1/54
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
wat word er bestudeerd in de studie van de externe morfologie van de bacteriën
in de studie van de externe morfologie wordt de uitwendige bouw van de bacteriën bestudeerd, hierbij worden de:
afmetingen (grootte)
de vorm
de beweegelijkheid
bekeken, de externe morfologie speelt een belangrijke rol bij de indeling van de bacteriën
omschrijf de afmetingen van de bacteriën
bacteriën zijn microscopisch kleine ééncellge organismen
hun afmetingen variëren van 0,1 tot enkele tientalle µm
bacteriën kunnen met een gewone lichtmicroscoop als kleine stippen worden waargenomen
bespreek de verschillende vormen waarin bacteriën kunnen voorkomen
bacteriën kunnen in verschillende vormen voorkomen zoals:
sferische vorm
staafvormig
spiraalvormig
ongewone vorm: aanhangsels, filamenteuze bacteriën
omschrijf de sferische vorm die de bacteriën kunnen aannemen
een bacterie die een sferische worm aanneemt wordt een coccus of kok genoemd
de sferische vorm kan bolvormig, boonvormig of eivormig zijn
soms kan één zijde in een splits uitlopen
omschrijf de staafvorm die de bacterie kan aannemen
een bacterie die een staafvormige structuur vertoond wordt een bacillus of bacil genoemd
de vorm van de staafvormige structuur kan variëren naargelang de bacteriesoort, hierbij kunnen de onderlinge verhouding in lengte en diameter alsook de vorm van de uiteinden aangehaald worden
de uiteinden kunnen gewoon recht, maar ook spits, knotsvormig if gezwolle zijn
door de aanwezigheid van een endospore kan de vorm van de bacterie wijzigen
omschrijf de spiraalvorm die een bacterie kan aannemen
sommige staafvormige bacteriën zijn gekromd, de kromming bestaat ofwel:
uit een lichte buiging: deze bacteriën worden vibrionen of kommavormige bacteriën genoemd
uit meerdere buigingen waarbij spiraalvormige structuren ontstaan: een dergelijke bacterie wordt een spirillum of spiril genoemd
uit zeer talrijke kromminge: dit zijn spiraalvormige bacteriën die zeer sterk opgewonden zijn, deze bacteriën worden spirocheten genoemd
bespreek de ongewone bouw die bacteriën kunnen aannemen
- bacteriën met aanhangsels:
dit zijn bacteriën die aan hun cel een lange buis of steel bezitten
- de filamenteuze bacteriën:
dit zijn bacteriën die zeer lange, smalle cellen vormen die vaak gegroepeerd liggen in kettingen

benoemd welke vorm de bacteriën hebben op de afbeeldingen
1) sferische bacterie: coccus
2) staafvormige bacterie: bacillus
3) spiraalvormige bacterie: spirillum
4) spiraalvormige bacterie die zeer sterk opgewonden is: spirochete
5) bacterie met aanhangsels of steel
6) filamenteuze bacteriën

hoe komen bacteriën altijd voor
bacteriën komen ofwel afzonderlijk voor ofwel gegroepeerd in groepjes van twee of meer bacteriën van een zelfde soort, de volgende manieren van groepering kunnen worden onderscheiden:
- wat de kokken betreft:
afzonderlijk (unicellulair): coccus
in groepjes van twee: diplococcus
in een ketting: sterptococcus
in willekeurige klusters: staphylococcus
in groepjes van vier: tetrade
in een groepje van acht als een kubus: sarcina
- wat de bacillen betreft:
afzonderlijk (unicellulair): bacillus
in een ketting: streptobacillus

benoem de vom en de soort vorm die de bacteriën op de afbeelding hebben
- de bovenste rij zijn bacillen: (van links naar rechts)
recht
knotsvormig
gezwollen
ketting
- de tweede rij zijn coccussen: (van links naar rechts)
diplococcus, bolvormig met een spits uiteinde
diplococcus, boonvormig
sterptococcus: ketting vorm
diplococcus: tetrade
staphylococcus: willekeurige klusters
- de onderste rij zijn spiraalvormige bacteriëren: ( van links naar rechts)
vibrio
spirillum
spirochete

