1/98
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
actief transport
transport via een membraan tegen de concentratie-richting in, kost energie
amyloplasten
zetmeelkorrels, plastiden zonder kleur, in het grondplasma van plantaardige cellen
anafase
de fase van de mitose waarin trekdraden de afzonderlijke chromatiden als zelfstandige chromosomen uit elkaar trekken
apoptose
het sterven van een cel als na controle blijkt dat het DNA onherstelbaar beschadigd is
basenparing
twee stikstofbasen zijn op een vaste manier door twee of drie H-bruggen met elkaar in het DNA verbonden (A met T en C met G)
cascade
een proces dat in een aantal opeenvolgende stappen verloopt
cel
functionele basiseenheid van het leven
celcyclus
de periode waarin een cel ontstaat, groeit, actief is en opnieuw deelt; bestaat uit G1-, S-, G2-, en M-fase
celdeling
het splitsen van een cel in twee dochtercellen
celdifferentiatie
ontstaan van cellen die verschillen in grootte, vorm en functie
celmembraan
membraan aan de buitenkant van de cel, bestaat uit fosfolipiden, cholesterol en eiwitten
celwand
buitenlaag bij plantaardige cellen (opgebouwd uit cellulose), bacteriën (opgebouwd uit suikers en aminozuren) en schimmels (opgebouwd uit chitine)
centriolen
twee loodrecht op elkaar staande buisjes van eiwitten (centriolen) in dierlijke cellen, die een rol spelen bij de celdeling
centromeer
bindingsplaats van de twee identieke chromatiden, deelt bij een celdeling als laatste
chloroplasten
bladgroenkorrels in het grondplasma van plantaardige cellen waar fotosynthese plaatsvindt
chromatiden
identieke helften van een verdubbeld chromosoom, verbonden in het centromeer
chromoplasten
kleurstofkorrels in het grondplasma van plantaardige cellen, geven kleur aan onderdelen van planten
coderende streng
de DNA-streng, complementair aan de matrijsstreng, waarvan de basenvolgorde overeenkomt met mRNA; het verschil is dat mRNA uracil bevat in plaats van een thymine
codon
een tripletcode in het mRNA
complementaire streng
de tegenoverliggende streng
cytoplasma
het grondplasma en de organellen
cytoskelet
een draadvormig netwerk van structuureiwitten in het grondplasma dat de cel stevigheid en vorm geeft; de eiwitdraden spelen een rol bij het transport van organellen, bijvoorbeeld transportblaasjes
diffusie
verplaatsen van deeltjes, kost geen energie
DNA-moleculen
moleculen, opgebouwd uit nucleotiden, die de bouwinstructies bevatten om eiwitten te maken
dubbele helix
de moleculaire bouw van een DNA-molecuul in de vorm van een wenteltrap
dubbelstrengs
bestaand uit twee strengen
ecosysteem
een begrensd gebied waarin organismen met elkaar en met de levenloze natuur relaties hebben
emergente eigenschap
een nieuwe eigenschap op een hoger organisatieniveau die ontstaat door interactie van delen op een lager organisatieniveau; de onderdelen apart hebben die eigenschap niet
endocytose
opname van deeltjes door afsnoering van een stukje celmembraan
endoplasmatisch reticulum (ER)
organel dat bestaat uit een netwerk van membranen in de cel voor transport van eiwitten
enkelstrengs
bestaand uit één streng
eukaryoot
organisme waarvan cellen een celkern hebben
exocytose
afgifte van stoffen uit (transport)blaasjes die versmelten met het celmembraan
flagellen
lange eiwitdraden voor de voortbeweging van eencelligen
fosfolipide
vetachtige stof met een fosfaatgroep, bouwstof voor (biologische) membranen
G0 -fase
de fase na de celdeling waarin de cel niet deelt
G1 -fase
de fase van de celcyclus waarin de cel groeit
G2 -fase
de fase van de celcyclus waarin de cel groeit en de organellen verdubbelen
gefaciliteerd transport
transport van deeltjes via specifieke eiwitpoorten, transporteiwitten, in celmembraan
gen
een stuk van een DNA- molecuul met informatie voor het maken van een eiwit
golgisysteem
organel dat bestaat uit een aantal platte membraanzakken; het sorteert stoffen voor verder transport naar specifieke organellen of het celmembraan
grondplasma
de waterige inhoud van de cel; vormt samen met de organellen het cytoplasma
hydrofiel
(polair) trekt water aan
hydrofoob
(apolair) waterafstotend
hypertonisch
met een hogere concentratie opgeloste stoffen/ osmotische waarde
hypotonisch
met een lagere concentratie opgeloste stoffen/ osmotische waarde
interfase
de voorbereiding op een celdeling, bestaat uit G1-, S- en G2- fase
isotonisch
met gelijke osmotische waarde
kanker
een kwaadaardige tumor die zich door het lichaam verspreidt
kapsel
beschermingslaag rond de celwand bij prokaryoten
