1/11
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress

hc 11: Benoemen wat verschillende perspectieven zijn op professies.
1/4
1. Professionalism as traits and behaviours
Professionaliteit = eigenschappen en gedrag van de individuele professional.
Hier kijk je naar kenmerken zoals:
respectvol zijn
eerlijk zijn
verantwoordelijkheid nemen
deskundig zijn
Voorbeeld: een arts die vriendelijk communiceert, op tijd komt en vertrouwelijk omgaat met patiëntgegevens.
Kritiek: dit reduceert professionaliteit tot een checklist van gedragingen.
2. Professionalism as a role in society
Professionaliteit = de maatschappelijke rol van een beroepsgroep.
Professionals krijgen vertrouwen en status omdat ze geacht worden het publieke belang te dienen.
Voorbeeld: artsen mogen medische beslissingen nemen omdat de samenleving hen daarvoor bevoegd en deskundig acht.
Focus: verantwoordelijkheid tegenover de samenleving.
3. Professionalism as social construction
Professionaliteit = iets wat sociaal wordt gemaakt en bepaald.
Beroepsgroepen trekken grenzen rond hun beroep:
wie mag het beroep uitoefenen?
welke kennis telt als deskundigheid?
wie hoort erbij en wie niet?
Voorbeeld: alleen mensen met een erkend artsendiploma mogen arts worden.
Focus: macht, status en afbakening van beroepen.
4. Professionalism as social control
Professionaliteit = een manier om gedrag en kennis te sturen.
De beroepsgroep bepaalt wat "normaal", "juist" of "professioneel" is.
Voorbeeld: artsen bepalen vaak welke medische kennis geldig is en welke behandelingen als correct worden gezien.
Focus: macht, controle en mogelijke uitsluiting van andere stemmen of kennisvormen.

hc 11: Benoemen wat spanningen zijn in de samenwerkingsrelaties tussen professionals
2/4
Role dilemma
Onenigheid over wie welke taken uitvoert. Door samenwerking vervagen beroepsgrenzen soms, waardoor professionals taken van elkaar lijken over te nemen.
Identity dilemma
Spanning tussen samenwerken en het behouden van de eigen beroepsidentiteit. Professionals willen samenwerken, maar ook hun eigen expertise bewaken.
Control dilemma
Onenigheid over wie beslissingen neemt. Verschillende professionals hebben verschillende kennis, perspectieven en belangen.
Verschillende referentiekaders
Professionals kijken niet altijd hetzelfde naar cliënten:
individueel vs systemisch perspectief;
behoeften van de cliënt vs professioneel vastgestelde behoeften;
cliëntgericht vs zorgverlenergericht;
cliënt als slachtoffer vs eigen verantwoordelijkheid;
focus op problemen vs focus op kansen.
Professionele autonomie
Samenwerking kan de autonomie van professionals beperken door regels, managers, protocollen, andere professionals en meer inspraak van cliënten.
Verschillen in: werkwijze, perspectieven, kwaliteitscriteria.
Maar ook: Role dilemma; Identity dilemma; Control dilemma (power, territory)
Dus vraagt om professional self-sacrifice


hc 11: Benoemen wat de verschillende rollen zijn van de sociaal werker in wijkteams (state en citizen agent)
3/4
State agent
De sociaal werker vertegenwoordigt de overheid en voert beleid uit.
Focus:
regels toepassen;
gelijke behandeling;
verantwoord omgaan met publieke middelen.
Voorbeeld: beoordelen of iemand recht heeft op een voorziening.
Citizen agent
De sociaal werker komt op voor de belangen van de cliënt.
Focus:
ondersteuning;
empowerment;
zelfredzaamheid;
belangenbehartiging.
Voorbeeld: een cliënt helpen om passende ondersteuning te krijgen.
Hybrid professional (T-shaped professional)
Combineert beide rollen.
Focus:
eigen expertise;
brede blik op de cliënt;
samenwerking organiseren;
casusregie uitvoeren.
Voorbeeld: ondersteuning bieden aan een gezin én afstemmen met school, gemeente en jeugdzorg.

hc 11: Begrijpen hoe het handelen van de sociaal werker wordt bepaald door de professionele rol die wordt aangenomen
4/4
Als state agent
Handelt de sociaal werker vooral vanuit regels, procedures en gelijke behandeling.
Voorbeeld: een aanvraag afwijzen omdat niet aan de voorwaarden wordt voldaan.
Als citizen agent
Handelt de sociaal werker vooral vanuit de behoeften van de cliënt.
Voorbeeld: extra ondersteuning zoeken voor een kwetsbaar gezin.
Als hybrid professional
Probeert de sociaal werker de belangen van cliënt, organisatie en samenleving met elkaar te combineren.
Voorbeeld: een cliënt ondersteunen, rekening houden met regelgeving én samenwerken met andere professionals.
Kern: de rol die de sociaal werker aanneemt bepaalt welke belangen voorrang krijgen en hoe beslissingen worden genomen.

