Management en Organisatie - Samenvatting

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/30

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards gebaseerd op de colleges Management en Organisatie, inclusief definities van basisbegrippen, managementstromingen, planningsinstrumenten en organisatiestructuren.

Last updated 8:39 PM on 5/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

31 Terms

1
New cards

Organisatie

Een eenheid van mensen die op een bewuste manier bij elkaar zijn gebracht om specifieke gemeenschappelijke doelen te verwezenlijken.

2
New cards

Heterogeniteit

De basis waarop soorten organisatieleden worden onderscheiden, zoals sociodemografische kenmerken, functie, hiërarchie, expertis, productbetrokkenheid of regiobetrokkenheid.

3
New cards

Organisatiecultuur

Het geheel aan gemeenschappelijke waarden en normen die alle organisatieleden delen, uitgedrukt in praktijken, symbolen en rituelen.

4
New cards

Micro-omgeving (Taakomgeving)

De externe omgeving waarmee de organisatie een directe en wederzijdse interactie heeft, bestaande uit klanten, leveranciers, distributeurs, concurrenten, financiers en partners.

5
New cards

Macro-omgeving (Algemene omgeving)

Grote maatschappijgebonden fenomenen (Politiek-juridisch, Economisch, Socio-cultureel, Technologisch) die indirect invloed uitoefenen op de organisatie. OF deel van de externe omgeving waarmee de organisatie veeleer indirect en eenzijdig interageert: de algemene omgeving oefent invloedt uit op de organisatie, maar de organisatie heeft zo goed als geen impact op deze omgeving

6
New cards

Effectiviteit

Heeft betrekking op de daadwerkelijke realisatie van de doelen; het doen van de juiste dingen.

7
New cards

Efficiëntie

Het zuinig beheersen van middelen om met zo weinig mogelijk inspanning of input een maximaal resultaat te behalen; de dingen juist doen.

8
New cards

Managementfuncties van Fayol

Een procesbestaande uit vier functies: Plannen, Organiseren, Leidinggeven en Controleren.

9
New cards

Porter's toegevoegde waardeketting

welke concrete inspanningen of activiteiten grijpen er achtereenvolgens plaats bij de tot stand koming en de verkoop van het product of de dienstverlening. Een model dat onderscheid maakt tussen primaire kernactiviteiten (direct verband met realisatie product) en ondersteunende activiteiten (indirect verband).

10
New cards

11
New cards

12
New cards

Klassiek rationeel managementperspectief

Een mechanistische kijk waarbij de mens als een rationele wezen wordt gezien en formele regels en procedures het gedrag bepalen.

13
New cards

Scientific management (Taylor)

Inzicht gericht op doorgedreven taakverdeling, bewegingsstudies en beloning op basis van prestaties om efficiëntie te verhogen.

14
New cards

Human relations perspectief

Een mensgerichte kijk waarin aandacht, respect en sociale contacten centraal staan voor de motivatie van medewerkers.

15
New cards

Contingentiebenadering

Managementperspectief dat stelt dat de manier van managen situationeel of situatieafhankelijk is, beïnvloed door factoren zoals omvang en omgeving.

16
New cards

Visie

Het collectieve beeld van de toekomst en het toekomstideaal dat de organisatie nastreeft; de droom.

17
New cards

Missie (Opdrachtverklaring)

De basis voor de identiteit en bestaansgrond van een organisatie; waar de organisatie voor staat en wie ze wil zijn.

18
New cards

SWOT-analyse

Een instrument om Sterktes en Zwaktes (intern) en Kansen (Opportunities) en Bedreigingen (extern) in kaart te brengen.

19
New cards

Halo-effect

Een perceptiefout waarbij één enkel positief kenmerk de rest van de informatie over een persoon overschaduwt.

20
New cards

SMART-criteria

Kwaliteitseisen voor doelstellingen: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdsgebonden.

21
New cards

Management by Objectives (MOB)

Een systeem waarbij overkoepelende doelen in overleg worden doorvertaald naar persoonlijke doelen voor medewerkers.

22
New cards

Taakspecialisatie

De mate waarin taken binnen een organisatie zijn opgedeeld in afzonderlijke deeltaken voor individuele leden.

23
New cards

Departementalisatie

Het bundelen van functies of leden in werkeenheden zoals afdelingen of diensten op basis van functie, product of markt.

24
New cards

Differentiatieparadox

Het fenomeen waarbij grotere afsplitsing (departementalisatie) de nood aan coördinatie verhoogt, maar tegelijkertijd de uitvoering bemoeilijkt door verschillende leefwerelden.

25
New cards

Span of control

Het aantal medewerkers waarop een leidinggevende rechtstreeks invloed kan uitoefenen.

26
New cards

Lijn- en stafuncties

Lijnfuncties beschikken over beslissingsbevoegdheid; stafuncties hebben een adviserende rol op basis van expertise.

27
New cards

Mintzberg's Strategische top

Het onderdeel van de organisatie verantwoordelijk voor de gehele organisatie en de algemene strategie.

28
New cards

Machinebureaucratie

Structuurtype van Mintzberg gekenmerkt door sterke centralisatie, smalle span of control en standaardisatie van werkprocessen door de technostructuur.

29
New cards

Feedforward

Vorm van processturing waarbij vooraf specifieke richtlijnen en criteria worden gegeven over toekomstige verwachtingen.

30
New cards

Clancontrolemechanisme (Ouchi)

Controle gebaseerd op gedeelde waarden, normen en tradities in situaties van grote onvoorspelbaarheid.

31
New cards

Validiteit (van een indicator)

Maatstaf die aangeeft of een indicator daadwerkelijk de beoogde doelstelling nauwkeurig en volledig meet.