1/68
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Stofwisseling
Geheel van chemische omzettingsprocessen in een organisme
Chemische energie
Energie die is opgeslagen in de atoombindingen van energierijke stoffen
Assimilatie
Opbouw van organische moleculen uit kleinere moleculen
Dissimilatie
Afbraak van grote organische moleculen tot kleinere moleculen
Kinetische energie
Bewegingsenergie
Lichtenergie
Energie in de vorm van licht
Warmte
Vorm van energie
Heterotroof
Heterotrofe organismen krijgen energie uit de opname van organische stoffen
Autotroof
Autotrofe organismen zijn in staat glucose te vormen uit koolstofdioxide en water
Koolstofassimilatie
Vorming van glucose uit koolstofdioxide en water door autotrofe organismen
Voortgezette assimilatie
Vorming van andere koolhydraten, vetten, eiwitten en DNA uit glucose
ATP
Adenosinetrifosfaat; energiedragermolecuul dat bestaat uit adenosine en drie fosfaatgroepen
ADP
Adenosinedifosfaat; energiedragermolecuul dat bestaat uit adenosine en twee fosfaatgroepen
NAD+
Energiedragermolecuul, nicotinamide-adenine-dinucleotide
NADH
molecuul waarin energie is vastgelegd; het kan een elektron afstaan en verandert dan in NAD+
NADP+
Energiedragermolecuul, nicotinamide-adenine-dinucleotidefosfaat
NADPH
molecuul waarin energie is vastgelegd; het kan een elektron afstaan en verandert dan in NADP+
Enzymen
Eiwitten die chemische omzettingsprocessen versnellen (katalyseren), zonder zelf te worden verbruikt
Katalyseren
Chemische omzettingsprocessen mogelijk maken of versnellen
Substraat
Stof waarop een enzym inwerkt
Enzymwerking
De werking van een enzym
Enzym-substraatcomplex
Ontstaat wanneer een substraatmolecuul aan een enzymmolecuul bindt
Reactievergelijking
notatie van een chemische reactie waarbij links van de pijl de uitgangsstoffen staan en rechts de reactieproducten
Chemische reactie
reactie tussen verschillende stoffen
Optimumkromme
Diagram waarin het verband tussen bijvoorbeeld de temperatuur en de enzymactiviteit wordt weergegeven
Denaturatie
Een eiwit verliest zijn specifieke ruimtelijke structuur (irreversibel)
pH
Zuurgraad; pH 7 is neutraal; hoe lager de pH, hoe hoger de zuurgraad (hoe zuurder de oplossing)
Chlorofyl
Bladgroen; pigment dat energie uit licht kan opnemen en omzetten
Fotosynthese
Vorm van koolstofassimilatie waarbij de energie wordt geleverd door licht (planten maken glucose)
Chloroplasten
Bladgroenkorrels; bevatten stroma en thylakoïden waarin zich het chlorofyl bevindt
Lichtreacties
Reactieketen op de membranen van een thylakoïd waarvoor licht nodig is
Donkerreacties
Reactieketen in het stroma van de chloroplast waarvoor geen licht nodig is
Chemosynthese
Vorm van koolstofassimilatie waarbij de energie wordt geleverd door oxidatie van een anorganische stof
Koolhydraten
Sachariden; zijn opgebouwd uit een koolstofketen, waterstof en zuurstof
Bouwstof
Voedingsstof die wordt gebruikt voor de vorming van organische moleculen bij de voortgezette assimilatie
Brandstof
Voedingsstoffen die energie kunnen leveren bij de dissimilatie (verbranding)
Reservestof
Stof die kan dienen als brandstof, warmte-isolator en bouwstof
Monosachariden
Enkelvoudige suikers, bevatten vijf of zes C-atomen, bijvoorbeeld glucose, galactose en fructose
Disacharide
Verbinding van twee monosachariden, bijvoorbeeld maltose, lactose (melksuiker) en sacharose (riet- of bietsuiker)
