nederlands opem boek begrippen | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/66

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:19 PM on 5/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

67 Terms

1
New cards

fictie

verhaal dat grotendeels door de auteur verzonnen is

2
New cards

non-fictie

informatieve teksten over feiten

3
New cards

genre

categorie waarin je kunstvormen in kunt delen

4
New cards

hoofdgenre

een van de drie overkoepelende genres in de literatuur

5
New cards

interpunctie

gebruik maken van leestekens in een tekst

6
New cards

motto

korte tekst voor in het boek die vaak de achterliggende bedoeling van de auter weergeeft

7
New cards

opdracht

korte tekst voor in het boek waarmee de schrijver het boek opdaagt aan een of meerdere personen

8
New cards

plot

ontwikkelingen en gebeurtenissen in het verhaal

9
New cards

Poëzie

gedicht waarbij de vorm belangrijk is en waar emoties op een bijzondere manier uitgedrukt word

10
New cards

proza

geschreven taal waarbij de vorm minder belangrijk is; de auteur vertelt een lopende verhaal

11
New cards

ab ovo

vertelwijze waarbij de auteur zijn verhaal vanaf het begin aan de lezer presenteert

12
New cards

in media res

vertelwijze waarbij de auteur de lezer meteen midden in het verhaal plaatst

13
New cards

post rem

vertelwijze waarbij de auteur het verhaal aan het chronologische eind van de verwikkelingen begint

14
New cards

ik-perspectief

perspectief in de ik-vorm

15
New cards

alwetende verteller

perspectief waarbij de verteller buiten het verhaal staat

16
New cards

personale verteller

perspectief in de hij/zij vorm

17
New cards

rond personage

personage dat een ontwikkeling doormaakt in het verhaal

18
New cards

vlak personage

personage dat geen ontwikkeling doormaakt

19
New cards

type

personage dat een minder belangrijk rol in het verhaal speelt

20
New cards

speaking name

personage dat een naam heeft dat bij zijn karakter past

21
New cards

held

een personage dat in een verhaal de dingen in zijn hand zet

22
New cards

antiheld

een personage waarbij allerlei dingen hem overkomen zonder dat hij invloed erop heeft

23
New cards

ruimte

de plaatsen waar een verhaal zich afspeelt

24
New cards

vertelde tijd

de tijd binnen het verhaal

25
New cards

verteltijd

de tijd die je erover doet om het verhaal te vertellen

26
New cards

flashback

terugblik naar iets wat er in het verleden is gebeurd

27
New cards

flashforward

vooruitblik naar iets wat er in de toekomst zal gebeuren

28
New cards

chronologie

een verhaal zonder flashbackso of flashforwards

29
New cards

extern motief

herkenbaar motief dat in meerdere verhalen voorkomt

30
New cards

intern motief

een onderwerp, voorwerp of zinnetje dat alleen in dat specifieke verhaal steeds terugkomt

31
New cards

thema

zo kort mogelijke beschrijving van het verhaal

32
New cards

gesloten einde

na afloop van het verhaal weet je hoe alles op zijn plaats gevallen is

33
New cards

open einde

na afloop van het verhaal is het einde nog steeds onduidelijk

34
New cards

strofe

deel van het gedicht dat tussen 2 witregels zit

35
New cards

distichon

strofe van 2 regels

36
New cards

terzine

strofe van 3 regels

37
New cards

kwatrijn

strofe van 4 regels

38
New cards

quintet

strofe van 5 regels

39
New cards

octaaf

strofe van 8 regels

40
New cards

couplet

onderdeel van een lied waarbij de tekst niet herhaald word maar de melodie wel

41
New cards

refrein

onderdeel van een lied waarbij de tekst herhaald word en de melodie

42
New cards

brug

onderdeel van een lied dat afwijkt van de rest van het lied (ander tekst en melodie)

43
New cards

rijm

klankovereenkomst van beklemtoonde lettergrepen die niet al te ver van elkaar staan

44
New cards

volrijm

klankovereenkomst zit aan het eind

45
New cards

halfrijm

gezamelijke benaming voor medeklinkerrijm en klinkerrijm

46
New cards

klinkerrijm

een vorm van halfrijm waarbij de klinkers rijmen

47
New cards

beginrijm

rijm waarbij de klankovereenkomst aan het begin van de woorden zit

48
New cards

eindrijm

rijm op het einde van 2 of meer versregels

49
New cards

gepaard rijm

AABB (rijmschema)

50
New cards

omarmend rijm

ABBA (rijmschema)

51
New cards

verspringend rim

ABCABC (rijmschema)

52
New cards

gekruist rijm

ABAB (rijmschema)

53
New cards

antithese

ander woord voor tegenstelling

54
New cards

enjambement

zin die doorloopt van de ene dichtregel naar de andere zonder dat er een natuurlijke rustpauze is

55
New cards

enumeratie

opsomming

56
New cards

eufemisme

verzachtende uitdrukking waarbij iets als minder erg wordt voorgesteld dan het is

57
New cards

hyperbool

overdrijving

58
New cards

paradox

schijnbare tegenspraak

59
New cards

pleonasme

overtollig woordgebruik bv witte sneeuw

60
New cards

repetitio

herhaling van woorden

61
New cards

tautologie

stijlfiguur waar het woord twee keer hetzelfde wordt gezegd maar anders geschreven word

62
New cards

metafoor

figuurlijke uitspraak die gebaseerd is op overeenkomst

63
New cards

synesthesie

vermenging van verschillende zintuigen

64
New cards

limerick

humoristisch gedicht van 5 regels (rijmschema AABBA)

65
New cards

sonnet

een gedicht van 14 regels

66
New cards

parodie

spottende nabootsing

67
New cards

Satire

deels ernstige, deels humoristische aanval op menselijke dwaasheden