hoe kunne bacteriën zich bewegen
heel wat bacteriën zijn beweegelijk dankzij de aanwezigheid van één of meerdere flagellen, soms ook zweepdraden genoemd
flagellen kunnen onder de klassieke lichtmicroscoop niet worden waargenomen, tenzij een speciale flegellenkleuring wordt toegepast
wat zijn flagellen en omschrijf hun werking
flagellen zijn lange, dunne, schroefvormige aanhangsels aan de cel
flagellen zijn opgebouwd uit lange draden die samengesteld zijn uit flageline-eiwitten, de lange draden omwinden een holle kern
flagellen zijn in staat om te roteren waardoor de bacterie zich kan voortbewegen
welke types flagellen kunnen er onderscheden worden
naargelang de aanhechtingsplaats van de flagellen aan de wel, kunnen de volgende types van flagellering onderscheiden worden:
- polair monotrich:
één flagel gelegn aan één van de polen van de cel
- bipolair amfitrich:
één flagel aan beide polen van de cel
- polair lofotrich:
een bundel flagellen aan beide polen van de cel
- bipolair lofotrich:
een bundel flagellen aan beide polen van de cel
- peritrich:
een aantal flagellen rondom de gehele cel
- atrich:
afwezigheid van flagellen

benoemd de verschillende types van flagelinplanting op de afbeelding
a) peritrich
b) polair monotrich
c) polair lofotrich


omschrijf de vorm, groepering en flagelleringstype van de bacteriën op de afbeelding
1) - bacillus met rechte uiteinden
unicellulair
atrich
2) - bacillus met rechte uiteinden
unicellulair
polair monotrich
3) - bacillus met rechte uiteinden
unicellulair
bipolair amfitrich
4) - bacillus met rechte uiteinden
unicellulair
peritrich
5) - bacillus met rechte uiteinden
unicellulair
polair lofotrich
6) - bacillus met rechte uiteinden
unicellulair
bipolair lofotrich
7) - coccus
unicellulair
atrich
8) - diplococcus
atrich
9) - streptococcus
atrich
10) - staphylococcus
atrich
11) - sarcina
atrich
12) - spirocheet
unicellulair
atrich
13) - vibrio
unicellulair
atrich

waarom is voortbewegen een voordeel voor bacteriën
alhoewel het proces van voortbewegen veel energie vergt, levert de mogelijkheid tot voortbewegeing diepgaande ecologische voordelen op voor de bacterie
dit kan soms het verschil uitmaken tussen leven en dood, beweegelijkheid laat de bacterie toe verschillende gebieden van zijn omgeving te verkennen en zo onder andere nieuwe voedselbronnen te vinden of ongunstige factoren te ontlopen
omschrijf hoe een bacterie zich kan voortbewegen met behulp van de flagellen
de beweging van de flagel wordt gestuurd vanuit de flagelbasis
de flagelbasis functioneert als een motor en bevindt zich ter hoogte van de calwand en het cytoplasmatisch membraam
de flagel roteert zoals een propeller waardoor de bacterie zich kan voortbewegen
de richting van rotatie kan tegenwijzersin en/of wijzerzin zijn naargelang het type flagellering

