1/19
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen van de leerstof over de Verlichting en het Ancien Régime, inclusief belangrijke filosofen en maatschappelijke structuren.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Ancien Régime
De 'oude samenleving' die bestond van ca. 500 tot 1800, gekenmerkt door een standenmaatschappij en absolutisme.
Standenmaatschappij
Een sociale structuur gebaseerd op ongelijkheid in naam van God, verdeeld in de clerus, de adel en de derde stand.
Clerus
De eerste stand in het Ancien Régime wiens voornaamste taak bidden was.
Adel
De tweede stand die verantwoordelijk was voor het besturen van het land, de rechtspraak en het leger.
Derde stand
De groep bestaande uit burgers en boeren die moesten werken en de belastingen voor de staat moesten betalen.
Vorstelijk absolutisme
Een politiek systeem waarbij de vorst al zijn macht rechtstreeks van God krijgt (Droit Divin) en het volk de vorst onvoorwaardelijk moet gehoorzamen.
Feodaliteit
Een politiek stelsel van wederzijdse afhankelijkheid en trouw tussen een leenheer (koning) en vazallen.
Verlichting
Volgens Immanuel Kant: het uittreden van de mens uit een staat van onmondigheid door zelfstandig en kritisch het eigen verstand te gebruiken.
Onmondigheid
Het onvermogen om het eigen verstand te gebruiken zonder de leiding van een ander, vaak veroorzaakt door luiheid of lafheid.
John Locke
Verlicht denker die stelde dat alle mensen vrij en gelijk zijn en dat het volk het recht heeft zich te verzetten tegen willekeurig gezag.
Wetgevende macht
De macht om wetten in te voeren, die volgens verlichte denkers bij het parlement of de volksvertegenwoordigers moet liggen.
Uitvoerende macht
De macht die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van wetten, meestal belegd bij de regering en ministers.
Rechtsprekende macht
De macht om te oordelen over wetsovertredingen, uitgevoerd door rechters, procureurs en de politie.
Scheiding der machten
Het principe van Montesquieu waarbij de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht verdeeld zijn over verschillende instanties om vrijheid te waarborgen.
Jean-Jacques Rousseau
Filosoof die stelde dat de macht van een koning niet van God komt, maar van het volk via een sociaal contract.
Sociaal contract
De theoretische overeenkomst tussen burgers en de staat waarbij de burgers de macht aan de overheid verlenen.
Antiklerikaalk
Een houding die zich verzet tegen de enorme invloed van de kerk op de samenleving en pleit voor scheiding van kerk en staat.
Deïsme
Het geloof dat God de wereld heeft geschapen, maar daarna geen invloed meer uitoefent op het aards leven of de kerk.
Voltaire
Een antiklerikale verlichte denker die pleitte voor religieuze tolerantie en de scheiding van kerk en staat.
Encyclopedie
Een belangrijk instrument voor de verspreiding van verlichte ideeën, samengesteld door onder andere Diderot en d’Alembert.