kernspoel
trekdraden en steundraden, gevormd door structuurreiwitten van het cytoskelet
levensgemeenschap
alle organismen (die onderling (voedsel-) relaties hebben) in een bepaald gebied
levenskenmerken
alle kenmerken, eigenschappen en processen die typisch zijn voor het leven zoals we dat op aarde kennen
lysosoom
blaasje afkomstig van het golgisysteem met verteringsenzymen die versleten die versleten organellen en opgenomen stoffen afbreken
mattrijsstreng
de DNA-streng waaraan de mRNA streng ontstaat bij een transcriptie :ook wel template
metafase
de fase van de mitose waarin de verdubbelde chromosomen in het midden van de cel liggen
metastaseren
uitzaaien van kankercellen naar andere organen of weefsels elders in het lichaam
mitochondrium
organel dat energie levert voor een cel, opgebouwd uit twee membranen
mitose (M-fase)
de fase van de celcyclus waarin de cel de verdubbelde DNA-moleculen over twee dochterkernen verdeelt
molecuul
een structuur die bestaat uit twee of meer atomen; het zijn de kleinste deeltjes van een stof met nog alle eigenschappen van die stof
mRNA
een ribonucleïnezuurmolecuul dat de informatie voor een eiwit van de kern naar de ribosomen in het grondplasma brengt
mutatie
veranderingen in DNA-moleculen
nucleotiden
de bouwstenen van DNA- en RNA-moleculen
orgaan
verschillende weefsels die samenwerken aan een bepaalde taak
orgaanstelsel
diverse organen die samen een bepaalde taak hebben
organel
een onderdeel van de cel met een bepaalde functie
organisatieniveaus
begrensde biologische structuren, met een duidelijke samenhang tussen de onderdelen, waarbij elk niveau voortbouwt op de onderliggende niveaus
organisme
levend wezen
osmose
diffusie van water door een semipermeabel membraan heen; van een oplossing met een lage concentratie opgeloste stoffen naar een oplossing met een hoge concentratie opgeloste stoffen
osmotische waarde
een maat voor de hoeveelheid opgeloste stoffen
passief transpot
transport via een membraan met de concentratierichting mee, kost geen energie
plasmiden
stukjes cirkelvormig DNA in prokaryoten
plasmolyse
door het krimpen van een cel in een hypertonische oplossing laat het celmembraan los van de celwand
plastiden
gekleurde (zie chloroplasten en chromoplasten) en ongekleurde (zie amyloplasten) korrels in het grondplasma van plantaardige cellen
populatie
een groep organismen van dezelfde soort in een bepaald gebied
profase
de fase van de mitose waarin de chromosomen spiraliseren tot compacte chromosomen
prokaryoot
eencellig organisme zonder celkern
receptoreiwit
eiwit in celmembraan dat bepaalde deeltjes aan zich bindt
ribosoom
organel dat aminozuren aan elkaar koppelt tot eiwitten
selectief permeabel
doorlaatbaar voor het oplosmiddel (meestal water) en een deel van de opgeloste stoffen
semipermeabel
doorlaatbaar voor het oplosmiddel, niet voor de opgeloste stoffen
S-fase
de fase van de celcyclus waarin de DNA-moleculen verdubbelen
soort
alle organismen met vergelijkbare eigenschappen die zich onderling kunnen voortplanten en vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen
stamcellen
celen die het vermogen hebben zich te blijven delen en kunnen differentiëren in gespecialiseerde celtypen
startcodon
de tripletcode van een mRNA molecuul waarmee de vorming van een polypeptideketen start
stikstofbase
stikstofhoudend molecuul, bouwstof voor DNA en RNA (DNA: A,C, G en T; RNA: A, C, G en U)
stopcodon
een tripletcode in het mRNA-molecuul waarmee de vorming van een polypeptide stopt
structuureiwitten
eiwitten die de cel vorm en stevigheid geven
systeem Aarde
systeem bestaande uit alle ecosystemen: de fysische, chemische en biologische processen op aarde en hun onderlinge interacties
telofase
de fase van de mitose waarin twee kernen ontstaan en de chromosomen despiraliseren
template
de DNA-streng waaraan de mRNA streng ontstaat bij een transcriptie :ook wel mattrijsstreng
transcriptie
overschrijven van DNA in mRNA
translatie
vorming van het uiteindelijke functionele eiwit
transportblaasje
vervoeren eiwitten van het ene organel naar het andere en naar het celmembraan
transporteiwit
eiwitmolecuul dat dienstdoet als transportkanaaltje in het celmembraan
tumor
een gezwel van cellen ontstaan door ongecontroleerde celgroet
turgor
de druk van de inhoud van de cel op de celwand in een hypotonische oplossing
vacuole
een met water en opgeloste stoffen gevulde blaas in plantaardige cellen
weefsel
een groep cellen met dezelfde bouw en functie