1/149
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
altiplano
spaans voor hoogvlakte
andesiet
lichtgrijs uitvloeiingsgesteente met heel kleine kristallen en soms hier en daar grotere kristallen die tijdens een uitbarsting uit de magmakamer worden meegenomen
bekken
lager deel in de aardplaten dat door de verschillende rek- en compressiekrachten in de platen als geheel langzaam naar beneden beweegt of een laagte vormt
caatinga
Savanne met doornachtige struiken
cerrado
boom- en grassavanne
compressie
proces van samendrukking dat ontstaat door het naar elkaar toe bewegen van lithosferische platen
cordillera
Zuid-Amerika: aaneengesloten rij van hoge bergen die samen een hooggebergte vormen. heet ook gebergteketen
debiet
de hoeveelheid water die op een bepaald punt door de rivier stroomt, in m³/s. heet ook waterafvoer
effusieve eruptie
rustige vulkaanuitbarsting, van magma met minder dan 4% of meer dan 5,5% water
El Niño
periode met een sterke opwarming van het zeewater bij de evenaar langs de westkust van Zuid-Amerika en over een deel van de Grote Oceaan
ENSO
periodieke verandering van het luchtdrukpatroon in het gebied van de Grote Oceaan, in combinatie met een El Niño, het veranderen van de temperatuur van het zeewater
erts
gesteente waarin metalen in grotere of kleinere concentraties voorkomen
ertsvorming
het ontstaan van ertsen
explosieve eruptie
heftige vulkaanuitbarsting van magma met 4 tot 5,5% water en een relatief hoge viscositeit
fossiele energiebron
brandstof die in miljoenen jaren is gevormd uit organisch materiaal (planten- en/of dierenresten)
gebergteketen
aaneengesloten rij van hoge bergen die samen een hooggebergte vormen. heet ook cordillera
geografisch beeld
de beschrijving van de ligging, gebiedskenmerken, bevolkingskenmerken en interne en externe relaties van een gebied
hoogtezone
gebied tussen twee hoogtelijnen
hoogvlakte
vlak of zachtgolvend gebied op meer dan 500m hoogte
horst
hoger gelegen gebied tussen twee breuken
hotspot
het bovenste deel van een mantelpluim aan de onderkant van de lithosfeer
Ilanos
Grassavanne met soms wat bomen
mangrove
natuurlijk vegetatietyp langs modderige tropische en subtropische kusten, in zoutmoerassen en slibrijke rivierdelta’s
mantelpluim
enorme hoeveelheden opstijgend heet mantelmateriaal dat in een pluim waarschijnlijk vanaf de buitenkern tot aan het aardoppervlak reikt
mental map
kaart in je hoofd of op papier die een uitdrukking is van subjectieve beelden (percepties) van een gebied
mijnbouw
economische activiteit die gericht is op het onttrekken van delfstoffen aan de aardkorst om die te verwerken
pampa
natuurlijk vegetatietype van grassen en lage struiken in een droog gebied waar net genoeg regen valt voor dit type vegetatie. Heet ook steppe
perceptie
de manier waarop iemand de werkelijkheid waarneemt en daaruit voor zichzelf een beeld vormt
regiem
jaarlijkse schommelingen in de waterafvoer van een rivier of beek
riftschouder
langgerekte, bergachtige hoger liggende zone aan weerszijden van een riftvallei (die ontstaat onder invloed van de hotte van het magma vlak onder de lithosfeer)
savanne
natuurlijk vegetatietype in de tropen met lange grassen, afgewisseld met groepjes bomen en struiken. in Zuid-Amerika zijn er drie typen savanne: Ilanos, cerrado en caatinga
schild
uitgestrekt, geologisch stabiel deel van de continentale korst dat bestaat uit gesteente dat meer den 500 miljoen jaar oud is
selva
natuurlijk vegetatietype van dicht, ondoordringbaar bos in de warme en vochtige tropen Heet ook tropisch regenwoud
slab pull
proces waarbij onder invloed van de zwaartekracht een afgekoeld en zwaar geworden deel van een oceanische plaat wegzakt in de asthenosfeer. de oceanische plaat trekt daarbij de hele aardplaat mee. dit is de belangrijkste aandrijvende kracht van de platentektoniek
slenk
laagte in het landschap die ontstaat doordat een blokvormig deel van de aardkorst wegzakt langs breukvlakken
steppe
natuurlijk vegetatietype van grassen en lage struiken in een droog gebied waar net genoeg regen valt voor dit type vegetatie. heet in Zuid-Amerika pampa
