1/16
Een set flashcards over bezitsvormen, meervoud, afkortingen, tekstsoorten en schooltaalwoorden.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Bezitsvorm (standaard)
Bijna altijd plak je een -s aan de naam vast (bijv. Annes boek, Sophies pen).
Bezitsvorm (lange klinker)
Als een naam eindigt op een lange klinker (a, i, o, u, y), gebruik je 's (bijv. Lea's, Lili's, Evy's).
Bezitsvorm (s-klank)
Als een naam eindigt op een s-klank (s, z, x), gebruik je alleen een apostrof (bijv. Cas', Max', Niels').
Meervoud (standaard)
Meestal plak je gewoon een -s aan het woord vast (bijv. douches, bureaus, cafés, families).
Meervoud (lange klinker)
Als een woord eindigt op een lange klinker (a, i, o, u, y), gebruik je 's om de juiste klank te behouden (bijv. pizza's, taxi's).
Afkortingen met punt
Gebruik een punt als je bij het voorlezen het hele woord uitspreekt (bijv. m.a.w., bijv.).
Afkortingen zonder punt
Geen punt bij letters die je los uitspreekt (initiaalwoorden) of bij officiële symbolen (bijv. EU, vzw, gsm, kg, min).
Apostrof (weggelaten letters)
De apostrof staat op de plek van letters die je stiekem weglaat (bijv. m'n, z'n, 's middags).
Verkleinwoorden van afkortingen
Deze worden altijd gevormd met 'tje (bijv. tv'tje, wc'tje, A4'tje).
Koppelteken (-)
Gebruik je bij samenstellingen met grote letters of cijfers (bijv. BMX-wedstrijd, EU-commissaris).
Realistische fictie
Een verzonnen verhaal dat wél echt gebeurd had kunnen zijn, zoals een detective of historisch verhaal.
Onrealistische fictie
Verhalen die compleet onmogelijk zijn, zoals sprookjes en sciencefiction.
Kritisch lezen
Jezelf afvragen waarom de auteur schrijft en of het doel informeren, amuseren of overtuigen is.
De duiding
Uitleg of verklaring geven bij iets.
De interactie
Hoe mensen of dingen op elkaar reageren; een wisselwerking.
De maatregel
Een besluit om iets te veranderen of op te lossen.
De uiteenzetting
Een duidelijke uitleg over een bepaald onderwerp.