1/42
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
bronnen van angst baby tijd (0-12 maanden)
verlies van steun of fysiek contact met verzorgers, scheidings anngst, opvallende sensorische stimuli, hare geluiden, plotselinge toenadering
bronnen van angst dreumes / peuter tijd (1 tot 4 jaar)
scheiding, natuurverschijnselen zoals onweer en donker, zien van bloed
bronnen van angst basisschool leeftijd (4-12 jaar)
fantasiefiguren en verlies van lichamelijke integeriteit, zelfveroordeling door gewetensontwikkeling, bacteriën, natuurramp. anticipatie op reële nare gebeurtenissen
bronnen van angst adolescentie (12-19 jaar)
beoordeling/afwijzing door leeftijdsgenoten, falen bij prestaties, eigen uiterlijk
problematische angst
nog geen stoornis maar wel anders dan normale angst. emotie duurt lang maar niet extreem veel langer dan het verdwijnen van de aanleiding. wel leiden maar gene beïnvloeding van het functioneren. ook geen angst gerelationeerde schoolproblemen en uiting past bij de leeftijd.
vrees (binnen stoornis)
emotionele respons op een werkelijke of waargenomen naderende dreiding, er is daadwerkelijk iets onderweg. vaak belang iemand in de “vechten, vluchten of bevriezen” toestand.
angst (binnen stoornis)
anticiperen op een dreiging in de toekomst, het gevaar is er nog niet maar zou nog kunnen komen. bijv. vliegangst.
ansgtstoornissen
overmatige angst en vrees, het is buiten proportioneel en houd lang aan. geen geruststelling of oplossing meer mogelijk. geen vrijwillige controle, de vermeidingsreacties belemeren de verder ontwikkeling
cognitief (angst reactie)
gedachten of verwachting dat iemand een ongeluk zal krijgen
affectief (angst reactie)
gevoelens van onrust en spanning
fysiologische (angst reactie)
hartkloppingen en zweethanden
gedragsmatig (angst reactie)
het vermeiden, dingen niet meer gaan doen uit angst
relationeel (angst reactie)
vriendschappen verloren zien gaan
cirkel van angst
allerlei factoren die elkaar beïnvloeden waardoor de angst blijft ontstaan. gedachten, gevoel, gedrag, gevolg, gedagten ext.
prevalentie angst
angst klachten 1 op 4, stoornis, 4,4% van wereld. sociale angst en specifieke fobie het meest. kidnerne 2-6%, 13-17 10%, 18-24 30%
separatieangst (problematisch)
kind reageert met angst als het gescheiden wordt met een vertrouwde verzorger. kan tot 4 jaar voorkomen, reactie is heftig, duurt lang ook als verzorger terug is. past niet meer bij het ontwikkel niveau als kind 6 jaar is
separatieangst stoornis
teminste 4 weken (kind) of 6 maanden (volwassnen) minimaal 3 van de volgende dingen, angst voordat de scheiding kan komen, angst voor letsel bij hechtingsfiguurm bezorgdheid over gebeurtenissen die kunnen leiden tot scheidenig, extreme angst om alleen thuis te zijn, angst om weg van huis te zijn, angst om te logeren of alleen te slaoen, nachtmerries, lichamelijke klachten bij naderende scheiding
selectief mutisme
niet spreken in specifieke sociale situaties waarin het wel verwacht wordt dat een kind spreekt, belemmert functioneren op school of sociaal contact. minimaal 1 maand met uitzondering van de eerste schoolmaand, heeft niet te maken met gebrek van kennis van taal, geen andere stoornis
prevalentie selectief mutisme
ontstaat op jonge leeftijd, 0,2-1,9% vaker meiden en meertaligge kinderen.
in stand houden selectief mutisme
kan door het systeem, als de moeder voor het kind blijft praten. de drempel word steeds groter
specifieke fobie
overdreven,, onrealistische angst voor een bepaald object of voorval, bloodstelling of anticipatie brengt al angst, vermijding of doorstaan met grote pijn, buiten proportie. minimaal 6 maanden, leidit tot beperkingen en is niet verklaarvaar door andere stoornis
soorten specifieke fobieën
dieren, natuurverschijnselen, medische zaken, situaties.
prevalentie specifieke fobie
10 - 15 %, vaker vrouw. ontstaat in de kindertijd vaal na een specifike situatie, observerend leren, aangeleerd door informatie
sociale angst stoornis
duidelijke en aanhoudende angst voor een situatie waarin men blootgesteld wordt is aan kritische beoordeling, sociale interacyie. angst voor het vertonen van beschaamd gedrag of symptomen van angst, wat leidt tot de negatieve evaluatie. bloodstelling vormt angst die kan leiden tot paniekaanval. situatie wordt vermeden, 6 maanden
prevalentie sociale angst
4%, vaker meisjes, voor 20e levensjaar, vaak niet herkend omdat men zich schaamt voor de angst
paniek stoornis
herhalende onverwachte paniek aanvallen. na een aanval gedruende maand last van, angst voor nieuwe aanval of de consequenties van de aanval. gedragsverandering door bijv. minder te sporten want dat is ook zweet. geen verband met middelen gebruik en andere somatische aandoening of andere psychische stoornis
prevalentie paniek stoornis
2-5%, late adolocentie, vroege volwassenheid, 2x vaker bij vrouwen dan mannen, genetisch kwetsbaarheid, stressvolle levensgebeurtenis.
kenmerken van een paniek stoornis
persoonlijk gevaar, gevoel van controle verlies overvalt, flauwallen, hartkloppigen, duizeligheid, verhoogte bewustijn van lichamelijke veranderingen
paniekaanval is een specifiek symptoom
plotselingen golf van intense angst die binnen een paar minuten een piek bereikt met minimaal 4 symptomen: hartkloppingen, transpireren, trillen of beven, ademnood, snakken naar adem, onaangenaam gevoel in de borst, misselijk of buikklachten, duizeigheid, koude rillingen, verdoofd gevoel, derealisatie of depersonalisatie, angst gek te worden, angst dood te gaan
prevalentie paniekaanval
13,2% levenslang, wereldwijd. meer vrouwen. rond 20e bij kinderen ongebruikelijkk. genetische kwetsbaarheid, roken, stressvolle gebeurtenis, overbezorgde of afwijzende ouders,
agorafobie
angst voor twee of meer van de volgende situatie, rijzen met ov, in open ruimtes zijn, in gesloten ruimtes zijn, in een rij of menigte staan, alleen buitenshuis zijn. langer dan 6 maanden. focus, niet weg kunnen als er een paniekaanval optreed
prevalentie agorafobie
1,7% 12 maanden, 2,6 lifetime. hoogste in de groep van 13-17 jarige. 90% van de gevallen is comorbide
specifieke fobie vs agorafobie
specifiek is als het in 1 van de agorafobische situaties plaatsvind. en als de angst om de situatie gaat en niet angst voor de panieksymptomen of vertonen beschaamd gedrag.