oefeningen voor de toets :))

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/89

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:02 PM on 6/10/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

90 Terms

1
New cards

hablé

ik sprak

2
New cards

hablaste

jij sprak

3
New cards

habló

hij/zij sprak

4
New cards

hablamos

wij spraken

5
New cards

hablasteis

jullie spraken

6
New cards

hablaron

zij spraken

7
New cards

comí

ik at

8
New cards

comiste

jij at

9
New cards

comió

hij/zij at

10
New cards

comimos

wij aten

11
New cards

comisteis

jullie aten

12
New cards

comieron

zij aten

13
New cards

viví

ik woonde/leefde

14
New cards

viviste

jij woonde/leefde

15
New cards

vivió

hij/zij woonde/leefde

16
New cards

vivimos

wij woonden/leefden

17
New cards

vivisteis

jullie woonden/leefden

18
New cards

vivieron

zij woonden/leefden

19
New cards

pude

ik kon

20
New cards

pudiste

jij kon

21
New cards

pudo

hij/zij kon

22
New cards

pudimos

wij konden

23
New cards

pudisteis

jullie konden

24
New cards

pudieron

zij konden

25
New cards

puse

ik zette/legde

26
New cards

pusiste

jij zette/legde

27
New cards

puso

hij/zij zette/legde

28
New cards

pusimos

wij zetten/legden

29
New cards

pusisteis

jullie zetten/legden

30
New cards

pusieron

zij zetten/legden

31
New cards

supe

ik wist

32
New cards

supiste

jij wist

33
New cards

supo

hij/zij wist

34
New cards

supimos

wij wisten

35
New cards

supisteis

jullie wisten

36
New cards

supieron

zij wisten

37
New cards

tuve

ik had

38
New cards

tuviste

jij had

39
New cards

tuvo

hij/zij had

40
New cards

tuvimos

wij hadden

41
New cards

tuvisteis

jullie hadden

42
New cards

tuvieron

zij hadden

43
New cards

estuve

ik was

44
New cards

estuviste

jij was

45
New cards

estuvo

hij/zij was

46
New cards

estuvimos

wij waren

47
New cards

estuvisteis

jullie waren

48
New cards

estuvieron

zij waren

49
New cards

vine

ik kwam

50
New cards

viniste

jij kwam

51
New cards

vino

hij/zij kwam

52
New cards

vinimos

wij kwamen

53
New cards

vinisteis

jullie kwamen

54
New cards

vinieron

zij kwamen

55
New cards

hice

ik deed/maakte

56
New cards

hiciste

jij deed/maakte

57
New cards

hizo

hij/zij deed/maakte

58
New cards

hicimos

wij deden/maakten

59
New cards

hicisteis

jullie deden/maakten

60
New cards

hicieron

zij deden/maakten

61
New cards

dije

ik zei/vertelde

62
New cards

dijiste

jij zei/vertelde

63
New cards

dijo

hij/zij zei/vertelde

64
New cards

dijimos

wij zeiden/vertelden

65
New cards

dijisteis

jullie zeiden/vertelden

66
New cards

dijeron

zij zeiden/vertelden

67
New cards

fui a

ik ging naar

68
New cards

fuiste a

jij ging naar

69
New cards

fue a

hij/zij ging naar

70
New cards

fuimos a

wij gingen naar

71
New cards

fuisteis a

jullie gingen naar

72
New cards

fueron a

zij gingen naar

73
New cards

dormí

ik sliep

74
New cards

dormiste

jij sliep

75
New cards

durmió

hij/zij sliep

76
New cards

dormimos

wij sliepen

77
New cards

dormisteis

jullie sliepen

78
New cards

durmieron

zij sliepen

79
New cards

vi

ik zag

80
New cards

viste

jij zag

81
New cards

vio

hij/zij zag

82
New cards

vimos

wij zagen

83
New cards

visteis

jullie zagen

84
New cards

vieron

zij zagen

85
New cards

di

ik gaf

86
New cards

diste

jij gaf

87
New cards

dio

hij/zij gaf

88
New cards

dimos

wij gaven

89
New cards

disteis

jullie gaven

90
New cards

dieron

zij gaven