1/41
Een uitgebreide set flashcards over economische begrippen gerelateerd aan globalisering, internationale handel en economische samenwerking, zoals gedefinieerd in de T3OV4 lesnotities.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Administratief voorschrift
Voorwaarden waaraan producten moeten voldoen om in het binnenland te mogen worden verkocht.
Ad-valoremrecht
Een invoerrecht op de waarde.
Andersglobalisten
Genuanceerdere groep mensen die niet antiglobalistisch is, maar wel meer aandacht vragen voor de negatieve gevolgen van de globalisering.
Antiglobalisten
Die mensen die de negatieve gevolgen van globalisering sterker vinden dan de voordelen.
Communautair concept
Berekeningswijze van invoer en uitvoer waarbij alle goederen en diensten die het land verlaten of binnenkomen opgenomen worden, onafhankelijk van hun oorsprong (binnen- of buitenland).
Douane-unie
Lidstaten van een douane-unie hebben onderling geen handelsbelemmeringen en voeren een gemeenschappelijk handelsbeleid ten opzichte van andere landen.
Dumping
Buitenlandse producten worden in het binnenland verkocht, aan een prijs die lager ligt dan de kostprijs om deze producten in het binnenland te produceren.
Economische boycot
Een ver doorgedreven vorm van embargo, waarbij er een totaalverbod is op handel met een bepaald land.
Economische unie
Samenwerkingsvorm tussen lidstaten op vlak van handelspolitiek en op vlak van economische politiek, waarbij er vrij verkeer geldt van goederen, diensten, personen, arbeid en kapitaal.
Embargo
Wanneer een economie een gerichte beperking op invoer oplegt, naar een ander land toe, maar niet naar alle landen.
Europese Unie
Muntunie in Europa.
Exportquote
De verhouding tussen de export en het bbp van een economie.
Gemeenschappelijke markt
Samenwerkingsvorm waarbij er tussen de lidstaten vrij verkeer is van goederen, diensten, personen en kapitaal, en zij op vlak van handel optreden als één geheel tegen de niet-lidstaten.
General Agreement on Tariffs and Trade (GATT)
Een internationaal handelsverdrag dat in 1947 werd opgericht om handelsbelemmeringen tussen landen te verminderen en internationale handel te bevorderen.
Globalisation Elephant Curve
Grafiek opgesteld door Lakner en Milanovic, die het verband weergeeft tussen de reële inkomensverandering van verschillende bevolkingsgroepen ten gevolge van globalisering.
Globalisering
Fenomeen waarbij de toegenomen wereldwijde verbondenheid sterker wordt, als gevolg van internationale verspreiding van productie, consumptie en investeringen.
Globaliseringsindex
Index die de mate van internationale verbondenheid van een land met de rest van de wereld aangeeft.
Globalisten
Die mensen die overtuigd zijn van de voordelen van globalisering.
Gesloten economie
Een economie gekenmerkt door weinig internationale handel.
Gini-coëfficiënt
Verhouding die de mate van ongelijkheid van inkomensverdeling weergeeft.
Importheffing
Een bijkomende heffing of taks op de internationale marktprijs. Ook bekend als invoerrecht of douanetarief.
Importquota
Een beperking op de toegelaten ingevoerde hoeveelheid goederen. Ook wel invoercontingent genoemd.
Importquote
De verhouding tussen de import en het bbp van een economie.
Invoervergunning
Een toelating die een onderneming moet krijgen om een bepaald product te mogen invoeren.
Lorenzcurve
Grafiek die de inkomensongelijkheid visualiseert.
Muntunie
De meest intense vorm van samenwerking tussen lidstaten, waarbij de lidstaten een gemeenschappelijke munt hebben, en een gemeenschappelijk handels-, economisch en monetair beleid.
Nationaal concept
Berekeningswijze van invoer en uitvoer waarbij alle goederen en diensten afkomstig van de binnenlandse markt of met als eindbestemming het binnenland telt.
Non-tarifaire maatregelen
Handelsbelemmeringen die geen geldstroom teweegbrengen zoals een embargo of economische boycot.
Offshoring
Het opzetten van productie in landen waar de kostprijs voor productie lager ligt dan in het binnenland.
Offshore outsourcing
Wanneer ondernemingen bepaalde functies, taken of processen uitbesteden aan andere buitenlandse ondernemingen die dat goedkoper of beter kunnen.
Onshore outsourcing
Wanneer ondernemingen bepaalde functies, taken of processen uitbesteden aan andere binnenlandse ondernemingen die dat goedkoper of beter kunnen.
Open economie
Een economie waar veel internationale handel aanwezig is.
Openheidscoëfficiënt
Verhouding van de export ten opzichte van alle beschikbare middelen voor consumptie en investeringen in een land.
Protectionisme
Een handelsbeleid waarbij internationale handel belemmerd wordt.
Reshoring
Wanneer ondernemingen ervoor kiezen om de productiefaciliteiten opnieuw in het binnenland op te zetten, na een periode van offshoring.
Sociale dumping
Het fenomeen waarbij bedrijven of werkgevers voordeel proberen te halen uit verschillen in loonkosten tussen landen of regio's, vaak ten koste van arbeidsrechten.
Specifiek recht
Een vorm van importheffing waarbij een vast tarief geldt per ingevoerde hoeveelheid.
Tarifaire maatregelen
Handelsbelemmeringen die een geldstroom teweegbrengen zoals uitvoersubsidies of een ad-valoremrecht.
Uitvoersubsidies
Een exportstimulerende maatregel die binnenlandse producenten ontvangen wanneer zij hun producten kunnen uitvoeren. Ook wel exportsubsidies genoemd.
Vrijhandel
Meest extreme vorm van internationale handel waar geen enkele vorm van handelsbelemmeringen bestaan, en wisselmarkten efficiënt werken.
Vrijhandelszone
Samenwerkingsvorm waarbij lidstaten onderlinge handelsbelemmeringen afschaffen.
World Trade Organization (WTO)
Wereldhandelsorganisatie die instaat om de handelsbelemmeringen af te bouwen en zo de welvaart wereldwijd te verbeteren.