wg 13:
Waarom vinden de auteurs dat professionaliteit niet alleen als een
individuele eigenschap moet worden gezien?
1/4
De auteurs vinden dat professionaliteit niet alleen afhangt van persoonlijke eigenschappen zoals respect, integriteit of verantwoordelijkheid.
Professioneel gedrag wordt namelijk ook beïnvloed door de omgeving waarin iemand werkt. Denk aan de normen van de beroepsgroep, de cultuur van de organisatie, machtsverhoudingen en de interactie met cliënten, collega's en instellingen.
Daardoor is professionaliteit niet iets dat alleen in de persoon zelf zit, maar ook iets dat gevormd wordt door de sociale en organisatorische context.
Kort antwoord voor een tentamen:
De auteurs vinden dat professionaliteit niet alleen een individuele eigenschap is, omdat professioneel gedrag ook wordt gevormd door de beroepsgroep, organisatie, cultuur, machtsverhoudingen en sociale interacties. Professionaliteit is dus zowel persoonlijk als contextgebonden


wg 13: Wat zijn volgens Martimianakis de uitdagingen om te komen tot T -shaped
professionals
(plaatje is extra info)
2/4
Een belangrijke uitdaging is dat beroepsgroepen vaak hun eigen expertise, taken en domein willen beschermen. Ze trekken als het ware grenzen rond hun beroep en delen kennis niet altijd graag met andere professionals.
Een T-shaped professional moet juist bereid zijn om over die grenzen heen te kijken en samen te werken met andere disciplines. Dat kan lastig zijn, omdat professionals het gevoel kunnen krijgen dat ze een deel van hun autonomie, status of controle verliezen.
Daarnaast bestaan er machtsverschillen tussen beroepsgroepen. Sommige beroepen hebben meer status of invloed dan andere. Hierdoor kunnen beroepsgroepen met elkaar concurreren over taken, verantwoordelijkheden of expertise, terwijl integrale zorg juist samenwerking vereist.
Kort:
T-shaped professionals vragen om meer samenwerking en kennisdeling, maar dat botst soms met beroepsgrenzen, statusverschillen, autonomie en concurrentie tussen professies.
Benoem specifiek wat de dilemma’s zijn op de domeinen van identiteit, expertise,
territorium, macht
wg 13
3/4
Identiteit
Dit gaat over hoe een professional zichzelf ziet. Een T-shaped professional heeft een eigen beroep, maar werkt ook over de grenzen van dat beroep heen. Daardoor kan het soms onduidelijk worden wie je eigenlijk bent als professional.
Voorbeeld: een sociaal werker doet niet alleen sociaal werk, maar ook casemanagement, coördinatie en overleg met andere disciplines. Dan kan de vraag ontstaan: "Ben ik nog vooral sociaal werker of meer een coördinator?"
Dilemma: identity dilemma.
Expertise
Dit gaat over de kennis en vaardigheden van een professional. Een T-shaped professional moet zijn eigen expertise behouden, maar tegelijk ook voldoende kennis hebben van andere disciplines om goed samen te werken.
Voorbeeld: een verpleegkundige besteedt veel tijd aan overleg en afstemming met andere professionals. Daardoor kan de angst ontstaan dat zijn verpleegkundige expertise minder sterk wordt.
Dilemma: vooral een identity dilemma, omdat de professionele identiteit sterk verbonden is met de eigen expertise.
Territorium
Dit gaat over welke taken van wie zijn. T-shaped professionals werken over beroepsgrenzen heen, waardoor soms onduidelijk wordt welke professional verantwoordelijk is voor welke taak.
Voorbeeld: een sociaal werker en psycholoog begeleiden dezelfde cliënt. Moet de sociaal werker bepaalde psychosociale begeleiding opnemen of hoort dat exclusief bij de psycholoog?
Hier ontstaat discussie over wat professionals met elkaar delen en wat tot hun "eigen terrein" behoort.
Dilemma: role dilemma.
Macht
Dit gaat over wie invloed heeft op beslissingen. Niet alle beroepen hebben evenveel status of zeggenschap. Daardoor kan de expertise van sommige professionals minder zwaar doorwegen.
