1/28
Inleiding tot de filosofie
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
het politieke
de organisatie van het menselijk samenleven (wat het is) en de uitoefening van macht over een samenleving (hoe het gebeurt)
→ collectief niveau
politieke filosofie
wat is politiek nu eigenlijk? (bv. wat is macht)
wat zou politiek moeten zijn? (bv. wanneer is macht slecht
rechtvaardigheid
rechten en goederen die we elkaar toestaan te hebben en de manier waarop we aan die rechten en goederen komen
naturalisme
de visie (o.a. van Aristoteles) dat een goede samenleving ingericht moet zijn in overeenstemming met de natuurlijke orde van de mens
conventionalisme
de visie (o.a. van Rousseau) dat politiek een kwestie is van menselijke afspraken of conventies
contracttheorie
het idee dat de samenleving gebaseerd is op een (hypothetisch) sociaal contract waarbij burgers rechten overdragen aan een centrale macht
liberale democratie
een staatsvorm die democratisch gelijkheid combineert met de besherming van individuele grondrechten en de trias politica (machtenscheiding)
natuurtoestand (Hobbes)
een hypothetische toestand zonder overheid, gekenmerkt door een “oorlo van allen tegen allen” door schaarste en wantrouwen
absolute staat (Leviathan)
de oplossing van Hobbes voor de natuurtoestand; een oppermachtige soeverein die de orde handhaaft
Entelechie (Aristoteles)
het proces waarbij een wezen zijn innerlijke potentieel volledig realiseert naar zijn doel (telos)
Bonum commune
het algemeen belang waarnaar de mens als ‘politiek dier’ (zoön politikon) van nature streeft
algemene wil vs. wil van allen (Rousseau)
de algemene wil (volonté générale) richt zich op het collectieve belang, terwijl de wil van allen slechts de optelsom van individuele belangen is
sociaal liberalisme (John Rawls)
pleit voor actieve overheidsbemoeienis om sociale rechtvaardigheid te realiseren via verdelende rechtvaardigheid
sluier van onwetendheid
een gedachte-experiment van Rawls waarbij men rechtvaardige principes kiest zonder te weten wat de eigen maatschappelijke positie zal zijn
maximin-principe
de keuze voor een maatschappelijke inrichting die de positie van de minst bedeelden maximaliseert
libertarisme (Robert Nozick)
stelt de onschendbaarheid van grondrechten (inclusief eigendom) centraal en wijst gedwongen herverdeling af
nachtwakersstaat
een minimale staat die alleen individuele rechten beschermt en de rest overlaat aan de vrije markt (vereffenende rechtvaardigheid)
agonisme (Chantal Mouffe)
een vorm van politiek conflict waarbij tegenstanders elkaars legitimiteit erkennen, in plaats van elkaar als uit te schakelen vijanden te zien (antagonisme)
Hegemonie
de heersende sociale orde die de uitkomst is van specifieke machtsverhoudingen en de andere mogelijkheden uitsluit
Loting (David Van Reybrouck)
een methode om burgers direct bij het bestuur te betrekken als remedie voor het “democratisch vermoeidheidssyndroom
monarchie
er is één persoon aan de macht die regeert in het algemeen belang. Aristoteles beschouwt dit theoretisch als de meest stabiele en morele vorm, maar hij vindt het vaak onrealistisch, omdat machthebbers in de praktijk sneller voor eigenbelang kiezen dan voor moraal
aristocratie
een kleine groep (letterlijk: ‘de besten’) heeft de macht en regeert in het algemeen belang
politeia
de hele gemeenschap (allen) regeert in het algemeen belang. Dit wordt gezien als een gezonde vorm van volksregering
tirannie
de gedegenereerde variant van de monarchie; hier regeert 1 persoon uitsluitend in zijn eigen belang
oligarchie
de slechte variant van de aristocratie; een kleine groep (vaak de rijken) regeert enkel voor hun eigen gewin
democratie
in de specifieke terminologie van Aristoteles is dit de negatieve tegenhanger van de politeia. Hier regeert het volk (allen) enkel in het eigen belang van de massa, wat kan leiden tot de onderdrukking van minderheden of chaos door de “willekeur van de massa”
verdelende rechtvaardigheid
betreft de rechtvaardige toewijzing van rechten en goederen door de overheid (publieke sfeer). Drie principes: gelijkheid, behoefte en verdienste
vereffenende rechtvaardigheid
betreft de rechtvaardige verwerving van goederen door individuen (private sfeer)
ruilende rechtvaardigheid: eerlijkheid in de transacties tussen individuen
straffende rechtvaardigheid: correcte straf bij oneerlijke transacties