5V - Stofwisseling in de cel - basisstof 1 t/m 5 (BvJ) | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/68

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:20 PM on 6/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

69 Terms

1
New cards

Stofwisseling

Geheel van chemische omzettingsprocessen in een organisme

2
New cards

Chemische energie

Energie die is opgeslagen in de atoombindingen van energierijke stoffen

3
New cards

Assimilatie

Opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen

4
New cards

Dissimilatie

Afbraak van grote organische moleculen tot kleinere moleculen

5
New cards

Kinetische energie

Bewegingsenergie

6
New cards

Lichtenergie

Energie in de vorm van licht

7
New cards

Warmte

Vorm van energie

8
New cards

Heterotroof

Heterotrofe organismen krijgen energie uit de opname van organische stoffen

9
New cards

Autotroof

Autotrofe organismen zijn in staat glucose te vormen uit koolstofdioxide en water

10
New cards

Koolstofassimilatie

Vorming van glucose uit koolstofdioxide en water door autotrofe organismen

11
New cards

Voortgezette assimilatie

Vorming van andere koolhydraten, vetten, eiwitten en DNA uit glucose

12
New cards

ATP

Adenosinetrifosfaat; energiedragermolecuul dat bestaat uit adenosine en drie fosfaatgroepen

13
New cards

ADP

Adenosinedifosfaat; energiedragermolecuul dat bestaat uit adenosine en twee fosfaatgroepen

14
New cards

NAD+

Energiedragermolecuul, nicotinamide-adenine-dinucleotide

15
New cards

NADH

molecuul waarin energie is vastgelegd; het kan een elektron afstaan en verandert dan in NAD+

16
New cards

NADP+

Energiedragermolecuul, nicotinamide-adenine-dinucleotidefosfaat

17
New cards

NADPH

molecuul waarin energie is vastgelegd; het kan een elektron afstaan en verandert dan in NADP+

18
New cards

Enzymen

Eiwitten die chemische omzettingsprocessen versnellen (katalyseren), zonder zelf te worden verbruikt

19
New cards

Katalyseren

Chemische omzettingsprocessen mogelijk maken of versnellen

20
New cards

Substraat

Stof waarop een enzym inwerkt

21
New cards

Enzymwerking

De werking van een enzym

22
New cards

Enzym-substraatcomplex

Ontstaat wanneer een substraatmolecuul aan een enzymmolecuul bindt

23
New cards

Reactievergelijking

notatie van een chemische reactie waarbij links van de pijl de uitgangsstoffen staan en rechts de reactieproducten

24
New cards

Chemische reactie

reactie tussen verschillende stoffen

25
New cards

Optimumkromme

Diagram waarin het verband tussen bijvoorbeeld de temperatuur en de enzymactiviteit wordt weergegeven

26
New cards

Denaturatie

Een eiwit verliest zijn specifieke ruimtelijke structuur (irreversibel)

27
New cards

pH

Zuurgraad; pH 7 is neutraal; hoe lager de pH, hoe hoger de zuurgraad (hoe zuurder de oplossing)

28
New cards

Chlorofyl

Bladgroen; pigment dat energie uit licht kan opnemen en omzetten

29
New cards

Fotosynthese

Vorm van koolstofassimilatie waarbij de energie wordt geleverd door licht (planten maken glucose)

30
New cards

Chloroplasten

Bladgroenkorrels; bevatten stroma en thylakoïden waarin zich het chlorofyl bevindt

31
New cards

Lichtreacties

Reactieketen op de membranen van een thylakoïd waarvoor licht nodig is

32
New cards

Donkerreacties

Reactieketen in het stroma van de chloroplast waarvoor geen licht nodig is

33
New cards

Chemosynthese

Vorm van koolstofassimilatie waarbij de energie wordt geleverd door oxidatie van een anorganische stof

34
New cards

Koolhydraten

Sachariden; zijn opgebouwd uit een koolstofketen, waterstof en zuurstof

35
New cards

Bouwstof

Voedingsstof die wordt gebruikt voor de vorming van organische moleculen bij de voortgezette assimilatie

36
New cards

Brandstof

Voedingsstoffen die energie kunnen leveren bij de dissimilatie (verbranding)

37
New cards

Reservestof

Stof die kan dienen als brandstof, warmte-isolator en bouwstof

38
New cards

Monosachariden

Enkelvoudige suikers, bevatten vijf of zes C-atomen, bijvoorbeeld glucose, galactose en fructose

