1/25
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is het proces van soortvorming?
Het ontstaan van nieuwe, reproductief geïsoleerde soorten uit een voorouderpopulatie, door genetische variatie en selectie.
Wat is een populatie in de biologie?
Een groep individuen van dezelfde soort die in hetzelfde gebied leven en zich onderling kunnen voortplanten (genetische uitwisseling mogelijk).
Wat is een soort volgens het biologische soortconcept?
Een groep natuurlijke populaties die onderling (of potentieel) vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen, en die reproductief geïsoleerd zijn van andere groepen.
Wat is het belangrijkste verschil tussen een soort en een populatie?
Een soort is een classificatie op basis van voortplantingsmogelijkheden. Een populatie is een concrete groep van die soort die op één locatie leeft en paart.
Wat is genetische variatie binnen een populatie?
De verschillen in allelen (genvarianten) tussen individuen van een populatie. Dit is de grondstof voor evolutie.
Wat is een genotype?
De specifieke combinatie van allelen die een individu voor een eigenschap bezit (bv. AA, Aa, aa).
Wat is een fenotype?
Het waarneembare kenmerk van een individu (bv. bloemkleur, lengte), ontstaan door interactie tussen genotype en omgeving.
Wat is genotypefrequentie?
De verhouding (of het percentage) waarin een bepaald genotype voorkomt in een populatie.
Wat is fenotypefrequentie?
De verhouding (of het percentage) waarin een bepaald fenotype voorkomt in een populatie.
Waarom kunnen fenotypefrequenties veranderen zonder dat genotypefrequenties veranderen?
Omdat het fenotype ook door de omgeving wordt beïnvloed (bv. voeding beïnvloedt lengte, maar niet de genen).
Noem vier evolutionaire krachten die genotype- en fenotypefrequenties kunnen veranderen.
1. Natuurlijke selectie. 2. Mutaties. 3. Genetische drift. 4. Migratie (genenstroom).
Wat is mutatie?
Een spontane, willekeurige verandering in de DNA-volgorde. Het is de enige bron van NIEUWE allelen, en dus van nieuwe genetische variatie.
Wat is genetische recombinatie en wanneer vindt het plaats?
Het herschikken van bestaande allelen tot nieuwe combinaties. Het vindt plaats tijdens de meiose (kruising-over) en bij seksuele voortplanting.
Wat is genetische drift?
Een willekeurige, toevallige verandering in allelfrequenties in een populatie, vooral effectief in kleine populaties (bv. door een natuurramp).
Wat is het 'founder effect' (stichterseffect)?
Een vorm van genetische drift waarbij een nieuwe, kleine populatie wordt gesticht door een paar individuen. Deze populatie heeft slechts een deel van de genetische variatie van de oorspronkelijke populatie.
Wat is een 'genenblokkade' (bottleneck)?
Een vorm van genetische drift waarbij een populatie sterk in aantal afneemt (bv. door een epidemie). De overlevenden hebben toevallig een beperkte set allelen, waardoor genetische variatie afneemt.
Wat is migratie (genenstroom)?
De uitwisseling van genen tussen populaties door de verplaatsing van individuen (of hun gameten). Het vermindert genetische verschillen tussen populaties.
Wat zijn emergente eigenschappen?
Kenmerken of gedragingen die alleen op populatieniveau ontstaan en zichtbaar zijn, en niet bij individuen. Ze komen voort uit interacties tussen individuen.
Geef twee voorbeelden van emergente eigenschappen.
1. Sociaal gedrag (bv. mierenkolonie, vissen die in scholen zwemmen). 2. Complexe migratiepatronen (bv. trekvogels die in formatie vliegen).
Waarom zijn emergente eigenschappen belangrijk voor populatiedynamiek?
Ze helpen de populatie zich als geheel aan te passen aan complexe uitdagingen (bv. betere verdediging, efficiënter voedsel vinden).
Hoe leidt natuurlijke selectie tot verandering in fenotypefrequenties?
Individuen met een fenotype dat beter is aangepast aan de omgeving overleven en planten zich vaker voort. Hun allelen (en dus fenotype) worden dus frequenter.
Waarom is genetische variatie essentieel voor het overleven van een populatie op de lange termijn?
Bij een veranderende omgeving (bv. nieuw ziekte, klimaatverandering) is er meer kans dat er individuen zijn met allelen die toevallig een voordeel bieden. Zonder variatie kan de hele populatie kwetsbaar zijn.
Wat is het verband tussen populatiegenetica en soortvorming?
Soortvorming begint met genetische verschillen die zich ophopen tussen gescheiden populaties. Veranderingen in allelfrequenties (door drift, selectie) kunnen uiteindelijk leiden tot reproductieve isolatie en nieuwe soorten.
Hoe zou je deze examenvraag beantwoorden: "Leg uit hoe fenotypefrequenties kunnen veranderen en geef een voorbeeld van een emergente eigenschap"?
Fenotypefrequenties kunnen veranderen door natuurlijke selectie: individuen met een gunstiger fenotype (bv. betere camouflage) overleven vaker en geven hun allelen door, waardoor dat fenotype frequenter wordt. Een emergente eigenschap is een kenmerk van de hele groep, zoals de complexe structuur van een termietenheuvel. Die ontstaat door het gedrag van duizenden individuele termieten, maar bestaat niet bij één enkele termiet.
Leg uit: Waarom is het founder effect een probleem voor het behoud van een zeldzame soort?
Bij een zeer kleine restpopulatie is de genetische variatie al laag (founder effect). Dit leidt tot inteelt, wat de overlevingskans vermindert (meer erfelijke ziektes, minder aanpassingsvermogen). Het herstellen van zo'n populatie is moeilijk.
Wat is het verschil tussen een adaptatie en een emergente eigenschap?
Een adaptatie is een erfelijk, gunstig kenmerk dat door selectie in een populatie is gekomen (bv. lange nek giraf). Een emergente eigenschap is een niet-erfelijk, groepsgebaseerd kenmerk dat uit interacties voortkomt (bv. zwermgedrag).