Biologische basis: Psychopathologie en Cognitieve Stoornissen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/24

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de biologische basis van psychopathologie, psychiatrische stoornissen zoals schizofrenie en angststoornissen, en cognitieve functies inclusief geheugen, taal (afasieën), praxis (apraxie) en neglect.

Last updated 1:14 PM on 5/14/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

25 Terms

1
New cards

Wat is het verschil tussen psychopathologie en psychiatrie?

Psychopathologie is de leer der geestesziekten (theorie), terwijl psychiatrie de leer van de behandeling der geestesziekten is (praktijk).

2
New cards

Wat zijn de vijf stappen van het medisch model in de hedendaagse psychiatrie?

  1. Diagnose (kenmerken/symptomen), 2. Etiologie (oorzaken), 3. Therapie (behandeling), 4. Prognose (verloop), 5. Preventie (voorkomen).

3
New cards

Waar staat de afkorting BPS-model voor?

Bio-Psycho-Sociaal model.

4
New cards

Welke drie manieren zijn er om een neurotransmitter na vrijlating te deactiveren?

  1. Absorptie door het ontvangende neuron, 2. Reabsorptie door het verzendende neuron, 3. Afbraak door enzymen in de synaptische spleet.
5
New cards

Aan welke neurotransmitters wordt een tekort gelinkt bij een depressie?

Noradrenaline en Serotonine.

6
New cards

Wat is het verschil tussen Parkinsonisme en Tardieve dyskinesie als bijwerkingen van antipsychotica?

Parkinsonisme is reversibel (verdwijnt na stopzetting), terwijl tardieve dyskinesie irreversibel is (blijft bestaan na stopzetting).

7
New cards

Wat is het verschil tussen positieve en negatieve symptomen bij schizofrenie?

Positieve symptomen zijn psychische nieuwvormingen (zoals wanen en hallucinaties), negatieve symptomen zijn psychische uitvalverschijnselen (zoals affectvervlakking).

8
New cards

Welke specifieke medicatie wordt vaak gebruikt als stemmingsstabilisator bij bipolaire stoornissen?

Lithium.

9
New cards

Wat zijn premonitoire of prodromale tekenen?

Symptomen die het ziektebeeld voorafgaan en de aandoening in zekere zin aankondigen (voortekenen).

10
New cards

Welke hersenstructuur is de 'centrale regelkamer' voor emotionele betekenis en verhoogd actief bij angststoornissen?

De amygdala.

11
New cards

Wat is alternerende aandacht in de context van multitasking?

Het zeer snel switchen van de aandacht tussen verschillende taken; echt multitasking (parallelle uitvoering) bestaat volgens de tekst niet.

12
New cards

Wat is het verschil tussen fasische en tonische fluctuaties in alertheid?

Fasische fluctuaties zijn kortetermijnveranderingen door de situatie (exogeen of endogeen), terwijl tonische fluctuaties langer van duur zijn en door het organisme zelf bepaald worden (zoals het circadiaans ritme).

13
New cards

Wat zijn de drie processen van het geheugen?

  1. Encodering (verwerken), 2. Consolidatie (opslaan), 3. Retrieval (ophalen).
14
New cards

Wat is de gemiddelde capaciteit en duur van het werkgeheugen volgens het model van Atkinson en Shiffrin?

Het kan ongeveer 7 informatie-eenheden bevatten voor een duur van 1830sec18-30\,\text{sec}.

15
New cards

Wat is posttraumatische amnesie (PTA)?

Een fase kort na hersenletsel waarin de persoon gedesoriënteerd is en geen nieuwe informatie kan opslaan; de duur is een prognostische marker voor herstel.

16
New cards

Wat is het verschil tussen retrograde en anterograde amnesie?

Retrograde amnesie is geheugenverlies voor feiten vóór het letsel; anterograde amnesie is het niet meer kunnen onthouden van feiten ná het letsel.

17
New cards

Welke vier onderdelen bevat de definitie van executieve functies volgens Muriel Lezak?

  1. Motivatie/wil (intentioneel gedrag), 2. Planning (denken over aanpak), 3. Doelgerichte uitvoering, 4. Evaluatie/bijsturing.
18
New cards

In welke hersenhelft worden taal en praxis klassiek gelokaliseerd?

In de linkerhemisfeer (taaldominante hemisfeer).

19
New cards

Wat is aprosodie en welk letsel veroorzaakt dit meestal?

Het onvermogen om intonatie en non-verbale aspecten van taal te begrijpen of uiten; dit ontstaat meestal bij een letsel in de niet-dominante (rechter) hemisfeer.

20
New cards

Wat zijn de kernkenmerken van een afasie van Broca?

Niet-vloeiend spontaan spreken, agrammatisme (telegramstijl), en een relatief intact taalbegrip.

21
New cards

Wat is het kernsymptoom van een afasie van Wernicke?

Een zeer beperkt taalbegrip gecombineerd met vloeiende maar betekenisloze spraak (empty speech) en vaak een gebrek aan ziekte-inzicht.

22
New cards

Wat is anomische afasie?

Een vorm van afasie waarbij het hoofdnadeel het niet kunnen benoemen van voorwerpen (anomie) is, hoewel taalbegrip en productie verder goed zijn.

23
New cards

Wat is het verschil tussen ideationele en ideomotorische apraxie?

Ideationele apraxie betreft een stoornis in het 'WAT' (het plan/de volgorde), terwijl ideomotorische apraxie een stoornis in het 'HOE' (het omzetten van het plan in motoriek) is.

24
New cards

Wat wordt bedoeld met de 'WAT-route' en de 'WAAR-route' in visuele perceptie?

De WAT-route (ventraal) verwerkt kleur en vorm voor herkenning; de WAAR-route (dorsaal) doet de visuospatiële verwerking en lokalisatie in de ruimte.

25
New cards

Wat is neglect?

Een aandachtsstoornis waarbij een persoon minder reageert op stimuli aan één kant van de ruimte (meestal contralateraal aan het hersenletsel), zonder dat er een primair sensorisch defect is.