39
New cards

Disacharide

Verbinding van twee monosachariden, bijvoorbeeld maltose, lactose (melksuiker) en sacharose (riet- of bietsuiker)

40
New cards

Polysacharide

Verbinding van vele monoschariden, bijvoorbeeld zetmeel, glycogeen en cellulose

41
New cards

Zetmeel

Polysacharide die in de bladgroenkorrels en zetmeelkorrels van plantaardige cellen wordt opgebouwd uit ongeveer zesduizend glucosemoleculen; reservestof

42
New cards

Glycogeen

Polysacharide die bij dieren in de lever en in spieren wordt gevormd; bestaat uit meer dan twintigduizend glucosemoleculen en is sterk vertakt; reservestof

43
New cards

Cellulose

Polysacharide die het hoofdbestanddeel is van de celwanden van planten; door de binding tussen de glucosemoleculen vormen enkele tientallen cellulosemoleculen samen een stevige structuur

44
New cards

Eiwitten

De moleculen zijn opgebouwd uit aminozuren

45
New cards

Proteïnen

De moleculen zijn opgebouwd uit aminozuren

46
New cards

Aminozuur

Bouwsteen van eiwitten, bestaande uit een C-atoom met een aminogroep (NH2), een carboxygroep (COOH), een H-atoom en een restgroep (R) die typerend is voor het aminozuur

47
New cards

Essentiële aminozuren

Aminozuren die dieren niet uit andere aminozuren kunnen maken en die ze dus via hun voedsel binnen moeten krijgen

48
New cards

Niet-essentiële aminozuren

Aminozuren die dieren zelf aanmaken en niet of minder in het voedsel aanwezig hoeven te zijn

49
New cards

Primaire structuur

De typen aminozuren en de volgorde waarin deze voorkomen in een eiwitmolecuul

50
New cards

Secundaire structuur

Spiraalvorm van een eiwitmolecuul (α-helix); ontstaat door een zich herhalende hoek van peptidebindingen

51
New cards

Tertiaire structuur

Vouwstructuur van een eiwitmolecuul; ontstaat door binding tussen verder uit elkaar gelegen aminozuren

52
New cards

Quaternaire structuur

Manier waarop meerdere polypeptideketens één eiwit vormen

53
New cards

Vetten

Lipiden; bevatten dezelfde elementen als glucosemoleculen en dienen als bouwstof in membranen, als brandstof en als reservestof

54
New cards

Glycerol

Molecuul dat bestaat uit drie C-atomen waaraan drie OH-groepen zijn gebonden

55
New cards

Vetzuur

Molecuul dat bestaat uit een lange keten van CH2-groepen met aan het eind een carboxygroep

56
New cards

Fosfolipiden

Lipide waarbij één vetzuur is vervangen door een fosfaatgroep

57
New cards

Tussencelstof

Bevindt zich aan de buitenzijde van het celmembraan; zit tussen de verschillende cellen in

58
New cards

Aerobe dissimilatie

Dissimilatie van glucose met zuurstof

59
New cards

Verbranding

Dissimilatie van glucose met zuurstof

60
New cards

Glycolyse

Splitsing van een glucosemolecuul in twee moleculen pyrodruivenzuur (C3H4O3); plaats: cytoplasma; reactie: anaeroob

61
New cards

Citroenzuurcyclus

Reactieketen waarbij citroenzuurmoleculen worden afgebroken tot CO2-moleculen en energierijke elektronen; plaats: matrix; reactie: anaeroob

62
New cards

Oxidatieve fosforylering

Energierijke elektronen staan hun energie af voor de synthese van ATP; plaats: binnenmembraan mitochondriën; reactie: aeroob

63
New cards

FAD

Energiedragermolecuul, flavine adenine dinucleotide

64
New cards

Anaerobe dissimilatie

Omzetting van glucose zonder gebruik te maken van zuurstof

65
New cards

Gisting

Omzetting van glucose zonder gebruik te maken van zuurstof

66
New cards

Fermentatie

Omzetting van glucose zonder gebruik te maken van zuurstof

67
New cards

Alcohol

Groep van organische stoffen waartoe ethanol (C2H6O) behoort; ethanol ontstaat bij alcoholgisting

68
New cards

Melkzuur

C3H6O3; ontstaat doordat melkzuurbacteriën na glycolyse pyrodruivenzuur omzetten

69
New cards

Methaan

Wordt door bepaalde bacteriën bij fermentatie in de maag van koeien geproduceerd; komt in de lucht terecht en zorgt voor een versterkt broeikaseffect