omschrijf hoe een polair monotrich en een polair lofotrich geflagelleerde bacterie en een peritrich geflagelleerde bacterie zich voortbewegen
- bij polair monotrich reversibel geflagelleerde bacteriën:
is de fagel ofwel reversibel ofwel unidirectioneel, bij reversibele flagellen kan de flagel zowel tegenwijzersin als wijzerin roteren
bij tegenwijzersin rotatie beweegt de bacterie zich voorwaarts, en bij tegen wijzersin rotie achterwaarts
- bij polair monotrich unidirectioneel geflagelleerde bacteriën:
unidirectionele flagellen kunnen alleen wijzerin draaien waarbij de cel zich voorwaarts beweegt
om van richting te veranderen stopt de flagel met roteren, reorinteert de cel zich en gaat de flagel vervolgens verder roteren
- polair lofotrich geflagelleerde bacteriën:
de flagellen werken mooi op dezelfde manier samen
- peritrich geflagelleerde bacteriën:
de flagellen leggen zich samen in één bundel en roteren tegenwijzerszin waarbij een voorwaartse beweging wordt gecreëerd
om van richting te veranderen gaan de flagellen uiteen en beginnen nu wijzersin te roteren waardoor de cel gaat tuimelen

wat zijn zwemmende bacteriën
bacteriën die zich voorbewegen met behulp van flagellen worden zwemmende bacteriën genoemd
zijn er bacteriën die zich op een andere manier voortbewegen zonder hulp van flagellen?
ja, sommige bacteriën zijn toch beweegelijk ondanks de afwezigheid van flagellen:
deze niet-zwemmende bacteriën bewegen zich voort via een glijdingsproces
deze manier van voortbewegen verloopt trager dan de voortbeweging via flagellen
wat kunnen bacteriën waarnemen
bacteriën kunnen chemische en fysische veranderingen in hun omgeving waarnemen, de bewegingsmachinerie van de cel kan hierop reageren door de voortbeweging te sturen naar of weg van de verandering
deze gerichte voortbeweging wordt taxis genoemd
wat kan allemaal de coördinerende factor bij taxis zijn
- chemotaxis:
de scheikindige samenstelling van de omgeving bepaalt de richting van de voortbeweging, bijvoorbeeld de voortbeweging naar voedingsstoffen toe of het wegvluchten van ontsmettingsmiddelen
- phototaxis:
de coördinerende factor bij phototaxis is licht, bacteriën die aan fotosynthese doen zoeken licht op
- aërotaxis:
de gerichte voortbeweging naar zuurstofzijke gebieden of naar zuurstarme gebieden
O2 is de coördinerende factor
indien er geen coördinerende factor aanwezig is dan verloopt de voortbeweging volledig willekeurig als een soort kriskrasbeweging
uit wat is een bacteriecel opgebouwd
de bacteriecel is opgebouwd uit:
cytoplasma (celvocht) dat omgeven wordt door een cytoplasmatisch membraam, ookwel het plasmamembraam genoemd
over het algemeen wordt dit membraam op zijn beurt omgeven door de celwand
bij sommige bacteriën is er rond de celwand een glycocalyx aanwezig
aan de bacteriecel kunnen aanhangsels voorkomen, waaronder enerzijds de flagellen en anderzijds de pili en de fimbriae
wat bevind er zich in het cytoplasma van de bacteriecel
in het cytoplasma bevindt zich het DNA van de bacterie onder de vorm van plasmiden en het chromosoom
daarnaast zitten in het cytoplamsa ook nog ribisomen, de gasvesikels en de inclusies ookwel granules genoemd
sommige bacteriën kunnen ook een endosporen vormen in hun cytoplasma (overlevingsstructuren om ongunstige omstandigheden te overbruggen)
bacteriën die aan fotosynthese doen bezitten in hun cytoplasma membraanstructuren waarop de fotosynthetische pigmenten gelegen zijn, deze membraal structuren worden de thylakoïden genoemd
omschrijf de pili en de fimbriae van de bacteriecel
de fimbriae en de pili zijn structureel analoog aan de flagellen, maar zijn niet betrokken bij de begweegelijkheid van de bacterie, beide zijn opgebouwd uit eiwitten
- fimbriae:
zijn opmerkelijk korter dan de flagellen
zijn veel talrijker aanwezig dan de flagellen
de functie hiervan is niet goed gekend, vermoedelijk zijn ze van belang voor de vasthechting aan oppervlakken zoals dierlijk weefsel
- pili:
zijn langer dan de fimbriae, maar korter dan de flagellen
hebben slechts één of enkele pili aanwezig per bacterie
fungeren als aanhechtingsplaats voor bepaalde virussen
is betrokken in het proces van conjugatue
is van belang voor de vasthechting van bepaalde pathogene bacteriën aan humaan weefsel
voor wat zijn de pili nog belangrijk
sommige virussen kunnen bacteriën infecteren, deze virussen hechten zich vast aan de pili van de bacteriën om dan vervolgens de bacteriën ziek te maken
conjugatie is een proces waarbij DNA van de ene bacterie aan een andere bacterie wordt doorgegeven langsheen een pilus
omschrijf de glycocalyx van de bacteriecel
heel wat bacteriën secreteren aan hun oppervlak een slijmerige laag, die naargelang de bacteriesoort dik of dun kan zijn
deze laag bestaat meestal uit polysacchariden en soms uit eiwitten
deze slijmerige laag wordt de glycocalyx genoemd
indien de glycocalyx mooi begrensd en stevig van structuur is, wordt het benoemd met de term kapsel
indien de glycocalyx vaag begrensd en los van structuur is, wordt het de slijmlaag genoemd
de glycocalyx heeft meerdere functies