Voorbeeld: tijdens een overleg rond een cliënt geven zowel een arts als een sociaal werker advies, maar uiteindelijk krijgt de mening van de arts meer gewicht omdat die beroepsgroep meer status heeft.
De sociaal werker kan dan het gevoel hebben dat zijn kennis onvoldoende wordt meegenomen.
Dilemma: control dilemma.
Kort overzicht
Identiteit → Wie ben ik als professional? → Identity dilemma
Expertise → Hoe behoud ik mijn specialistische kennis? → Identity dilemma
Territorium → Welke taken zijn van mij en welke van anderen? → Role dilemma
Macht → Wie heeft de meeste invloed op beslissingen? → Control dilemma
wg 13: Wat bedoelt de auteur met professional self-sacrifice? En waarom is dat nodig voor het bereiken van collectieve preference?
4/4
- Collective preference= samen doel bepalen, samen verantwoordelijkheid voelt voor ’t bereiken van dit doel, als groep moet handelen om ‘t bereiken
- Je eigen ideeën opzij schuiven, jezelf zien als meer generalist i.p.v. specialist, accepteren dat jouw inbreng niet altijd nodig is. Je offert dus iets op voor het algemene belang.
c12: de literatuur over professionals toepassen op het wijkteam
1/1
In Rotterdam zijn er 42 wijkteams. Elk team bestaat uit verschillende professionals met verschillende specialisaties die samenwerken om inwoners te ondersteunen. De teams werken op dezelfde manier, maar verschillen soms in grootte.
Wanneer een team geen plek of oplossing heeft voor een cliënt, kan een cliënt worden doorverwezen naar een ander wijkteam dat wel mogelijkheden heeft. Ook is er veel contact tussen de teams, bijvoorbeeld tijdens maandelijkse overleggen.
Samenwerking en besluitvorming
Binnen wijkteams werken professionals dagelijks samen. Iedereen is gemakkelijk bereikbaar en moeilijke situaties worden gezamenlijk besproken. Bij complexe casussen wordt samen gezocht naar de beste oplossing.
Een voorbeeld is een jongere zonder verblijfplaats waarvoor geen geschikte opvang beschikbaar is. In zulke situaties moeten professionals creatief nadenken en samenwerken om toch een passende oplossing te vinden.
Zelfredzaamheid van cliënten
Wijkteams proberen cliënten zo zelfstandig mogelijk te maken. Daarbij wordt gekeken naar wat iemand zelf kan en welke problemen iemand in het verleden al zelfstandig heeft opgelost. Dit wordt ondersteund met een zelfredzaamheidsmatrix.
Discretionaire ruimte
Professionals hebben soms ruimte om af te wijken van regels wanneer dit nodig is voor de cliënt. Dit noemen we discretionaire ruimte.
Het doel is om niet alleen regels te volgen, maar ook te zoeken naar innovatieve oplossingen die beter aansluiten bij de situatie van de cliënt. Wel moet dit altijd goed onderbouwd kunnen worden.
Uitdagingen in de praktijk
Kleine problemen kunnen vaak snel worden aangepakt, maar bij complexe problematiek wordt dit moeilijker doordat professionals gebonden zijn aan regels en procedures.
Daarnaast nemen de wachtlijsten toe en worden hulpvragen steeds complexer. Burgers stellen meer eisen en maken vaker bezwaar tegen beslissingen.
Wat vraagt dit van professionals?
Professionals moeten soms "strijdlustig" zijn en verder kijken dan alleen het zichtbare probleem. Ze moeten zoeken naar de achterliggende oorzaken van problemen en samenwerken met collega's en andere organisaties.
Daarbij moeten ze voortdurend afwegen:
wat goed is voor de cliënt;
wat haalbaar is binnen de regels;
waar ruimte zit voor maatwerk.
Kernboodschap
Integraal werken in wijkteams draait om samenwerking, maatwerk en het zoeken naar oplossingen die aansluiten bij de situatie van de cliënt. Professionals moeten hierbij balanceren tussen regels, samenwerking en de behoeften van de cliënt.


