Wisselwerking Samenleving en Technologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/38

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards over de wisselwerking tussen samenleving en technologie, inclusief STS-theorieën, platformmechanismen en publieke waarden.

Last updated 6:59 PM on 5/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

39 Terms

1
New cards

Micro-, meso- en macroperspectief op digitalisering

Micro: participatie en AI-geletterdheid; Meso: data-gedreven technologieën ontwikkelen volgens publieke waarden; Macro: centrale stakeholders samenbrengen voor gedeelde verantwoordelijkheid.

2
New cards

Sociaal constructivisme (jaren 70-80)

Een stroming die technologisch determinisme afwijst en stelt dat maatschappij en technologie een 'seamless web' vormen, waarbij wetenschap en technologie verklaard moeten worden vanuit sociale processen.

3
New cards

Langdon Winner: Do artefacts have politics?

De stelling uit 1980 dat de wijze waarop technologie is ontwikkeld de agenda van specifieke groepen kan beïnvloeden, zoals de lage bruggen van Robert Moses in New York die bussen (en dus minderbedeelden) weerden.

4
New cards

Technologisch determinisme

De visie dat technologie een onafhankelijke kracht is die de samenleving eenzijdig bepaalt en de optimale oplossing biedt voor technische problemen, vaak gekenmerkt door een 'celebrative perspective'.

5
New cards

Socio-technical imaginaries (Jasanoff)

Collectief gedeelde visies op de toekomst met betrekking tot wetenschap en technologie die door de staat en nationale instellingen worden ingezet als legitimatie-instrument.

6
New cards

Technologisch solutionism (Morozov, 2013)

De overtuiging dat complexe sociale en politieke problemen opgelost kunnen worden met technologische fixes ('there is an app for that'), vaak met verwaarlozing van de politieke en morele dimensies.

7
New cards

Social Shaping of Technology (SST)

Een benadering die de aandacht verlegt van het technologische naar de rol van het sociale in innovatieprocessen, waarbij artefacten keuzes en belangen belichamen.

8
New cards

Social Construction of Technology (SCOT)

Theorie van Bijker & Pinch die stelt dat technologie een sociaal construct is dat voortkomt uit onderhandelingen tussen relevante sociale groepen.

9
New cards

Interpretive flexibility

Concept binnen SCOT waarbij verschillende sociale groepen andere betekenissen en functies toekennen aan hetzelfde technologische artefact.

10
New cards

Closure (SCOT)

Het moment waarop de interpretatieve flexibiliteit vermindert en één specifieke betekenis van een technologie de overhand krijgt over alternatieven.

11
New cards

Actor Network Theory (ANT)

Theorie van Latour en Callon die stelt dat netwerken bestaan uit zowel menselijke als niet-menselijke actoren (actanten) die allen evenwaardig zijn in het samenhouden van de samenleving.

12
New cards

Actant

Binnen ANT: alles wat handelt, handelingen veroorzaakt of handelingen verandert (zowel mensen als objecten).

13
New cards

Anti-programma

Actieprogramma's van actanten die in conflict zijn met het oorspronkelijk gekozen actieprogramma van een technologie.

14
New cards

Obligatory passage point

Een punt in een netwerk waarbij een actant verplicht wordt om een specifiek actieprogramma uit te voeren, vaak om anti-programma's te voorkomen (bijv. een inlogscherm).

15
New cards

Scriptbenadering (Akrich)

De impliciete voorschriften van gebruik die door ontwerpers in technologie zijn ingebed op basis van hun specifieke visie of voorkeuren.

16
New cards

Mutual shaping

Het proces van co-evolutie waarbij samenleving en technologie elkaar voortdurend beïnvloeden en vormgeven.

17
New cards

Lead users

Gebruikers die technologie voor nieuwe doeleinden inzetten die oorspronkelijk niet voorzien waren, zoals het gebruik van SMS.

18
New cards

De vier restricties van Lessig (2006)

Recht (wetten), Markt (geld), Sociale normen en Architectuur (code/infrastructuur) die gezamenlijk gedrag reguleren.

