1/96
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
uitzonderingen op vereiste ingebrekestelling
5.223
De ingebrekestelling is niet vereist wanneer zij geen nut meer heeft. Dat is met name het geval:
1° wanneer de verbintenis om iets niet te doen werd geschonden;
2° wanneer de uitvoering van de verbintenis onmogelijk is geworden;
3° wanneer de uitvoering van de verbintenis geen belang meer heeft voor de schuldeiser;
4° wanneer de schuldenaar laat weten dat hij zijn verbintenis niet zal uitvoeren;
5° wanneer de wet of het contract vermeldt dat de schuldenaar in gebreke zal zijn louter door het verstrijken van de tijdsbepaling; of (vb. OB of schadebeding stelt SE vrij van IGS)
6° inzake buitencontractuele aansprakelijkheid.
opsomming sancties
Art. 5.83. Opsomming van de sancties
"Tenzij partijen anders overeengekomen zijn, beschikt de schuldeiser over de volgende sancties bij een toerekenbare niet-nakoming van de schuldenaar:
1° het recht op uitvoering in natura van de verbintenis;
2° het recht op herstel van zijn schade;
3° het recht op ontbinding van het contract;
4° het recht op prijsvermindering;
5° het recht om de uitvoering van zijn eigen verbintenis op te schorten.
vervroegde ingebrekestelling
Art. 5.232
De schuldeiser kan de schuldenaar in gebreke stellen vóór het verstrijken van de tijdsbepaling, voor zover deze ingebrekestelling zich voldoende nabij het verstrijken ervan situeert. Zij heeft evenwel pas uitwerking zodra de tijdsbepaling is verstreken.
De voorafgaande ingebrekestelling
5.231
Uitzondering op de vereiste van igs
5.233
Uitvoering in natura door SA
5.234
Gerechtelijke vervanging van de SA voor contractuele verbintenissen
5.85
Vervanging van sa algemeen regime
5.235
Buitengerechtelijke vervanging
5.85
Door beding
Door kennisgeving lid 3
1. Beperkte toepassingsgebied; enkel cc
2. Strenge vw: ernst is vereist
3. SE handelt op eigen risico; rechter kan regelmatigheid en rechtmatigheid controleren
Toepassingsvoorwaarden kennisgeving 5.85,lid3
1. Uitzonderlijke omstandigheden (bv. urgentie, schadebeperkingsplicht...);
2. Ingebrekestelling met, indien nog nuttig, toekenning van redelijke remediëringstermijn;
3. Voorafgaande vaststelling van de tekortkoming, mits redelijke tegenspraak;
4. Schriftelijke kennisgeving van SE aan SA waarin vervangingsbeslissing op ondubbelzinnige wijze kenbaar wordt gemaakt en het motief hiervoor is opgegeven (nl. verweten tekortkoming(en) + de uitzonderlijke omstandigheden)
Integraal Herstel van de schade
5.86
Herstel van de voorzienbare schade
5.87
Schadebeding
5.88
Te hoge schadebeding
Oud criterium = voorzienbare schade
Rechter moet zich RA verplaatsen en werkelijke bedoeling van contractanten achterhalen
Nieuw criterium = kennelijke onredelijkheid
Marginale toetsing en in concreto toetsing:
Rechter kan matigen tot ondergrens en hij moet rekening houden met alle concrete omstandigheden, zowel ccsluitiing als uitvoering en pot schade, en rechtmatige belangen van se
Intrest bij schadebeding
5.88, §3
Intrest mag niet lager dan wettelijke intrest (4.5 in 2025) zijn
Onredelijk lage schadebedingen
5.88,§6
Vaak vermomd als bevrijdingsbedingen
Bedingen strijdig met DR voor niet-geschreven
5.88,§7
- matiging bij onredelijk hoge schadebedingen 2
- matiging bij onredelijke hoge intrestbedingen 5
- herleiding bij gedeelte uitvoering van de verbintenis 5
Overdreven schadebedingen
in B2C-co.: art. VI.83, 24° WER (nietigheid) + art. VI.83, 17° WER (wederkerigheid);
In B2B-co.: art. VI.91/5, 8° WER (vermoed onrechtmatig, nietigheid'
-> voorrang op 5.88 want is bijz
Wederkerigheid van schadebedingen
Vereist in B2C
Niet vereist in B2B
verschil 5.88 en rechtsmisbruik
5.88 rechter heeft ondergronds
Rechtsmisbruik: rechter kan matigen tot 0
Is controle op rechtsmisbruijk nog zinvol nu nieuwe criterium breder is en in concreto?
