Begrippen H3 Parlementaire democratie

0.0(0)
Studied by 2 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/84

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

begrippen voor periode 2

Last updated 1:55 PM on 1/8/23
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

85 Terms

1
New cards
soevereiniteit
wanneer een staat op duidelijk begrensd gebied het hoogste gezag uitoefent en het geweldsmonopolie heeft
2
New cards
politiek
het maken van keuzes waaraan allen in een staat zijn gebonden
3
New cards
overheidsbeleid
ontstaat door politiek en wordt uitgevoerd om maatschappelijke problemen op te lossen
4
New cards
algemeen belang
zaken waar politiek zich mee bezighoudt. De zaken waar veel mensen nu of later mee te maken krijgen
5
New cards
dilemma
tussen efficiënt besturen of maximale participatie. Dus snel beslissingen nemen of burger meer invloed geven
6
New cards
directe democratie
burgers stemmen rechtstreeks op wetten en besluiten
7
New cards
indirecte democratie
burgers kiezen volksvertegenwoordigers die stemmen op wetten en besluiten
8
New cards
representatieve democratie (indirect)
het volk kiest volksvertegenwoordigers die de beslissingen nemen en aan de bevolking verantwoording moeten afleggen
9
New cards
kenmerken democratie
• individuele vrijheid
• politieke grondrechten
• wettelijke beperkte bevoegdheden
• onafhankelijke rechtspraak
• persvrijheid
10
New cards
parlementair stelsel (representatief)
-> burgers kiezen een parlement
-> uitvoerende macht moet verantwoording afleggen aan parlement
-> staatshoofd heeft beperkte macht
11
New cards
constitutionele monarchie
staatshoofd als koning die is gebonden aan de grondwet
12
New cards
presidentieel stelsel (representatief)
-> volk kiest parlement en staatshoofd
-> staatshoofd is hoogste machtsorgaan en mag ministers aannemen of ontslaan
-> staatshoofd heeft geen onbindingsrecht
13
New cards
ontbindingsrecht
recht om het gehele parlement te ontbinden (buiten spel te zetten)
14
New cards
Grondwet en democratie
-> taken en bevoegdheden van drie machten (Trias Politica)
-> politieke grondrechten (stemrecht)
-> regels voor politieke besluitvorming
-> overheid laat media vrij en geeft juiste informatie door
15
New cards
autoritair regime
staatsvorm waarbij drie machten niet zijn gescheiden, maar in handen van een kleine groep mensen
16
New cards
kenmerken autoritaire regimes/dictatuur
-> machtsscheiding ontbreekt
-> geen onafhankelijke rechtsstaat
-> grondrechten worden niet geaccepteerd
-> oppositiepartijen vaak verboden
-> overheidsgeweld, leger en politie machtig
-> bij verkiezingen sprake van fraude, geweld en manipulatie
-> geen persvrijheid, maar censuur
17
New cards
censuur
media en andere uitingen worden gecontroleerd door de overheid
18
New cards
ideologische dictatuur
alleen aanhangers van ideologie hebben politieke invloed, bv Noord-Korea
19
New cards
religieuze dictatuur
wetgeving van religie wordt doorgevoerd, bv Iran
20
New cards
militaire dictatuur
macht ligt bij het leger en staatshoofd is militair, bv Myanmar
21
New cards
ideologie
een samenhangend geheel van ideeën over de mens en de gewenste inrichting van de samenleving
22
New cards
standpunten van ideologie
→welke normen en waarden?

→wat de gewenste rol is van de overheid op sociaal-economisch gebied (links, rechts of midden)
23
New cards
Links
een actieve overheid, eerlijke verdeling van inkomen, een uitgebreide verzorgingsstaat en gelijke kansen
24
New cards
Rechts
een passieve overheid, lage belastingen, mensen hebben voor eigen verantwoordelijkheid en economische vrijheid
25
New cards
Midden
tussen links en rechts in, bv: ChristenUnie
26
New cards
Liberalisme
• vrijheid van iedere individu

• persoonlijke vrijheid (geloof)

• economische vrijheid (vrijemarkteconomie)

• individuele verantwoordelijkheid

• tolerantie, respecteren van anderen

• rechtse ideologie

• bv, VVD en D66
27
New cards
Doel van liberalisme
vrijheid voor mensen om te doen en laten wat ze willen en deze vrijheid beschermen. Vooral voor werkende burgers, ondernemers en bedrijven
28
New cards
Socialisme/Sociaal-democratie
• gelijkwaardigheid

• solidariteit

• gelijkheid

• communisme

• linkse ideologie

• bv, PvdA, SP en GroenLinks

\
29
New cards
Doel van socialisme
een eerlijke verdeling van inkomens, kennis en macht. Bescherming van de zwakken en vooral voor mensen met weinig geld en mensen met minder banen
30
New cards
Confessionalisme
• christelijk geloof

