Genen, Hersenen, Gedrag en Evolutiepsychologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/23

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de kernbegrippen van gedragsgenetica, methoden van tweelingonderzoek, erfelijkheidsschattingen, gen-omgevingsinteracties en de evolutionaire psychologie op basis van de collegestof.

Last updated 7:08 PM on 5/21/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

24 Terms

1
New cards

Gedragsgenetica

Een wetenschappelijk veld dat de bijdrage van genetische variatie en omgevingsfactoren (uniek en gedeeld) aan individuele verschillen in gedrag en persoonlijkheid onderzoekt.

2
New cards

Erfelijkheid (h2h^2)

Het deel van de totale variantie in een eigenschap dat verklaard wordt door genetische verschillen tussen individuen, berekend als a2/(a2+c2+e2)a^2 / (a^2 + c^2 + e^2).

3
New cards

Variantie (VV)

De statistische term die gebruikt wordt om individuele verschillen in een bepaalde eigenschap aan te duiden.

4
New cards

Gedeelde omgevingsvariantie (c2c^2)

Het deel van de variantie dat verklaard wordt door omgevingsfactoren die gezinsleden delen en hen gelijker maken, zoals het gezin, de buurt, religie of sociaal-economische klasse (SES).

5
New cards

Unieke omgevingsvariantie (e2e^2)

Het deel van de variantie dat verklaard wordt door niet-gedeelde omgevingsinvloeden zoals vrienden, schoolklas, ziekte of persoonlijke levensstijl.

6
New cards

MZ tweelingen

Monozygote of eeneiige tweelingen die uit een enkel embryo zijn ontstaan en 100%100\% genetisch identiek zijn.

7
New cards

DZ tweelingen

Dizygote of twee-eiige tweelingen die ontstaan uit twee verschillende eitjes en zaadcellen, en gemiddeld 50%50\% van hun erfelijke aanleg delen.

8
New cards

Vuistregel erfelijkheid (a2a^2)

De formule om erfelijkheid te schatten op basis van tweelingdata: a2=2×(rMZrDZ)a^2 = 2 \times (rMZ - rDZ).

9
New cards

Vuistregel unieke omgeving (e2e^2)

De formule om de invloed van de unieke omgeving te berekenen: e2=1rMZe^2 = 1 - rMZ.

10
New cards

Vuistregel gedeelde omgeving (c2c^2)

De formule om de invloed van de gedeelde omgeving te berekenen: c2=2×rDZrMZc^2 = 2 \times rDZ - rMZ.

11
New cards

Nederlands Tweelingen Register (NTR)

Een register met gegevens van meer dan 85.00085.000 kinderen en 80.00080.000 volwassenen dat gebruikt wordt voor onderzoek naar gedrag en gezondheid.

12
New cards

Equal Environment Assumption

De aanname in tweelingonderzoek dat MZ tweelingen niet systematischer gelijker behandeld worden door hun omgeving dan DZ tweelingen voor de onderzochte eigenschap.

13
New cards

Assortative Mating

Een fenomeen waarbij partners niet willekeurig kiezen, maar vaker op elkaar lijken wat betreft bepaalde eigenschappen, wat invloed kan hebben op erfelijkheidsschattingen.

14
New cards

Discordante MZ tweelingen

Identieke tweelingen die verschillen op een bepaald kenmerk; dit wordt beschouwd als een uitstekend 'matched case-control design' om omgevingseffecten te onderzoeken.

15
New cards

Passieve GE-correlatie

Wanneer ouders aan hun kinderen zowel de genetische aanleg als een bijbehorende omgeving doorgeven (bijv. boeken in huis bij erfelijke leesvaardigheid).

16
New cards

Reactieve GE-correlatie

Wanneer de omgeving (zoals ouders) specifiek reageert op de erfelijke aanleg van een kind (bijv. strenger zijn tegen een kind met aanleg voor disruptief gedrag).

17
New cards

Actieve GE-correlatie

Ook wel 'niche picking' genoemd; het proces waarbij individuen zelf een omgeving opzoeken of creëren die past bij hun genetische aanleg.

18
New cards

Inclusive Fitness

Het concept dat genetisch succes niet alleen afhangt van eigen reproductie, maar ook van de overleving en voortplanting van biologische verwanten.

19
New cards

Interseksuele selectie

Een vorm van seksuele selectie waarbij eigenschappen worden geselecteerd die paringsvoordelen opleveren, zelfs als dit de overlevingskans verkleint (bijv. de pauwenstaart).

20
New cards

Directionele selectie

Een selectieproces waarbij de frequentie van een specifieke genetische variant geleidelijk toeneemt omdat het een voordeel biedt, waardoor genetische variatie kan verdwijnen.

21
New cards

Stabiliserende selectie

Een selectievorm waarbij de tussenliggende waarden van een eigenschap (de 'middenweg') het meest succesvol zijn, waardoor genetische variatie behouden blijft.

22
New cards

Adaptive trade-off

Het evolutionaire principe dat een middenweg in persoonlijkheidskenmerken optimaal is (bijv. niet te angstig maar ook niet te overmoedig).

23
New cards

Frequentieafhankelijke selectie

Het principe dat het succes van een bepaalde persoonlijkheidsstrategie afhangt van hoe vaak deze voorkomt in de populatie (bijv. criminaliteit loont alleen bij een eerlijke meerderheid).

24
New cards

Fluctuating optimum

De theorie dat de optimale persoonlijkheid afhankelijk is van wisselende omgevingscondities, waardoor verschillende strategieën op verschillende momenten succesvol zijn.