1/40
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
atmosfeer
Het totaal van gassen om een hemellichaam. Om de aarde ca. 100 km dik.
troposfeer
De onderste laag van de aardse atmosfeer. Circa 10 km dik.
stralingsbalans / energiebalans
Balans tussen inkomende zonnestraling en uitgaande aardse warmtestraling.
broeikaseffect
Door broeikasgassen veroorzaakte terugkaatsing van de warmte die door de aarde wordt uitgestraald.
klimaat
De gemiddelde weerstoestand op een bepaalde plek op aarde gedurende een langere periode waarbij voornamelijk rekening gehouden wordt met de temperatuur en neerslag.
klimaatfactoren
Factoren die van invloed is op temperatuur en neerslag en zodoende het klimaat beïnvloed.
breedtegraden / breedteligging
Denkbeeldige lijnen over de aarde, lopend van 0° tot °90 zuiderbreedte en noorderbreedte.
hoogteligging
Hoogte in meters ten opzichte van zeeniveau.
aflandige wind
Wind die van land naar zee toewaait.
aanlandige wind
Wind die van zee naar land toewaait.
stijgingsneerslag
Neerslag rond de tropen die ontstaat als gevolg van sterke opwarming. Lucht stijgt op, koelt af en condenseert, waardoor neerslag ontstaat.
stuwingsneerslag
Neerslag die ontstaat aan de loefzijde van bergketens omdat wolken omhoog gestuwd worden.
loefzijde
De zijde waar de wind inkomt en vocht met zich meebrengt. Nat als gevolg van stuwingsneerslag.
lijzijde
De zijde die in de luwte van de wind ligt. Droog.
condensatie (condenseren)
Druppelvorming doordat waterdamp afkoelt.
verdamping (verdampen)
Gasvorming waardoor waterdruppels veranderen in waterdamp.
lagedrukgebieden
Gebieden waar een opstijgende luchtbeweging plaatsvindt waardoor condensatie ontstaat.
hogedrukgebieden
Gebieden waar een dalende luchtbeweging plaatsvindt waardoor verdamping ontstaat.
Intertropische Convergentiezone (ITCZ)
Lagedrukgebied rond 0° NB.
subtropen
Hogedrukgebied rond 30° NB/ZB.
circulatiecel
Complete cirkel van luchtbewegingen: één hoog in de troposfeer en één laag in de troposfeer van lage druk naar hoge druk.
Hadley Cel
Circulatiecel tussen 0° en 30° NB/ZB.
Polaire Cel
Circulatiecel tussen 60° NB/ZB en 90° NB/ZB.
Ferrel Cel
Circulatiecel tussen 30° NB/ZB en 60° NB/ZB.
globale luchtcirculatie
Patroon van windbewegingen op aarde.
Wet van Buys Ballot / corioliseffect
Windafwijking door de draaiing van de aarde. Op het noordelijk halfrond naar rechts, op het zuidelijk halfrond naar links.
Kreeftskeerkring
Denkbeeldige cirkel op 23½° noorderbreedte.
Steenbokskeerkring
Denkbeeldige cirkel op 23½° zuiderbreedte.
klimaatclassificatie van Köppen
Indeling van de wereld in klimaatgebieden.
tropisch regenwoudklimaat
Warm klimaat met het hele jaar neerslag.
savanneklimaat
Warm klimaat met een droger seizoen.
droge klimaten
Klimaten met weinig neerslag (BW en BS).
woestijnklimaat
Zeer droog klimaat in subtropen of regenschaduw.
steppeklimaat
Iets natter dan woestijnklimaat.
gematigd zeeklimaat
Koele zomers, zachte winters, hele jaar neerslag.
Middellandse Zeeklimaat
Warme droge zomers, zachte natte winters.
landklimaat
Grote temperatuurverschillen tussen zomer en winter.
poolklimaat
Koud en weinig neerslag.
ijskapklimaat
Zeer koud en droog.
hooggebergteklimaten
Koud met sneeuwneerslag.