1/21
Deze flashscards behandelen de kernbegrippen rondom HRM-rollen, organisatieculturen (warm vs. koud), leiderschapsstijlen en veranderingsprocessen zoals beschreven in de collegeaantekeningen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Warme organisaties
Organisaties met interne wederzijdse betrokkenheid, zelfsturing met autonomie in de uitvoering en een breed gedragen cultuur.
Koude organisaties
Organisaties met strikte doelstellingen, weinig ruimte voor creativiteit van de medewerker en een top-down leidinggevende stijl.
8 stappen Kotter
Een model voor organisatieverandering bestaande uit: 1. Verhoog urgentiebesef, 2. Vorm een leidend team, 3. Ontwikkel visie en strategie, 4. Communiceer veranderingsvisie, 5. Creeer een breed draagvlak, 6. Realiseer korte termijn resultaten, 7. Consolideer en ga door, 8. Veranker het nieuwe systeem in de cultuur/werkwijze.
Strategic partner (HR rol)
HR stemt het personeelsbeleid af op de organisatiedoelen.
Admin expert (HR rol)
HR zorgt voor een correcte personeelsadministratie en efficiënte processen.
Employee champion (HR rol)
HR behartigt de belangen van de werknemers.
Change agent (HR rol)
HR begeleidt de veranderingen binnen de organisatie.
Reorganisaties
Wijzigingen in de interne organisatie, vaak gepaard met downsizing en een ingrijpend herontwerp van de sturing.
Sociaal plan
Een document opgesteld door HR bij reorganisaties in onderhandeling met de ondernemingsraad en vakbonden.
Goed werknemerschap
Proactief gedrag, het voorkomen van fouten en het bijdragen aan kwaliteits- en procesverbetering.
Goed werkgeverschap
Het bieden van ruimte voor ontwikkeling, afwisselend werk, inspirerend leiderschap en persoonlijke aandacht en zorg voor de medewerker.
Transactioneel leiderschap
Een leiderschapsstijl gericht op beloning, prestatiegerichte doelen en ruilrelaties.
Transformationeel leiderschap
Een leiderschapsstijl gericht op de autonome inzet en creativiteit van medewerkers.
Situationeel leiderschap
Leidinggevend gedrag dat continu wordt afgestemd op de situatie en het niveau van de medewerkers.
Taakgericht leiderschap
Sturing gericht op boekresultaten.
Mensgericht leiderschap
Sturing gericht op de ontwikkeling van de mens en hun taakvolwassenheid.
CCM (Cross Culture Management)
Het ontwikkelen van vaardigheden voor het managen van verschillende culturen binnen de organisatie.
Intrinsieke motivatie (in verandering)
De bereidheid van de medewerker om te willen veranderen.
Noodzaak tot verandering
De externe of interne druk waardoor men moet veranderen.
Kunnen veranderen
De aanwezigheid van de benodigde kennis en inzicht bij de medewerker om de verandering te realiseren.
Warme verandering
Een verandering vanuit een gunstige uitgangssituatie gericht op verbetering en innovatie via een gemeenschappelijk initiatief.
Koude verandering
Een verandering gedreven door een nijpende crisis vanuit een minder gunstige uitgangssituatie waarbij moment en tempo worden bepaald.