omschrijf de functies van de glycocalyx
het speelt onder meer een rol bij:
de vasthechting van pathogene bacteriën aan hun gastheer
het ontsnappen van bacteriën aan het immuunsysteem van de gastheer
bescherming tegen uitdroging
omschrijf de granules
- granules ook inclusies genoemd, worden vaak aangetroffen in het cytoplasma van bacteriën
- zij zijn meestak omegeven door een dun membraantje, dat opgebouwd is uit lipiden
- granules zijn opslagplaatsen van reservestoffen
- per granule is slechts één reservestof aanwezig, zo komen onder meer granules voor van de volgende stoffen:
poly-B-hydroxyboterzuur (als bron van koolstof en energie)
glycogeen (een glucosepolymeer, als bron voor koolstof en energie
plyfosfaat (als bron voor anorganische fosfaat)
elementair zwavel (als bron voor gereduceerd zwavel)
magnetiet (Fe3O4)

omschrijf gasvesikels van de bacteriecel
een aantal bacteriën die vooral een drijvend bastaan leiden in meren en zeeën produceren un hun cytoplasma gasvesikels
door deze gasvesikels beschikt de bacterie over een drijvend vermogen
gasvesikels zijn holle, stevige structuren die opgebouwd zijn uit eiwitten
de samenstelling en de druk van het gas in de gasvesikels is analoog als dit van het aanwezige gas in de buitenomgeving
gasvesikels variëren sterk qua afmeting naargelang de bacteriesoort
per bacteriesoort kunnen er enkele tot honderden gasvesikels voorkomen
omschrijf het DNA van de bacteriecel
de DNA bij de bacteriën bestaat uit één grote, aaneengesoten kluwen dit kluwen wordt het chromosoom genoemd en het bevat genetische informatie
alle functies en eigenscjappen van de bacterie worden bepaald door de genetische informatie dus door het DNA
naast het chromosoom komen bij de meeste bacteriën in het cytoplasma ook nog één of meerdere kleine, circkeltjes DNA voor, deze circkeltjes worden plasmiden genoemd, zij dragen vaak interessante genetische informatie voor de bacterie zoals bijvoorbeeld de resistentie tegen bepaalde antibiotica
bacteriën zijn echte organismen en voldoen dus aan het centrale dogma
omschrijf wat het centrale dogma is
dit houdt in dat via het proces van replicatie het DNA kan vermenigvuldigd worden om het DNA aan de nakomelingen te kunnen meegeven
via dit proces van transcriptie worden stukjes DNA overgeschreven tot mRNA
via het proces van translatie wordt dit mRNA vertaald tot eiwitten met behulp van de ribosomen