• rentmeesterschap, zorgen voor de aarde

• solidariteit, zorgen voor anderen

• gespreide verantwoordelijkheid

• midden ideologie

• bv, ChristenUnie, CDA en SGP
31
New cards
Doel van Confessionalisme (Christendemocraten)
een samenleving waarin mensen goed voor elkaar zorgen en respect voor het woord God. Vooral voor gezinnen met kinderen en christelijken instanties
32
New cards
socialisten/sociaaldemocraten
maatschappelijke verbeteringen verkrijgen via verkiezingen en deelname aan politiek besluitvorming
33
New cards
communisten (communisme)
maatschappelijke verbeteringen verkrijgen via revoluties en gebruik van geweld
34
New cards
ontideologisering
vanaf de jaren zestig, het verdwijnen van een ideologie als leiddraad voor hoe de samenleving moet worden ingericht, met als gevolg nieuwe stromingen en partijen
35
New cards
ecologisme
politieke stroming die staat voor wederzijdse afhankelijkheid tussen mens en natuur. Economische waarden worden ondergeschikt gemaakt aan ecologische waarden. Vooral voor duurzaamheid en bescherming leefmilieu
36
New cards
populisten
Spreken heel veel wat fout gaat in een land, maar komen zelden met oplossingen
37
New cards
Populisme
• ‘vox populi’, namens “het volk” spreken

• afkeer tegen de ‘elite’, ookwel regering

• nationalistische standpunten

• heeft geen ideologie, dus moeilijk te plaatsen

• bv, Forum voor Democratie en PVV
38
New cards
Sociaaleconomisch vlak
Hoe partijen kijken naar de vraag wat de overheid moet doen voor de economie en de samenleving (links, midden, rechts)
39
New cards
Sociaalcultureel vlak
Hoe partijen kijken naar gedragsregels en cultuur van een land (progressief/conservatief)
40
New cards
progressief
vooruitstrevend, veranderingsgericht en richting de toekomst. bv homohuwelijk en klimaat

partijen = Volt, D66 en GroenLinks
41
New cards
conservatief
behoudend en gericht op heden en verleden.

bv geen voorstander van verandering

partijen = PVV, Forum voor Democratie, Ja21
42
New cards
reactionair
terug willen naar de situatie van vroeger
43
New cards
kosmopolitisme
een land is onderdeel van een geglobaliseerde wereld, een open houden naar andere landen en culturen
44
New cards
nationalisme
globalisering is bedreiging voor eigen banen, cultuur en identiteit. Dus moet het land worden afgesloten van andere landen
45
New cards
Politieke partij
een groep mensen met globaal dezelfde ideeën over een ideale samenleving
46
New cards
One-issuepartijen
die één aspect van de samenleving centraal stellen of één specifieke doelgroep. bv, BBB, Partij voor de Dieren
47
New cards
Niet-democratische partijen
→ wijzen democratische staatsvorm af

→ standpunten die in strijd zijn met de grondwet

→ roepen vaak op tot geweld
48
New cards
Functie van partijen
• integratie van ideeën over de samenleving

• articulatie, verwoorden van maatschappelijke problemen

• informatie, via media verspreiden van standpunten

• participatie, burgers aanmoedigen om deel te nemen aan de politiek

• selectie van kandidaten
49
New cards
maatschappelijke veranderingen
• door ontzuiling en individualisering kwam er toename in aantal ‘zwevende kiezers’.

• minder mensen worden lid van een partij met als gevolg minder functioneerden partijen

• bereik van nationale politiek vermindert, door komt van EU
50
New cards
zwevende kiezers
kiezers die hun keuze laten afhangen van het moment maar ook de persoonlijkheid van partijleiders
51
New cards
fractiediscipline
partijen voeren een sterke dwang uit op fractieleden met een afwijkend standpunt
52
New cards
fractie
een groep tweede kamerleden van dezelfde partijen
53
New cards
actief kiesrecht
vanaf achttien jaar mag je stemmen
54
New cards
passief kiesrecht
vanaf achttien jaar mag je je verkiesbaar stellen
55
New cards
evenredige vertegenwoordiging
alle uitgebrachte stemmen worden verdeeld over het beschikbare aantal zetels
56
New cards
kiesdeler
de hoeveelheid stemmen die nodig is voor één zetel.

aantal uitgebrachte stemmen : aantal zetels

(Nederland - 150 zetels)
57
New cards
voordelen evenredige vertegenwoordiging
• stemmen gaan niet verloren

• de macht ligt niet bij één partij

• nieuwe partijen kunnen makkelijker in het parlement komen
58
New cards
nadelen evenredige vertegenwoordiging
• partijen moeten veel coalities en compromissen sluiten

