Examen Chemie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/46

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:46 PM on 6/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

47 Terms

1
New cards

Elektronenpaar (doublet)

Twee elektronen die in hetzelfde magnetische niveau zitten met een tegengestelde spin (eigenrotatie).

2
New cards

Orbitaalmodel

Model van Schrödinger & Heisenberg (1926) waarin elektronen worden beschreven als golfverschijnselen.

3
New cards

Orbitaal

Het ruimtelijke kansgebied waarin 90% kans bestaat om een elektron aan te treffen.

4
New cards

s-orbitaal

Een bolvormig orbitaal.

5
New cards

p-orbitaal

Een haltervormig orbitaal dat drie ruimtelijke oriëntaties kent (px​,py​,pz​).

6
New cards

Isotopen

Atomen van hetzelfde chemische element met hetzelfde atoomnummer Z, maar met een verschillend massagetal A doordat ze een verschillend aantal neutronen in de kern bezitten.

7
New cards

Gemiddelde relatieve atoommassa (Ar​)

Het gewogen gemiddelde van de atoommassa berekend op basis van het natuurlijk voorkomen van de isotopen.

8
New cards

Diagonaalregel

Wetmatigheid waarbij elektronen subniveaus bezetten in volgorde van stijgende energie.

9
New cards

Pauli-verbod

Regel dat in een atoom geen twee elektronen exact dezelfde vier kwantumkarakteristieken mogen bezitten, waardoor een orbitaal maximaal 2 elektronen met tegengestelde spin bevat.

10
New cards

Regel van Hund

Bij orbitalen van gelijke energie binnen eenzelfde subniveau wordt elk orbitaal eerst bezet door één elektron met parallelle spin, alvorens koppeling tot doubletten optreedt.

11
New cards

Inversie

Spontane verschuiving van een elektron bij overgangselementen (d- en f-blok) om een energetisch stabielere halfbezette of volledig bezette subschil te realiseren.

12
New cards

Valentie-elektronen

De elektronen in de buitenste schil waarvan het aantal bij de hoofdgroepen gelijk is aan het groepsnummer in het PSE.

13
New cards

Edelgassen

Elementen uit groep 0 (groep 18) met een stabiele octetstructuur (ns2np6) die chemisch inert zijn.

14
New cards

Atoomstraal binnen een periode

Neemt van links naar rechts af omdat de kernlading toeneemt (meer protonen), waardoor de elektronen in dezelfde schil sterker naar de kern worden getrokken.

15
New cards

Atoomstraal binnen een groep

Neemt van boven naar beneden toe omdat er telkens een nieuwe hoofdschil in gebruik wordt genomen.

16
New cards

Kationstraal

Altijd kleiner dan het neutrale atoom als gevolg van elektronverlies.

17
New cards

Anionstraal

Altijd groter dan het neutrale atoom vanwege de toegenomen onderlinge afstoting tussen de elektronen door elektronopname.

18
New cards

Ionisatie-energie (IE)

De minimale energie vereist om een elektron volledig te onttrekken aan een atoom in de gasfase.

19
New cards

Leerstofoverzicht Chemie

5BTW-Semester 2 Volledige Samenvatting (Pelckmans Portaal).

20
New cards

Elektronegatieve waarde (EN)

De maat voor de kracht waarmee een atoom in een binding de gedeelde bindingselektronen naar zich toe trekt.

21
New cards

Metalen

Elementen die links in het PSE staan, een lage EN-waarde bezitten en elektropositief zijn (geven makkelijk elektronen af om kationen te vormen).

22
New cards

Niet-metalen

Elementen die rechtsboven in het PSE staan, een hoge EN-waarde bezitten en elektronegatief zijn (nemen makkelijk elektronen op om anionen te vormen).

23
New cards

Amfotere elementen

Elementen op de grenslijn die, afhankelijk van de reactiepartner, zowel metaal- als niet-metaaleigenschappen vertonen.

24
New cards

Atoombinding (Covalente binding)

Binding tussen niet-metaalatomen waarbij ongepaarde valentie-elektronen gemeenschappelijk worden gesteld.