Polysacharide
Verbinding van vele monoschariden, bijvoorbeeld zetmeel, glycogeen en cellulose
Zetmeel
Polysacharide die in de bladgroenkorrels en zetmeelkorrels van plantaardige cellen wordt opgebouwd uit ongeveer zesduizend glucosemoleculen; reservestof
Glycogeen
Polysacharide die bij dieren in de lever en in spieren wordt gevormd; bestaat uit meer dan twintigduizend glucosemoleculen en is sterk vertakt; reservestof
Cellulose
Polysacharide die het hoofdbestanddeel is van de celwanden van planten; door de binding tussen de glucosemoleculen vormen enkele tientallen cellulosemoleculen samen een stevige structuur
Eiwitten
De moleculen zijn opgebouwd uit aminozuren
Proteïnen
De moleculen zijn opgebouwd uit aminozuren
Aminozuur
Bouwsteen van eiwitten, bestaande uit een C-atoom met een aminogroep (NH2), een carboxygroep (COOH), een H-atoom en een restgroep (R) die typerend is voor het aminozuur
Essentiële aminozuren
Aminozuren die dieren niet uit andere aminozuren kunnen maken en die ze dus via hun voedsel binnen moeten krijgen
Niet-essentiële aminozuren
Aminozuren die dieren zelf aanmaken en niet of minder in het voedsel aanwezig hoeven te zijn
Primaire structuur
De typen aminozuren en de volgorde waarin deze voorkomen in een eiwitmolecuul
Secundaire structuur
Spiraalvorm van een eiwitmolecuul (α-helix); ontstaat door een zich herhalende hoek van peptidebindingen
Tertiaire structuur
Vouwstructuur van een eiwitmolecuul; ontstaat door binding tussen verder uit elkaar gelegen aminozuren
Quaternaire structuur
Manier waarop meerdere polypeptideketens één eiwit vormen
Vetten
Lipiden; bevatten dezelfde elementen als glucosemoleculen en dienen als bouwstof in membranen, als brandstof en als reservestof
Glycerol
Molecuul dat bestaat uit drie C-atomen waaraan drie OH-groepen zijn gebonden
Vetzuur
Molecuul dat bestaat uit een lange keten van CH2-groepen met aan het eind een carboxygroep
Fosfolipiden
Lipide waarbij één vetzuur is vervangen door een fosfaatgroep
Tussencelstof
Bevindt zich aan de buitenzijde van het celmembraan; zit tussen de verschillende cellen in
Aerobe dissimilatie
Dissimilatie van glucose met zuurstof
Verbranding
Dissimilatie van glucose met zuurstof
Glycolyse
Splitsing van een glucosemolecuul in twee moleculen pyrodruivenzuur (C3H4O3); plaats: cytoplasma; reactie: anaeroob
Citroenzuurcyclus
Reactieketen waarbij citroenzuurmoleculen worden afgebroken tot CO2-moleculen en energierijke elektronen; plaats: matrix; reactie: anaeroob
Oxidatieve fosforylering
Energierijke elektronen staan hun energie af voor de synthese van ATP; plaats: binnenmembraan mitochondriën; reactie: aeroob
FAD
Energiedragermolecuul, flavine adenine dinucleotide
Anaerobe dissimilatie
Omzetting van glucose zonder gebruik te maken van zuurstof
Gisting
Omzetting van glucose zonder gebruik te maken van zuurstof
Fermentatie
Omzetting van glucose zonder gebruik te maken van zuurstof
Alcohol
Groep van organische stoffen waartoe ethanol (C2H6O) behoort; ethanol ontstaat bij alcoholgisting
Melkzuur
C3H6O3; ontstaat doordat melkzuurbacteriën na glycolyse pyrodruivenzuur omzetten
Methaan
Wordt door bepaalde bacteriën bij fermentatie in de maag van koeien geproduceerd; komt in de lucht terecht en zorgt voor een versterkt broeikaseffect