1/23
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen van gedragsgenetica, methoden van tweelingonderzoek, erfelijkheidsschattingen, gen-omgevingsinteracties en de evolutionaire psychologie op basis van de collegestof.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Gedragsgenetica
Een wetenschappelijk veld dat de bijdrage van genetische variatie en omgevingsfactoren (uniek en gedeeld) aan individuele verschillen in gedrag en persoonlijkheid onderzoekt.
Erfelijkheid (h2)
Het deel van de totale variantie in een eigenschap dat verklaard wordt door genetische verschillen tussen individuen, berekend als a2/(a2+c2+e2).
Variantie (V)
De statistische term die gebruikt wordt om individuele verschillen in een bepaalde eigenschap aan te duiden.
Gedeelde omgevingsvariantie (c2)
Het deel van de variantie dat verklaard wordt door omgevingsfactoren die gezinsleden delen en hen gelijker maken, zoals het gezin, de buurt, religie of sociaal-economische klasse (SES).
Unieke omgevingsvariantie (e2)
Het deel van de variantie dat verklaard wordt door niet-gedeelde omgevingsinvloeden zoals vrienden, schoolklas, ziekte of persoonlijke levensstijl.
MZ tweelingen
Monozygote of eeneiige tweelingen die uit een enkel embryo zijn ontstaan en 100% genetisch identiek zijn.
DZ tweelingen
Dizygote of twee-eiige tweelingen die ontstaan uit twee verschillende eitjes en zaadcellen, en gemiddeld 50% van hun erfelijke aanleg delen.
Vuistregel erfelijkheid (a2)
De formule om erfelijkheid te schatten op basis van tweelingdata: a2=2×(rMZ−rDZ).
Vuistregel unieke omgeving (e2)
De formule om de invloed van de unieke omgeving te berekenen: e2=1−rMZ.
Vuistregel gedeelde omgeving (c2)
De formule om de invloed van de gedeelde omgeving te berekenen: c2=2×rDZ−rMZ.
Nederlands Tweelingen Register (NTR)
Een register met gegevens van meer dan 85.000 kinderen en 80.000 volwassenen dat gebruikt wordt voor onderzoek naar gedrag en gezondheid.
Equal Environment Assumption
De aanname in tweelingonderzoek dat MZ tweelingen niet systematischer gelijker behandeld worden door hun omgeving dan DZ tweelingen voor de onderzochte eigenschap.
Assortative Mating
Een fenomeen waarbij partners niet willekeurig kiezen, maar vaker op elkaar lijken wat betreft bepaalde eigenschappen, wat invloed kan hebben op erfelijkheidsschattingen.
Discordante MZ tweelingen
Identieke tweelingen die verschillen op een bepaald kenmerk; dit wordt beschouwd als een uitstekend 'matched case-control design' om omgevingseffecten te onderzoeken.
Passieve GE-correlatie
Wanneer ouders aan hun kinderen zowel de genetische aanleg als een bijbehorende omgeving doorgeven (bijv. boeken in huis bij erfelijke leesvaardigheid).
Reactieve GE-correlatie
Wanneer de omgeving (zoals ouders) specifiek reageert op de erfelijke aanleg van een kind (bijv. strenger zijn tegen een kind met aanleg voor disruptief gedrag).
Actieve GE-correlatie
Ook wel 'niche picking' genoemd; het proces waarbij individuen zelf een omgeving opzoeken of creëren die past bij hun genetische aanleg.
Inclusive Fitness
Het concept dat genetisch succes niet alleen afhangt van eigen reproductie, maar ook van de overleving en voortplanting van biologische verwanten.
Interseksuele selectie
Een vorm van seksuele selectie waarbij eigenschappen worden geselecteerd die paringsvoordelen opleveren, zelfs als dit de overlevingskans verkleint (bijv. de pauwenstaart).
Directionele selectie
Een selectieproces waarbij de frequentie van een specifieke genetische variant geleidelijk toeneemt omdat het een voordeel biedt, waardoor genetische variatie kan verdwijnen.
Stabiliserende selectie
Een selectievorm waarbij de tussenliggende waarden van een eigenschap (de 'middenweg') het meest succesvol zijn, waardoor genetische variatie behouden blijft.
Adaptive trade-off
Het evolutionaire principe dat een middenweg in persoonlijkheidskenmerken optimaal is (bijv. niet te angstig maar ook niet te overmoedig).
Frequentieafhankelijke selectie
Het principe dat het succes van een bepaalde persoonlijkheidsstrategie afhangt van hoe vaak deze voorkomt in de populatie (bijv. criminaliteit loont alleen bij een eerlijke meerderheid).
Fluctuating optimum
De theorie dat de optimale persoonlijkheid afhankelijk is van wisselende omgevingscondities, waardoor verschillende strategieën op verschillende momenten succesvol zijn.