1/48
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Constitutioneel recht
Recht over de staat: staatsorganen, hun bevoegdheden en verhouding met burgers
Materiële constitutie
Praktijken, tradities en informele regels die de basis vormen van een politiek systeem
Formele constitutie
Een geschreven document met fundamentele principes
Buitengrondwettelijk constitutioneel recht
Regels buiten de grondwet die grondwettelijke bepalingen uitwerken, bijv. organieke wetten en het Statuut
Vier kenmerken van grondwetten
(1) hogere status, (2) complexe wijzigingsprocedure, (3) juridische verplichting tot naleving, (4) vestigen en reguleren van overheidsmacht
Constitutionalisme
Het politieke geloof dat overheidsmacht beperkt moet worden door een constitutie (limited government; rule of law i.p.v. rule by men)
Geschreven vs. ongeschreven constitutie
Geschreven: vastgelegd in één document. Ongeschreven: verspreid over meerdere bronnen zoals gewoonten en tradities
Rigide vs. flexibele constitutie
Rigide: moeilijk te wijzigen (bijv. Nederland). Flexibel: eenvoudiger te wijzigen
Formele vs. materiële constitutie
Formeel: regels in de grondwet zelf. Materieel: alle regels van fundamentele aard, ook buiten de grondwet
Sham constitution
Belooft veel, levert weinig — bijv. Noord-Korea
Weak constitution
Belooft weinig, levert weinig
Strong constitution
Belooft veel, levert veel
Modest constitution
Belooft niet veel, levert wel veel — de Nederlandse grondwet
Intern perspectief effectiviteit
Grondwet is effectief als het voldoet aan de bedoelingen van de grondwetgever
Extern perspectief effectiviteit
Grondwet bindt overheid aan het recht, zorgt voor doeltreffend rechtssysteem en bevordert vreedzame verhoudingen
Ideële verklaring grondwetsgroei (Hirschl)
Opkomst van grondwetten door het constitutionalisme: burgers geloven in de kracht van het grondwetsidee
Functionele verklaring grondwetsgroei (Hirschl)
Grondwetten nemen onzekerheden weg en zijn efficiënt voor de economie
Strategisch-politieke verklaring grondwetsgroei (Hirschl)
Grondwetten zijn strategische middelen voor grootschalige samenwerking; ze definiëren een politieke arena
Twee fundamenten van duurzame samenwerking (Voermans)
Vertrouwen en erkenning
Dunbar-getal
Cognitieve limiet voor samenwerking: maximaal 150 personen
Democratiseringsgolven (Huntington)
Drie golven waarbij democratieën toe- en afnemen; grondwetsgroei volgt dit patroon
Eerste democratiseringsgolf
1828-1926, na revoluties in VS en Frankrijk
Tweede democratiseringsgolf
Na WOII; dekolonisatie; in 1962 waren er 36 democratieën
Derde democratiseringsgolf
Vanaf 1974 (Anjerrevolutie Portugal); aantal democratieën verdubbelde naar ~120
Vier criteria voor een staat (Montevideo)
(1) permanente bevolking, (2) afgebakend gebied, (3) overheid, (4) vermogen tot internationale betrekkingen
Interne soevereiniteit
Staat heeft hoogste gezag over eigen territorium en bevolking
Externe soevereiniteit
Staat wordt erkend als onafhankelijke entiteit door andere staten
Volkssoevereiniteit
Het staatsgezag berust op de wil van het volk
Vier beginselen van de rechtsstaat
(1) legaliteitsbeginsel, (2) machtenscheiding, (3) grondrechten, (4) rechterlijke controle
Legaliteitsbeginsel
Overheid kan alleen eenzijdig verplichtingen opleggen als de wet dat toestaat; wetten moeten vooraf kenbaar zijn
Klassiek-liberale rechtsstaat
Overheid bemoeit zich zo min mogelijk met de samenleving
Sociale rechtsstaat
Overheid grijpt in om gelijke kansen te waarborgen
Constitutie als voorwaarde (economisch)
Voor vrije markt is veiligheid vereist en moet overheid kunnen ingrijpen bij marktfalen
Constitutie als factor (economisch)
Grondwet verlaagt transactiekosten doordat het de markt voorspelbaarder maakt
Minimax constitutie (Cooter)
Grondwet gericht op minimaliseren van maximale schade; hoofddoel is handhaving van de rechtsstaat
Legitimiteit (Weber)
Elk gezagssysteem rust op een geloof in de legitimiteit ervan — een voortdurend proces, geen vaststaand gegeven
Legitimiteitsvehikel
Grondwetten geven legitimiteit aan een rechtssysteem door een verhaal te vertellen over het volk en zijn leiderschap
Sociologische legitimiteit (Ginsburg en Huq)
De mate waarin een grondwet respect en loyaliteit verkrijgt bij een overgroot deel van de bevolking
Hans Kelsen over grondwetstatus
Een grondwet moet logisch noodzakelijk een hogere juridische status hebben dan gewone wetgeving, anders kan zij door de eerste de beste wet terzijde worden gesteld
Marbury v. Madison (1803)
Amerikaans Hooggerechtshof: grondwet moet hogere status hebben, anders zijn grondwetten absurde pogingen van het volk om macht te beperken
Herzieningsprocedure Nederlandse Grondwet (art. 137-142 Gw)
Twee lezingen: (1) verklaringswet bij gewone meerderheid + ontbinding Tweede Kamer; (2) tweede lezing met minimaal 2/3 meerderheid, geen amendement mogelijk
Verklaringswet / eerste-lezingswet
Wet die verklaart dat een grondwetswijziging in overweging wordt genomen (art. 137 lid 1 Gw)
Splitsingsrecht Tweede Kamer
TK kan een eerste-lezingsvoorstel splitsen in meerdere voorstellen (art. 137 lid 2 Gw)
Art. 140 Gw — sparende constructie
Wetten die strijdig zijn met een grondwetswijziging blijven gehandhaafd totdat een voorziening is getroffen
Belangrijke grondwetswijzigingen
1815: tweekamerstelsel; 1848: parlementaire democratie + ministeriële verantwoordelijkheid; 1917: algemeen kiesrecht; 1983: sociale grondrechten
Algemene bepaling Grondwet (2022)
Toegevoegd vóór art. 1: de grondwet garandeert de democratische rechtsstaat
Dissuetude
Risico dat een grondwet niet meer wordt nageleefd doordat zij verouderd raakt en niet wordt herzien
Rechtspositivisme
Het recht is een verschijnsel; wetboeken en rechterlijke uitspraken zijn de rechtsbronnen
Natuurrechtstheorie
Het recht is een reflectie van een hogere waarheid of goddelijke ordening