1/49
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
la France
Frankrijk
la ville
de stad
la maison
het huis
le père
de vader
la mère
de moeder
les grands-parents m mv
de grootouders
la photo
de foto
aller
gaan
visiter
bezoeken
dangereux
gevaarlijk
sportif
sportief
elle déteste
ze heeft een hekel aan
le sport
de sport
on fait
we doen
voir
zien
on mange
we eten
le fromage
de kaas
la crêpe
de pannenkoek
autre
ander(e)
moi
ik (losstaand)
Tu as un frère?
Heb jij een broer?
Oui, j'ai un frère. Il s'appelle Romain.
Ja, ik heb een broer. Hij heet Romain.
Il a quel âge?
Hoe oud is hij?
Il a 15 ans.
Hij is 15 jaar.
la plage
het strand
la mer
de zee
le problème
het probleem
le message
de boodschap
pourquoi
waarom
aujourd'hui
vandaag
demain
morgen
peut-être
misschien
d'accord
oké
presque
bijna
regarde
kijk (naar)
aider
helpen
on adore
we zijn gek op
très
erg
trop
te, te veel
beaucoup
veel
quelque chose
iets
beau
mooi
super
super
bizarre
vreemd
Et toi, tu as quel âge?
En jij, hoe oud ben jij?
Moi, j'ai 12 ans.
Ik ben 12 jaar.
Quel est ton numéro de téléphone?
Wat is jouw telefoonnummer?
Mon numéro, c'est le 06-12 20 09.
Mijn telefoonnummer is 06-12 20 09.
Au revoir!
Tot ziens!
A plus!
Tot later!