Ja, bij Rm. kent matiging geen ondergrens!
Ja, in B2B/B2C blijft criterium de "potentiële schade", dus concrete Rm.controle blijft nuttig.
ontbindingswijzen
Gerechtelijke ob
Ob
Ob op kennisgeving
recht op ontbinding (art)
5.90
Gemeenschappelijke basisvw
- geldig wederkerig cc
- igs
- voldoende ernstige toerekenbare niet nakoming
Of
- bedongen niet nakoming
RA + aanv schadeherstel voor positief ccbelang
Gerechteljike ob art
5.90 - 5.91
Cc regime
5.90,92,94
Kennisgeving ob
5.90,93-94
Anticipatieve ob
5.90, lid 2
Ob wegens voortijdige/verwachte niet nakoming
Vw
1° uitzonderlijke omstandigheden, zoals urgentie, manifeste onbekwaamheid
2° IGS om voldoende waarborgen voor nakoming te bieden, die vruchteloos blijft,
3° duidelijkheid over niet-tijdige nakoming door SA op vervaldag,
4° duidelijkheid over voldoende ernstige gevolgen voor SE
Gerechtelijke ontbinding
5.90
Rechter kan
- OB + av SH
- termijn voor de SA
Van wie gaat ob uit?
Enkel SE
Wanneer zal het inwerkingtreden?
Na uitspraak van de rechter
Wat als beide partijen ob van cc eisen?
5.90, lid 2
Dan zal R ob uitspreken ten laste van beide partijen als ze beide aanspr zijn vor een niet-nakoming
(Zeldzaam)
Buitengerechtelijke ob vanwege obb
5.92
Kenmerken geoorloofde buitengerechtelijke ob vanwege obb
1) ontb. is afhankelijk van een toerekenbare niet-nakoming van een partij;
2° de wederpartij is bevoegd zelf tot ontbinding te beslissen, zonder eerst rechter te vatten (= eigenmachtig ontbinden = partijbeslissing)
Voorwaarden inwerkingstelling
5.90 en 5.92
1. geldig beding met uitsluiting van voorafgaande tussenkomst van rechter bij (bepaalde) niet-nakomingen;
2. een toerekenbare niet-nakoming die onder bereik van het OB valt;
3. een (HVC zegt: uitdrukkelijke) schriftelijke kennisgeving (ev. na IGS) (zij is constitutief, want OB werkt niet van rechtswege bij de niet-nakoming; ontb. heeft uitwerking als SA ervan kennis nam via de K.; uitdrukkelijk = SA is direct & onmiddellijk op de hoogte)
4. motivering van Kennisgeving door vermelding verweten niet-nakoming(en).
Buitengerechtelijke ob op kennisgeving zonder ob
Vw:
1° een wederkerig contract;
2° een voldoende ernstige torekenbare niet-nakoming (voldoende ernst zoals bij ger. ontb. maar hier naar oordeel van de SE alleen (wat ook verschilt van OB));
3° een (uitdrukkelijke) schriftelijke kennisgeving door de SE aan de SA (K. is constitutief, kan niet worden wegbedongen);
4° een motivering van die K. met verweten tekortkomingen (bescherming SA en controle nadien);
5° voorafgaande nuttige maatregelen door SE om de niet-nakoming vast te stellen (nuttig voor controle achteraf en de tegenspraak).
Onregelmatige of abusieve buitengerechtelijke ob
5.94
2voudige controle bevoegdheid vd rechter
Regelmatigheid: vw?
Rechtmatigheid: ob rmisbruik?
- vw rm
- vw marginale toetsing
Prijsvermindering
5.97
Geen voldoende ernstige niet nakoming
-> proportionaliteit van sancties en bijsturing
Onvoldoende enstig = kwalitatief of kwantitatief zijn
Enac
5.98
Enac vw
Toepassingsvoorwaarden:
1° er is al bestaande toerekenbare niet-nakoming door SA: dus opeisbare Svordering van SE die niet gepresteerd wordt door SA;
2° er is juridische samenhang tussen de verbintenissen van SE en SA;
3° de SE handelt te goeder trouw: er mag geen wanverhouding zijn tussen niet-nakoming van SA (en nadeel voor SE) en de nadelige gevolgen van de opschorting; SE mag zelf niet aan oorsprong liggen van niet-nakoming van SA.
