Pathologie en Zorg: Diabetes, Parkinson, NAH, Geriatrie en Dementie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/43

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide set vocabulary-flashcards over diabetes types, Parkinson-symptomen, de gevolgen van NAH en geriatrische zorgprincipes op basis van de lesnotities.

Last updated 11:41 PM on 6/5/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

44 Terms

1
New cards

Syndroom (Diabetes)

Een aandoening met verschillende oorzaken maar met dezelfde afwijkingen, in dit geval een stofwisselingsziekte gerelateerd aan glucose.

2
New cards

Insuline

Een hormoon dat wordt aangemaakt in de alvleesklier en de bloedsuikerspiegel reguleert.

3
New cards

Glycogeen

De opslagvorm van glucose in de spieren en de lever.

4
New cards

Glucagon

Hormoon dat glycogeen in de lever afbreekt om de bloedsuikerspiegel te verhogen.

5
New cards

Normale bloedglucosewaarde

Een waarde tussen de $4/8\,mmol/bloed$.

6
New cards

Diabetes Type 1

Een auto-immuunziekte waarbij de eilandjes van Langhans worden vernietigd, wat leidt tot een gebrek aan insulineproductie en snelle symptoomontwikkeling.

7
New cards

Diabetes Type 2

Een vorm van diabetes gekenmerkt door insulineresistentie of uitgeputte eilandjes van Langhans, vaak geassocieerd met zwaarlijvigheid en een langzame ontwikkeling.

8
New cards

Polydipsie

Een symptoom van diabetes waarbij de patiënt extreem veel dorst heeft.

9
New cards

Polyurie

Een symptoom van diabetes waarbij de patiënt veel moet plassen om overtollige glucose via de nieren uit te scheiden.

10
New cards

Hyperglycemie

Een te hoge bloedsuikerspiegel die symptomen veroorzaakt zoals dorst, veel plassen en kortademigheid.

11
New cards

Hypoglycemie

Een te lage bloedsuikerspiegel die leidt tot beven, zweten, hoofdpijn en hongergevoel.

12
New cards

Diabetische Ketoacidose (DKA)

Een complicatie waarbij het lichaam vetten afbreekt voor energie door een tekort aan insuline, wat leidt tot een ophoping van ketonen en verzuring van het bloed.

13
New cards

Paralysis agitans

De medische term voor de ziekte van Parkinson, een stoornis in het bewegingspatroon en de motoriek.

14
New cards

Dopamine

Een neurotransmitter die afneemt bij Parkinson door achteruitgang van cellen in de zwarte kern, waardoor bewegingsregulatie moeilijk wordt.

15
New cards

Tremor

Een kernsymptoom van Parkinson gekenmerkt door beven, vaak een rusttremor die optreedt wanneer het lichaam in rust is.

16
New cards

Rigiditeit

Vermeerdering van spiertonus (stijfheid) in zowel flexoren als extensoren.

17
New cards

Bradykinesie

Bewegingstraagheid waarbij de soepelheid van bewegingen verdwijnt en de overgang tussen bewegingspatronen minder vloeiend wordt.

18
New cards

Hypokinesie

Bewegingsarmoede, gekenmerkt door een verminderd voorkomen van bewegingen en een vertraagde start (bewegingsinitiatie).

19
New cards

Akinesie

Het onvermogen om een beweging te starten of uit te voeren.

20
New cards

Micrografie

Een schrijfstoornis die voorkomt bij Parkinson waarbij het handschrift steeds kleiner wordt.

21
New cards

Hypomimie

Een maskergelaat; het verlies van gelaatsexpressie door verminderde gezichtsspierbeweging.

22
New cards

Levodopa

Medicatie voor Parkinson die vooral ingrijpt op de akinesie, maar minder op tremor en rigiditeit.

23
New cards

Deep Brain Stimulation (DBS)

Een chirurgisch geïmplanteerd systeem dat storende signalen in de motorische cortex onderdrukt om bewegingen te controleren.

24
New cards

Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH)

Een afwijking of beschadiging in de hersenen die na de geboorte is ontstaan door ziekte of trauma.

25
New cards

Cerebrovasculair Accident (CVA)

Een acute verstoring van de bloedcirculatie in de hersenen door een bloeding of een infarct.

26
New cards

Herseninfarct

Een afsluiting van een bloedvat in de hersenen, bijvoorbeeld door trombose of een embolie.

27
New cards

Hersenbloeding

Een scheur in een bloedvatwand waardoor bloed het hersenweefsel binnenstroomt en de druk in de schedel toeneemt.

28
New cards

Commotio cerebri

Een hersenschudding; gekenmerkt door maximaal $15\,min$ bewusteloosheid en een posttraumatische amnesie van maximaal $60\,min$.

29
New cards

Contusio cerebri

Een ernstige hersenkneuzing; gekenmerkt door minimaal $15\,min$ bewusteloosheid en een PTA van minimaal $60\,min$.

30
New cards

Agnosie

Een neuropsychologische stoornis in het herkennen van voorwerpen via zintuiglijke waarneming (visueel, akoestisch of tactiel).

31
New cards

Neglect (Hemineglect)

Halfzijdige verwaarlozing waarbij de ruimte of lichaamshelft tegenovergesteld aan de hersenbeschadiging minder aandacht krijgt.

32
New cards

Apraxie

Het onvermogen om doelbewuste handelingen uit te voeren, ondanks dat de motoriek intact is.

33
New cards

Afasie

Een taalstoornis die zowel de productie (expressie) als het begrijpen (receptie) van taal beïnvloedt.

34
New cards

Hemianopsie

Een gezichtsveldstoornis waarbij een deel van de omgeving (links of rechts) niet meer wordt waargenomen.

35
New cards

Hooi op je vork

Een methode voor ondersteuning bij NAH die streeft naar maximale autonomie via de fasen 'ontdekken' en 'ontwikkelen'.

36
New cards

Mantelzorger

Een natuurlijk persoon die vanuit een sociale of emotionele band onbetaald en meer dan occasioneel zorg biedt aan iemand met verminderde zelfzorg.

37
New cards

Spilzorger

De mantelzorger die de centrale rol speelt in de zorg en participatie van een persoon met NAH of dementie.

38
New cards

Kwetsbare oudere (Frailty)

Een multidimensionale toestand bij 65-plussers gekenmerkt door verminderde weerbaarheid en een verhoogd risico op negatieve gezondheidsuitkomsten.

39
New cards

Polyfarmacie

Het gebruik van veel verschillende medicijnen tegelijkertijd, wat vaak voorkomt bij het geriatrisch profiel.

40
New cards

ACTK-visie

Een viertal ondersteuningsvisies voor ouderen: Activeren, Continueren, Temporiseren en Klinisch.

41
New cards

De wet van de falende inprenting

Een dementiewet waarbij iemand steeds minder in staat is informatie van het kortetermijngeheugen naar het langetermijngeheugen te transporteren.

42
New cards

De wet van het oprollend geheugen

Een proces bij dementie waarbij het langetermijngeheugen van achteren naar voren verdwijnt; recente info verdwijnt eerst, jeugdherinneringen blijven het langst.

43
New cards

Kitwood's psychologische behoeften

Vijf behoeften van personen met dementie: Comfort, Identiteit, Zinvolle besteding (Occupation), Erbij horen (Inclusion) en Gehechtheid (Attachment).

44
New cards

Sofa-model

Een model voor de samenwerking met mantelzorgers waarin rollen worden gedefinieerd: Samenwerken, Ondersteunen, Faciliteren en Afstemmen.