stereotiep beeld
vastliggend, algemeen (dus collectief) beeld over een groep mensen, een gebied of een groep verschijnselen of gebeurtenissen
stroomgebied
het hele gebied dat afwatert op een bepaalde rivier
stroomstelsel
rivier met alle zijrivieren en vertakkingen die deel uitmaken van hetzelfde stroomgebied
tropisch regenwoud
natuurlijk vegetatietype van dicht, ondoordringbaar bod in de warme en vochtige tropen. Heet in Zuid-Amerika selva
viscositeit
een maat voor stroperigheid van een stof
voorlandbekken
dalend en lager liggend gebied aan de landzijde van een zich vormend gebergte bij een convergente plaatgrens
waterafvoer
de hoeveelheid water die op een bepaald punt door de rivier stroomt in m³/s heet ook debiet
amerikanisering
het verschijnsel dat op steeds meer plekken in de wereld uitingen van de Noord-Amerikaanse cultuur te zien zijn
bnp per inwoner
het gemiddelde inkomen per inwoner per jaar. je berekent het door het bnp te delen door het aantal inwoners van een gebied
bruto regionaal product (brp)
de totale geldwaarde van alle in een regio geproduceerde goederen en diensten (per jaar). Kan per hoofd van de bevolking worden weergegeven
cliëntelisme
informele machtsstructuur waarbij gunsten worden verleend in ruil voor loyaliteit
comparatief voordeel
het financële voordeel dat een land behaalt wanneer het een product goedkoper kan produceren dan een ander land
culturele diffusie
de verspreiding en vermenging van cultuurelementen, vernieuwingen of ideeën
culturele diversiteit
situatie waarin de cultuurelementen binnen een gebied of in de wereld van elkaar verschillen
de-agrisatie
proces waarbij het belang van de landbouw in de werkgelegenheid en als bijdrage aan het bnp afneemt
dictatuur
regeringsvorm waarin één persoon of een kleine groep mensen de absolute macht heeft
diversificatie
het minder eenzijdig maken van de economie
energietransitie
de overgang van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen
etniciteit
een geheel van sociaal-culturele kenmerken waarvan mensen in een bepaalde groep vinden dat die bij hen horen en die hen onderling verbinden
etnische diversiteit
het naast elkaar bestaan van meerdere etniciteiten in de samenleving
extraportvalorisatie
bewerking van en waardetoevoeging aan goederen die voor de export bestemd zijn
favela
wijk waar de bewoners zelf (illegaal woningen hebben gebouwd. heet ook zelfbouwwijk of informal city
gated community
stadsdeel dat door een muur of hekwerk afgesloten is van de openbare ruimte. het stadsdeel kan bestaan uit enkele gebouwen, maar ook een hele wijk omvatten
ginicoëfficiënt
maat om de inkomensongelijkheid in een land te meten
good governance
goed bestuur met als uitgangspunten openheid, verantwoording, rechtvaardigheid, bevolkingsparticipatie en overeenstemming
grondbezitverhouding
de eigendomsverhouding van grond op het platteland
human development index (hdi)
samengestelde indicator waarin het bnp per inwoner, de mate van scholing en de levensverwachting meeweegt. heet ook VN-ontwikkelingsindex
importsubstitutie
als een land goederen die het eerst importeerde zelf gaat produceren
industrialisatie
periode waarin een samenleving voor het inkomen steeds sterker afhankelijk wordt van industrie in plaats van landbouw
informal city
wijk waar de bewoners zelf (illegaal) woningen hebben gebouwd. Heer ook favela of zelfbouwwijk
informele sector
ongeschoold, slechtbetaald wek in de dienstensector dat niet officieel wordt geregistreerd. mensen betalen geen belasting, maar hebben ook geen recht op uitkeringen
kettingmigratie
vorm van volgmigratie die op gang wordt gebracht doordat eerdere migranten (al dan niet gekleurde) informatie sturen naar de achterblijvers
landgrabbing
het verwerven van landbouwgrond in arme landen door kolonisten, (vaak buitenlandse) investeerders en (multinationale) bedrijven waarbij de plaatselijke bevolking gedwongen wordt zijn land af te staan
lingua franca
taal die op grote schaal als voertaal wordt gebruikt door mensen met verschillende moedertalen
