1/40
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Massadichtheid
De massa van een materiaal per eenheid volume, vaak bepaald via het principe van Archimedes [kg/dm³ of g/cm³][cite: 6].
Elasticiteit
Vervormingen in een materiaal die volledig verdwijnen zodra de mechanische belasting weer wordt weggenomen[cite: 6, 21].
Elasticiteitsmodulus (E-modulus)
Een maat voor de stijfheid van een materiaal; hoe groter E, hoe meer spanning er nodig is om het materiaal elastisch te laten oprekken[cite: 6, 32, 33].
Stijfheid
De mate waarin een materiaal of constructie zich verzet tegen een elastische vervorming[cite: 6, 21].
Sterkte
De mate van weerstand die een materiaal biedt tegen blijvende (plastische) vervorming of breuk[cite: 6, 7].
Vloeispanning (σy)
De kritieke weerstand/spanning die overwonnen moet worden om een materiaal blijvend (plastisch) te vervormen[cite: 7].
Koudversteviging (vervormingsversteviging)
Het verschijnsel waarbij een metaal sterker en harder wordt naarmate het verder plastisch vervormd wordt[cite: 7, 68].
Treksterkte (σts)
De maximale spanning in een spannings-rekdiagram; de belasting waarbij het materiaal uiteindelijk bezwijkt/breekt[cite: 7, 67].
Breuktaaiheid (K1c)
De materiaaleigenschap die de weerstand tegen brosse breuk (scheurgroei) beschrijft; materialen die niet plastisch kunnen vervormen hebben hier een lage waarde van[cite: 7].
Kruip
Het fenomeen waarbij een materiaal onder invloed van een constante, lage belasting bij (meestal) hoge temperatuur langzaam permanent blijft vervormen[cite: 10, 13].
Thermische uitzettingscoëfficiënt (α)
Een maat voor de mate waarin een materiaal uitzet bij temperatuurstijging en krimpt bij temperatuurdaling[cite: 10].
Thermische geleidbaarheid
De snelheid waarmee warmte door een materiaal geleid wordt wanneer er een temperatuurverschil aanwezig is[cite: 12].
Keramische materialen en glazen
Niet-metallische, anorganische vaste stoffen met covalente of ionische bindingen; ze zijn stijf, hard, breekbaar en goed bestand tegen corrosie en hoge temperaturen[cite: 13, 14, 43].
Metalen en legeringen
Metallische, anorganische vaste stoffen met een tamelijk hoge stijfheid, waarvan de sterkte kan worden vergroot door ze te legeren of mechanisch te behandelen[cite: 15, 16].
Polymeren
Organische vaste stoffen bestaande uit lange koolstofketens; ze hebben een lagere massadichtheid en een lagere stijfheid dan metalen[cite: 17].
Thermoplasten
Polymeren met een lineaire of licht vertakte structuur en zwakke onderlinge bindingskrachten, waardoor ze bij hoge temperaturen omgesmolten kunnen worden[cite: 52].
Thermoharders
Stijve polymeren die door sterke chemische dwarsverbindingen (cross-links) een driedimensionaal netwerk vormen en niet opnieuw omgesmolten kunnen worden[cite: 52].
Elastomeren
Polymeren met een zeer lage stijfheid en een beperkt aantal cross-links, waardoor ze extreem ver uitgerekt kunnen worden en terugkeren naar hun oorspronkelijke vorm (bv. rubber)[cite: 19, 53].
Hybride materialen (composieten)
Combinaties van twee of meer materialen (zoals vezels en hars) om de gunstige eigenschappen van beide te combineren[cite: 19, 54].
Anisotroop
Eigenschap waarbij het materiaalgedrag (zoals stijfheid) sterk afhankelijk is van de richting waarin de belasting wordt aangebracht[cite: 55].
Materiaalaandelen / Materiaalindices (M)
Formules (zoals verhoudingen tussen E-modulus en dichtheid) die gebruikt worden in Ashby-diagrammen om het meest geschikte en lichtste materiaal te selecteren[cite: 59, 61].
