bio belang biodiversiteit en materie energie ecosystem

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/27

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:49 PM on 6/20/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

28 Terms

1
New cards

een biotoop

gebied met een uniform en geografische herkenbaar landschap waarin een levensgemeenschap voorkomt → bos, zee, heide

2
New cards

een levensgemeenschap

de verzameling van individuen van verschillende soorten die gezamenlijk in een biotoop leven, passen aan de typische abiotische factoren aan

3
New cards

habitat

een specifiek leefplek van een organisme in een biotoop → koolmees uit dunne takken

4
New cards

ecosysteem

het geheel van interacties tussen de biotisch en abiotische factoren: voedsel relaties, fotosynthese, begrazing, betreding en bemesting

5
New cards

regenwoud

vochtig + bosrijk, zeer groot biodiversiteit

temp vrij hoog + regen doorheen het jaar toplaag→ rijk aan bladeren, vruchten en nectar→ dieren: aap,vogels (biotische factoren beïnvloeden elkaar)

grondbegroeiing → gebrek aan zonlicht → vochtige bodem → snelle compostering

→ regenwoud → gigantische waterreservoirs → bomen intrekken water uit de grond en vangen op met hun bladeren → verdampt en neerslag komt op aarde (biotisch beïnvloed abiotisch)

6
New cards

heide

arme zandgrond → overbemesting + verzuring zorgt voor vergrassen en verbossen

bodem → voedselarm, begroeid met dwerg struiken

soorten dat hier leven → rode lijst → heidevelden verdwijnen op hoog tempo

7
New cards

zoetwater

heeft 3 vegetatiezones: oeverzone, moeraszone en open water: ze creëren een uniek habitat voor specifieke planten en dieren

8
New cards

sleutelsoorten/ hoeksteensoorten

opvallende grotere rol in het ecosysteem→ creëren voedsel en leefgebied voor andere in de levensgemeenschap → weg groot impact landschap

9
New cards

niche

een specifieke functie van een organisme in het ecosysteem waarin het leeft

→ organismes met andere niche gaan niet met elkaar in concurrentie→ weg geconcurreerd

bv. regenwoud houd bodem leefbaar voor planten, dieren

10
New cards
  • betreding

beschadigd grondbegroeiing door mens/dier → bodemdeeltjes worden dichter op elkaar geduwd, hardere bodem → gevolgen:

wortel van planten kunnen moeilijker in de grond

reduceren kunne geen organisch materiaal afbreken→ minder water en zuurstofgas

11
New cards

tredplanten

groeipunt nie beschadigd → bladeren vangen licht op → bodem blijft vochtig

  • kleverige zaadjes die aan schoenen/poten blijven → verspreiding

  • sterkere wortels → kunnen door bodem wringen

elastische en taaie planten weefsels → sterk herstel vermogen

als het locale ecosysteem verwarmt → exoten storen onze biodiversiteit

12
New cards

begrazing

meestal positieve effecten → meer biodiversiteit

overbegrazing → doet biodiversiteit dalen, verstoring plaatselijke diersoorten

13
New cards

successie

verandering van vegetatie over tijd, als heide verliest → grazers ingezet → verspreiden planten zaden

14
New cards

bemesting

zorgt voor een extra toevoer → nutriënten/anorganische voedingstoffen (nitraten, fosfaten)

15
New cards

stikstofminnende planten

groeien goed op sterk bemeste bodems → veel stikstofoxide bv bramen, brandnetels, als bodem voedselarm is dan verdringen deze andere plantensoorten

16
New cards

eutrofiering

overdreven toename van voedingstoffen (fosfaten, nitraten) in grond + wateroppervlak

→ algen vertroebelen water → geen licht → gebrek aan zuurstofgas in het water → vissen en aerobe bacteriën sterven (enkel overleven in zuurstofrijke omgeving) anaerobe overleeft wel → eet rottend organisch materiaal → produceert giftige stof → stank dood waterecosysteem

17
New cards

ecosysteemdienst

alle goederen en diensten die een ecosysteem lever aan de mens en maatschappij → hoe groter de biodiversiteit, hoe meer ecosysteemdiensten