leg uit wat ribosomen zijn van de bacteriecel
ribosomen zijn speciale structuren die opgebouwd zijn uit eiwitten en ribosomaal RNA
ze zijn samengesteld uit twee eenheden, de kleine en de grote subeenheid
ribosomen komen zeer talrijk voor in het cytoplasma
de ribosomen zijn verantwoordelijk voor de aanmaak van eiwitten en zijn aldus onontbeerlijk voor het leven van de bacterie
omschrijf het cytoplasma
het cytoplasma of het celvocht bevat zoals reeds vermeld het chromosoom, de plasmiden, het mRNA, de gasvesikels, de granules, de ribosomen en eventueel thylakoïden en de endosporen
daarnaast is het cytoplasma gevuld met eiwitten, waaronder de enzymen, die als katalytische eiwitten belangrijk zijn voor de afbraak van bouwstoffen en de opbouw van celstructuren
voorts bevat het cytoplasma allerlei ionen en chemische stoffen die voor de huidhouding van de cel noodzakelijk zijn
het cytoplasma bevat een hoge osmotische waarde
omschrijf het cytoplasmatisch membraam van de bacteriecel
het cytoplasma wordt omgeven door een dun membraam met een dikte van ongeveer 8 nm
dit membraam wordt het cytoplasmatisch membraam, celmembraam of plasmamembraam genoemd
omschrijf de opbouw van het cytoplasmatisch membraam
het cytoplasmatisch membraam is opgebouwd uit een dubbele laag fosfolipiden waarin talrijke eiwitten verwerven zitten
de fosfolipiden zijn voornamelijk glycerofosfolipiden, deze zijn samengesteld uit een hydrofiele kop bestaande uit glycerol-3-fosfaat
het plasmamembraam bezit enerzijds een bilaminaire structuur, namelijk de dubbele laag van fosfolipiden en anderzijds een trilaminaire structuur met name de twee buitenste hydrofiele lagen en de binnenste hydrofobe laag
in de dubbele fosfolipiden laag zijn talrijke eiwitten aanwezig, deze eiwitten worden perifere membraaneiwitten genoemd
andere eiwitten liggen ingebed in het membraan, hierbij kan het eiwit het membraam gedeeltelijk of volledig doorkruisen, eiwitten die het membraam volledig doorkruisen worden integrale membraaneiwitten genoemd

omschrijf de functies van het cytoplasmatisch membraan
het cytoplasmatisch membraan is van essentieel belang voor de bacterie, heel wat functies worden aan dit membraan toegeschreven waaronder:
- barrièrefunctie:
het cytoplasmatisch membraam begrenst het cytoplasma van de cel
- transportfunctie:
trasport van talrijke voedselcomponenten naar binnen de cel en transport van afvalstoffen en metabolieten naar buiten dient te gebeuren doorheen het cytoplasmatisch membraan
via diffusie kunnen alleen kleine hydrofobe moleculen doorheen het cytoplasmatisch membraan geraken
grotere hydrofobe moleculen en hydrofiele moleculen moeten actief getransporteerd worden, dit transport gebeurd met behulp van transport eiwitten ook permeasen genoemd, dit transport gaat tegen de concentratiegradiënt in en vereist dus energie in de vorm van ATP
- synthese van bepaalde celcomponenten:
de synthese van de celwand en de slijmlaag of kapsen gebeurt ter hoogte van het cytoplasmatisch membraan
- energieproductie:
de enzymen die vereist zijn voor de energieproductie liggen in of tegen het cytoplasmatisch membraan, dit in tegenstelling tot eukaryoten die hiervoor over mitochondriën beschikken
leg uit wat diffusie is
dit is het transport van molecule gaande van een omgeving met een hoge concentratie aan deze moleculen naar een omgeving met een lage concentratie aan deze moleculen
in het geval van diffusie doorheen het cytoplasmatisch membraan moet de concentratie in de buitenomgeving verschillend zijn van deze in de cel
transport via diffusie verloopt passief, dit wil zeggen dat er bij dit transport geen transporteiwitten betrokken zijn en dat dit proces geen energie vergt
omschrijf de celwand van de bacteriecel
bij de meeste bacteriën is het cytoplasmatisch membraan omgeven door een stevig omhulsel dat de celwand genoemd wordt
gebaseerd op een duidelijke verschillende opbouw van de celwand worden de bacteriën onderverdeeld in twee groepen, namelijk de gram-positieve en de gram-negatieve bacteriën
de celwand van de gram-negatieve bacteriën is een complexe meerlagenstructuur, terwijl de celwand van gram-positieve bacteriën zeer eenvoudig is opgebouwd en meestal dikker is
omschrijf de opbouw van de gram-positieve celwand
de celwand van gram-positieve bacteriën bestaat voor 90% uit peptidoglycaan
peptidoglycaan wordt ook mureïne genoemd, het is opgebouwd uit lange ketens bestaande uit twee soorten suikermoleculen, namelijk N-acetylglucosamine (G) en N-acetylmuraminezuur (M)
deze twee suikers zijn telkens alternerend aan elkaar gekoppeld zodat lange ketens worden bekomen
de ketens zijn aan elkaar gekoppeld via kleine bruggetjes, telkens bestaande uit een aantal aminozuren, hoe meer bruggetjes voorkomen in het peptidoglycaan, hoe steviger de celwand wordt
in de celwand van gram-positieve bacteriën liggen meerdere lagen peptidoglycaan boven elkaar, de verschillende peptidoglycaan lagen worden ook via aminozuurbruggetjes bijeengehouden
naast het peptidoglycaan bevat de celwand van Gram-positieve bacteriën ook nog eiwitten en zure polysacchariden, de zure polysacchariden worden de teichoïnezuren genoemd