19
New cards

Information Society

Een samenleving waarin de productie, verspreiding en manipulatie van informatie en data de belangrijkste factoren zijn voor rijkdom en macht.

20
New cards

Web 2.0

Een fase vanaf circa 2000 gekenmerkt door interactieve webdiensten waarbij de nadruk ligt op participatie en door gebruikers gegenereerde inhoud (likes en shares).

21
New cards

PageRank

Het algoritme van Google waarbij de waarde van een website wordt bepaald op basis van een analyse van hyperlinks (hits en links).

22
New cards

Networked Publics affordances (boyd, 2008)

Vier eigenschappen van digitale content: Persistence (archivering), Replicability (kopieerbaar), Scalability (visibiliteit) en Searchability (vindbaarheid).

23
New cards

Connectieve media (Van Dijck)

Sociale media waarbij menselijke verbondenheid geleidelijk wordt vervangen door geautomatiseerde connectiviteit voor commercieel gebruik.

24
New cards

Dataficatie

Het omzetten van online en offline activiteiten in digitale data om interacties te kunnen traceren, kwantificeren en voorspellen.

25
New cards

Commodificatie

Het omzetten van objecten, handelingen en ideeën in verkoopbare goederen of handelswaar op digitale platformen.

26
New cards

Inferred data

Data die met behulp van AI wordt afgeleid uit simpele data, leidend tot voorspellingen over bijvoorbeeld religie, intelligentie of burgerlijke staat.

27
New cards

Capture model (Agre, 1994)

Het inzetten van digitale technologie om gebruikersdata te bemachtigen via 'grammars of action' die menselijk gedrag modelleren.

28
New cards

Audience commodity (Smythe)

Het concept waarbij het publiek (hun aandacht en kijktijd) als handelswaar wordt verkocht aan adverteerders.

29
New cards

Internet prosumer commodity (Fuchs)

De stelling dat gebruikers als prosumers onbetaald werk verrichten door inhoud te produceren, wat door platformeigenaren wordt verhandeld voor winst.

30
New cards

Surveillance capitalism (Zuboff)

Een economisch systeem waarin menselijke ervaring wordt toegeëigend als gratis grondstof voor gedragsgegevens en voorspellingsproducten op gedragstoekomstmarkten.

31
New cards

Behavioural surplus

Gedragsgegevens die niet nodig zijn voor productverbetering, maar worden gebruikt door machine intelligence om toekomstig gedrag te voorspellen.

32
New cards

Publieke waarden (Berington & Moore)

Onderscheid tussen 'what the public values' (individueel nut) en 'what adds value to the public sphere' (gemeenschappelijk belang).

33
New cards

Affordances (Gibson/Norman)

De eigenschappen van een object of omgeving die bepalen hoe het gebruikt kan worden; beïnvloedt door zowel de werkelijke mogelijkheden als de perceptie van de gebruiker.

34
New cards

Empowerment by design

Het ontwerpen van technologie op een manier die de agency van de gebruiker en het middenveld versterkt om publieke waarden te beschermen.

35
New cards

Coöperatieve verantwoordelijkheid

Een kader waarin beleidsmakers, platformen en gebruikers elk hun eigen deel van de verantwoordelijkheid opnemen voor het beheer van publieke waarden.

36
New cards

Problem of many hands

De situatie waarbij het onduidelijk is wie verantwoordelijk is voor een probleem of oplossing omdat te veel verschillende entiteiten bijdragen.

37
New cards

Data-ontvlechting (Pierson, 2021)

Het proces van identificeren hoe commercieel dataverkeer losgekoppeld kan worden van sociale doeleinden om de agency en controle van gebruikers te herstellen.

38
New cards

Infrastructurele ommekeer (Inversion)

Het bespreekbaar maken en blootleggen van de verdoezelende eigenschappen van de zakelijk-computationele infrastructuur van platformen.

39
New cards

Seamfulness

Het creëren van zichtbare grenzen (frictie) in dataverwerking, in tegenstelling tot naadloze ('seamless') vergaring, om kritisch bewustzijn bij gebruikers te stimuleren.