Psychopathologie deel 1 : hoofdstuk 1 t/m 3

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/100

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:51 PM on 6/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

101 Terms

1
New cards

Wat is psychopathologie bij kinderen en jeugdigen?

De wetenschappelijke studie van psychische problemen, stoornissen en afwijkende ontwikkeling bij kinderen en adolescenten

2
New cards

Wat is ontwikkelingspsychopathologie?

Het bestuderen van psychopathologie vanuit een ontwikkelingsperspectief waarbij normale en afwijkende ontwikkeling samen worden bekeken

3
New cards

Waarom is een ontwikkelingsperspectief belangrijk?

Omdat symptomen veranderen met de leeftijd en zich anders uiten per ontwikkelingsfase

4
New cards

Wat is een risicofactor?

Een factor die de kans op het ontwikkelen van psychopathologie vergroot

5
New cards

Wat is een protectieve factor?

Een factor die beschermt tegen het ontstaan van psychopathologie

6
New cards

Wat is een predisponerende factor?

Een bestaande kwetsbaarheid die de kans op een stoornis verhoogt

7
New cards

Wat is een uitlokkende factor?

Een gebeurtenis die het ontstaan van klachten in gang zet

8
New cards

Wat is een instandhoudende factor?

Een factor die ervoor zorgt dat klachten blijven bestaan

9
New cards

Wat is een beschermende factor?

Een factor die negatieve gevolgen vermindert of voorkomt

10
New cards

Wat is multifinaliteit?

Dezelfde risicofactor kan leiden tot verschillende uitkomsten

11
New cards

Wat is equifinaliteit?

Verschillende risicofactoren kunnen leiden tot dezelfde stoornis

12
New cards

Wat is comorbiditeit?

Het tegelijkertijd voorkomen van meerdere stoornissen

13
New cards

Wat is prevalentie?

Het aantal bestaande gevallen van een stoornis binnen een bepaalde periode

14
New cards

Wat is incidentie?

Het aantal nieuwe gevallen van een stoornis binnen een bepaalde periode

15
New cards

Wat is het verschil tussen prevalentie en incidentie?

Prevalentie zijn bestaande gevallen en incidentie zijn nieuwe gevallen

16
New cards

Wat is de DSM-5-TR?

Het classificatiesysteem voor psychische stoornissen

17
New cards

Waar staat DSM voor?

Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders

18
New cards

Wat is het doel van de DSM?

Psychische stoornissen classificeren op basis van symptomen

19
New cards

Noem vier voordelen van de DSM

20
New cards

Bevordert communicatie tussen professionals, ondersteunt wetenschappelijk onderzoek, ondersteunt epidemiologisch onderzoek en biedt efficiëntie

21
New cards

Noem vier nadelen van de DSM

22
New cards

Geen duidelijke grens tussen normaal en afwijkend gedrag, beperkte validiteit, beperkte culturele sensitiviteit en stigmatisering

23
New cards

Waarom is de DSM een categorisch systeem?

Omdat iemand wel of geen diagnose krijgt

24
New cards

Wat betekent dimensioneel denken?

Psychopathologie ligt op een continuüm van normaal naar afwijkend gedrag

25
New cards

Wat is internaliserende problematiek?

Problemen die naar binnen gericht zijn

26
New cards

Noem voorbeelden van internaliserende problematiek

27
New cards

Angst, depressie en teruggetrokken gedrag

28
New cards

Wat is externaliserende problematiek?

Problemen die naar buiten gericht zijn

29
New cards

Noem voorbeelden van externaliserende problematiek

30
New cards

ADHD, agressie en gedragsproblemen

31
New cards

Wat is het biopsychosociaal model?

Een model waarin biologische, psychologische en sociale factoren samen psychopathologie beïnvloeden

32
New cards

Noem de drie onderdelen van het biopsychosociaal model

33
New cards

Biologische factoren, psychologische factoren en sociale factoren

34
New cards

Wat betekent heterogeniteit?

Dezelfde stoornis kan zich verschillend uiten bij verschillende personen

35
New cards

Wat is een continuüm?

Een geleidelijke overgang tussen normaal en afwijkend gedrag

36
New cards

Welke vier factoren moet je altijd herkennen in tentamencasussen?