4° In sommige gevallen: kennisgeving van de schorsing is vereist!
Exceptie van niet-uitvoering, exceptio timoris
5.98,2
voorwaarden:
1° duidelijke niet-nakoming door SA bij aflopen uitvoeringstermijn,
2° duidelijk voldoende ernstige gevolgen voor SE,
3° SA biedt geen voldoende waarborgen voor goede uitvoering.
§3. gemotiveerde schriftelijke kennisgeving is vereist bij exceptio timoris.
Ook de goede trouw kan gemotiveerde schriftelijke kennisgeving vereisen bij enac
Relativiteit en tegenwerpelijkheid
5.103
Relativiteit = gevolgen tss partijen
Geen nadeel teweegbrengen voor derden
Tegenwerpelijkheid: derden moeten bestaan van cc erkennen, kan hen tegengeworpen worden en derde mag zich erop beroepen tegen een partij
Beginsel van relativiteit
Interne of obligatoire gevolgen vh cc
Dus rechten en plichten, enkel tss ccpartijen
Twee facetten voor derden bij relativiteit
1° 3e is niet gehouden tot nakoming van een verb. uit contract waaraan hij niet deelnam bij de totstandkoming.
2° 3e kan, in principe, geen aanspraak maken op nakoming van een verb.
Relativiteit relativeren
Principe = relatief
Waarom is relativiteit relatief?
1. Derdenbegunstiging 5.107
Door derdenbeding, of RV 5.110
2. Principieel verbod op derdenbeding dus relativiteit van de plichten is absoluut
= derde kan geen sa worden van andermans cc verb
Waar staat de Wettelijke afwijking van relativiteit?
Boek 6
Over wat gaat dat wettelijke afwijking?
Om hulppersonen C te beschermen tegenover A
Bij afschaffing van hun quasi-immuniteitw
Artikels van afwijkingen?
6.3
§2: c mag verweermiddelen inroepen uit hoofdcc
§3: c mag verweermiddelen inroepen uit ondercc
Tegenwerpelijkheid
Gaat over externe gevolgen van het cc, het bestaan als feit
5.103
Twee faccetten voor derden inzake tegenwerpeklijkheid
1° het bestaan en de gevolgen kunnen aan 3°n worden tegengeworpen (= erkennen, zoals bij 3e-medeplichtigheid aan andermans contractbreuk)
2° derden kunnen zich beroepen op het bestaan en interne gevolgen
Uitzonderingen
Pauliaanse vordering
Veinzing
Niet naleving van wettelijke formaliteit
Voorwaarden
1. Er bestaat tussen A. en B. een contract (ook als 'ongeldig', tot aan nietigverklaring).
2. 3° of co.partij kan het co. bewijzen volgens Boek 8:
Bewijs door een partij tegen 3e en door een derde van het co. als rechtsfeit kan geleverd worden 'met alle middelen van recht' (art. 8.14 BW)
Het co. moet vaste datum hebben jegens 3°n. (art. 8.22 BW)
3. Soms zijn er wettelijke vormvereisten voor tegenwerpelijkheid (bv. publiciteitvereisten) is er geen publiciteit gegeven, kan een co.partij in principe het co. niet tegenwerpen aan een 3e, tenzij 3° te kwader trouw is en co. kent.
Principe van tegenwerpelijkheid voorbeelden
- bestaan/tenietgaan van cc:
Vb van voetballer en slachtoffer.
- bestaan van clausules met rechten en plichten
Vb architect kan zich niet in zijn voordeel beroepen op clausules die zijn 10jarige aansprh
- gevolgen vh cc
Vb Brussels Hoofdstedelijk Gewest mag zich op dading beroepen tss. koper en verkoper voor verlies door metro-werken, wanneer het aangesproken wordt door koper o.g.v. burenhinder. De koper had al integraal herstel gekregen en eis voor burenhinder werd terecht afgewezen)
Wie is een derde?
Geen partij bij ovk
Wie is partij?
