Hoofdstuk 14: Het Verlichte Despotisme en de crisis van het Ancien Régime (een kennismaking met de geschiedenis van de nieuwe tijd)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/26

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:34 PM on 4/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

27 Terms

1
New cards

Waarom namen verlichte despoten niet het complete pakket aan verlichtingsdenkbeelden over?

Zij wilden hun eigen staatsmacht versterken en weigerden daarom hun onderdanen beslissende politieke invloed te geven.

2
New cards

Waarom zou het toekennen van politieke rechten aan burgers averechts werken voor de hervormingsplannen van de vorsten?

Het zou de gevestigde posities in de standenmaatschappij enkel versterken, terwijl die standen juist moesten worden afgebroken om maatschappelijk te kunnen hervormen.

3
New cards

Wat wordt er in het boek bedoeld met een 'nivellerende tendens'?

Dit is het streven om ongelijkheden recht te trekken, zoals Maria Theresia en Jozef II deden door boeren te beschermen tegen de machtige adel.

4
New cards

Waarom voerden vorsten in de Donau-monarchie maatregelen ter bescherming van de boeren zoveel mogelijk buiten de standenvergaderingen om door?

Zij deden dit omdat de adel deze vergaderingen volledig beheerste en zulke nivellerende maatregelen anders direct zou blokkeren.

5
New cards

Welke twee begrippen kenmerken de gezamenlijke denktrant van zowel de verlichte filosofen als de vorsten?

Beiden hanteerden een uiterst rationalistische en pragmatische manier van denken.

6
New cards

Wat getuigt van een rationalistische instelling in het rechtssysteem, zoals in Pruisen onder Frederik II?

De codificering van het gewoonterecht en het uniformeren van lokale stelsels tot één overkoepelend landrecht getuigen hiervan.

7
New cards

Waarom werden bepaalde kloosters in deze periode door de staat opgeheven?

Ze werden beschouwd als parasiterende en niet-investerende instellingen die schadelijk waren voor de staat en economie.

8
New cards

Welke twee redenen lagen ten grondslag aan de tolerantie-edicten van de verlichte despoten?

Deze edicten hadden naast principiële overwegingen ook een sterk pragmatische achtergrond om de staat politiek en financieel te versterken.

9
New cards

Waarin verschilden de verlichte despoten van absolutistische vorsten zoals Lodewijk XIV?

Bij verlichte despoten ontbrak het irrationele element van oorlogsvoering voor pure glorie en was er, in tegenstelling tot hun voorgangers, wel sprake van religieuze tolerantie.

10
New cards

Welke drie maatregelen van verlichte despoten kunnen worden gezien als een aanzet tot een welvaarts- en welzijnspolitiek?

  • Bescherming van boeren

  • De humanisering van het strafrecht

  • Opbouw van een onderwijsstelsel.

11
New cards

Aan welk specifiek staatsorgaan was de hele maatschappij in Pruisen onder Frederik II uiteindelijk ondergeschikt?

De hele samenleving stond in dienst van de staat, en de staat stond op zijn beurt in dienst van het leger.

12
New cards

Waarom richtte Frederik II zijn onderwijspolitiek in Pruisen niet op het hele volk?

Hij wilde de bestaande privileges van de standen ontzien om zijn eigen absolute macht niet in gevaar te brengen.

13
New cards

Wat was een 'corvee' in de context van de Franse wegenbouw?

Het was een onbetaalde, verplichte arbeidsdienst die kleine boeren aan de overheid moesten leveren.

14
New cards

Waarop spitste de politieke crisis in Frankrijk zich in deze periode voornamelijk toe?

De crisis draaide om de zwaar ontspoorde publieke financiën, die zo in het ongerede waren geraakt dat structurele hervormingen onvermijdelijk werden.

15
New cards

Waar draaide de politieke crisis in de Republiek primair om, in tegenstelling tot Frankrijk?

In de Republiek ging de crisis over de inrichting van het staatsbestel zelf, zoals de macht van de stadhouder en de verhoudingen tussen regenten en burgerij.

16
New cards

Waardoor ontstond er, ondanks algemene economische groei en rijkdom, toch een brede verpaupering van de bevolking?

Doordat slechts een kleine minderheid profiteerde en de totale bevolking veel sterker groeide dan de beschikbare werkgelegenheid.

17
New cards

Welk negatief effect hadden de nog heersende feodale verhoudingen op de economie en samenleving?

Zij legden een zware last op de boerenbevolking en belemmerden een noodzakelijke verhoging van de agrarische productiviteit.

18
New cards

Waarom stonden de gilden structurele oplossingen voor het werkgelegenheidsvraagstuk in de weg?

De gilden reserveerden werkgelegenheid exclusief voor hun eigen groep en hielden daarmee belangrijke economische vernieuwingen tegen.

19
New cards

Hoe schaadde het verlangen van de rijken naar een adellijke levensstijl de algehele economie?

Doordat de rijken hun geld voornamelijk besteedden aan luxeproducten, hielden zij veel minder kapitaal over voor nuttige economische investeringen.

20
New cards

Waarom raakten de bourgeoisie en de intellectuelen steeds meer verbitterd over het bestaande politieke en maatschappelijke bestel?

Zij raakten verbitterd omdat hoge en invloedrijke banen bij de overheid en het leger steeds meer exclusief werden gereserveerd of verkocht aan mensen van adel.

21
New cards

Wat is de eerste paradox wat betreft de hervormingspogingen in het achttiende-eeuwse Frankrijk?

De regering probeerde wel degelijk te hervormen, maar was ironisch genoeg niet despotisch genoeg om haar wil door te drukken en werd steeds teruggefloten.

22
New cards

Waarom slaagden de opvolgers van Lodewijk XIV er niet in om de oppositie van de Parlementen te breken?

Zij misten het absolute gezag dat Lodewijk XIV wel had en faalden er bovendien in om het verlichte publiek te overtuigen van de noodzaak van hun beleid.

23
New cards

Welke effectieve propagandatruc gebruikte de egoïstische oppositie om de publieke opinie achter zich te krijgen?

Zij wisten elke machtsdaad of ingreep van de regering succesvol te brandmerken als puur 'despotisch'.

24
New cards

Waarom was de Franse regering genoodzaakt om belastinghervormingen dwingend 'van bovenaf' op te leggen?

Deze hervormingen waren gericht op het zwaarder belasten van de adel en andere bevoorrechte groepen, die hier uit zichzelf vrijwel zeker nooit mee zouden hebben ingestemd.

25
New cards

Welk excuus gebruikten de geprivilegieerde Franse groepen om zich tegen de van bovenaf opgelegde belastingen te verzetten?

Zij verschuilden zich achter de klacht dat de regering hen behandelde als onmondige kinderen, wat volgens hen direct indruiste tegen de idealen van de Verlichting.

26
New cards

Wat is de tweede paradox rondom het verzet van de geprivilegieerde standen in Frankrijk?

Hun grote succes in het tegenhouden van de 'despotische' hervormingen leidde er uiteindelijk toe dat het systeem vastliep en zij in de daaropvolgende revolutie alles kwijtraakten.

27
New cards

Wat was het ultieme gevolg van het uitblijven van hervormingen in Frankrijk in het jaar 1789?

De politieke impasse mondde in 1789 uit in de Franse Revolutie.