Predisponerende, uitlokkende, instandhoudende en beschermende factoren

37
New cards

Wat is het verschil tussen vrees en angst?

Vrees is een reactie op een directe dreiging en angst is anticiperen op een toekomstige dreiging

38
New cards

Wanneer spreken we van een angststoornis?

Wanneer de angst buitenproportioneel is, langdurig aanhoudt, niet vrijwillig te controleren is en het functioneren belemmert

39
New cards

Hoe lang moet angst meestal aanwezig zijn bij een angststoornis?

Minstens 6 maanden

40
New cards

Wat is het belangrijkste kenmerk van alle angststoornissen?

Overmatige angst en vrees met gedragsveranderingen

41
New cards

Welke vijf domeinen kunnen betrokken zijn bij angstreacties?

Cognitief, affectief, fysiologisch, gedragsmatig en relationeel

42
New cards

Wat houdt de cognitieve component van angst in?

Negatieve gedachten of verwachtingen over gevaar

43
New cards

Wat houdt de affectieve component van angst in?

Gevoelens van spanning en onrust

44
New cards

Wat houdt de fysiologische component van angst in?

Lichamelijke reacties zoals hartkloppingen en zweten

45
New cards

Wat houdt de gedragsmatige component van angst in?

Vermijding of veiligheidsgedrag

46
New cards

Wat houdt de relationele component van angst in?

Problemen in sociale relaties

47
New cards

Welke angst is normaal bij baby's?

Verlies van steun, scheidingsangst en plotselinge sensorische prikkels

48
New cards

Welke angst is normaal bij peuters?

Scheiding, donker, onweer en bloed

49
New cards

Welke angst is normaal op basisschoolleeftijd?

Fantasiefiguren, bacteriën, natuurrampen en verlies van lichamelijke integriteit

50
New cards

Welke angst is normaal in de adolescentie?

Beoordeling door leeftijdgenoten, falen en eigen uiterlijk

51
New cards

Welke angststoornissen moet je kennen?

Separatieangststoornis, selectief mutisme, specifieke fobie, sociale angststoornis, paniekstoornis, agorafobie en gegeneraliseerde angststoornis

52
New cards

Wat is een separatieangststoornis?

Extreme angst voor scheiding van belangrijke hechtingsfiguren

53
New cards

Wat is selectief mutisme?

Niet spreken in bepaalde sociale situaties ondanks normaal taalvermogen

54
New cards

Wat is een specifieke fobie?

Extreme angst voor een specifiek object of een specifieke situatie

55
New cards

Wat is een sociale angststoornis?

Angst voor negatieve beoordeling door anderen

56
New cards

Wat is een paniekstoornis?

Terugkerende onverwachte paniekaanvallen met angst voor nieuwe aanvallen

57
New cards

Wat is een paniekaanval?

Een plotselinge intense angstreactie met lichamelijke symptomen

58
New cards

Wat is agorafobie?

Angst voor situaties waaruit ontsnappen moeilijk lijkt

59
New cards

Wat is een gegeneraliseerde angststoornis?

Overmatige en moeilijk controleerbare zorgen over meerdere levensgebieden

60
New cards

Wat is vermijding?

Het vermijden van angstige situaties om spanning te verminderen

61
New cards

Waarom houdt vermijding angst in stand?

Omdat iemand niet leert dat de situatie veilig is

62
New cards

Wat is veiligheidsgedrag?

Gedrag dat iemand gebruikt om zich veiliger te voelen

63
New cards

Waarom is veiligheidsgedrag problematisch?

Het houdt angst in stand

64
New cards

Wat is de cirkel van angst?

Angstige gedachten leiden tot angst, vermijding en tijdelijke opluchting waardoor de angst terugkeert

65
New cards

Hoeveel jongeren hebben ongeveer angstklachten?

Ongeveer 1 op de 4 jongeren

66
New cards

Welke factoren verhogen de kans op angststoornissen?

Genetische kwetsbaarheid, temperament, opvoeding en stressvolle gebeurtenissen

67
New cards

Welke opvoedingsstijl kan angst in stand houden?