lorenzcurve
grafische weergave van de ongelijke verdeling van een maatschappelijk verschijnsel zoals de inkomensverdeling
nationalisme
politieke ideologie die het eigen land, de eigen inwoners en de eigen nationale identiteit als uitgangspunt neemt
neoliberalisme
politieke stroming die is gericht op marktwerking, een kleinere overheid, vrijhandel en vrijheid op het gebied van internationale kapitaalstromen
oligarchie
vorm van overheersing waarbij de macht in handen is van een kleine groep mensen uit de bevoorrechte klasse
ontginning
verandering van het natuurlandschap om het geschikt te maken voor menselijk gebruik
politieke polarisatie
het versterken van de tegenstellingen in de politiek, waarbij links en rechts steeds verder uit elkaar komen te liggen
populisme
politieke stroming die uitgaat van een grote tegenstelling tussen een elite enerzijds en de rest van de bevolking (het volk) anderzijds, en daarbij zegt aan de kant van het volk te staan
reprimaire ontwikkeling
hier: terugvallen op de export van grondstoffen na een periode van industrialisatie waarbij relatief meer halffabricaten en eindproducten uitgevoerd worden
ruimtelijke ongelijkheid
verschillen tussen gebieden, vooral de sociaal-economische verschillen die als onrechtvaardig of ongewenst worden beschouwd
ruimtelijke segregatie
ruimtelijke scheiding van kansarme en kansrijke (etnische) groepen in een stad of gebied.
ruraal-urbane migratie
migratie van het platteland naar de staf
sociale mobiliteit
veranderen van sociaal-economische klasse
sociale ongelijkheid
situatie waarin verschillen in welvaart en ontwikkelkansen zijn tussen groepen mensen in een gebied
tertiarisering
proces waarbij het belang van de diensten in de werkgelegenheid en als bijdrage aan het bnp toeneemt
verstedelijkingsgraad
aandeel van de stedelijke bevolking in de totale bevolking. heet ook urbanisatiegraad
verstedelijkingstempo
snelheid waarmee de verstedelijkingsgraad (per jaar) verandert (in procenten). heet ook urbanisatietempo
VN-ontwikkelingsindex
samengestelde indicator waarin het bnp per inwoner, de mate van scholing en de levensverwachting meeweegt. heet ook human development index (hdi)
zelfbouwwijk
wijk waar de bewoners zelf (illegaal) woningen hebben gebouwd. heet ook favela of informal city.
BRICS-land
verzamelnaam voor de vijf opkomende landen Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika. vanaf 2024 behoren ook Saudi-Arabië, Iran, Egypte en Ethiopië tot de BRICS-landen
centrum
begrip uit het centrum-periferiemodel (wereldsysteem): hoogontwikkeld, rijk land of gebied met veel economische en politieke macht
directe buitenlandse investering
kapitaal dat wordt ingezet om in andere landen te investeren in bijvoorbeeld fabrieken, kantoren, infrastructuur of ondernemingen. Heet ook wel foreign direct investment (FDI)
eindproduct
het uiteindelijke product dat de weg van grondstof via halffabricaat tot eindproduct heeft doorlopen en klaar is om aan de klant verkocht te worden
exportpakket
de samenstelling naar soort en waarde van goederen en diensten die een land levert aan het buitenland
foreign direct investment (FDI)
kapitaal dat wordt ingezet om in andere landen te investeren in bijvoorbeeld fabrieken, kantoren, infrastructuur of ondernemingen. Heet ook wel buitenlandse investering
G20-land
verzameling van negentien grote nationale economieën, de Europese Unie en de Afrikaanse Unie. de G20 is opgericht om de economische samenwerking in de wereld te bevorderen
global shift
het verschuiven van het economische zwaartepunt op de wereld
grondstof
ruw materiaal (zoals ijzererts of hout) dat nog bewerkt moet worden om er een product van te maken
halffabricaat
industrieproduct dat nog verder bewerkt moet worden tot eindproduct
handelsbalans
overzicht met aan de ontvangstenkant de geldwaarde van de uitvoer van goederen en diensten van een land over een bepaalde periode en aan de uitgavenkant de geldwaarde van de invoer
importpakket
de samenstelling naar soort en waarde van alle goederen en diensten die een land in het buitenland koopt