Oefen-flashcards voor het Examen Nederlands

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/16

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een set flashcards over bezitsvormen, meervoud, afkortingen, tekstsoorten en schooltaalwoorden.

Last updated 5:35 AM on 6/18/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

17 Terms

1
New cards

Bezitsvorm (standaard)

Bijna altijd plak je een -s aan de naam vast (bijv. Annes boek, Sophies pen).

2
New cards

Bezitsvorm (lange klinker)

Als een naam eindigt op een lange klinker (a, i, o, u, y), gebruik je 's (bijv. Lea's, Lili's, Evy's).

3
New cards

Bezitsvorm (s-klank)

Als een naam eindigt op een s-klank (s, z, x), gebruik je alleen een apostrof (bijv. Cas', Max', Niels').

4
New cards

Meervoud (standaard)

Meestal plak je gewoon een -s aan het woord vast (bijv. douches, bureaus, cafés, families).

5
New cards

Meervoud (lange klinker)

Als een woord eindigt op een lange klinker (a, i, o, u, y), gebruik je 's om de juiste klank te behouden (bijv. pizza's, taxi's).

6
New cards

Afkortingen met punt

Gebruik een punt als je bij het voorlezen het hele woord uitspreekt (bijv. m.a.w., bijv.).

7
New cards

Afkortingen zonder punt

Geen punt bij letters die je los uitspreekt (initiaalwoorden) of bij officiële symbolen (bijv. EU, vzw, gsm, kg, min).

8
New cards

Apostrof (weggelaten letters)

De apostrof staat op de plek van letters die je stiekem weglaat (bijv. m'n, z'n, 's middags).

9
New cards

Verkleinwoorden van afkortingen

Deze worden altijd gevormd met 'tje (bijv. tv'tje, wc'tje, A4'tje).

10
New cards

Koppelteken (-)

Gebruik je bij samenstellingen met grote letters of cijfers (bijv. BMX-wedstrijd, EU-commissaris).

11
New cards

Realistische fictie

Een verzonnen verhaal dat wél echt gebeurd had kunnen zijn, zoals een detective of historisch verhaal.

12
New cards

Onrealistische fictie

Verhalen die compleet onmogelijk zijn, zoals sprookjes en sciencefiction.

13
New cards

Kritisch lezen

Jezelf afvragen waarom de auteur schrijft en of het doel informeren, amuseren of overtuigen is.

14
New cards

De duiding

Uitleg of verklaring geven bij iets.

15
New cards

De interactie

Hoe mensen of dingen op elkaar reageren; een wisselwerking.

16
New cards

De maatregel

Een besluit om iets te veranderen of op te lossen.

17
New cards

De uiteenzetting

Een duidelijke uitleg over een bepaald onderwerp.