefelter syndrome
Een man met een extra X-chromosoom (XXY). Hij heeft 47 chromosomen in totaal.
Syndroom van Turner / Turner syndrome
Een vrouw die een X-chromosoom mist (X0). Zij heeft 45 chromosomen in totaal.
Tweelingonderzoek / Twin study
Onderzoek naar eeneiige en twee-eiige tweelingen om te kijken wat door genen (nature) komt of door de omgeving (nurture).
Nature-nurture-discussie / Nature-nurture debate
De discussie: Worden je eigenschappen bepaald door je DNA of door je omgeving?
ABO-systeem / ABO system
Het systeem dat je bloedgroep (A, B, AB of O) bepaalt door de "vlaggetjes" (antigenen) op je bloedcellen.
Kleurenblindheid / Color blindness
lechter kleuren zien door een recessief foutje op het X-chromosoom (komt vaker voor bij mannen).
Nucleotiden / Nucleotides
De bouwstenen van DNA, gemaakt van: suiker, fosfaat en een stikstofbase (de letter).
Baseparing / Base pairing
De vaste rits-regel van DNA-letters: A klikt aan T, en C klikt aan G.
Genoom / Genome
De complete set van áv al jouw DNA bij elkaar.
Karyogram
Een foto/kaart waarop al je chromosomen netjes in paren zijn gesorteerd
Milieufactoren / Environmental factors
Invloeden van buitenaf (zoals voeding, weer, stress of zonlicht).