leg uit wat teichoïnezuren zijn
teichoïnezuren zijn lange ketens opgebouwd uit ribitolfosfaat en glycerolfosfaat
op beide kunnen alaminemoleculen en glucosemoleculen gebonden zitten
indien het teichoïnezuur geassocieerd zit met een lipidecomponent dan wordt het een lipoteichoïnezuur genoemd
teichoïnezuren zijn negatief geladen, waardoor zij mee verantwoordelijk zijn voor de negatieve lading van het celoppervlak
omschrijf de opbouw van de gram-negatieve celwand
de celwand van Gram-negatieve bacteriën bestaat slechts voor 10% uit pepridoglycaan
de peptidoglycaanlaag bij gram-negatieve bacteriën is omgeven door een membraan, dat de buitenste membraan genoemd wordt, het cytoplasmatisch membraan wordt dan het binnenste membraan genoemd
de ruimte tussen de binnenste en de buitenste membraan, waarin het pepridoglycaan ligt, is het periplasma
de buitenste membraan, is net zoals het cytoplasmatisch membraan, opgebouwd uit een dubbele fosfolipidenlaag
in de buitenste fosfolipidenlaag van de buitenste membraan is een extra suikercomponent zeer talrijk aanwezig namelijk het lipopolysacchariden (LPS)
in de gram-negatieve celwand zijn ook tal van eiwitten aanwezig zowel in het perplasma als in de buitenste membraan, hierbij kunnen de porines en de lipoproteïnen als voornaamste worden aangehaald

leg uit wat een LPS-molecule, porines en lipoproteïnen zijn
- een LPS-moleculen:
is opgebouwd uit een vetcomponent, namelijk het lipide A, en twee suikercomponenten, met name het core-polysacchariden en het O-polysacchariden
het lipide A zit ingenesteld in de buitenste fosfolipidelaag, waarbij de twee suikercomponenten (hydrofiel) aan de buitenkant van de cel gelegen zijn
- porines:
zijn eiwitten die voorkomen in de buitenste membraan
zij functioneren als kanaaltjes voor het binnenkomen en het weggaan van kleine hydrofiele stoffen
- lipoproteïnen:
zijn eiwitten waaraan een vetcomponent gebonden zit
dergelijke eiwitten bevinden zich in het periplasma
door de lipoproteïnen wordt de buitenste membraan aldus stevig verankerd aan de peptidoglycaanlaag