wg 14: wat is articulation work? En wat zijn de 3 vormen hiervan?
1/
Articulatiewerk= al het "verbindende werk" dat ervoor zorgt dat zorg goed op elkaar aansluit. Het gaat om het afstemmen, organiseren en coördineren van taken, mensen en organisaties zodat de zorg niet versnipperd raakt. Dit werk is vaak onzichtbaar: het staat meestal niet in functieomschrijvingen, maar is wel essentieel om de zorg soepel te laten verlopen.
Voorbeeld: een wijkverpleegkundige zorgt ervoor dat afspraken tussen de huisarts, thuiszorg en familie op elkaar afgestemd zijn zodat de cliënt de juiste zorg krijgt.
Intraprofessioneel articulatiewerk
Dit is het afstemmen van de verschillende taken die een professional zelf uitvoert. Het gaat om het organiseren van het eigen werk en het combineren van verschillende verantwoordelijkheden.
Voorbeeld: een wijkverpleegkundige combineert wondzorg, medicatiecontrole, preventie en het monitoren van de gezondheid van cliënten.
Interprofessioneel articulatiewerk
Dit is het werk dat gericht is op samenwerking en coördinatie tussen verschillende professionals en organisaties. Het doel is om de zorg beter op elkaar af te stemmen.
Voorbeeld: een wijkverpleegkundige overlegt met de huisarts, fysiotherapeut en maatschappelijk werker over een cliënt zodat iedereen dezelfde doelen nastreeft.
Lay articulatiewerk
Dit is het werk waarmee professionals informele zorg en zelfredzaamheid stimuleren. Het gaat om het betrekken van familie, mantelzorgers en het sociale netwerk van de cliënt.
Voorbeeld: een wijkverpleegkundige bespreekt met familieleden wie bepaalde taken kan overnemen of leert een cliënt zelf zijn medicatie te beheren.
Kort onthouden:
Intraprofessioneel = afstemming van je eigen taken.
Interprofessioneel = afstemming met andere professionals.
Lay articulatiewerk = afstemming met familie, mantelzorgers en de cliënt zelf.


Welke 3 ethische dilemma’s ervaren verpleegkundigen bij het stimuleren van zelfmanagement?
Dilemma 1: Cliëntautonomie versus optimale medische uitkomsten
Dit is wanneer patiënten wel of niet gedrag willen verleggen dat leidt tot optimale medische uitkomsten.
Verpleegkundigen willen dat er de beste medische uitkomsten uitkomen, alleen vinden ze het soms moeilijk om de keuze van de patiënt erin mee te nemen. Soms laten ze dan informatie achter omdat ze denken dat je anders niet de juiste keuze gaat maken.
Dilemma 2: Het respecteren van autonomie versus het stimuleren van patiëntbetrokkenheid
Het is belangrijk dat de patiënt betrokken is en autonomie heeft, maar dit kan botsen als de patiënt wil dat hij zorg krijgt in plaats van dat hij zelf dingen moet doen.
Je wilt dat mensen zoveel mogelijk zelf gaan doen qua zorgtaken, maar niet elke patiënt wil dat. Moet je dan als verpleegkundige stimuleren/aansporen tot zelfredzaamheid of niet?
Dilemma 3: Holistisch benaderen van de cliënt versus professionele grenzen
Een holistische benadering kan botsen met het perspectief van verzorgers op professionele grenzen, met de vraag in hoeverre het acceptabel is om patiëntenkeuzes te bediscussiëren en zo ja, in welke mate.
Integrale zorg: verpleegkundigen moeten verder kijken dan alleen medische problemen. Ook geestelijke problemen, schulden enzovoort kunnen een rol spelen. De vraag is waar de grens ligt van een professional om zich hiermee te bemoeien.

wg 14: Waarom blijkt het stimuleren van zelfmanagement in de praktijk soms lastig? Gebruik hierbij inzichten uit week 1-2 (beleidsveranderingen en burgerparticipatie) en week 5-6 (integrale zorg en samenwerking in teams).
Door beleidsveranderingen ligt er steeds meer nadruk op eigen regie, zelfredzaamheid en burgerparticipatie. Van burgers wordt verwacht dat zij meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen gezondheid en ondersteuning. In de praktijk is dit echter niet altijd eenvoudig, omdat professionals vaak gewend zijn om zorg over te nemen in plaats van cliënten zelf de regie te laten nemen. Deze oude manier van werken blijft bestaan door padafhankelijkheid.
Daarnaast vraagt zelfmanagement vaak om integrale zorg, waarbij verschillende professionals en organisaties samenwerken rond één cliënt. Die samenwerking verloopt niet altijd soepel, omdat professionals kunnen verschillen in visie, doelen, taalgebruik en werkwijze. Ook kunnen ethische dilemma's ontstaan, bijvoorbeeld wanneer een cliënt keuzes maakt die niet leiden tot de beste medische uitkomsten. Hierdoor is het stimuleren van zelfmanagement in de praktijk vaak complexer dan het beleidsmatig lijkt.