1. Cc en toetreders/overnemers
Wie zijn toestemming zelf gaf (in eigen naam en voor eigen rekening) bij de contractsluiting of wie later tot contract toetreedt of co. overneemt
Wie geldig vertegenwoordigd was bij contractsluiting (verschil tussen onmiddellijke en middellijke vertegenwoordiging)
Wie legitiem vertrouwen van contractsluiting heeft gewekt bij andere persoon
2) De met contractanten gelijkgestelden: "algemene Ropvolgers". Wie zijn dat? Art. 5.104
Alg rechtsopvolgers
5.104
Overdracht
Van rechtswege (door testament)
Geheel vermogen of abstract breukdeem
uitzenden
Er is anders bedongen
5.142, lid 2,1°
Aard of strekking cc spreekt het tegen
Bijz rechtsverkrijgende
5.105
Zakelijke rechten: erga omnes en tegenstelbaar aan bijz verkrijgende
Persoonlijke rechten: geniet v rechten die nauw verbonden zijn met het goed
Tegenwerpelijkheid van contracten
Derde medeplichtigheid aan cc breuk
5.111
Vw
Voorwaarden (algemeen voor Bc. Ah.): bewijs van fout, schade en O.V.
Bewijs van fout van de derde: voorwaarden:
* Er is een geldige contractuele verbintenis tussen A. en B.
* B. schendt die verbintenis
* 3° kende die contractuele situatie tussen A. en B. of behoorde haar te kennen
* 3° desondanks neemt 3° bewust deel aan die contractbreuk (geen schade-oogmerk).
Sanctie derde medeplichtigheid
Schadeherstel
In geld
Of in natura
De pauliaanse vordering
5.243
Vw
Anterioriteitsvoorwaarde: de SE moet een schuldvordering op de SA hebben die dateert van vóór de aangeklaagde rechtshandeling (zie art. 5.243, lid 1).
Benadeling van SE: bemoeilijking van zijn verhaalsmogelijkheden/verarming van SA
Bedrog door de SA: abnormaal karakter van Rh., geen schadeoogmerk (geen fraus)
Kennis door de derde van de verarming? Zie lid 2 van art. 5.243 BW
Bij co. of Rh. onder bezwarende titel: ja, 3° neemt desbewust deel aan bedrieglijke Rh./co.
Bij co. of Rh. om niet: neen
Relativiteit en tegenwerpelijkheid
5.103
aanspraak derden
1. derdenbegunstiging 5.107
2. rechtstreekse vordering 5.110
afwijking; verweermiddelen uit het hoofdcc
6.3,§2, lid 2
afwijking; C kan verweermiddelen van ondercc inroepen tegen A
6.3, §2, lid 3
tegenwerpelijkheid aan derden: externe gevolgen
externe gevolgen
- rechtstoestand respecteren: bestaan, inhoud, gevolg,...
1° het bestaan en de gevolgen kunnen aan 3°n worden tegengeworpen (= erkennen, zoals bij 3e-medeplichtigheid aan andermans contractbreuk)
2° derden kunnen zich beroepen op het bestaan en interne gevolgen
uitzonderingen
1. Pauliaanse vordering
2. veinzing
3. niet-naleving wettelijke formaliteiten
wanneer is een cc tegenwerpelijk aan derden?
1.Er bestaat tussen A. en B. een contract
2. 3° of co.partij kan het co. bewijzen volgens Boek 8:
i.Bewijs door een partij tegen 3e en door een derde van het co. als rechtsfeit kan geleverd worden 'met alle middelen van recht' (art. 8.14 BW)
ii.Het co. moet vaste datum hebben jegens 3°n. (art. 8.22 BW)
3. Soms zijn er wettelijke vormvereisten voor tegenwerpelijkheid (bv. publiciteitvereisten)
is er geen publiciteit gegeven, kan een co.partij in principe het co. niet tegenwerpen aan een 3e, tenzij 3° te kwader trouw is en co. kent.
vb.
- Beroepsvoetballer, OCMW en slachtoffer
- bouwheer, hoofdaannemer, onderaannemer
- burenhinder: uitbater en metrowerken
- bouwheer en architect
partij
- de cctanten
- de gelijkgestelden met cctanten (toetreders, nieuwkomers, overnemers)
3en
al wie geen partij bij de overeenkomst
de cctanten en toetreders/overnemers
1.Wie zijn toestemming zelf gaf (in eigen naam en voor eigen rekening) bij de contractsluiting of wie later tot contract toetreedt of co. overneemt
2.Wie geldig vertegenwoordigd was bij contractsluiting (verschil tussen onmiddellijke en middellijke vertegenwoordiging)
3.Wie legitiem vertrouwen van contractsluiting heeft gewekt bij andere persoon
partij
algemene rechtsopvolgers
algemene rechtsopvolgers
5.104
- erfenissen
- testament
- fusie
- opslorping
bijz rechtsverkrijgende
5.104:
5.105: kwalitatieve rechten: nauw verbonden met overgedragen goed
vb. cass. 2020 overdracht handelszaak
concurrentieverbod die w overgedragen aan 2e koper.
