1/38
Flashcards over de wisselwerking tussen samenleving en technologie, inclusief STS-theorieën, platformmechanismen en publieke waarden.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Micro-, meso- en macroperspectief op digitalisering
Micro: participatie en AI-geletterdheid; Meso: data-gedreven technologieën ontwikkelen volgens publieke waarden; Macro: centrale stakeholders samenbrengen voor gedeelde verantwoordelijkheid.
Sociaal constructivisme (jaren 70-80)
Een stroming die technologisch determinisme afwijst en stelt dat maatschappij en technologie een 'seamless web' vormen, waarbij wetenschap en technologie verklaard moeten worden vanuit sociale processen.
Langdon Winner: Do artefacts have politics?
De stelling uit 1980 dat de wijze waarop technologie is ontwikkeld de agenda van specifieke groepen kan beïnvloeden, zoals de lage bruggen van Robert Moses in New York die bussen (en dus minderbedeelden) weerden.
Technologisch determinisme
De visie dat technologie een onafhankelijke kracht is die de samenleving eenzijdig bepaalt en de optimale oplossing biedt voor technische problemen, vaak gekenmerkt door een 'celebrative perspective'.
Socio-technical imaginaries (Jasanoff)
Collectief gedeelde visies op de toekomst met betrekking tot wetenschap en technologie die door de staat en nationale instellingen worden ingezet als legitimatie-instrument.
Technologisch solutionism (Morozov, 2013)
De overtuiging dat complexe sociale en politieke problemen opgelost kunnen worden met technologische fixes ('there is an app for that'), vaak met verwaarlozing van de politieke en morele dimensies.
Social Shaping of Technology (SST)
Een benadering die de aandacht verlegt van het technologische naar de rol van het sociale in innovatieprocessen, waarbij artefacten keuzes en belangen belichamen.
Social Construction of Technology (SCOT)
Theorie van Bijker & Pinch die stelt dat technologie een sociaal construct is dat voortkomt uit onderhandelingen tussen relevante sociale groepen.
Interpretive flexibility
Concept binnen SCOT waarbij verschillende sociale groepen andere betekenissen en functies toekennen aan hetzelfde technologische artefact.
Closure (SCOT)
Het moment waarop de interpretatieve flexibiliteit vermindert en één specifieke betekenis van een technologie de overhand krijgt over alternatieven.
Actor Network Theory (ANT)
Theorie van Latour en Callon die stelt dat netwerken bestaan uit zowel menselijke als niet-menselijke actoren (actanten) die allen evenwaardig zijn in het samenhouden van de samenleving.
Actant
Binnen ANT: alles wat handelt, handelingen veroorzaakt of handelingen verandert (zowel mensen als objecten).
Anti-programma
Actieprogramma's van actanten die in conflict zijn met het oorspronkelijk gekozen actieprogramma van een technologie.
Obligatory passage point
Een punt in een netwerk waarbij een actant verplicht wordt om een specifiek actieprogramma uit te voeren, vaak om anti-programma's te voorkomen (bijv. een inlogscherm).
Scriptbenadering (Akrich)
De impliciete voorschriften van gebruik die door ontwerpers in technologie zijn ingebed op basis van hun specifieke visie of voorkeuren.
Mutual shaping
Het proces van co-evolutie waarbij samenleving en technologie elkaar voortdurend beïnvloeden en vormgeven.
Lead users
Gebruikers die technologie voor nieuwe doeleinden inzetten die oorspronkelijk niet voorzien waren, zoals het gebruik van SMS.
De vier restricties van Lessig (2006)
Recht (wetten), Markt (geld), Sociale normen en Architectuur (code/infrastructuur) die gezamenlijk gedrag reguleren.
Information Society
Een samenleving waarin de productie, verspreiding en manipulatie van informatie en data de belangrijkste factoren zijn voor rijkdom en macht.
Web 2.0
Een fase vanaf circa 2000 gekenmerkt door interactieve webdiensten waarbij de nadruk ligt op participatie en door gebruikers gegenereerde inhoud (likes en shares).
PageRank
Het algoritme van Google waarbij de waarde van een website wordt bepaald op basis van een analyse van hyperlinks (hits en links).
Networked Publics affordances (boyd, 2008)
Vier eigenschappen van digitale content: Persistence (archivering), Replicability (kopieerbaar), Scalability (visibiliteit) en Searchability (vindbaarheid).
Connectieve media (Van Dijck)
Sociale media waarbij menselijke verbondenheid geleidelijk wordt vervangen door geautomatiseerde connectiviteit voor commercieel gebruik.
Dataficatie
Het omzetten van online en offline activiteiten in digitale data om interacties te kunnen traceren, kwantificeren en voorspellen.
Commodificatie
Het omzetten van objecten, handelingen en ideeën in verkoopbare goederen of handelswaar op digitale platformen.
Inferred data
Data die met behulp van AI wordt afgeleid uit simpele data, leidend tot voorspellingen over bijvoorbeeld religie, intelligentie of burgerlijke staat.
Capture model (Agre, 1994)
Het inzetten van digitale technologie om gebruikersdata te bemachtigen via 'grammars of action' die menselijk gedrag modelleren.
Audience commodity (Smythe)
Het concept waarbij het publiek (hun aandacht en kijktijd) als handelswaar wordt verkocht aan adverteerders.
Internet prosumer commodity (Fuchs)
De stelling dat gebruikers als prosumers onbetaald werk verrichten door inhoud te produceren, wat door platformeigenaren wordt verhandeld voor winst.
Surveillance capitalism (Zuboff)
Een economisch systeem waarin menselijke ervaring wordt toegeëigend als gratis grondstof voor gedragsgegevens en voorspellingsproducten op gedragstoekomstmarkten.
Behavioural surplus
Gedragsgegevens die niet nodig zijn voor productverbetering, maar worden gebruikt door machine intelligence om toekomstig gedrag te voorspellen.
Publieke waarden (Berington & Moore)
Onderscheid tussen 'what the public values' (individueel nut) en 'what adds value to the public sphere' (gemeenschappelijk belang).
Affordances (Gibson/Norman)
De eigenschappen van een object of omgeving die bepalen hoe het gebruikt kan worden; beïnvloedt door zowel de werkelijke mogelijkheden als de perceptie van de gebruiker.
Empowerment by design
Het ontwerpen van technologie op een manier die de agency van de gebruiker en het middenveld versterkt om publieke waarden te beschermen.
Coöperatieve verantwoordelijkheid
Een kader waarin beleidsmakers, platformen en gebruikers elk hun eigen deel van de verantwoordelijkheid opnemen voor het beheer van publieke waarden.
Problem of many hands
De situatie waarbij het onduidelijk is wie verantwoordelijk is voor een probleem of oplossing omdat te veel verschillende entiteiten bijdragen.
Data-ontvlechting (Pierson, 2021)
Het proces van identificeren hoe commercieel dataverkeer losgekoppeld kan worden van sociale doeleinden om de agency en controle van gebruikers te herstellen.
Infrastructurele ommekeer (Inversion)
Het bespreekbaar maken en blootleggen van de verdoezelende eigenschappen van de zakelijk-computationele infrastructuur van platformen.
Seamfulness
Het creëren van zichtbare grenzen (frictie) in dataverwerking, in tegenstelling tot naadloze ('seamless') vergaring, om kritisch bewustzijn bij gebruikers te stimuleren.