→ dalende biodiversiteit en klimaatverandering → diensten in verdrang

18
New cards

ecosysteemdienst voorbeelden

  • productie dienst → levert producten voor de mens (voedsel, grondstoffen)

  • regulerende dienst → houdt ecosysteem in balans (insecten zorgen voor bestuiving van gewassen)

  • culturele diensten → niet materiële voordelen voor de mens (recreatie)

  • ondersteunende diensten → fundamenten voor het ecosysteem (water kringloop )

19
New cards

klimaatverandering

toename broeikasgassen (methaangas en koolstofdioxide)

broeikasgassen: vermogen om warmtestraling van de zon te absorberen en afgeven in alle richtingen

koolstofdioxide komt vrij bij ontbossing, verbranden fossiele brandstoffen → versterkt broeikaseffect → zeespiegel stijgt, extreme weersomstandigheden

→ biodiversiteit neemt af en leefgebied verschuift:

  • biodiversiteit verlies: dode kangoeroes, koraalverbleking

  • soorten verschuiven: wespspin, heidelibel

  • interacties binnen ecosystemen verwarren: langere pollen seizoen, inheemse soorten zoeken concurrentie

  • verlies van natuur verandert klimaatverandering: boskap→ minder neerslag → meer droogte → meer bosbranden → toename koolstofdioxide

20
New cards

trofisch niveau

de plaats van een organisme in een voedselketen

→ energie stroom is energie van 1 niveau naar het andere, dit is nodig om te groeien, stofwisselingreacties

planten zetten zonne-energie om

in chemische energie via fotosynthese

dieren halen energie uit voedsel → hoe langer de voedselketen hoe groter het energieverlies

21
New cards

energieverlies 3 manieren

  • niet alles wordt opgegeten

  • niet alles wordt opgegeten, kan verteerd worden → mest

  • organismes doen aan celademhaling en doen een omzetting van bewegingsenergie en warmte

22
New cards

watercyclus

kringloop die de voortdurende beweging van water op, boven en onder het aardoppervlak toont: zon is hier de motor van → waterdamp door evapotranspiratie stijgt en koelt af → condenseert → vormt wolken → valt als neerslag en sijpelt in de onverzadigde bodem → vult grondwater aan en wordt opgenomen door planten

23
New cards

koolstofcyclus

koolstofdioxide komt in de lucht door celademhaling en verbranden van fossiele brandstoffen/ organisch materiaal → opgenomen en opgeslagen door landplanten door fotosynthese → 1 deel blijft diep in de bodem van moerasgebieden en vormt fossiele brandstof na verlang van tijd

24
New cards

stikstofcyclus

stikstofgas komt gedeeltelijk in de bodem door neerslag → het wordt omgezet en vastgezet in stikstofhoudende verbindingen die worden opgenomen via planten wortels (stikstoffixatie) → stikstoffixerende bodem bacteriën zetten stikstofgas om in ammonium (ammonificatie) → giftig vr planten dus nitriet bacteriën zetten ammonium om in nitriet waar nitraatbacterien het omzetten in nitraat ( nitrificatie) → bliksem zorgt voor stikstoffixatie → stikstofmoleculen → nitraat en planten nemen het op en zorgen voor energiearme nitraat die gebruikt word voor energierijke eiwitten en erfelijk materiaal (assimilatie) → denitrificerende bacteriën zetten een deel van de nitraten in de bodem om

in zuurstofgas en stikstofgas → lucht → denitrificatie

25
New cards

ecosystemen geen materiaal verloren

alles wordt gerecycleerd → materiekringlopen en energiestroom is gelinkt aan elkaar→ organismes concurreren voor de energie en materie

26
New cards

natuurlijke materie en energie kringloop wordt verstoord

door de mens waardoor de ecosystemen ernstig beschadigd geraken en het leven op aarde in gevaar komt

27
New cards

duurzame ontwikkeling/ SDG

ontwikkeling die voorziet in de behoefte van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen → doelstellingen om onze wereld zuiniger en efficiënter te maken

28
New cards

ecologisch voetafdruk

geschatte oppervlakte op aarde die een persoon/groep nodig heeft om te produceren wat we consumeren en te absorberen wat ze weggooien → indicatie over hoe duurzaam we leven