hoe kun je zien of een bactere Gram-postief of Gram-negatief is
door een gram-kleuring uit te voeren:
bacteriën kunnen met basische kleurstoffen worden gekleurd, met behulp van dergelijke bacteriekleuringen kan worden bepaald of een bacterie Gram-positief of Gram-negatief is
de hiervoor uit te voeren kleuring wordt de Gram-kleuring genoemd
na het uitvoeren van de Gram-kleuring zijn Gram-positieve bacteriën paars gekleurd en Gram-negatieve rood
het verschil in kleur is te wijten aan de verschillende opbouw van de celwand
wat is een fluorescentiemicroscoop
een fluorescentiemicroscoop is een microscoop die speciaal ontwikkeld werd voor het waarnemen van fluorescentielicht
omschrijf de functies van de celwand van de bacteriecel
de celwand speelt ondermeer een belangrijke rol bij de volgende aspecten:
- bescherming tegen osmotische druk:
het cytoplasma, met daarin al die enzymen, ionen en andere opgeloste verbindingen heeft een hoge osmotische waarde
zodra de cel in een omgeving zou terecht komen met een lage osmotisch waarde, dan zou het cytoplasmamebraa scheuren door de natuurlijke wetten van osmose waarbij de natuur steeds streeft naar gelijke concentraties, zal de cel massaal water opnemen om zijn osmotische waarde naar beneden te brengen
- bacterievorm:
de celwand omhult de cel als een net waardoor het de vorm van de bacterie bepaalt
- stevigheid:
de celwand is een stevig omhulsel waardoor het stevigheid biedt aan de cel
- toxiciteit:
de lipopolysacchariden in de buitenste membraam van Gram-negatieve bacteriën zijn tocisch voor mens en dier, het is de lipide A component die deze toxiciteit veroorzaakt
- immunogeniciteit: ( het kunnen opgang brengen van het immuunsysteem)
de teichoïnezuren en de lipopolysacchariden kunnen bij zoogdieren het immuunsysteem activeren, waardoor antistoffen gevormd wordn tegen deze componenten
- aanhechtingsplaats voor virussen:
net zoals de pili zijn de teichoïnezuren vasthechtingsplaatsen voor bepaalde virussen
(de celwand is geen selectieve barrière zoals het plasmamembraam, het is immers doorlaatbaar voor de meeste kleine stoffen dankrij de proiën, de celwand is niet doorlaatbaar voor grotere moleculen zoals enzyme)
leg uit wat protoplasten zijn
peptidoglycaan kan door verschillende stoffen worden vernietigd, onder andere door lysozyme
lysozyme is een enzym die de binding tussen de G en M suikermoleculen in het peptidoglycaan verbreekt, hierdoor verzwakt de celwand en verliest hij zijn beschermingsfunctie tegen de osmostische druk
de cel gaat nu massaal water opnemen waardoor de cel zwelt en finaal openspringt
het openspringen van de bacteriecel wordt lyse genoemd, lysozyme is onder andere aanwezig in traanvocht, speeksel en kippeneieren
wanneer echter de omgeving van de bacterie osmotisch gestabiliseerd wordt dan kan het peptidoglycaan door het lysozyme volledig worden verwijderd zonder dat de bacteriecel openspringt
een bacterie waarvan het peptidoglycaan verwijderd werd, wordt ofwel een protoplast ofwek een sferoplast genoemd
wanneer spreekt met van een protoplast en wanneer van een sferoplast
- protoplast:
wanneer er geen celwandmateriaal meer aanwezig is, dan spreekt men van een protoplast
- sferoplast:
wanneer er nog wel wat celwandmateriaal aanwezig is, dan spreekt men van een sferoplast
protoplasten worden veeleer verkregen na de inwerking van lysozyme op Gram-positieve bacteriën en sferoplasten op Gram-negatieven
leg uit wat mycoplasma’s zijn
een speciale groep van bacteriën namelijk de mycoplasma’s bezitten geen celwand en zijn dus van nature uit protoplasten
zij kunnen overleven ofwel door de aanwezogheid van een ongewoon stevig cytoplasmatisch membraan ofwel door te leven in osmotisch beschermde omgeving zoals in het menselijk lichaam
leg uit hoe endosporen gevormd worden
endosporen worden gevromd tijdens het proces van sporulatie
tijdens dit proces ondergaat de cel als het ware een gedaanteverwisseling
het sporulatieproces wordt meestal ingezet als de bacterie zich in een ongunstige situatie bevindt zoals een tekort aan voedingsstoffen, een te hoge omgevingstemperatuur,…

