Verlichte Denkers en het Ancien Régime

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/19

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de kernbegrippen van de leerstof over de Verlichting en het Ancien Régime, inclusief belangrijke filosofen en maatschappelijke structuren.

Last updated 8:58 PM on 6/19/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

20 Terms

1
New cards

Ancien Régime

De 'oude samenleving' die bestond van ca. 500 tot 1800, gekenmerkt door een standenmaatschappij en absolutisme.

2
New cards

Standenmaatschappij

Een sociale structuur gebaseerd op ongelijkheid in naam van God, verdeeld in de clerus, de adel en de derde stand.

3
New cards

Clerus

De eerste stand in het Ancien Régime wiens voornaamste taak bidden was.

4
New cards

Adel

De tweede stand die verantwoordelijk was voor het besturen van het land, de rechtspraak en het leger.

5
New cards

Derde stand

De groep bestaande uit burgers en boeren die moesten werken en de belastingen voor de staat moesten betalen.

6
New cards

Vorstelijk absolutisme

Een politiek systeem waarbij de vorst al zijn macht rechtstreeks van God krijgt (Droit Divin) en het volk de vorst onvoorwaardelijk moet gehoorzamen.

7
New cards

Feodaliteit

Een politiek stelsel van wederzijdse afhankelijkheid en trouw tussen een leenheer (koning) en vazallen.

8
New cards

Verlichting

Volgens Immanuel Kant: het uittreden van de mens uit een staat van onmondigheid door zelfstandig en kritisch het eigen verstand te gebruiken.

9
New cards

Onmondigheid

Het onvermogen om het eigen verstand te gebruiken zonder de leiding van een ander, vaak veroorzaakt door luiheid of lafheid.

10
New cards

John Locke

Verlicht denker die stelde dat alle mensen vrij en gelijk zijn en dat het volk het recht heeft zich te verzetten tegen willekeurig gezag.

11
New cards

Wetgevende macht

De macht om wetten in te voeren, die volgens verlichte denkers bij het parlement of de volksvertegenwoordigers moet liggen.

12
New cards

Uitvoerende macht

De macht die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van wetten, meestal belegd bij de regering en ministers.

13
New cards

Rechtsprekende macht

De macht om te oordelen over wetsovertredingen, uitgevoerd door rechters, procureurs en de politie.

14
New cards

Scheiding der machten

Het principe van Montesquieu waarbij de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht verdeeld zijn over verschillende instanties om vrijheid te waarborgen.

15
New cards

Jean-Jacques Rousseau

Filosoof die stelde dat de macht van een koning niet van God komt, maar van het volk via een sociaal contract.

16
New cards

Sociaal contract

De theoretische overeenkomst tussen burgers en de staat waarbij de burgers de macht aan de overheid verlenen.

17
New cards

Antiklerikaalk

Een houding die zich verzet tegen de enorme invloed van de kerk op de samenleving en pleit voor scheiding van kerk en staat.

18
New cards

Deïsme

Het geloof dat God de wereld heeft geschapen, maar daarna geen invloed meer uitoefent op het aards leven of de kerk.

19
New cards

Voltaire

Een antiklerikale verlichte denker die pleitte voor religieuze tolerantie en de scheiding van kerk en staat.

20
New cards

Encyclopedie

Een belangrijk instrument voor de verspreiding van verlichte ideeën, samengesteld door onder andere Diderot en d’Alembert.