Leidlijnen
Rechten in een Ashby-diagram met een specifieke helling (staaf = 1, balk = 2, plaat = 3) waarlangs alle materialen dezelfde materiaalindexwaarde hebben[cite: 60, 61].
Bros materiaal
Materiaal dat bij belasting direct breekt zodra een kritische spanning bereikt wordt, zonder voorafgaande plastische vervorming[cite: 63].
Ductiel materiaal
Materiaal dat een aanzienlijke mate van permanente, plastische vervorming toelaat voordat het uiteindelijk breekt[cite: 63, 65].
Glasovergangstemperatuur (Tg)
De specifieke temperatuur waarbij een polymeer overgaat van een brosse, harde toestand naar een zachte, rubberachtige toestand[cite: 66].
0,2%-rekgrens (σ0.2)
De spanning waarbij een materiaal een blijvende (plastische) rek van exact 0,2% heeft opgelopen; getekend parallel aan de moduluslijn[cite: 67].
Lüdersbanden
Zichtbare lijntjes op een proefstaaf die optreden tijdens de vloeigrensverlenging en wijzen op lokale plastische vervormingen[cite: 68].
Insnoering
De lokale afname van de dwarsdoorsnede van een ductiel proefstuk die start zodra de maximale treksterkte is bereikt[cite: 64, 69].
Homogene rek
De gelijkmatige, uniforme rek die een proefstaaf ondergaat tot aan het moment dat de treksterkte bereikt wordt en de insnoering begint[cite: 68, 69].
Breukrek
De totale procentuele verlenging van de proefstaaf op het exacte moment van breken ten opzichte van de beginlengte (aangeduid als A50 of A80)[cite: 70, 72].
Taaiheid
Het vermogen van een materiaal om mechanische energie te absorberen (weergegeven door het oppervlak onder het spanning-rekdiagram) zonder te breken[cite: 72, 73].
Hardheid
De mate van weerstand die een materiaaloppervlak biedt tegen blijvende, lokale plastische vervorming (indrukking)[cite: 73, 74].
Brinell hardheidsmeting (HB)
Hardheidsbepaling waarbij een harde kogel met een bepaalde diameter (D) in het materiaal wordt gedrukt[cite: 74, 75].
Rockwell-C hardheidsmeting (HRC)
Hardheidsbepaling voor hardere materialen gebaseerd op de indrukdiepte van een 120° diamantkegel onder een specifieke voor- en hoofdlast[cite: 76, 77].
Vickers hardheidsmeting (HV)
Hardheidsbepaling waarbij een vierzijdige diamanten piramide met een tophoek van 136° in het materiaal wordt gedrukt[cite: 78].
Ionische binding
Een primaire, zeer stijve chemische binding die ontstaat door de elektrostatische aantrekking tussen positieve en negatieve ionen (metaal + niet-metaal)[cite: 4, 48, 49].
Covalente binding (atoombinding)
Een primaire, zeer stijve en ruimtelijk gerichte binding waarbij atomen (niet-metalen) elektronenparen met elkaar delen (bv. diamant)[cite: 4, 43, 44].
Metallische binding
Binding waarbij positieve metaalionen in een regelmatig rooster bij elkaar worden gehouden door een gedeelde wolk van vrije (gedelokaliseerde) elektronen[cite: 4, 50, 51].
Allotropie
Het verschijnsel waarbij eenzelfde chemisch element (zoals koolstof) in meerdere verschillende kristalstructuren of roostervormen kan voorkomen (bv. diamant versus grafiet)[cite: 47].
Amorfe structuur
Een willekeurige, niet-geordende inwendige structuur van atomen of moleculen in een vaste stof (zoals bij glas)[cite: 48].
Kristallijne structuur
Een inwendige structuur waarbij de atomen of ionen in een zeer periodiek en mooi geordend driedimensionaal rooster zijn gerangschikt[cite: 48].