25
New cards

Ionbinding

Binding tussen een metaal en een niet-metaal met een grote ΔEN, waarbij volledige elektronenoverdracht leidt tot kationen niches en anionen die elkaar via sterke elektrostatische krachten vasthouden in een ionrooster.

26
New cards

Metaalbinding

Binding tussen metaalatomen waarbij positieve metaalionen een star rooster vormen dat bijeengehouden wordt door een vrij bewegende, gedelokaliseerde elektronenwolk.

27
New cards

Sigmabinding (σ-binding)

Zeer sterke binding die vrije rotatie toelaat, ontstaan door axiale overlapping van orbitalen op de verbindingsas tussen de twee atoomkernen.

28
New cards

Pi-binding (π-binding)

Zwakkere binding die rotatie verhindert, ontstaan door parallelle of zijdelingse overlapping van p-orbitalen loodrecht op de verbindingsas.

29
New cards

Bindingslengte (r0​)

De afstand tussen kernen waarbij de potentiële energie minimaal is.

30
New cards

Donor-acceptor binding

Coördinatieve of datieve binding waarbij het bindende elektronenpaar volledig afkomstig is van één atoom (de donor) dat dit paar deelt met een atoom met een leeg orbitaal (de acceptor).

31
New cards

VSEPR-model

Model dat stelt dat elektronenparen rond een centraal atoom elkaar maximaal afstoten en een geometrie aannemen die de afstoting minimaliseert.

32
New cards

Sterisch Getal (SG)

De som van het aantal gebonden atomen en het aantal vrije elektronenparen op het centrale atoom (AXn​Em​).

33
New cards

Polaire binding

Binding die ontstaat bij een elektronegativiteitsverschil ongelijk aan nul (ΔEN=0), waarbij het meest elektronegatieve atoom een partieel negatieve lading (δ−) en het andere een partieel positieve lading (δ+) krijgt.

34
New cards

Polariteit van de molecule

Een molecule is pas een dipoolmolecule als de vectoriële som van alle individuele ladingsvectoren niet nul is door een asymmetrische bouw.

35
New cards

Londondispersiekrachten

Zwakke krachten veroorzaakt door tijdelijke, geïnduceerde dipolen door de constante beweging van elektronen, die voorkomen tussen alle moleculen.

36
New cards

Dipoolkrachten

Elektrostatische aantrekking tussen de permanente polaire kanten van polaire moleculen.

37
New cards

Waterstofbrugkrachten

Uitzonderlijk sterke dipoolkrachten die optreden als een waterstofatoom covalent gebonden is aan Fluor (F), Zuurstof (O) of Stikstof (N).

38
New cards

Anomalie van water

Verschijnsel waarbij ijs een lagere massadichtheid heeft dan vloeibaar water doordat watermoleculen in ijs via een maximaal aantal waterstofbruggen een open netwerk met grote holtes vormen.

39
New cards

Zuren

Atoomverbindingen bestaande uit waterstofatomen en een zuurrest met de algemene formule Hn​Z.

40
New cards

Hydroxiden (basen)

Ionverbindingen opgebouwd uit een metaalkation en hydroxide-anionen (OH−) met de algemene formule M(OH)n​.

41
New cards

Niet-metaaloxiden

Covalente, binaire verbindingen met zuurstof volgens de formule nMx​Oy​.

42
New cards

Metaaloxiden

Ionverbindingen met oxide-ionen (O2−) volgens de formule Mx​Oy​.

43
New cards

Zouten

Ionverbindingen bestaande uit een metaalkation (of NH4+​) en een zuurrestanion met de algemene formule Mn​Zm​.

44
New cards

Hydraten

Zouten met een vast aantal watermoleculen (kristalwater) in hun ionrooster.

45
New cards

Zuur-basegedrag volgens Arrhenius

Zuren splitsen in water H+-ionen af via ionisatie en basen splitsen in water OH−-ionen af via dissociatie.

46
New cards

Neutralisatiereactie

Reactie tussen een hydroxide en een zuur waarbij de producten altijd een zout en water zijn.

47
New cards

Nucleonen

De protonen (p+) en neutronen die samen de atoomkern vormen.