wat is een endosporen
de endopsore is een sterk uitgedroogde structuur met een stevige wand waarin de fysiologische activiteit nagenoeg nul is
bij het afsterven van de bacterie komt de endopsoren vrij, endosporen zijn zeer resistent, ondermeer tegen hitte, sterke chemicaliën, droogte en bestarling
onder dergelijke extreme omstandigheden kan de endosporen maandelang, soms zelfs jarenlang overleven
op een bepaald moment, met namen wanneer de omstandigheden terug gunstig zijn kan de spore ontkiemen tot een normale bacteriecel
onder endosporenvormende bacteriën zijn Bacillus en Clostridium de best gekende vertegenwoordigerd, endosporenvormers komen vooral voor in de bodem
omschrijf op welke verschillende plaatsen in de cel de endosporen kunnen voorkomen naargelang de bacteriesoort
- terminaal:
indien de spore aan het uiteinde van de bacteriecel gelegen is, dan wordt de spore een terminale spore genoemd
- centraal:
de sporen kan centraak in de bacteriecel voorkomen, een dergelijke spore wordt een centrale sporen genoemd
- subterminaal:
indien de spore gelegen is tussen het midden en het uiteinde van de cel, dan gaat het om een subterminale spore

omschrijf het belangrijke zaken van de endopsoren
endosporen in bacteriecellen kunnen gevisualiseerd worden door middel van een speciale endosporenkleuring
het voorkomen van endopsoren heeft een belangrijk gevolg voor het steriel maken van allerlei zaken, veel strengeren sterilisatiemethoden zijn vereist om de zeer resistente endosporen te kunnen afdoden
ook als biologisch terreurwapen zijn endosporen geliefd, door hun resistentievermogen en door hun kiemingscapaciteit kunnen zij als relatief onzichtbaar wapen worden gebruikt
het inademen van deze sporen resulteert in longaandoeningen die de dood tot gevolg hebben indien deze niet of te laat worden behandeld
omschrijf de bouw van de endoporen
endosporen zijn opgebouwd uit meerdere lagen die een sporenkern omhullen
de sporenkern bestaat uit cytoplasma, DNA en eiwitten
tijdens het sporulatieproces wordt in eerste instantie het DNA van de bacterie verdubbeld aangezien de endospore DNA moet bezitten
de sporenkern is sterk gedehydrateerd, hierdoor zijn de enzymes inactief waardoor er geen metabolische activiteit is in de endosporen
door deze sterke dehydratatie is de endosporen resistent tegen extreme factoren

welke lagen bezit de endosporen allemaal
rond de sporekern zijn meerdere lagen aangebracht, deze lagen dragen ook bij tot de resistentie van de endosporen. De volgende lagen kunnen worden vermeld:
- sporenkernmembraan:
het stuk cytoplasmatisch membraan, dat rond de sporenkern gelegen is wordt het sporenkernmembraan genoemd
- de cortex:
rond de sporenkernmembraan wordt de cortex aangelegd, de cortex bestaat uit peptidoglycaan
- sporenmateriaal:
rond de cortex is de sporenmantel gelegen, deze is samengesteld uit meerdere lagen bestaande uit sporenspecifieke eiwitten
- exosporium:
de buitenste laag van de endosporen wordt de exosporium genoemd, de exosporium is samengesteld uit eiwitten