• partijen kunnen minder snel te werk gaan

• debatten duren lang en zijn onoverzichtelijk
59
New cards
oplossing kiesdrempel
een partij moet een minimum percentage stemmen halen om zetels te kunnen krijgen, bv 5 %
60
New cards
districten- of meerderheidsstelsel
→ per district wint een kandidaat met het grootste aantal stemmen

→voordeel, kiezers kennen de kandidaten beter

→nadeel, stemmen van verliezer gaan verloren

→ bv VS en Verenigd Koninkrijk
61
New cards
op campagne
• spindoctors, communicatiedeskundigen die kandidaten adviseren over een positief imago

• opiniepeilingen, tussentijdse peilingen over de verwachten uitslag

• invloed van media
62
New cards
mediacratie
de media speelt grote rol in de politieke situatie
63
New cards
motieven om te stemmen
• de standpunten van een partij spreken je aan

• de partij komt op voor jouw belangen

• strategisch stemmen, welke partij maakt grootste kans op winst

• de persoon van lijsttrekker spreekt je aan
64
New cards
stemmen op een persoon
→ In Nederland stem je op een persoon en niet op een partij

→ meeste kiezen voor lijsttrekkers, maar soms voor andere kandidaat

→voorkeursstemmen kunnen ervoor zorgen dat iemand toch in de tweede kamer komt
65
New cards
na de verkiezingen
1 de verkenning, onderzoekt verschillende coalitiemogelijkheden

2 de informatie, onderzoekt welke partijen samen een coalitie willen vormen

3 de formatie, vormt uiteindelijke kabinet en verdeeld ministerposten
66
New cards
coalitie
een combinatie van verschillende partijen die samenwerken op bestuurlijk niveau, de rest is oppositie (minimaal 76 zetels)
67
New cards
regeerakkoord
bevat de hoofdlijnen van het beleid dat het kabinet in de komende jaren wilt uitvoeren. Opgesteld door de coalitiepartijen
68
New cards
prinsjesdag
• Troonrede, kabinet geeft uitleg over plannen voor komend jaar

• Miljoenennota, overzicht van verwachte uitgaven en inkomsten het komende jaar

• Algemene beschouwingen, reeks debatten
69
New cards
Val van het kabinet
• kabinetsleden zijn het structureel onderling oneens

• tweede kamer zegt steun op

1 vervroegde verkiezingen

2 demissionair kabinet, zonder enige missie
70
New cards
regering
koning en ministers
71
New cards
kabinet
ministers en staatssecretarissen
72
New cards
minister
heeft een eigen beleidsterrein en eigen ministerie, geeft leiding aan ambtenaren
73
New cards
premier / minister-president
voorzitter ministerraad en leidt het kabinet
74
New cards
staatssecretaris
neemt een del van het beleidsterrein van de minister op zich
75
New cards
minister zonder portefeuille
minister zonder ministerie
76
New cards
staatshoofd
→ ondertekenen alle wetten en verdragen

→ voorlezen troonrede

→ benoemen van ministers en staatssecretarissen

→ zich laten informeren over kabinetsbeleid door premier

→ ons land vertegenwoordigen in het buitenland
77
New cards
ministriële verantwoordelijkheid
ministers verantwoordelijk voor de koning, want koning is onschendbaar
78
New cards
Parlement / Staten-Generaal
Eerste en Tweede kamer. Hebben een wetgevende en controlerende taak
79
New cards
Hoofdtaken parlement
• medewetgeving, samen met de regering wetten maken

• de regering controleren
80
New cards
Rechten Parlement ‘wetgevend’
• stemrecht, stemmen op wetsvoorstellen

• Recht van amendement, 2e kamer mag wetsvoorstellen wijzigen

• Recht van initiatief, wetsvoorstellen indienen

• Budgetrecht, de rijksbegroting goed of afkeuren
81
New cards
Rechten parlement ‘controlerend’
• Recht van motie, door aannemen van moties verzoekt de kamer een verandering in beleid van minister

• Recht van interpellatie, recht voor aanvragen van debatten

• Vragenrecht, schriftelijk of in de kamer vragen stellen aan de minister

• Recht van onderzoek en enquête, onderzoek starten naar onderdelen van regeringsbeleid
82
New cards
Motie van afkeuring
het beleid van de minister wordt afgekeurd
83
New cards
Motie van wantrouwen
het vertrouwen in de minister wordt opgezegd
84
New cards
Poldermodel
de Nederlandse politieke cultuur die bereid is voor de samenwerking van partijen en het sluiten compromissen
85
New cards
Dualisme
een politiek systeem waarin en een duidelijke taakverdeling is tussen de wetgevende (parlement) en uitvoerende macht (regering)