3 vluchtwegen van derdenbinding zonder iem gebonden w. men benadeert dat situatie
Sterkmaking
kettingbeding
toetreding
medeplichtigheid aan andermans ccbreuk
1. hoe ver erkenningsplicht van derden jegens cc?
basishypothese
1)Er bestaat een co. tussen A en B + B heeft een bijzondere verbintenis jegens A opgenomen (bv. alleenafname, vervreemdingsverbod, voorkeurrecht bij verkoop);
2)3°/C sluit contract met B. die hierdoor zijn verbintenis jegens A schendt;
3)A kan B contractueel aansprakelijk stellen;
4)A kan C buitencontractueel aanspreken als C een fout pleegde tegenover A.
derde medeplichtigheid
5.111
voorwaarden:
* Er is een geldige contractuele verbintenis tussen A. en B.
* B. schendt die verbintenis
* 3° kende die contractuele situatie tussen A. en B. of behoorde haar te kennen
* 3° desondanks neemt 3° bewust deel aan die contractbreuk (geen schade-oogmerk).
sanctie:
Pauliaanse rechtsvordering
5.243
Vw:
1.Anterioriteitsvoorwaarde: de SE moet een schuldvordering op de SA hebben die dateert van vóór de aangeklaagde rechtshandeling (zie art. 5.243, lid 1).
2. Benadeling van SE: bemoeilijking van zijn verhaalsmogelijkheden/verarming van SA
3.Bedrog door de SA: abnormaal karakter van Rh., geen schadeoogmerk (geen fraus)
4.Kennis door de derde van de verarming? Zie lid 2 van art. 5.243 BW
I. Bij co. of Rh. onder bezwarende titel: ja, 3° neemt desbewust deel aan bedrieglijke Rh./co.
II. Bij co. of Rh. om niet: neen
Sterkmaking
kettingbeding
= onrechtstreekse vormen van derdenbinding
= een beding in een co. waarbij een contractpartij (A) de andere partij (B) laat beloven dat die een bepaalde verbintenis op zich neemt én deze bovendien bij clausule zal inlassen, mocht B ooit een co. sluiten met een 3° (C).
Zo niet? Cc aansprh -> derde medeplichtigh aan ccbreuk
Contracttoetreding
= onrechtstreekse vorm van derdenbinding
= vrijwillige toetreding van derde bij een cc die al bestaat
Informatieplicht
-> dwaling is denkbaar
Kan...
Derdenbeding vw
5.107
1. Hoofdcc moet geldig zijn
2. Begunstigde moet bepaalbaar zijn
-> moet bestaan en bepaald zijn
3. Bedoeling van derde bevoordelen moet duidelijk zijn
Derdenbeding gevolgen
1. Hoofdcc = bron en de maat van recht dat afhankelijk is
2. Derde haalt eigen recht uit hoofcc dat rechtstreeks in zijn vermogen ontstaat door pure aanwijzing
3. Aanvaarding door derde is niet nodig. Zolang het niet is aanvaard, kan het herroepen w door de bedinger 5.108
Herroeping en aanwijzing van een andere begunstigde
Retroactieve werking
5.108
Rechtstreekse vordering
5.110
Onderaannemer mag zijn loon halen bij de bouwheer
OBW 1798 en .110
RV geldigheidsvw
een geldige contractuele of buitencontractuele schuldvordering tussen SE en hoofdSA
een geldig contract tussen hoofdSA en onderSA
een wet die een RV toekent aan de SE tegen de SA van zijn SA
Vb. Rv
Voorbeelden:
art. 1798 OBW (tvv onbetaalde onderaannemer tegen de bouwheer),
art. 1994 OBW (tvv lastgever tegen de onderlasthebber),
art. 12 § 4 (iuncto art. 29 bis) W.A.M. (tvv soffer van een verkeersongeval tg. Vaar van verzekerde bestuurder) en art. 150 W. Verz.(tvv benadeelde in alle Ah.Vingen)
RV in WAM
Zijdelingse vordering
5.242
2 voorwaarden
1. Enkel als eigen sa niet presteert na ingebrekestelling
2. Hij int het in de plaats vd hoofdaannemer, geld komt nooit in zijn eigen vermogen
Verschil zijdelingse vordering en derdenbegunstiging