Een overbeschermende opvoedingsstijl

68
New cards

Wat is de eerste keus behandeling bij angststoornissen?

Cognitieve gedragstherapie

69
New cards

Wat is exposure?

Het stapsgewijs blootstellen aan angstige situaties

70
New cards

Waarom werkt exposure?

Omdat iemand leert dat de verwachte ramp niet gebeurt

71
New cards

Wat is een depressieve stoornis?

Een stoornis waarbij minstens vijf symptomen gedurende twee weken aanwezig zijn

72
New cards

Wat zijn de twee hoofdsymptomen van een depressieve stoornis?

Sombere stemming en verlies van interesse of plezier

73
New cards

Hoeveel symptomen zijn nodig voor een depressieve stoornis?

Minstens vijf

74
New cards

Hoe lang moeten de symptomen aanwezig zijn?

Minstens twee weken

75
New cards

Noem overige symptomen van depressie

76
New cards

Gewichtsverandering, slaapproblemen, vermoeidheid, schuldgevoelens, concentratieproblemen en gedachten aan de dood

77
New cards

Wat is een persisterende depressieve stoornis?

Een langdurige depressieve stemming die bij kinderen minstens één jaar duurt

78
New cards

Wat is een disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis (DMDD)?

Ernstige terugkerende woede-uitbarstingen gecombineerd met een chronisch geïrriteerde stemming

79
New cards

Hoe vaak komen woede-uitbarstingen voor bij DMDD?

Minstens drie keer per week

80
New cards

Hoe lang moeten klachten van DMDD aanwezig zijn?

Minstens twaalf maanden

81
New cards

Tussen welke leeftijden mag DMDD worden vastgesteld?

Tussen 6 en 18 jaar

82
New cards

Voor welke leeftijd moeten de eerste symptomen van DMDD aanwezig zijn?

Voor het 10e levensjaar

83
New cards

Wat is een bipolaire stoornis?

Een stoornis met afwisselende depressieve en manische of hypomanische episodes

84
New cards

Wat is een manische episode?

Een periode van verhoogde of prikkelbare stemming en verhoogde energie gedurende minstens één week

85
New cards

Wat zijn de twee hoofdsymptomen van een manische episode?

Een verhoogde of prikkelbare stemming en verhoogde doelgerichte activiteit of energie

86
New cards

Noem symptomen van manie

87
New cards

Grandiositeit, minder slaapbehoefte, spreekdrang, gedachtevlucht, afleidbaarheid en risicovol gedrag

88
New cards

Wat is een hypomanische episode?

Een mildere vorm van manie die minstens vier dagen duurt

89
New cards

Wat is het verschil tussen hypomanie en manie?

Hypomanie veroorzaakt geen ernstige beperkingen of ziekenhuisopname

90
New cards

Wat is een bipolaire-I-stoornis?

Een stoornis met minstens één manische episode

91
New cards

Wat is een bipolaire-II-stoornis?

Een stoornis met depressieve episodes en hypomanie, maar nooit manie

92
New cards

Wat is een cyclothyme stoornis?

Wisselende milde depressieve en hypomanische symptomen zonder volledige episodes

93
New cards

Waarom is het stellen van een diagnose bij kinderen lastig?

Omdat symptomen anders tot uiting komen per leeftijd

94
New cards

Welke drie groepen etiologische theorieën moet je kennen?

Biologische, psychologische en sociale theorieën

95
New cards

Wat houdt de stress-theorie in?

Depressie ontstaat wanneer iemand onvoldoende kan omgaan met eisen en stressoren

96
New cards

Wat houdt de gedragstheorie van Lewinsohn in?

Tekort aan sociale vaardigheden leidt tot minder belonende interacties en depressie

97
New cards

Wat houdt Becks cognitieve theorie in?

Negatieve denkpatronen veroorzaken en onderhouden depressie

98
New cards

Wat houdt de biologische theorie in?

Genetische factoren en verstoringen in neurotransmitters spelen een rol

99
New cards

Wat is zelfverwonding?

Het opzettelijk beschadigen van het eigen lichaam zonder suïcide-intentie

100
New cards

Wat is suïcide?

Het opzettelijk beëindigen van het eigen leven