1/43
Een uitgebreide set vocabulary-flashcards over diabetes types, Parkinson-symptomen, de gevolgen van NAH en geriatrische zorgprincipes op basis van de lesnotities.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Syndroom (Diabetes)
Een aandoening met verschillende oorzaken maar met dezelfde afwijkingen, in dit geval een stofwisselingsziekte gerelateerd aan glucose.
Insuline
Een hormoon dat wordt aangemaakt in de alvleesklier en de bloedsuikerspiegel reguleert.
Glycogeen
De opslagvorm van glucose in de spieren en de lever.
Glucagon
Hormoon dat glycogeen in de lever afbreekt om de bloedsuikerspiegel te verhogen.
Normale bloedglucosewaarde
Een waarde tussen de $4/8\,mmol/bloed$.
Diabetes Type 1
Een auto-immuunziekte waarbij de eilandjes van Langhans worden vernietigd, wat leidt tot een gebrek aan insulineproductie en snelle symptoomontwikkeling.
Diabetes Type 2
Een vorm van diabetes gekenmerkt door insulineresistentie of uitgeputte eilandjes van Langhans, vaak geassocieerd met zwaarlijvigheid en een langzame ontwikkeling.
Polydipsie
Een symptoom van diabetes waarbij de patiënt extreem veel dorst heeft.
Polyurie
Een symptoom van diabetes waarbij de patiënt veel moet plassen om overtollige glucose via de nieren uit te scheiden.
Hyperglycemie
Een te hoge bloedsuikerspiegel die symptomen veroorzaakt zoals dorst, veel plassen en kortademigheid.
Hypoglycemie
Een te lage bloedsuikerspiegel die leidt tot beven, zweten, hoofdpijn en hongergevoel.
Diabetische Ketoacidose (DKA)
Een complicatie waarbij het lichaam vetten afbreekt voor energie door een tekort aan insuline, wat leidt tot een ophoping van ketonen en verzuring van het bloed.
Paralysis agitans
De medische term voor de ziekte van Parkinson, een stoornis in het bewegingspatroon en de motoriek.
Dopamine
Een neurotransmitter die afneemt bij Parkinson door achteruitgang van cellen in de zwarte kern, waardoor bewegingsregulatie moeilijk wordt.
Tremor
Een kernsymptoom van Parkinson gekenmerkt door beven, vaak een rusttremor die optreedt wanneer het lichaam in rust is.
Rigiditeit
Vermeerdering van spiertonus (stijfheid) in zowel flexoren als extensoren.
Bradykinesie
Bewegingstraagheid waarbij de soepelheid van bewegingen verdwijnt en de overgang tussen bewegingspatronen minder vloeiend wordt.
Hypokinesie
Bewegingsarmoede, gekenmerkt door een verminderd voorkomen van bewegingen en een vertraagde start (bewegingsinitiatie).
Akinesie
Het onvermogen om een beweging te starten of uit te voeren.
Micrografie
Een schrijfstoornis die voorkomt bij Parkinson waarbij het handschrift steeds kleiner wordt.
Hypomimie
Een maskergelaat; het verlies van gelaatsexpressie door verminderde gezichtsspierbeweging.
Levodopa
Medicatie voor Parkinson die vooral ingrijpt op de akinesie, maar minder op tremor en rigiditeit.
Deep Brain Stimulation (DBS)
Een chirurgisch geïmplanteerd systeem dat storende signalen in de motorische cortex onderdrukt om bewegingen te controleren.
Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH)
Een afwijking of beschadiging in de hersenen die na de geboorte is ontstaan door ziekte of trauma.
Cerebrovasculair Accident (CVA)
Een acute verstoring van de bloedcirculatie in de hersenen door een bloeding of een infarct.
Herseninfarct
Een afsluiting van een bloedvat in de hersenen, bijvoorbeeld door trombose of een embolie.
Hersenbloeding
Een scheur in een bloedvatwand waardoor bloed het hersenweefsel binnenstroomt en de druk in de schedel toeneemt.
Commotio cerebri
Een hersenschudding; gekenmerkt door maximaal $15\,min$ bewusteloosheid en een posttraumatische amnesie van maximaal $60\,min$.
Contusio cerebri
Een ernstige hersenkneuzing; gekenmerkt door minimaal $15\,min$ bewusteloosheid en een PTA van minimaal $60\,min$.
Agnosie
Een neuropsychologische stoornis in het herkennen van voorwerpen via zintuiglijke waarneming (visueel, akoestisch of tactiel).
Neglect (Hemineglect)
Halfzijdige verwaarlozing waarbij de ruimte of lichaamshelft tegenovergesteld aan de hersenbeschadiging minder aandacht krijgt.
Apraxie
Het onvermogen om doelbewuste handelingen uit te voeren, ondanks dat de motoriek intact is.
Afasie
Een taalstoornis die zowel de productie (expressie) als het begrijpen (receptie) van taal beïnvloedt.
Hemianopsie
Een gezichtsveldstoornis waarbij een deel van de omgeving (links of rechts) niet meer wordt waargenomen.
Hooi op je vork
Een methode voor ondersteuning bij NAH die streeft naar maximale autonomie via de fasen 'ontdekken' en 'ontwikkelen'.
Mantelzorger
Een natuurlijk persoon die vanuit een sociale of emotionele band onbetaald en meer dan occasioneel zorg biedt aan iemand met verminderde zelfzorg.
Spilzorger
De mantelzorger die de centrale rol speelt in de zorg en participatie van een persoon met NAH of dementie.
Kwetsbare oudere (Frailty)
Een multidimensionale toestand bij 65-plussers gekenmerkt door verminderde weerbaarheid en een verhoogd risico op negatieve gezondheidsuitkomsten.
Polyfarmacie
Het gebruik van veel verschillende medicijnen tegelijkertijd, wat vaak voorkomt bij het geriatrisch profiel.
ACTK-visie
Een viertal ondersteuningsvisies voor ouderen: Activeren, Continueren, Temporiseren en Klinisch.
De wet van de falende inprenting
Een dementiewet waarbij iemand steeds minder in staat is informatie van het kortetermijngeheugen naar het langetermijngeheugen te transporteren.
De wet van het oprollend geheugen
Een proces bij dementie waarbij het langetermijngeheugen van achteren naar voren verdwijnt; recente info verdwijnt eerst, jeugdherinneringen blijven het langst.
Kitwood's psychologische behoeften
Vijf behoeften van personen met dementie: Comfort, Identiteit, Zinvolle besteding (Occupation), Erbij horen (Inclusion) en Gehechtheid (Attachment).
Sofa-model
Een model voor de samenwerking met mantelzorgers waarin rollen worden gedefinieerd: Samenwerken, Ondersteunen, Faciliteren en Afstemmen.